Familiegegevens en opleiding
Marten Pieters de Jonge werd geboren te Veendam op 12 oktober 1788 als zoon van schipper Pieter Aris (de Jonge) en Dieltje Martens (Dik).
Marten trouwde op 01 augustus 1819 te Veendam als schipper met Hinderkien Jacobs Puister, geboren te Veendam op 16 september 1798 als dochter van de landbouwer Jacob Hindriks Puister en Marchien Hiddes Bossema. Hindrikjen Jacobs overleed op 19 december 1868 te Veendam, oud 70 jaar.
Het echtpaar had ten tijde van de inschrijving in het Weldadig Zeemans Fonds 3 zonen, geboren op 28 januari 1822, 14 april 1827 en 25 juli 1828
Marten overleed op 08 juli 1885. 96 jaar, zonder beroep, weduwnaar.
Burgerlijke Stand akten uit de provincie Groningen vermelden Marten als schipper in 1819, 1820, 1822, 1825, 1826, 1827, 1828, 1829, 1832, 1834, 1835, 1836, 1837, 1838, 1840, 1841, 1846, 1855, zonder beroep in 1857, 1858, 1868, 1875, 1885.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
M.P.de Jonge (adres J.Corver & Co) werd per 06 oktober 1829 op voordracht van P.F.Wegener en met vlagnummer 298 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdams zeemanscollege "Zeemanshoop". Bij de inschrijving was zijn schip de "Petrus Jacoba"002.
In de Algemene Ledenvergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop van 29 september/06 oktober 1829 werd Marten Peter de Jonge, wonende te Veendam en adres J.Corver te Amsterdam, oud 41 jaar, voerend de kof “Petrus Jacobus”, op voordracht van P.F.Wegener voorgedragen/benoemd tot effectief lid met vlagnummer 298023.
Hij werd deelnemer van het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemanshoop per 19 januari 1830.003
M.P. de Jonge was effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop” in de periode 1829 t/m 1836 met vlagnummer 298, in de periode 136 t/m1854 met vlagnummer 193 en in de periode 1854 t/m 1885 met vlagnummer 55. Hij was dus 56 jaar lid en voerder 3 vlaghnummers.
M.P.de Jonge was effectief lid van het Veendammer zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart” met vlagnummer Y2 resp. 48 in de periode 1827 t/m 1858.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 01 maart 1849 staat een verzoek van kapitein M.P. de Jonge om een bus te mogen plaatsen “tot inzameling van reisgelden voor de vrouw van den Matroos H.Ketelaar.”Het Bestuur antwoordt dat een en ander al in de Algemene vergadering is geschied en een bedrag heeft opgebracht van f 14,64.042.
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 25 november 1858 vraagt kapiteinM.D. de Jonge om een uitkering.042
In de notulen van de Bestuursvergadering van 31 mei 1859 is een brief van M.P. de Jonge “vragende inlichting waarom slechts een derde der uitkeering.”. Het Bestuur wijst naar art. 93 van het Oude Reglement. Daarin wordt de onderstand geregeld naar gelang de behoefte van de deelnemer ter beoordeling van het Bestuur.
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 01 maart 1860 vraagt kapitein M.P. de Jonge om een verhoging van zijn uitkering, die thans maar 1/3de bedraagt.042.
In de Bestuursvergadering dd 07 februari 1861 vraagt M.P. de Jonge waarom zijn verzoek om onderstand is afgewezen. In de vergadering dd 28 maart 1861 wordt geantwoord dat het Bestuur bij het eerder genomen besluit blijft.042
In de Bestuursvergadering dd 28 januari 1869 vraagt kapitein M.P. de Jonge om vrijstelling van de jaarlijkse contributie. Een besluit wordt aangehouden.042.
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 25 februari 1869 wordt het verzoek om vrijstelling van storting door M.P. de Jonge afgewezen. “vermits het neederkomt op vrijstelling van contributie, welke het Bestuur niet mag toestaan.”042
In de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 oktober 1875 vraagt M.P. de Jonge om vrijstelling van contributiebetaling. Op 25 november 1875 rapporteert een onderzoekscommissie en het Bestuur besluit conform (maar wat?)
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 27 januari 1876 staat: “Brief van Kapt. M.P. de Jonge wegens zijne deelneming. Antwoorden dat de verzoeker niet voor zijn lidmaatschap kan bedanken.”042.
In de Bestuursvergadering dd 25 februari 1886 vraagt Mr G.Brouwer Jz inlichtingen over de uitkering aan kapitein M.P. de Jonge. De secretaris bericht dat L.C.Weldrager, procuratiehouder van kapitein de Jonge, “op 21 juli 1885 de laatste drie maanden ontvangen heeft tot een bedrag van f 33,27”. De inhoudelijke betekenis van dit bericht is me onduidelijk.
In de notulen van 06 februari 1849 van de Algemene Vergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop wordt behandeld een: “Brief van het medelid kapitein M.P.de Jonge, verzoekende dat er een Bus worde geplaatst tot inzameling van reisgeld voor de vrouw van H.Ketelaar, welke laatste ten gevolge eener verwonding zijn been is afgezet en welke Vrouw met hare 5 kinderen naar Veendam zou willen vertrekken.” Er wordt in deze bus een bedrag van f 14,64 ingezameld.023.
Ik ben er allerminst zeker van dat het hier kapitein H.J.Ketelaar betreft. Wellicht dat de publicatie van Loomeijer (zie bij Ketelaar) duidelijkheid geeft. Het bericht geeft in ieder geval de betrokkenheid van kapitein de Jonge. Was het wellicht een bemanningslid van hem?
In de notulen van de Algemene Vergadering van 18 januari 1859 staat vermeld dat per 01 februari 1859 een uitkering is toegekend aan kapitein M.P. de Jonge. In de notulen dd 05 juli 1859 staat een vraag van kapitein M.P. de Jonge waarom hij slechts ? der uitkering in de 1e klasse heeft gekregen. Het Bestuur verwees hem naar art. 93 in het oude Reglement023.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
298 1829-1835 kof Petrus Jacobus de kapitein
193 1836-1837 kof Petrus Jacobus de kapitein
1838-1846 sch.kof Petrus Jacobus de kapitein
1848-1853 sch.kof Hendrika de kapitein
55 1854-1858 sch.kof Hendrika de kapitein
1859-1884 geen opgave van schip en boekhouder
Bouma025 vermeldt M.P. de Jonge als gezagvoerder gedurende:
* 1818 t/m 1832 van de smak “Goede Verwachting”, gebouwd in 1814, bouwlocatie niet vermeld, 71 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar(?) vanuit veendam. Het schip werd 2 maal te Harlingen geregistreerd, komend van Kragerö resp. Hamburg.
* 1830 t/m 1847 van de schoenerkof “Petrus Jacobus”, gebouwd in 1829 te Veendam, 130 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Veendam;
* 1848 van hetzelfde schip maar nu varend voor de Wed. B.E.Boll te Veendam. Het schip voer in 1848 onder Braams & Schaafsma te Harlingen en was herdoopt in “Almenum”;
* 1849 t/m 1858 van de kof “Hendrika”, gebouwd in 1848 te Hoogezand, 119 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Veendam;
In de Almanak voor Zeevarenden 1852, vermoedelijk uitgegeven door het college “Eendracht” te Groningen en aanwezig in het Veenkoloniaal Museum te Veendam staat in de ledenlijst van het Veendammer zeemanscollege kapitein M.P. de Jonge met vlagnummer Y2 resp. 48 als gezagvoerder van de “Hindrika”.
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen vemeldt
10 juni 1815, schip “Goede Verwagting”, kapitein Marten P. de Jonge.
29 maart 1816, schip “Goede Verwachting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
18 februari 1818, schip “Goede Verwagting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
15 april 1820, schip “Goede Verwagting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
19 februari 1822, schip “Goede Verwachting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
15b maart 1823, schip “Goede Verwachting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
07 februari 1824, schip “Vrouw Henderika”, schipper Marten Pieters de Jonge
05 februari 1825, schip “Goede Verwachting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
12 februari 1826, schip “Goede Verwachting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
03 maart 1827, schip “Goede Verwagting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
04 februari 1828, schip “Goede Verwagting”, kapitein Marten Pieters de Jonge.
Geen datum, 1829, schip “Petrus Jacobus”, kapitein Marten P. de Jonge.
17 februari 1830, schip “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
15 februari 1832, schip “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
19 februari 1834, schip “Petrus Jakobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
14 februari 1835, kof “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
13 februari 1836, schip “Petrus Jakobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
13 februari 1837, kof “Petrus Jakobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
26 februari 1838, kof “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
28 januari 1839, kof “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
25 januari 1840, kof “Petrus Jakobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
20 februari 1841, kof “Petrus Jakobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
22januari 1842, kpf “Petrus Jacobus, schipper Martin Pieters de Jonge.
03 februari 1844, kof “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
27 januari 1845, kof “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
24 januari 1846, kof “Petrus Jakobus”, schipper Martin Pieters de Jonge.
23 januari 1847, schip “Petrus Jacobus, schipper Marten Pieters de Jonge.
03 mei 1848, kof “Hendrika”, schipper Marten Pieters de Jonge, 59 jaar uit Veendam.
05 februari 1851, kof “Hinderika”, schipper Marten Pieters de Jonge.
23 januari 1854, kof “Henderika”, schipper Marten Pieters de Jonge,
10 februari 1855, kof “Henderika”, schipper Marten Pieters de Jonge,
09 februari 1856, kof “Hinderika”, schipper Marten Pieters de Jonge,
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 13 september 1821114
Rotterdam, 12 september. Van Vlissingen wordt van den 8 gemeld:
Gisteren en heden zijn van onze rede naar hun destinatie vertrokken de schepen de BROTHERS, J. Johnstone, van deze stad naar Leith gedestineerd; de LIEFDE, S. Koors, en de GOEDE VERWACHTING, M.P. de Jonge, van Amsterdam naar Duinkerken gedestineerd…..
Familiegegevens en opleiding
Adriaan de Jonge werd geboren te Veendam 25 juli 1828 als zoon van schipper Marten Pieters de Jonge en Hinderkien Jacobs Puister.
Adrian trouwde op 05 augustus 1857 te Veendam als schipper met Klazien Derks Hazewinkel, geboren te Veendam 20 december 1834 als dochter van de schipper, later beurtschipper, Derk Hindriks Hazewinkel en Deeltje Willems de Lange. Klazien overleed op 13 februari 1871 te Veendam, 35 jaar.
Adriaan hertrouwde op 12 januari 1875 te Veendam als schipper met zijn schoonzuster Geesjen Hazewinkel, geboren te Veendam 10 februari 1839 als dochter van de beurtschipper Derk Hindriks Hazewinkel en Deeltje Willems de Lange. Geesjen was de weduwe van Luiken Lukens, die op 13 april 1874 te Danzig overleed. Geen ggevens over het overlijden van Geesje gevonden
Adriaan overleed te Dordrecht op 29 augustus 1887.
Burgerlijke Stand akten uit de provincie Groningen vermelden Adriaan aals schipper in 1857. 1858, 1860, 1863, 1871, 1875, 1878,
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
Adriaan Martens de Jonge wonend te Veendam was effectief lid van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” met vlagnummer 39 in de periode 11 oktober 1866 t/m zijn overlijden op 29 augustus 1887.
A.M. de Jonge wass effectief lid van het zeemanscollege “De Harmonie” te Wildervank met vlagnummer 115 in de periode 1874 t/m 1883
A.M. de Jonge was effectief lid van het Veendammer zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart” met vlagnummer Y2 resp. 48 in de periode 1859 t/m 1885.
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
Op 10 november 1866 staat in het kasboek van het Armenfonds van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” “Verkoop der aan het Armenfonds geschonken vlag van wijlen kapitein H.O.Piccardt aan kapitein A.M. de Jonge” voor f 5,- (Kapitein nam na de dood van kapitein Piccardt diens vlagnummer 39 over)064b
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 15 februari 1883 van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” staat een verzoek van kapitein A.M. de Jonge om “ondersteuning of schadevergoeding wegens vergaan van de “Merwedestroom”, waarbij hij f 300,- verlies leed. Er wordt meegedeeld dat de penningmeester hem al f 20,- heeft uitgekeerd, en dat nader onderzoek zal worden gedaan naar zijn verzoek. In de notulen van de vergadering dd 08 maart 1883 staat de uitslag van dit onderzoek waarin de opmerking “… mogt hij werkelijk verlies hebben gehad, het nimmer de som van f 300,- geweest kan zijn”. Er is dus geen reden voor onderstand “op grond van zijn bewering”. Maar het Bestuur wordt gemachtigd hem hoogstens f 30,- te geven. In de notulen dd 10 mei 1883 staat dat het Bestuur aan kapitein de Jonge, “nadat hij het verlies met het schip Merwedestroom gehad heeft f 20,- was uitbetaald geworden.”064a.
Bouma025 vermeldt een 2-mast schoener “Merwedestroom”, gebouwd in 1851 te Dordrecht bij C.Gip & Zn, 97 ton en varend voor Klerk & Voogd te Dordrecht. De laatst genoemde kapitein is in 1882 H.Sannes eveneens lid van het Dordtse zeemanscollege met vlag 52. Daarbij de opmerking dat het schip is verkocht naar Engeland en op reis daarheen is gezonken. Kennelijk is op deze laatste reis naar Engeland de Jonge gezagvoerder geweest.
In het kasboek van het Dordtse College dd 30 augustus 1887 staat de de boeking van de uitkering aan de weduwe van kapitein A. de Jonge van de regelementair toegestane f 200,-.064b
De schepen van de kapitein
In Ledenlijsten de Dortse zeemansalmanak (Stadsarchief Dordrecht, inv. 93, nrs 16-33) staat A.M. de Jonge als gezagvoerder06a4:
* 1874 schoener “Mathilde” boekhouder De Court & Co te Dordrecht.
Bouma025 vermeldt A.M. de Jonge als gezagvoerder van:
* 1859 t/m 1864 van de kof “Hendrika”, gebouwd in 1848 te Hoogezand, 119 ton o.m., varend voor M.P. de Jonge te Veendam;
* 1866 t/m 1880 van de 2-mastschoener “Mathilda”. gebouwd in 1865 te Veendam, 158 ton o.m., varend voor de Court & Co te Dordrecht. Het schip werd in 1880 verkocht naar Noorwegen;
* 1883 van de 2-mastschoener “Anna”, gebouwd in 1855, bouwlocatie niet vermeld, 145 ton o.m., varend voor K.J.Bos te Wildervank.
De schepen zijn wellicht van verscheidene gezagvoerders met de initialen A.M.
In de ledenlijst van het Veendammer zeemanscollege opgenomen in een almanak uit 1862 uitgegeven door de zeemanscolleges van Wildervank en Nieuwe Pekela wordt A.M. de Jonge vermeld als gezagvoerder van de “Henderika” met vlagnummerY2 resp. 48.
In een Naamlijst van Leden van het Veendammer zeemanscollege in 1880 aanwezig in het Veenkoloniaal Museum te Veendam staat A.M. de Jonge als gezagvoerder van de “Mathilda” met vlagnummer Y2 resp.48.
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen vermeldt:
03 februari 1844, kof “Petrus Jacobus”, schipper Marten Pieters de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman, lichtmatroos en de kajuitwachter Adriaan Martens de Jonge geen leeftijd en woonplaats vermeld.
27 januari 1845, kof Petrus Jacobus”, schipper Marten Pieters de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman, kok Adriaan Martens de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld, 2 matrozen en een kajuitwachter.
24 januari 1846, kof “Pollux”, schipper Geert Roelfs de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman, kok, matroos en de lichtmatroos Adriaan Martens de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld.
03 februari 1847, kof “Pollux”, schipper Geert Roelfs de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman, kok, matroos en de lichtmatroos Adriaan Martens de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld.
02 mei 1848, kof “Hendrika”, schipper Marten Pieters de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman, kok, koksmaat, en 2 matrozen waaronder Adriaan Martens de Jonge, 19 jaar uit Veendam.
10 februari 1855, kof “Henderika”, schipper Marten Pieters de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman Adriaan Martens de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld, kok, 2 matrozen en een lichtmatroos.
09 februari 1856, kof “Henderika”, schipper Marten Pieters de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld. Voorts stuurman Adriaan Martens de Jonge, geen leeftijd en woonplaats vermeld, kok en een lichtmatroos.
In de7 monsterrollen op het overzicht van het Noordelijk Scheepvaart Museum te Groningen wordt gesproken van Adriaan Martens de Jonge.
Het overzicht luidt:
1844 kajuitwachter op de kof “Petrus Jacobus” onder Marten P. de Jonge (zijn vader) geen leeftijd
1845 kok op de kof “Petrus Jacobus” onder Marten P. de Jonge idem
1846-1847 lichtmatroos op de kof “Pollux” onder Geert Roelfs de Jonge idem
1848 matroos op de kof “Henderika” onder Marten Pieters de Jonge 19 jaar
1855-1856 stuurman op de kof “Henderika” onder Marten Pieters de Jonge geen leeftijd
Overige bijzonderheden
Geen