1844
GRC 190444
Hamburg, 10 april. Aangekomen ALBERDINA, Venema van Makkum.
GRC 030944
Danzig, 21 augustus. Binnengekomen ALBERDINA, Venema van Hamburg.
1845
GRC 160545
Gepasseerd te Rendsburg: de 6e mei. kapt. Venema, ALBERDINA, van Koningsbergen naar Engeland.
GRC 200545
Gepasseerd te Tonningen: de 8e mei kapt. Orre, DE TWEE GEBROEDERS, van Lübeck naar Amsterdam; kapt. Venema, ALBERDINA, van Koningsbergen naar Macduff.
GRC 120845
Gepasseerd te Tonningen: 3 augustus: kapt. Venema, ALBERDINA, van Amsterdam naar Stettin.
GRC 150845
Gepasseerd te Rendsburg: 7 augustus: kapt. Scholtens, ALIDA, van Groningen naar de Oostzee; kapt. Jonker, BARBARA, van Bremen naar Danzig; kapt. Venema, ALBERDINA, van Amsterdam naar Stettin.
GRC 230945
Gepasseerd te Rendsburg: 15 september: kapt. Venema, ALBERDINA, van Stettin naar Amsterdam.
AC 131245
Cuxhaven, 28 november. Het kofschip ALBERDINA, kapt. Fenenga, van Newcastle naar Amsterdam met een lading steenkolen bestemd, is alhier lek, met verlies van zwaarden, anker, touwen en meer andere schade binnengelopen.
1846
PGC 270146
Volgens brief van Cuxhaven van de 18e januari waren aldaar nog onder reparatie liggende de schepen GEERTRUIDA, kapt. Mellema, komende van Rostock, ALBERDINA, kapt. Venema, komende van Newcastle, MARGARETHA EVERANDA (opm: smak MARGRETHA EVERARDA), kapt. G.O. Sap, komende van Faaborg, TEKELA, kapt. J.J. de Vries, komende van Stettin, en alle bestemd voor Amsterdam.
PGC 060346
De schepen GEERTRUIDA, kapt. Mellema, van Rostock, ALBERDINA, kapt. Venema, van Newcastle en TEKLA (opm: THECLA of TEKELA), kapt. De Vries, van Stettin, alle naar Amsterdam, te Cuxhaven met schade binnengelopen, hebben de 27e februari na volbrachte reparatie de reizen weder voortgezet.
NRC 070346
Cuxhaven, 1 maart. Gisterenmorgen geraakte de alhier in de haven liggende en met kolen beladen zijnde Nederlandse kof ALBERDINA, kapt. Venema, in brand, hetwelk echter spoedig weder is geblust.
NRC 260346
Cuxhaven, 20 maart. Uitgezeild ALBERDINA, Venema naar Amsterdam.
GRC 170446
Amsterdam, 11 april. Aangekomen ALBERDINA, Venema van Newcastle.
NRC 090746
Elseneur, 1 juli. Gepasseerd TEUPKINA, Baas van Amsterdam naar Petersburg.
AH 131146
Cargalijst Amsterdam. TEUPKINA, Baas van Ystad met 912 tonnetjes rogge.
1847
GRC 300347
Zoutkamp, 27 maart. Uitgezeild TEUPKINA, Baas naar Londen.
GRC 261147
Zoutkamp, 22 november. Aangekomen TEUPKINA, Baas van Noorwegen.
1848
GRC 140348
Zoutkamp, 12 maart. Uitgezeild TEUPKINA, Baas naar Noorwegen.
NRC 131148
Texel, 10 november. Vertrokken TEUPKINA, R.R. Baas naar Newcastle.
1849
NRC 200249
Texel, 18 februari. Aangekomen TEUPKINA, R.R. Baas van Sunderland.
GRC 020349
Amsterdam, 25 februari. Binnengekomen TEUPKINA, Baas van Sunderland.
AH 030549
Verkoping van schepen, enz.
Te Amsterdam. Op dinsdag 1 mei 1849. Het overdekte kof-tjalkschip, genaamd geweest ALBERDINA, thans TEUPKINA, groot 67 tonnen of 35 lasten, gevoerd door kapt. Roelf Roelfs Baas, / 3650, Mr E.J. Asser.
AH 030549
Verkoping van schepen, Dinsdag p°. mei, op het Paleis van Justitie. Het Kof-Tjalkschip TEUPKINA, kapt.R.R. Baas, 67 Tonnen. Ingezet ƒ 50. In slag ƒ 3600. Mr. E.J. Asser.
GRC 240849
Zoutkamp, 19 augustus. Zeilklaar WILLEM HENDRIK, Hangelbroek naar Noorwegen.
GRC 131149
Texel, 9 november. Aangekomen WILLEM HENDRIK, Hangelbroek van Londen.
1850
GRC 220150
Londen, 15 januari. Binnengekomen WILLEM HENDRIK, Hangelbroek van Groningen.
AH 191050
Vlie, 14 oktober. Aangekomen WILLEM HENDRIK, C.C. Hangelbroek van Larvick.
1851
GRC 110351
Zoutkamp, 8 maart. Uitgezeild WILLEM HENDRIK, Hangelbroek op avontuur.
AH 111251
Cargalijst Amsterdam. WILLEM HENDRIK, Hangelbroek van Londen met 108 fusten koopmansgoederen en 153 pakken kurk. Order.
1852
AH 150452
Texel, 14 april. Aangekomen WILLEM HENDRIK, Hangelbroek van Roche.
GRC 061252
Berwick, 1 december. Uitgezeild WILLEM HENDRIK, Hangelbroek naar Hamburg.
1853
PGC 050553
Aangaande het schip WILLEM HENDRIK, kapt. Hangelbroek (opm: tjalk, bouwjaar 1844, kapt Kornelis Korneliszoon Hangelbroek), te Leek te huis behorende en de 1e december 1852 van Berwick naar Hamburg vertrokken, heeft men sedert niets vernomen.
1856
PGC 120456
Advertentie. In den jare 1856, de 9e april, ten verzoeke van Geertruida Heerdt, vrouw van Cornelis Hangelbroek, zonder beroep, wonende te Leek, heb ik, Martunus Wolthers, deurwaarder bij de Arrondidssements Rechtbank te Groningen, ten eerste male gedagvaard opgemelde Cornelis Hangelbroek, van beroep zeekapitein, gewoond hebbende te Leek, om op de 18e juni a.s. te verschijnen voor de Arrondissements Rechtbank te Groningen, ten einde:
- aangezien gedaagde in den jare 1852 zijn woonplaats heeft verlaten zonder volmacht.
- aangezien de laatste tijding van de gedaagde is geweest een brief van de 27e november 1852, geschreven uit North Sunderland en er sedertdien geen bewijs van zijn aanwezen of overlijden is ingekomen.
- aangezien de requirante er belang bij heeft dat worde verklaard, dat er rechtsvemoeden van het overlijden van de gedaagde bestaat sedert de 7e december 1852.
aan gemelde rechtbank van zijn aanwezen te doen blijken.
Groningen, 9 april 1856, M. Wolthers, deurwaarder.
(opm: het betreft de vermissing van de WILLEM HENDRIK eind 1852)
>