1817
Wijcher Hindriks Bontekoe had het schip de TWEE GEBROEDERS, verkocht op openbare veiling voor Mr. Rencke Gockinga, notaris te Groningen, op 23 februari 1815, aan Johannes Bernardus Rubertus schipper, en ehevrouw, destijds woonachtig te Aduard no. 55, voor NLG. 2000, welke in vijf gelijke termijnen betaald zou worden, met 6% interest over openstaande deel. Kopers bleven in gebreke te betalen, weshalve het schip, liggende in de Noorderhaven te Groningen, op 14 januari 1817 door deurwaarder Lammert Tonkens gerechtelijk in beslag genomen werd.
GRC 240117
Mr Herman Trip, openbaar notaris, residerende te Groningen, is voornemens op donderdag de 30 januari 1817, des avonds te 6 uren, ten huize van de logementhouder L. van der Molen, aan de Groote Markt, te Groningen, publiek te verkoopen: IX. Een bevaren tjalk schip, genaamd de TWEE GEBROEDERS, groot plus minus 27 roggelasten, met zeil en treil, ankers en touwen en verdere annexen, invoegen door schipper J.B. Rubartus wordt bevaren, en thans te Groningen, aan het Ameland is liggende. Het tjalk-schip dadelijk te aanvaarden. Het tjalk-schip kan dagelijks, en de overige percelen des daags voor en op de dag van verkoop in ogenschijn worden genomen; terwijl de conditiën van verkoop 2 dagen bevorens, ten huize van verkoop ter lezing zullen liggen. . Mr. H. Trip, notaris en procureur.(opm: bekort tot de verkoop van de tjalk)
1818
Op 28-02-1818 wordt voor de VROUW GELIDA door kapt./ eigenaar M. Louwerens uit Groningen een eerste zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
1819
RC 231119
Arrivementen: Te Duinkerken M. Lourens van Amsterdam.
1820
OHC 180720
Arrivementen: Te Hamburg M. Louwerens van Amsterdam.
Op 29-07-1820 wordt voor de VROUW GELIDA,nu genaamd JONGE ELINA door kapt./ eigenaar M. Louwerens uit Groningen een nieuwe zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
1822
Op 20-09-1822 wordt voor de JONGE ELINA,nuweer genaamd de VROUW GELIDA door kapt./ eigenaar M. Louwerens uit Groningen een nieuwe zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
1823
RC 010423
Arrivementen: Te Terschelling M. Louwerens van Hamburg.
OHC 190623
Terschelling, 12 juni. Binnengekomen M. Louwerens van Hamburg.
OHC 161223
Arrivementen: Te Hamburg M. Louwerens van Amsterdam.
1824
OHC 040524
Te Hamburg, geen datum, M. Louwerens van Amsterdam.
OHC 160924
Arrivementen: Te Hamburg M. Louwerens van Amsterdam.
RC 121024
Arrivementen: Te Terschelling M. Louwerens van Hamburg.
1825
Op 13-04-1825 wordt voor de VROUW GELIDA door kapt./ eigenaar M. Louwerens uit Groningen een nieuwe zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
OHC 070625
Arrivementen: Te Bremen M. Louwerens van Amsterdam.
DC 130925
Brielle, 11 september. Heden zeilden naar zee: BEAVER, kapt. R. Henderson naar Newcastle en de VROUW GELIDA, kapt. M. Louwerens naar Hamburg.
OHC 220925
Terschelling, 17 september. Uitgezeild M. Louwerens (van Rotterdam) naar Hamburg.
1826
OHC 060426
Arrivementen: Te Hamburg M. Louwerens van Amsterdam.
RC 191226
Amsterdam, 17 december. Het schip DE VROUW GELIDA, kapt. M. Louwerens, van Bremen naar Amsterdam, is, volgens brief van Carolinerzijl (opm: Carolinensiel) van den 12 dezer, enige dagen te voren, met verlies van een anker, touw en verdere schade, aldaar binnengelopen; de lading was in goede staat en de kapitein zou de geleden schade, zo spoedig mogelijk, herstellen en als dan de reis vervolgen.
1827
RC 130227
Amsterdam, 11 februari. Het schip DE VROUW GELIDA, kapt. M. Louwerens, van Bremen naar Amsterdam, is in Friesland ingevroren, zijnde met de lading in goede staat.
Op 14-04-1827 wordt voor de VROUW GELIDA door kapt./ eigenaar M. Louwerens uit Groningen een nieuwe zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
1828
LCO 070528
Arrivementen: Te Bremen M. Louwerens van Amsterdam.
AH 050728
Cargalijsten. Amsterdam, 4 juli. VROUW GELIDA, kapt. M. Louwerens, van Bremen met 300 stukken lood, 20 vaten waid, 4 balen wol, 5 balen leder en diverse koopmansgoederen..
1829
PGC 110929
Kapt. U.E. Pot, voerende het smakschip de VROUW ANNA, van Noorwegen te Delfzijl binnen, heeft 3 mijl bewesten Helgoland, in een zinkende staat gevonden het tjalkschip de VROUW GELIDA, kapitein Martinus Lourens (opm: Martinus Louwerens), met eikenhout van Hamburg naar Sappemeer bestemd en daarvan de kapitein, zijn vrouw en vijf kinderen, benevens de stuurman geborgen en te Delfzijl aangebracht (opm: zie RC 170929).
(opm: van de VROUW ANNA, kapt. H.E. Pott, werd de zeebrief op 22 april 1830 vanuit Delfzijl geretourneerd onder vermelding ‘zullende het schip worden gesloopt’)
RC 170929
Amsterdam, 15 september. Volgens brief van Norderney, van de 7e september, was aldaar aangespoeld enig wrakhout van een oude tjalk, alsmede vijf zware eiken balken en vier kromhouten, gemerkt HB, MB, HBP, PHB, AJS en HB, waarschijnlijk van de Jade of Wezer naar Holland afgeladen; ook te Harlingersiel, Nesmersiel en Langeoog zou nog meer hout aangedreven zijn. (Een en ander misschien afkomstig van de door het volk in zinkende staat verlaten tjalk DE VROUW GELIDA, kapt. M. Louwerens, met eikenhout van Hamburg naar Sappemeer [opm: zie PGC 110929]).
>