Inloggen
RESIDENT VAN SON - ID 14205


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1849-05-23 / 1862-05-28 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist

Identification Data

Bouwjaar: 1849
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Bark
Masten: Three masts
Material Hull: Wood
Dekken: 2
Construction Data

Scheepsbouwer: Fop Smit, Kinderdijk, Zuid-Holland, Netherlands
Date Laid Down: 1848-07-18
Launch Date: 1849-05-00
Delivery Date: 1849-05-23
Technical Data

Gross Tonnage: 375.00 lasts
Gross Tonnage 2: 677.00 tons (oude meting)
 
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1849
Datum agenda: 1849-07-09
Register nr: 18490536
Scheepsnaam: RESIDENT VAN SON
Type: Bark
Lasten: 375
Gebouwd in provincie: Zuid Holland
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Ruijs JDzn., W.
Plaats: Rotterdam
Kapitein op moment van verzoek: Banditz, F.C.
Opmerkingen: een zeebrief

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1849-05-23 RESIDENT VAN SON
Manager: Willem Ruys Jan Daniëlszn, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Partenrederij onder boekhouderschap van genoemde manager, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands

Ship Events Data

1860-01-23: Collision
Penarth, 23 januari 1860. De Nederlandse bark RESIDENT VAN SON, kapt. D. van der Hoff, is gisteren alhier ter rede, gesleept wordende, in aanvaring gekomen met de Napolitaanse brik POLINA, ten gevolge waarvan laatstgenoemde beduidende schade heeft bekomen.
1861-01-19: Damaged
Rotterdam, 19 januari 1861. Volgens telegrafisch bericht is het alhier te huis behorende schip (opm: bark) RESIDENT VAN SON, kapt. D. van der Hoff, van Batavia naar Amsterdam bestemd, heden lek en met verlies van zeilen, boot en verschansingen te Falmouth binnengelopen.
1862-05-28: Final Fate: Stranded

Op reis van Soerabaja via Batavia naar Rotterdam met een lading suiker is de RESIDENT VAN SON, kapt. I.W. Bütner, in de ochtend van de 28e mei 1862 bij westenwind en zeer slecht zicht op 4 mijl ten westen van Beachy Head gestrand. Passagiers en bemanning kwamen veilig aan land. Het schip liep vol water en was binnen weinige dagen geheel verbrijzeld.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Frederik Carel Bauditz werd geboren te Amsterdam op 15 februari 1810.

Hij huwde met Anna Storm, geboren te Amsterdam op 19 augustus 1812 als dochter van Meindert Storm en Geertrui Jongejans. Zij overleed op 23 maart 1894 te Rotterdam.

Frederik overleed op “op een schip” op 08 februari 1860 te Rotterdam, 50 jaar

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

F.C.Bauditz werd met nr.676 effectief lid van Zeemanshoop per 16 april 1844 op voorspraak van P.H.Willers. Zijn schip was de “Drie Gebroeders”002.

In de Algemene Vergaderingen van 09/16 april 1844 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop werd als effectief lid voorgesteld/aangenomen Frederik Carel Bauditz, oud 34 jaar, voerend de bark “De Drie Gebroeders”, varend voor W.Ruys WDz te Rotterdam, adres bij van Ulphen & Ruijs te Amsterdam, op voordracht van P.H.Willers.023.

Hij werd lid van Weldadig Zeemans Fonds op 10 april 1849003.

Hij was lid effectief lid van “Zeemanshoop” in de periode 1844-1860 met de vlagnummers 676 (1844 t/m 1854) en 311 (1854 t/m 1860)

 

F.C.Bauditz was met vlagnummer R199 in de periode 1844 t/m 1860 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 31 mei 1860 vraagt de wed.F.C.Bauditz geb. Storm om een uitkering. In de vergadering dd 28 juni 1860 vraagt het Bestuur informatie omtrent de klasse waarin de uitkering moet worden uitgekeerd. In de vergadering dd 26 juli 1860 volgt een toekenning ingaande 01 maart 1860 in de 1e klasse voor haar en 2 kinderen.042.

In de notulen van de Algemene Vergadering dd 04 september 1860 staat vermeld dat per 01 maart 1860 een uitkering in de 1e klasse wordt uitgekeerd aan de Wed. F.C.Bauditz geb. Storm voor haar en 2 kinderen.023.

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer            jaren                type        scheepsnaam                      naam reder/boekhouder

        676                1844-1846            bark       De Drie Gebroeders            W.Ruijs J.Dz te Rotterdam

                                   1848                bark       Ida Elisabeth                       idem

                               1849-1853            bark       Resident van Son idem

        311                1854-1855            bark       Resident van Son idem

                                   1855                “zonder schip”

                               1856-1859            fregat     Maria Elisabeth Margaretha            idem

 

F.C.Bauditz is gezagvoerder geweest op diverse schepen van de rederij W.Ruys J.Dz te Rotterdam. Aan de bronnen 024 en 025 zijn de volgende gegevens onleend:

Uit een brief dd.01 augustus 1844 van de rederij Ruys uit Rotterdam aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij:

“Op 31 Juli 1844 is bij Fop Smit te Slikkerveer (gemeente Riddderkerk) te water gelaten het barkschip “Drie Gebroeders”, groot circa 300 Java-Lasten, gebouwd voor rekening eener reederij onder mijne directie en zullende worden gevoerd door kapitein F.C.Bauditz. Deze bodem is gebouwd met geen ander doel, dan om een aantal menschen aan het werk te houden, die zich anders gedurende dien tijd van hun bestaan beroofd zouden hebben gezien. Het zal in het laatst van Augustus 1844 naar Batavia vertrekken.”024

F.C.Bauditz was de eerste gezagvoerder van de “Ida Elisabeth, 441 ton, gebouwd in Kinderdijk in 1846/1847. De eerste reis ging naar Manilla024. Bauditz was gezagvoerder van 1848-1850025.

F.C.Bauditz was in de periode 1857 t/m 1860 gezagvoerder van het 3/m schip de”Maria Elisabeth Margaretha” (825 ton, gebouwd in 1855/1856 te Slikkerveer. Dit schip ging in 1860 verloren. “...ondervond noodweer op weg van Cardiff naar Singapore met lading kolen; ankerde als noodhaven in Camaret Bay bij Brest op 29 janiari 1860; schip sloeg van de ankers, liep aan de grond en ging verloren; van de bemanning kwamen 10 man, waaronder de Gezagvoerder, om het leven”024en 25.

Uit een lijst in referentie 024 kan worden samengevat: Bauditz was de eerste gezagvoerder in 1844 van de bark de “Drie Gebroeders”, in 1847 van de bark “Ida Elisabeth”, in 1849 van het campagne-barkschip de “Resident van Sonidem” en in 1856 van het fregat de “Maria Elisabeth Margaretha”, alle van de rederij W.Ruys J.Dz.024.

 

In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein F.C.Bauditz met vlagnummer R199 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

1849, 1851           van de bark “Resident van Son”      375 last  W.Ruys J.Dz te Rotterdam

1855, 1858, 1859 van het fregat “Maria Elisabeth Margaretha                436 last  W.Ruys J.Dz te Rotterdam

 

Bouma025 vermeldt F.C.Bauditz als gezagvoerder gedurendee:

*    1845 t/m 1847 van de bark “Drie Gebroeders”, gebouwd in 1844 te Slikkerveer, 412 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1848 t/m 1849 van de bark “Ida Elisabeth”, gebouwd in 1847 te Kinderdijk, 444 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1850 t/m 1856 van de bark “Resident van Son”, gebouwd in 1849 te Kinderdijk, 677 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1857 t/m 1860 van het 3/m schip “Maria Elisabeth Margaretha”, gebouwd in 1856 te Slikkerveer, 825 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam. In januari 1860 op de kust bij Brest van de ankers geslagen met kolen van Cardiff naar Singapore;

 

Overige bijzonderheden

In de Harlinger Courant dd 15 februari 1860 staat het volgende bericht096:

“Omtrent het noodlottig vergaan van het Nederlandsche fregatschip Maria Elisabeth Margaretha, kapitein Bauditz, verneemt men de treffende bijzonderheid, dat zich onder de opvarenden bevond een der zoons van den kapitein, een jongeling van 18 jaren. Nadat deze door zijnen vader van boord was gezonden, en, goed zwemmer zijnde, zich had gered, keerde hij naar het schip terug, om zijnen vader die niet zwemmen kon, zoo mogelijk te redden. De kapitein echter wilde het leven zijns zoons aan zulk eene wanhopige poging om te redden niet blootstellen, en zond hem terug. Nauwelijks was de jonge Bauditz weder op het drooge, of het denkbeeld dat zijn vader moest verdrinken, overmande hem, en hij wierp zich op nieuw in zee, en trachtte ten tweeden male, op het wrak teruggekeerd, zijnen vader te overreden zich aan zijne krachten toe te vertrouwen. Maar de kapitein wilde daarvan niet hooren en beval zijn zoon, nu met gezag, het zinkend wrak te verlaten. De zoon bereikte daarop weder het strand, en, zoo als bekend is, de kapitein vond zijn graf in de golven.

Men schrijft betreffende deze scheepsramp nog uit Camaret dd 2 dezer, dat van de elf verdronken personen der equipaadje zeven lijken zijn gevonden, waaronde die van den doctor, de twee stuurlieden, den bootsman en den hofmeester. De overigen lijken had men, in weerwil van alle daartoe aangewende pogingen, niet kunnen vinden.

Door de zorgen van den heer Falloy, commissaris der keizerlijke Fransche marine, zijn de gevonden lijken op het kerkhof te Camaret ter aarde besteld. De geheele bevolking van dat zeeplaatsje betoonde de meeste deelneming.

De zeven lijkbaren, elk door vier man gedragen, voorafgegaan door den geestelijke dier gemeente, werden gevolgd door bovengemelden keizerlijke commissaris, door de 15 geredde schipbreukelingen, het geheele personeel der marine aldaar, verscheidene beambten per douane, het gemeente-bestuur met den maire, en eene onafzienbare menigte volks. Dat alles vormde een treffende schouwspel. Nadat de kisten in het graf waren nedergelaten, rigtte de heer Falloy een roerend woord met betrekking tot deze droevige plegtigheid tot de omstanders en dankte allen voor de betoonde deelneeming. Daarna ging men diep getroffen uiteen.”

Maria Elisabeth Margaretha. CSR 415/200:  683 tons.  27 crew.  Captain = F.C. Bauditz.  Departed Newport, Monmouth, Wales on 26 August 1858 with a cargo of 950 tons of coals and arrived at Albany on 23 November 1858.  Where intended bound – uncertain. 110

 

 

Datum vanaf: 1849
Kapitein: Bauditz, Frederik Carel

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

C.Kramers was met vlagnummer R357 in de periode 1852 t/m 1864 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In het Jaarverslag 1864 van het College (Maritiem Museum, Rotterdam) wordt vermeld dat hij in 1864 is overleden058.

In het Jaarverslag 1865 van het College staat in de Rekening van Ontvangst en Uitgaaf vermeld dat de weduwe C.Kramers de haar toekomende uitkering aan de Maatschappij heeft geschonken058

 

De schepen van de kapitein

In de Jaarverslagen van het College staat kapitein C.Kramers met vlagnummer R357 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

*    1855, 1858            van de bark “Resident van Son”               375 last     varend voor W.Ruys J.Dz te Rotterdam

*    1859                       van de bark “Ida Elisabeth”                       380 last     varend voor W.Ruys J.Dz te Rotterdam

*    1862, 1863 geen vermelding van schip en boekhouder

 

Bouma025 vermeldt C.Kramers als gezagvoerder gedurende:

*    1857 t/m 1860 van de bark “Resident van Son”, gebouwd in 1849 op de werf van Fop Smit te Kinderdijk, 677 ton o.m., varend voor W.Ruys J.D.z te Rotterdam.

*    1860 van de bark “Ida Elisabeth”, gebouwd in 1856 te Kinderdijk op de werf van J.& K.Smit, 724 ton, varend voor Wm. Ruys J.D.z te Rotterdam

 

Overige bijzonderheden

Geen

 

 

Datum vanaf: 1855
Kapitein: Kramers, C.

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

  1. van der Hoff was met vlagnummer R17 in de periode 1858 t/m 1863 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschppij tot Nut der Zeevaar058.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In het Jaarverslag 1863 van het College (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat op hem “Art 37. van het reglement” is toegepast  d.w.z. dat het College een einde aan zijn lidmaatschap heeft gemaakt, vanwege het niet nakomen van zijn financiële verplichtingen058

 

De schepen van de kapitein

In het Jaarverslag van het College staat kapitein D. van der Hoff met vlagnummer R17 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

*   1858         van de bark “Whampoa”      246 last               varend voor W.Ruys J.Dz te Rotterdam

*   1859         van de bark “Resident van Son”                      357 last        varend voor W.Ruys J.Dz te Rotterdam

*   1862                                                      geen vermelding van schip en boekhouder

 

Bouma025 vermeldt D. v/d Hoff als gezagvoerder gedurende:

*    1857 t/m 1859 van de bark “Whampoa”, gebouwd in 1848 te Slikkerveer, 462 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam;

*    1860 t/m 1861 van de bark “Resident van Son”, gebouwd in 1849 te Kinderdijk, 677 ton o.m., varend voor W.Ruys JDz te Rotterdam.

 

Overige bijzonderheden

D.van der Hoff vervoerde per 30 oktober 1858 vanuit Vlissingen met de “Whampoa” 1 landmachtofficier naar Indië. Aankomstdatum te Batavia is niet vermeld065.

 

 

 

Datum vanaf: 1859
Kapitein: Hoff, D. van der

Familiegegevens en opleiding

Geen

De schepen van de kapitein

J.W.Butner was in 1862 gezagvoerder van de “Resident van Son” van rederij W.Ruys J.Dz. Het schip strandde in 1862 op de zuidkust van Engeland bij Bevezier (d.i. huidige Beachy Head, een kaap bij Eastbourne aan de Kanaalkust). De bemanning kon in veiligheid worden gebracht024 en 025.

Overige bijzonderheden

Geen

 

Datum vanaf: 1861
Kapitein: Butner, J.W.

Afbeeldingen


Omschrijving: De RESIDENT VAN SON op strand. Men is bezig de tuigage te verwijderen. Men ziet ook duidelijk de breuk in de romp.
Gemaakt door: Wynter, Mark
Onderwerp: Stranding

Omschrijving: RESIDENT VAN SON gestrand. De lading ligt op het strand. Op de achtergrond het schip Foto's op een plaat voor een stereoscopische kijker With credit to the "Seaford Museum and Heritage Society (C)
Gemaakt door: Wynter, Mark
Onderwerp: Stranding
Algemene informatie

NRC 290562. Rotterdam, 28 mei. Het Nederlands barkschip RESIDENT VAN SON, kapt. Butner, van Batavia naar Rotterdam, is volgens telegram van Newhaven van hedenmorgen 9½ ure, vier mijlen ten westen van Bevezier (opm: Beachy Head) gestrand en zit zeer gevaarlijk. De passagiers en equipage zijn gered. De lading wordt in boten gelost.

Kroniekberichten

Toon kroniekberichten
Akten

NA-Den Haag Archiefnummer Rott.3.03.17.01.3675.165
DVD VIII – 387, 388
BIJLBRIEF
Naam schip RESIDENT VAN SON

plaats en datum acte bijlbrief, Nieuw Lekkerland, 23 mei 1849

type schip bark

bouwwerf/verkoper Fop Smit, scheepsbouwmeester te Kinderdijk,
gemeente Nieuw Lekkerland

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper rederij onder directie van Willem Ruys J.Dzn., Rotterdam

te voeren door kapt.

grootte in tonnen 375 lasten

tuigage / aantal dekken

afmetingen

kiellegging 18 juli 1848

tewaterlating 23 mei 1849

plaats / datum registratie Rotterdam, 31 mei 1849

nummer van registratie deel 37, folio 90, case 6

notaris Burgemeester gemeente Nieuw Lekkerland

prijs

bijzonderheden






researcher/datum research: ML / 240208

Naam RESIDENT VAN SON
Archiefinstelling Nationaal Archief Den Haag
Jaar 1849
Toegang 3.03.17.01
Inventaris 3675

Bronnen


Jaar: 1849
Bron: NA-Den Haag
Omschrijving: BIJLBRIEF Rott.3.03.17.01.3675.165