Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.C.Reus werd met vlagnummer 129 per 09 augustus 1825 ingeschreven als effectief lid van Zeemanshoop op voordracht van P.F.Wegener. Er is geen schip vermeld. Toegevoegd is "overleden"002.
In de notulen van de Algemene Ledenvergadering van Zeemanshoop van 02/09 augustus 1825 werd voorgedragen/benoemd tot effectief lid Jan Cornelis Reus, oud 60 jaar, wonende op Terschelling. Hij werd voorgedragen door P.F.Wegener en kreeg vlagnummer 129023.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 05 mei 1831 wordt gemeld dat de Overheid de Wet op de Schutterijen streng toepast ook op zeelieden. Als deze in de termen vallen worden ze verhinderd te monsteren en zo dat reeds is geschied dat ze dan “gestopt worden”. “dat onder anderen Kapt. Reus gereed zijnde om te vertrekken uithoofde der Schutterij is verhinderd geworden uit te zeilen; dat alleen door tusschenkomst van den Heer Gouverneur is bewerkt dat gezegde kapit. nu uit zal kunnen zeilen, maar dat de Boekhouder van het Schip persoonlijk borg moet staan voor het leveren van eene remplacant.”
(niet zeker dat deze vermelding slaat op deze kapitein Reus.)
De schepen van de kapitein
lid van het college Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer periode type naam van het schip boekhouder/reder
129 1825-1826 kof Adriana Jacoba Coopman & de Wit & Lenaertz
1827-1829 kof Adriana Jacoba W.Methorst
Bouma025 vermeldt J.C.Reus als gezagvoerder gedurende:
* 1826 t/m 1828 van de kof “Adriana Jacoba”, gebouwd in 1817, bouwlocatie niet vermeld, 240 ton o.m., varend voor Coopman, de Wit & Lenaerts te Amsterdam.
Van Sluijs013 meldt dat de kof “Adriana Jacoba” op 12 juni 1816 is uitgezeild naar Koningsbergen onder kapitein Jan C.Reus en onder zijn commando bleef tot 1827. Van 1826-1830 zou het schip hebben gevaren onder kapitein J.C.Reus met als boekhouder Coopman de Wit en Lenaerts te Amsterdam. Ik neem derhalve aan dat het schip van 1817/1817 t/m 1830 onder gezag van Jan Cornelis Reus heeft gestaan
* 1829 t/m 1831 op hetzelfde schip maar nu varend voor W.E.Methorst te Amsterdam
In het Archief van de Waterschout te Amsterdam bevinden zich monsterrollen van de kof “Adriana Jacoba” onder kapitein Jan Cornelis Reus uit Terschelling met bestemming Riga dd 09 juli 1824 en 09 augustus 1825, en Genua/Livorno dd 09 september 1826.
Het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevat monsterrollen op naam van kapitein Jan Cornelis Reus op de:
“Vrouwe Susanna”, dd 30 september 1788; 06 juni 1789; 07 sptember 1789;
“Maria Caharina Cangiessern”, dd 22 juni 1801 (Pruisische vlag); 05 oktober 1801 (Pruisische vlag);
“Adriana Jacoba”, 16 maart 1802; 24 maart 1803;
“Vrouw Carolina”, dd 06 maart 1806;
“Adriana Jacoba”, dd 28 mei 1816; 12 september 1816; 26 februari 1817; 20 mei 1817; 07 augustus 1817; 14 juli 1818; 21 oktober 1818; 10 september 1819; 06 oktober 1820; 11 oktober 1821; 03 september 1823; 20 juli 1824; 01 augustus 1825; 29 september 1826; 13 augustus 1827; 24 maart 1828; 27 augustus 1829 en 14 maarty 1830.
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 27 juni 1815114
Advertentie. F. der Kinderen en A. van der Sluys, makelaars, zullen, ten overstaan van een daartoe bevoegd Beambte, op maandag 3 juli 1815 des avonds ten 6 uren, te Amsterdam in het Nieuwezijds-Heeren-Logement, op de Haarlemmerdijk, verkopen: een extraordinair welbezeild Kofschip, genaamd DIE HOFFNUNG, gevoerd door kapt. Jan Cornelis Reus, lang over steven 100 voet, wijd 23 voet, hol 11 voet 3 duim, alles Amsterdamse maat; breder bij de Inventaris omschreven. Nadere onderrigting te bekomen bij de voornoemde makelaars, en bij Pieter Poolman Jurriaansz.Maritieme Kroniek Marhisdata
Rotterdamsche Courant 09 december 1817114
Amsterdam, 6 december. Kaptein W. Swart, den 2 dezer in Texel van Surinamen binnengekomen, is den 23 oktober van daar gezeild, en heeft de uit- en thuisreis in 4 maanden en 8 dagen volbragt.
Gemelde kaptein heeft den 30 november bij Wight in goede staat gepraaid het schip ADRIANA JACOBA, kapt. J.C. Reus, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Bordeaux.
Rotterdamsche Courant 10 november 1821114
Amsterdam, 8 november. Het schip ADRIANA JACOBA, van Amsterdam naar Port Mahon, is, wegens verlies van boegspriet, van de rede van Terschelling in het Nieuwe Diep gekomen om te repareren.
Rotterdamsche Courant 12 januari 1822114
Rotterdam, 11 januari. Uittreksel uit de Lloydslijst van den 8 januari: …
…Te Margate is den 6, met verlies van twee ankers en kabels, binnengelopen het schip JONGE SCHREUDER, kapt. Schreuder, van Amsterdam naar Marseille; twee dagen te voren is aldaar door een sloep van Margate binnen gebragt het schip ADRIANA JACOBA, Reus, van Amsterdam naar Port-Mahon; het laatste heeft den 6 deszelfs reis voortgezet. …
Rotterdamsche Courant 21 februari 1822114
Amsterdam, 19 februari. De kof ADRIANA JACOBA, kapt. J.C. Reus, van Amsterdam naar Port-Mahon, is den 25 januari voor de Baai van Gibraltar, in goede staat, en hebbende een gunstige gelegenheid, gepraaid door kapt. R.S. de Jong, van Amsterdam te Gibraltar gearriveerd.
Rotterdamsche Courant 27 juni 1822114
Rotterdam, 26 juni. Den 24 laatstleden was in de Hoofden (Nauw van Calais) in goede staat zeilende het koffschip ADRIANA JACOBA, kapitein J.C. Reus, van Terschelling, komende van Alikante en gedestineerd naar Riga
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
T.J.Reus (adres bij Coopmans de Wit & Lenaerts) werd met vlagnummer 339 per 10 mei 1831 ingeschreven als effectief lid op voordracht van J.Sipkes Fz. Zijn schip was de "Adriana Jacobus". Toegevoegd is "bedankt per 1845"002.
In de Algemene Vergaderingen van 03/10 mei 1831 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop werd voorgedragen/benoemd tot effectief lid Teunis Jansen Reus, oud 29 jaar, van de kof Adriana Jacoba, wonende te West-Terschelling en met als adres Koopman de Wit Lenaerts. Zijn vlagnummer werd 339023.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 05 mei 1831 wordt gemeld dat de Overheid de Wet op de Schutterijen streng toepast ook op zeelieden. Als deze in de termen vallen worden ze verhinderd te monsteren en zo dat reeds is geschied dat ze dan “gestopt worden”. “dat onder anderen Kapt. Reus gereed zijnde om te vertrekken uithoofde der Schutterij is verhinderd geworden uit te zeilen; dat alleen door tusschenkomst van den Heer Gouverneur is bewerkt dat gezegde kapit. nu uit zal kunnen zeilen, maar dat de Boekhouder van het Schip persoonlijk borg moet staan voor het leveren van eene remplacant.”
(niet zeker dat deze vermelding slaat op deze kapitein Reus.)
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 25 juni 1846 staat een lijst van effectieve leden die hebben bedankt tussen mei 1845 en mei 1846. Daarbij is vermeld kapitein T.J.Reus met vlagnummer 227.042.
De schepen van de kapitein
lid van het college Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer periode type naam van het schip boekhouder/reder
339 1831-1835 kof Adriana Jacoba W.E.Methorst
227 1836-1841 kof Adriana Jacoba idem
1842 kof Catharina Elisabeth Wed.B.van Loon & Zn te Harlingen
1843-1845 geen vermelding van schip en boekhouder
Bouma025 vermeldt T.J.Reus als gezagvoerder gedurende:
* 1832 t/m 1841 van de kof “Adriana Jacoba”, gebouwd in 1817, bouwlocatie niet vermeld, 240 ton o.m., varend voor W.E.Methorst te Amsterdam;
* 1842 t/m 1844 van de kof “Catharina Elisabeth” ex Clara Maria, gebouwd in 1837 te Papenburg, 125 ton o.m., varend voor B.van Loon & Zn te Harlingen.
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Hilbrandus Geerts Pot werd geboren/gedoopt te Oude Pekela op 25 juni/18 juli 1813 als zoon van kapitein Geert Harms Pot (zie aldaar) en Rolijna Albertus Bonnes. Hij huwde te Bolsward op 24 juni 1841 met Trijntje Harmens Drost, geboren te Bolsward op 28 december 1812 als dochter van Harmen Douwes Drost en Antje Roelofs Postma. Zij was eerder getrouwd met de kofschipper Reinder Alberts Sluik, die in 1839 bij Kristiansand in Noorwegen verdronk. Hilbrandus overleed te Harlingen op 28 april 1880 en Trijntje eveneens te Harlingen op 01 mei 1901. Het echtpaar kreeg 9 kinderen waarvan het vierde kind Geert-Hilbrandus Pot eveneens koopvaardijkapitein werd (zie aldaar).051.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
H.Pot werd per 01 januari 1853 met vlagnummer 39 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Zijn schip was de "Friesland", boekhouders B.van Loon & Zn. De contributie werd betaald door hemzelf028-fol.039.
H.Pot was met vlagnummer 39 lid van het College in de periode 1853-1880034.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
H.Pot overleed te Harlingen op 28 april 1880. Zijn weduwe Trijntje H.Drost had recht op een uitkering uit het fonds van ¦1050,- uit te keren in 14 halfjaarlijkse termijnen028-fol.039.
Het College verzond op 15 maart 1888 een brief aan mevr.H.G.Pot-Drost te Harlingen waarin een extra uitkering van ¦50,- werd toegezegd033.
De schepen van de kapitein
lid van het college Zeemansvoorzorg te Harlingen036
vlagnummer periode type naam van het schip boekhouder/reder
H39/R87 1844-1851 kof Catharina Elisabeth (ex Clara Maria) B.van Loon & Zn, Harlingen
1852-1854 barkglj. Friesland/Vriesland B.van Loon & Zn, Harlingen
1855-1874 kof Catharina Elisabeth (ex Clara Maria) B.van Loon & Zn, Harlingen
Sweijs021 vermeldt beide vlagnummers bij de gezagvoerder van deze schepen, dus H.G.Pott zou lid geweest zijn van twee colleges. Volgens Pott051 is dit onjuist en zou het Rotterdamse lidmaatschap slaan op zijn broer Harm Geertsz Pot(t).
In een Bijlage op referentie 036 vermeldt Bouma de volgende gegevens achter H.G.Pott, die afwijken van de hiervoor vermelde opgaven:
1843-1853 kof Catharina Elisabeth reder B.van Loon & Zn te Harlingen
1849 ged. Kof Elisabeth Maria idem
1855-1856 sch.kof Freerk Jan reder Zeilmaker & Co te Harlingen
1856-1874 sch.brik Catharina Elisabeth reder B.van Loon & Zn te Harlingen
Bouma025 vermeldt H.G.Pott als gezagvoerder gedurende:
* 1849 van de kof “Elisabeth Maria”, gebouwd in 1830 te Harlingen, 173 ton o.m. varend voor H.G.Pott èn J.K.Bart voor de Wed.B.van Loon & Zn te Harlingen;
Vanwege de Harlingse reder kies ik voor Harm Geerts en niet voor Hilbrandus Geerts. Het dubbele gezagvoerderschap zou erop kunnen duiden dat het om korte reizen ging waarbij in de loop van het jaar het commando wisselde. Maar het zou ook kunnen zijn dat Pot de uitvarende kapitein was en gedurende de reis is vervangen (door ziekte?) door Bart
* 1845 t/m 1873 van de kof “Catharina Elisabeth” (ex-Clara Maria), gebouwd in 1837 te Papenburg, 125 ton o.m., varend voor B.van Loon & Zn te Harlingen;
* 1853 t/m 1855 van de bark-galjoot “Vriesland”, gebouwd in 1827, 303 ton o.m., varend voor B. van Loon & Zn te Harlingen. Het schip werd in 1855 verkocht naar Noorwegen.
(Bouma maakt hier dus een fout door H.G.Pott voor de volle periode gezagvoerder van de “Catharina Elisabeth” te benoemen).
* 1854 t/m 1870 van de sch.kof “Freerk Jan”, gebouwd in 1853 te Hoogezand, 125 ton o.m., onder commando van kapitein G.H.Smit varend voor Zeilmaker & Co te Harlingen. Het schip werd in 1870 verkocht naar Londen.
In deze opgave komt dus niet een kapitein Pott voor. Wederom een foutieve opgave van Bouma?
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Klaas de Groot werd geboren te Harlingen op 20 september 1824 als zoon van Jacob Sjoerds de Groot en Metje Barteles Wagenaar.
Hij trouwde te Harlingen op 12 december 1850 met Johanna Henkes, geboren te Franeker op 09 augustus 1823 als dochter van Bernardus Henkes en Geeske Harmanus ter Brug. Zij overleed te Harlingen op 27 juli 1887 als weduwe, oud 63 jaar.
Klaas overleed op 27 december 1877 te Harlingen, 53 jaar.tresoar
Ontleend aan: “Trying-0ut. An Anatomy of Dutch Whaling and Sealing in de Nineteenth Century, 1815-1885”
Joost C.A.Schokkenbroek, Aksant, Amsterdam, 2008, 366 pp
In Appendix 5, p.323 staat een “Overview of Pupils of the Nautical College in Harlingen (1842-1864) en kennelijk degenen die aan de walvisvaart hebben deelgenomen waaronder:
Klaas de Groot, geboren te Harrlingen, 21 jaar, ingeschreven op 08 december 1845, drie jaar opleiding. In zijn leerlingenoverzicht wordt zijn gedrag gewaardeerd als “Bescheiden en zeer vlijtig” en zijn begrip als “redelijk vatbaar” (een 3 op een schaal van 5). Voorts is vermeld “Calculate the coincidence of the right ascensions of the Sun and Moon”.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
Klaas Jacobs de Groot werd per 26 februari 1855 met vlagnummer 27 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Zijn schip was de "Drie Zusters", boekhouder H.van Schouwenburg. De contributie werd betaald door zijn vrouw Johanna Henckes, geboren op 19 augustus 1823.
Klaas de Groot was met vlagnummer 27 lid van het College in de periode 1855-1877034.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Klaas Jacobs de Groot overleed op 27 december 1877 te Harlingen. Zijn weduwe had recht op een uitkering uit het fonds van ¦1050,-. Op verzoek van de weduwe werd ¦525.- ineens uitbetaald en de rest in halfjaarlijkse termijnen van ¦75,-028-fol.045.
"De secretaris herdacht bij deze gelegenheid het eenigste lid der eerste klasse dat dat jaar (1877) aan de Vereeniging ontviel, zijnde kapitin Klaas de Groot in December overleden, en herinnert hoe hij altijd een ijverig voorstander was van het Collegie, terwijl hij als het ware de ziel was van het zilveren feest in het vorig jaar gevierd"035-07 februari 1878.
De schepen van de kapitein
lid van het college Zeemansvoorzorg te Harlingen036
vlagnummer periode type naam van het schip boekhouder/reder
27 1854 kof Catharina Elisabeth B.van Loon & Zn, Harlingen
november gezonken op de buitengronden van het Vlie.
Was op reis van Frederikstad naar Harlingen
26 1855-1861 kof Drie Gezusters H.van Schouwenburg, Harlingen
gestrand en wrak bij Drobak
1862-1863 kof Drie Gezusters (ex Triton) H.van Schouwenburg, Harlingen
1864 kof Drie Gezusters (ex Triton) J.Noyon, Harlingen
verongelukt bij Kopenhagen
1865-1868 brigt. Mercurius (ex Maria Margaretha) Hubert Jans & Co, Harlingen
1869 brik Engelina G.H.Stratingh, Nieuwe Pekela
1870-1872 sch.brik Victoria Hubert Jans & Co, Harlingen
1873-1875 sch.brik Baudina Elisabeth Hubert Jans & Co, Harlingen
gezonken op de Doggersbank
1876 bark Harlingen (ex James M.Churchill) Hubert Jans & Co, Harlingen
K.de Groot maakte in 1877, samen met Joh.J.Alta, J.G.Munneke en H.Boswijk, deel uit van een Commissie van Gezagvoerders ter viering van het 25-jarig bestaan van het College "Zeemansvoorzorg"031.
Bouma025 vermeldt K.de Groot als gezagvoerder gedurende:
* 1854 van de kof “Catharina Elisabeth”, gebouwd in 1837, bouwplaats en tonnage niet vermeld, varend voor B.van Loon & Zn te Harlingen. Het schip is in november gezonken op de buitengronden van het Vlie, op reis van Fredrikstad naar Harlingen;
* 1866 t/m 1868 van de galjoot “Mercurius” ex Maria Margaretha, ex Maria van Cammenga, gebouwd in 1830 te Emden, 148 ton o.m., varend voor Hubert Jans & Co te Harlingen;
* 1870 t/m 1873 van de sch.brik “Victoria”, gebouwd in 1858 te Borga, 153 ton o.m., varend voor Hubert Jans & Co te Harlingen;
* 1877 t/m 1878 van de bark “Harlingen” ex James M. Churchill, gebouwd in 1855 te Frankfurt Maine, 475 ton o.m., varend voor Hubert Jans & Co te Harlingen.
monsterollen uit het Gemeentehuis van Delfzijl
28 september 1868, brigantijn “Mercurius”, kapitein Klaas de Groot, geen leeftijd vermeld uit Harlingen. Voorts een kok
Overige bijzonderheden
In de Harlinger Courant dd 12 april 1865 staat in de rubriek BINNENLAND het volgende bericht096:
“HARLINGEN, 11 April
Een onzer reederijen heeft weder een groot verlies geleden, door het vergaan van een schip. De drie Gezusters, kapt. K.de Groot, is in de nabijheid van Kopenhagen ll Vrijdag op Zaturdag nacht zoodanig in het ijs bezet geraakt, dat het vaartuig weldra zonk en met de lading verloren ging. De equipage is echter, volgens het telegraphisch berigt gered.”
|