Inloggen
Gezagvoerder

Pot, Hilbrandus Geertsz

Naam: Pot, Hilbrandus Geertsz
Schepen waarop deze gezagvoerder heeft gevaren

Aantal gevonden schepen: 1
Naam Bouwjaar Type Voortstuwing Ship id
ADRIANA JACOBA 1816 Kof Sailing Vessel 12290 Bekijk schip

Overige informatie van deze gezagvoerder:

Familiegegevens en opleiding

Hilbrandus Geerts Pot werd geboren/gedoopt te Oude Pekela op 25 juni/18 juli 1813 als zoon van kapitein Geert Harms Pot (zie aldaar) en Rolijna Albertus Bonnes. Hij huwde te Bolsward op 24 juni 1841 met Trijntje Harmens Drost, geboren te Bolsward op 28 december 1812 als dochter van Harmen Douwes Drost en Antje Roelofs Postma. Zij was eerder getrouwd met de kofschipper Reinder Alberts Sluik, die in 1839 bij Kristiansand in Noorwegen verdronk. Hilbrandus overleed te Harlingen op 28 april 1880 en Trijntje eveneens te Harlingen op 01 mei 1901. Het echtpaar kreeg 9 kinderen waarvan het vierde kind Geert-Hilbrandus Pot eveneens koopvaardijkapitein werd (zie aldaar).051.

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

H.Pot werd per 01 januari 1853 met vlagnummer 39 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Zijn schip was de "Friesland", boekhouders B.van Loon & Zn. De contributie werd betaald door hemzelf028-fol.039.

H.Pot was met vlagnummer 39 lid van het College in de periode 1853-1880034.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

H.Pot overleed te Harlingen op 28 april 1880. Zijn weduwe Trijntje H.Drost had recht op een uitkering uit het fonds van ¦1050,- uit te keren in 14 halfjaarlijkse termijnen028-fol.039.

Het College verzond op 15 maart 1888 een brief aan mevr.H.G.Pot-Drost te Harlingen waarin een extra uitkering van ¦50,- werd toegezegd033.

 

De schepen van de kapitein

lid van het college Zeemansvoorzorg te Harlingen036

vlagnummer      periode      type           naam van het schip                                 boekhouder/reder

  H39/R87        1844-1851 kof             Catharina Elisabeth (ex Clara Maria)  B.van Loon & Zn, Harlingen

                           1852-1854 barkglj.      Friesland/Vriesland                                B.van Loon & Zn, Harlingen

                           1855-1874 kof             Catharina Elisabeth (ex Clara Maria)  B.van Loon & Zn, Harlingen

Sweijs021 vermeldt beide vlagnummers bij de gezagvoerder van deze schepen, dus H.G.Pott zou lid geweest zijn van twee colleges. Volgens Pott051 is dit onjuist en zou het Rotterdamse lidmaatschap slaan op zijn broer Harm Geertsz Pot(t).

 

In een Bijlage op referentie 036 vermeldt Bouma de volgende gegevens achter H.G.Pott, die afwijken van de hiervoor vermelde opgaven:

1843-1853                   kof             Catharina Elisabeth             reder B.van Loon & Zn te Harlingen

1849 ged.                     Kof            Elisabeth Maria                    idem

1855-1856                   sch.kof      Freerk Jan                             reder Zeilmaker & Co te Harlingen

1856-1874                   sch.brik     Catharina Elisabeth             reder B.van Loon & Zn te Harlingen

 

Bouma025 vermeldt H.G.Pott als gezagvoerder gedurende:

*    1849 van de kof “Elisabeth Maria”, gebouwd in 1830 te Harlingen, 173 ton o.m. varend voor H.G.Pott èn J.K.Bart voor de Wed.B.van Loon & Zn te Harlingen;

          Vanwege de Harlingse reder kies ik voor Harm Geerts en niet voor Hilbrandus Geerts. Het dubbele gezagvoerderschap zou erop kunnen duiden dat het om korte reizen ging waarbij in de loop van het jaar het commando wisselde. Maar het zou ook kunnen zijn dat Pot de uitvarende kapitein was en gedurende de reis is vervangen (door ziekte?) door Bart

*    1845 t/m 1873 van de kof “Catharina Elisabeth” (ex-Clara Maria), gebouwd in 1837 te Papenburg, 125 ton o.m., varend voor B.van Loon & Zn te Harlingen;

*    1853 t/m 1855 van de bark-galjoot “Vriesland”, gebouwd in 1827, 303 ton o.m., varend voor B. van Loon & Zn te Harlingen. Het schip werd in 1855 verkocht naar Noorwegen.

             (Bouma maakt hier dus een fout door H.G.Pott voor de volle periode gezagvoerder van de “Catharina Elisabeth” te benoemen).

*    1854 t/m 1870 van de sch.kof “Freerk Jan”, gebouwd in 1853 te Hoogezand, 125 ton o.m., onder commando van kapitein G.H.Smit varend voor Zeilmaker & Co te Harlingen. Het schip werd in 1870 verkocht naar Londen.

             In deze opgave komt dus niet een kapitein Pott voor. Wederom een foutieve opgave van Bouma?

 

Overige bijzonderheden

Geen