Familiegegevens en opleiding
Een Harm de Haan werd geboren op 05 mei 1813 te Sappemeer als zoon van Cornelius Edzkes de Haan en Gieltje Hindriks Bontekoe. Harm trouwde op 08 april 1849 te Hasselt als scheepskapitein met Cornelia Anna Christina Schutte, geboren op 03 november 1824 te Hasselt als dochter van de bakker Reint Schute en Berendina Aleida van Aalderen. Cornelia overleed op 03 maart 1909 te Hasselt, 84 jaar, weduwe. Harm overleed op 14 januari 1894 te Hasselt, 80 jaar.
Lidmaatschap Zeemanscolleges
Harm C. de Haan was effectief lid van het zeemanscollege “De Vooruitgang” te Sappemeer met vlaggenummer 47 in de periode 1849 t/m 1874. Volgens de Amsterdamsche Almanak voor Koophandel en Zeevaart was hij “geen trekkend lid” in de periode 1863 t/m 1873. In de ledenlijsten in de Amsterdamsche Almanak voor Koophandel en Zeevaart van 1850 t/m 1855 was Harm C. de Haan gezagvoerder van de “Provincie Overijssel”.
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt H.C.de Haan als gezagvoerder gedurende:
* 1849 van de kof “Provincie Overijssel”, gebouwd in 1841 te Zwolle, 95 ton o.m., varend voor van Rees & v/d Vegte te Zwolle;
* 1850 t/m 1858 van hetzelfde schip maar nu varend voor de Zwolsche Reederij Maatschappij te Zwolle;
* 1859 t/m 1865 van de kof “Sieuwerdina”, gebouwd in 1842 te Hoogezand, 99 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Sappemeer. Het schip werd door hem in 1865 omgedoopt in “Cornelia Anna Christina”;( de naam van zijn vrouw)
* 1865 t/m 1874 van de kof “Cornelia Anna Christina” ex Siewerdina, gebouwd in 1842 te Hoogezand, 99 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Hasselt. Het schip voer in 1875 voor de Gebr. van Hasselt te Kampen en was herdoopt in “IJssel”.( ? )
Overige bijzonderheden
Op 5 juni 1862 werd de Zwolse rechtbank verzocht de volgende acten te willen registreren.
Anne Willem Hooites, scheepsbouweer op het Hoogezand heeft op 4 maart 1844 in volle eigendom verkocht voor f6.600,- aan Wicher Cornelus de Haan, schipper te Sappemeer, het overdekte kofschip Siwerdina, 99 tonnen en 52 lasten, te betalen in 7 jaarlijkse termijnen.
1 febr. 1861 acte van notaris Willem Steven van der Gronden. Mej. Sievertje Engels zonder beroep wonende te Zwolle, weduwe van Wicher Cornelus de Haan, Verklaart dat is verkocht aan Harm Cornelius de Haan, schipper wonende te Hassselt het overdekte kofschip Siverdina, thans liggende te Hasselt. Het is aangekocht van Anne Willem Hooiker (Hooites?), scheepsbouwer te Hoogezand
Ontleend aan “ZEEVAART ZWOLLE e.o.. Chronologieperiode 1731-1880”, door G. van Heel
Typoscript 158 pp (p.117)
In de bibliotheek van de Stichting Nederlandse Kaaphoornvaarders te Hoorn, Nr 546.
Familiegegevens en opleiding
In de monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen wordt een Hayo Roelfs Veldhuis/Velthuis uit Veendam als stuurman genoemd.
Deze Hajo werd geboren te Veendam op 24 november 1818 als zoon van de schipper Roelf Harrms Veldhuis en Maria Jans Pik en was dus een broer van kapitein Jan Roelfs Veldhuis. Ik heb van deze Hajo/Hayo/Haijo geen verdere gegevens in Groningen gevonden.
Gezien de schepenherkomst zijn van deze H.R.Veldhuis wellicht nadere bijzonderheden te vinden in Overijssel en/of Amsterdam
Voorts de melding dat vanuit Zwolle een kapitein Hugo Roelofs Veldhuis heeft gevaren als gezagvoerder geddurende:
* 1852 t/m 1855 van de 2-mastschoener “Zwolse Diep”, gebouwd in 1848 te Zwolle, 180 ton o.m., varend voor Doyer & Kalff te Zwolle. Verongelukt in de Zwarte Zee;
* 1858 t/m 1868 van de schoenerkof “Johanna” ex Pieter, gebouwd in 1855 te Veendam, 125 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Zwolle. Het schip is in 1868 verloren gegaan.
Al met al blijft de identiteit van deze gezagvoerder onzeker.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
H.R.Veldhuis was effectief lid van het zeemanscollege “De Harmonie” te Wildervank met vlagnummer 124 in de periode 1850 t/m 1864.
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt H.R.Veldhuis als gezagvoerder gedurende:
* 1859 t/m 1860 van de kof “Provincie Overijssel”, gebouwd in 1841 te Zwolle, 95 ton o.m., varend voor de Zwolsche Reederij Maatschappij te Zwolle;
* 1864 t/m 1865 van de kof “Stad Goor”, gebouwd in 1841 te Zwolle, 108 ton o.m., varend voor D.Brodie te Amsterdam;
* 1865 t/m 1873 van de ijzeren 3/msch met stoom “Phenix” ex Twenthe, ex West Friesland, gebouwd in 1841 te Amsterdam, 331 ton o.m., varend voor D.Brodie te Amsterdam.
In het bestand aan monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen wordt 2 keer gerefereerd aan een H.R.Veldhuis/Velthuis en wel:
05 februari 1840, smak “Margaretha”, schipper Tobias Hazewinkel. Voorts stuurman Hajo Roelfs Velthuis, kok en een matroos
24 juni 1842, schip “Gezina”, kapitein Jan Jans Zelling. Voorts stuurman Hayo Roelfs Veldhuis, 23 jaar uit Veendam kok, matroos en een kajuitwachter.
Overige bijzonderheden
Geen
Jan Gruppelaar werd geboren te Veendam op 21 januari 1831 als zoon van de zeeman Pieter Sjoerts Gruppelaar en Niesjen Jacobs Bouten.
Jan trouwde op 17 december 1857 te Veendam als zeeman met Christine Philipine Wichman, geboren te Rüsoir, Noorwegen als dochter van Johan Joachim Wichman en Maren Rusmusdatter. Christine hertrouwde te Veendam op 24 september 1880 met Lucas Puister. Christine overleed op 01 september 1882.
Jan overleed op 26 november 1864 tijdens reis op koftjalk”Christina” v Dokkum nr Helsingborg aan boord op het Jutse Rif.
In Burgerlijke Stand akten in de provincie Groningen wordt Jan vermeld als zeeman in 1857, als schipper in 1859, 1862, 1864.
Lidmaatschap van zeemanscollege(s)
J.P.Gruppelaar was effectief lid van het Veendammer zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart”met vlagnummerP9 resp 207
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.P.Gruppelaar als gezagvoerder gedurende:
* 1861 t/m 1863 van de kof “Provincie Overijssel”, gebouwd in 1841 te Zwolle, 95 ton o.m., varend voor D.Brodie te Amsterdam. Het schip is in 1863 gezonken in de Noordzee;
* 1864 van de kof “Christina”, gebouwd in 1864 te Foxhol, 68 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Veendam. Het schip werd in 1864vermist.
In de ledenlijst van het Veendammer zeemanscollege opgenomen in een almanak uit 1862 uitgegeven door de zeemanscolleges van Wildervank en Nieuwe Pekela wordt J.P.Gruppelaar vermeld als gezagvoerder van de “Prov. Overijssel” met vlagnummer P9 resp. 207.
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen vermeldt:
22 februari 1845, tjalk “Nyssiena”, schipper Pieter Sjoerts Gruppelaar, kajuitwachter Jan Pieters Gruppelaar.
24 januari 1846, tjalk “Niessina”, schipper Pieter Sjoerts Gruppelaar, kok Jan Pieters Gruppelaar.
06 februari 1847, tjalk “Niessina”, schipper Pieter Sjoerts Gruppelaar, kok Jan Pieters Gruppelaar.
16 februari 1848, kof “Roelfina Kuiper”, schipper Jan Abrahams Hazewinkel, kok Jan Pieters Gruppelaar.
13 februari 1850 kof “Roelfina Kuiper”, schipper Jan Abrahams Hazewinkel, lichtmatroos Jan Pieters Gruppelaar.
17 januari 1855, smak “Niesina”, schipper Pieter Sjoerts Gruppelaar , stuurman Jan Pieters Gruppelaar.
14 februari 1857, smak “Niesina”, schipper Pieter Sjoerts Gruppelaar , stuurman Jan Pieters Gruppelaar, 26 jaar uit Veendam
Overige bijzonderheden
Op 29 juli 1840 wordt bij de arrond.rechtbank te Zwolle geregistreerd de kof “”Provincie Overijssel”, kapt. Lars Rendtler, gebouwd op de werf P. van Goor te Zwolle met als directie de Zwolsche Reederijn Maatschappij.
“Het schip is dit voorjaar frisch van de bijl te water gelopen en ligt thans opgetuigd in het water op den Dijk.”
POZC (Proviniciale Overijsselsche en Zwolsche Courant?) van 09 december 1840. (
Zwolle Woensdag 8 dec. Heden arriveerde per stoomboot de hier thuis behorende zeeman J. de Bout, hebbende schipbreuk geleden met het schip Provincie Overijssel, kapitein Gruppelaar. (welke Gruppelaar?) Na van donderdagavond tot zaterdagmorgen in het tuig te hebben doorgebragt, is de bemanning door een vaartuig naar Harlingen overgevoerd, en is hij van daar per stoomboot herwaarts gekomen. Wij melden met genoegen, dat op beide Zwolsche booten te zijnen behoeve een collecte werd gehouden, waarvan de gezamenlijke opbrengst omstreeks vier en twintig guldens bedroeg. Minder aangenaam klinkt het dat hij aan het kantoor der stoomboot Harlingen de volle passagiersvracht moest betalen ondanks zijn verklaring, dat hij alles verloren had, en dat hij van Amsterdam naar Zwolle moest reizen.
Ontleend aan “ZEEVAART ZWOLLE e.o.. Chronologieperiode 1731-1880”, door G. van Heel
Typoscript 158 pp (p.10)
In de bibliotheek van de Stichting Nederlandse Kaaphoornvaarders te Hoorn, Nr 546.
|