Inloggen
VROUW TRIJNTJE (DE) - ID 12280


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1815-10-06 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 18??
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Pink (grote vaart)
Masten: Three masts
Material Hull: Wood
Dekken: 2
Construction Data

Scheepsbouwer: Built abroad
Technical Data

 
Length 1: 92.00 Feet (Amsterdam) Registered
Beam: 26.00 Feet (Amsterdam) Registered
Depth: 11.50 Feet (Amsterdam) Registered
Configuration Changes

Datum 00-00-1815
Type: Additional Ship Data
Omschrijving: Acte d.d. 7 augustus 1815
lang over stevens 92 voet, wijd bij de eerste balk voor het grootluik binnen zijn huid 26 voet, hol in het ruim bij de eerste balk voor het grootluik op zijn uitwatering 11½ voet, het verdek bij de eerste balk voor het grootluik hoog aan boord 5½voet, alles Amsterdamse maat.

Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1815
Datum agenda: 1815-10-06
Register nr: 18150260
Scheepsnaam: VROUW TRIJNTJE
Type:
Lasten: 0
Gebouwd in binnen- of buitenland: Buitenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Veer, L.
Plaats: Alkmaar
Kapitein op moment van verzoek: Dekker, E.D.
Opmerkingen: Eerste zeebrief
boekhouder en mede-reder

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1815-00-00 MARGARETHA
Manager:
Eigenaar:
Shareholder:
Homeport / Flag: Onbekend / Onbekend

Date/Name Ship 1815-08-07 DE VROUW TRIJNTJE
Manager: Laurens Veer, Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Partenrederij onder boekhouderschap van genoemde manager, Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Alkmaar / Netherlands

Bezitters van parten (aandelen) in het schip

Acte d.d. 7 augustus 1815    VROUW TRIJNTJE
L. Veer (5/16e),
Johs. Meijjes (3/16e) en
Simon Hikkel (4/16e)
Onbekend (4/16e)

Acte d.d. 27 maart 1818
Laurens Veer (5/16e part),
Gerrit Haanloos (?) 4/16e part) en
Joh. Meijjes (3/16e part)
Onbekend (4/16e)

Ship Events Data

1819-12-00: Final Fate: Broken up

In december 1819 wordt de VROUW TRIJNTJE gesloopt.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

In het Amsterdamse Stadsarchief is in inventaris 5181/7150-1815-36 een bijlbrief dd Zaandam 18 januari 1815 van de pink “Zeeploeg” met als verkoper Pieter Duijn, meestergrootscchepenmaker, te Zaandam aan de westzijde van de Hogendijk. De aankoper was Engel van de Stadt, koopman te Zaandam. Het schip was in 1803 op stapel gezet. De akte passeerde voor notaris Jan Evenblij te Zaandam.

Pieter Duijn verklaart, dat de ZEEPLOEG,  die hij in 1803 op stapel had gezet en had afgetimmerd voor Engel van de Stadt, thans (1815) aan zijn werf ligt en voor rekening van genoemde Engel van de Stadt zwaar wordt vertimmerd en in staat om eerlang zee te kunnen bouwen.

Bijgevoegd is rederij-ceduul ter verkrijging Nederlandse zeebrief in dato Amsterdam 20 juli 1815, waarbij Engel van de Stadt verklaart enig eigenaar van de pink de ZEEPLOEG te zijn, welk schip gevoerd wordt door kapt. Paulus Jan Anselman.

 

In het Archief van de Waterschout in het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich de monsterrollen op naam van Pulis Jans Mansselman en wel011a:

“Navigation”, 14 april 1796 en 18 november 1801;

“Aurora” ( Papenburger vlag), dd 08 mei 1809;

38-97         09 september 1815, pink “De Zeeploeg”, kapitein Paulus Jan Manzelman, bestemming Suriname, correspondent Engel van der Stad, 24 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, ondertimmerman, kok, 13 matrozen, 3 ligtmatrozen en 2 kajuitwachters.

38-103      30 april 1817, pink “De Zeeploeg”, kapitein Paulus J.Manzelman, bestemming Philadelphia, corrrespondent E. van der Stad, 21 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 12 matrozen, 2 ligtmatrozen, koksmaat en een kajuitwachter.

38-109      19 november 1818, “De Drie Gebroeders”, kapitein Paulus Jan Manzelman, bestemming Batavia, boekhouder O. de Vries. 19 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, derde waak, bootsman, timmerman, kok, doktoor, 8 matrozen, matroos-zijlenmaker , 2 ligtmatrozen, kajuitwagter.

 

www.familievandestadt.nl /verhalenlang/schiplang.html

Schipbreukelingen in Noorwegen.

Duitse landverhuizers op Zaans schip.

[Bron: Engel van de Stadt zijn voor- en nageslacht, p. 123. En een artikel vanJohs. Harterink, uit Zaans Erfgoed, opgestuurd door Rene van de Stadt, 451.11.]

 

Het pinkschip de Zeeploeg werd in 1803 gebouwd op de werf van Pieter Duyn, gelegen aan de Hogendijk te West-Zaandam. Het was 136 voet lang, 32 voet wijd en 16 2/11 voet hol met 7 2/11 voet tussendeks. Een pinkschip was een razeiler met twee of drie masten. Het werd gebouwd in opdracht van Engel van de Stadt, houthandelaar, peller, diaken en deken van de hervormde kerk in Oost-Zaandam, kapitein van de schutterij, financier, kaapvaarder, reder en later burgemeester.

Het is mogelijk dat dit schip van 1803 tot 1815 is opgelegd. Maar na een grondige vertimmering werd eind september 1815 een reis naar Suriname gemaakt met P.J. Manzelman als schipper. Op 4 juli 1816 keerde het schip terug.

In maart 1817 had Engel voor dit schip een contract afgesloten met Handelshuis Zwiszler & C0 te Amsterdam om emigranten naar Philadelphia te brengen. Het bevrachtingscontract ging ervan uit dat de inscheping 30 maart zou beginnen en 24 dagen zou duren. De monsterrol werd opgemaakt op 30 april en vermeldt dat naast kapitein Manzelman 21 bemanningsleden aan boord waren. Zwiszler zou zorgen voor het benodigde levensonderhoud, brandstoffen en medicamenten tijdens de reis, zo lang die zou duren. Engel was verplicht het schip uit te rusten met beddengoed en levensmiddelen  voor 400 personen en van een kombuis, ketels en etensbakken.

Alle passagiers kwamen uit Württenberg. Het waren aanhangers van een vrome volksbeweging die in verzet waren gekomen tegen de geestelijkheid en onderdukt werden. Daarom kozen velen van hen er voor om te emigreren. Onder hen waren veel gezinnen met kinderen.

Op zondag 27 juli lag het schip nog op de rede van Texel, overbelast met 565 zielen aan boord en slechts voedsel voor drie dagen. Omdat Zwiszler niet in staat bleek de proviandering te verzorgen nam Engel deze taak op zich onder bepaalde voorwaarden. Op 5 augustus 1817 is het schip uitgezeild met bestemming Philadelphia.

Slecht weer en stormen moeten het vaartuig hebben vertraagd op de Noordzee. Na ruim 7 weken op zee te hebben gezwalkt vond de Zeeploeg tenslotte zwaar gehavend op 25 september 1817 in de omgeving van Bergen een ankerplaats. De Bergense bisschop Claus Pavels schreef in zijn dagboek: “De helo zomer hadden ze gezwalkt op zee en ze zijn nu uiteindelijk hier in jammerlijke toestand aangeland. Men is niet zonder bekommernis hoe men deze mensen beschutting en voedsel zal verschaffen.”

Na inspectie werd vastgesteld dat de schade aan het schip zo groot was dat het niet meer loonde om het te repareren. Op 12 en 18 december werd het wrak in Bergen geveild. De opbrengst bedroeg achthonderd speciedaalder. Met verlate post kwam in Bergen het besluit van Engel van de Stadt aan om reparatie op te geven en in plaats daarvan het schip te verkopen. Eind 1819 leverrde de in 1817 door Engel afgesloteen polis van assurantie voor zestienduizend gulden na arbitrage geen uitkering op voor de erven Van de Stadt, na de dood van Engel op 23 juli 1819.

 

Overige bijzonderheden

Rotterdamsche Courant 24 mei 1814114

Advertentie. De makelaars T. van Olivier en T. Zuhrmeulen zullen op dinsdag 31 mei 1814 te 6 uur in het Nieuwezyds-Heeren-Logement te Amsterdam verkopen een extraordinair welbezeild Pinkschip genaamd MARGARETHA, kapt. Paulus Jansen Manzelman, afmetingen 92’ x 26’ x 11½”, het dek 5½’, alle Amsterdamse maat. (opm: bewerkt en bekort)

 

Rotterdamsche Courant 11 oktober 1817114

Amsterdam, 9 oktober. Volgens een brief van den 28 september, van Bergen, was in een haven, drie mijlen van daar, masteloos en zonder boegspriet binnengelopen het schip de ZEEPLOEG, kaptein H.C. Manzelman, met 500 passagiers, van Amsterdam naar Philadelphia.

 

Rotterdamsche Courant 30 oktober 1817114

Koppenhagen, 18 oktober. Een Hollands fluitschip, dat naar Amerika bestemd en geheel mastloos was, is in de nabijheid van Bergen komen aandrijven; hetzelve had, met 500 emigranten aan boord, gedurende drie weken, in een allerellendigste staat op zee rondgezworven. Er was niemand omgekomen, doch alle de passagiers bevonden zich in de treurigste toestand. Deze emigranten, zijnde Duitsers en van onderscheidene klassen, hadden, naar men verneemt, 70 piasters voor elk persoon aan de kapitein voor vracht betaald.

 

Leeuwarder Courant 16 juli 1819114

Leeuwarden, 15 juli. Volgens een particuliere brief van de Kaap de Goede Hoop, van den 10 april I.I, door het schip de VROUWE AGATHA, op deszelfs terugreize aangebragt, is het Nederlands fregatschip de ONDERNEMING, kapitein Murk Lels, van Amsterdam naar Batavia gedestineerd, hetwelk den 23 december I.I, onder anderen ook beambten en materieel voor de gouvernement-drukkerij aan boord hebbende, gezamenlijk met het schip de DRIE GEBROEDERS, uit Texel gezeild is (opm. kapitein Manzelman), den 8 april I.I, nagenoeg op hetzelfde uur, met laatstgemeld vaartuig, in de Tafelbaai ten anker gekomen, zonder dat echter gemelde schepen elkander, sedert het uitlopen, in zee gezien hebben. Het schip LOUIZA MATHILDA, kapitein Stoffels, mede beambten en materieel voor de drukkerij mede voerende, weinige weken vroeger uit Texel uitgelopen, was op bovengemelde 10 april nog niet aan de Kaap aangekomen.

De passagiers en de equipagie van de beide eerstgemelde vaartuigen waren in de beste toestand, en hadden, bij hun aankomst, gene zieken en geen enkele dode gedurende de overtogt aan boord gehad.

Enige der passagiers van de ONDERNEMING, de Kaapstad bezoekende, hebben aldaar, onder anderen in goede welstand aangetroffen de heer Richart, die den 5 augustus 1802, met een door het toenmalig gouvernement aangekochte drukkerij, en als directeur derzelve, van hier naar de, destijds onder de Bataafse heerschappij behorende kolonie Kaap de Goede Hoop, was vertrokken, zijnde de gemelde drukkerij, de eerste welke aldaar

 

Rotterdamsche Courant 20 juli 1819114

Londen, 16 juli. Aan de Kaap de Goede Hoop is den 4 mei binnengelopen het schip MIDDELBURG, Van de Putte van Canton (opm: Guangzhou) naar Middelburg. Den 29 april zijn van daar vertrokken de schepen ONDERNEMING, Leiz, en DRIE GEBROEDERS, Manzelman, van Amsterdam naar Batavia (opm: Djakarta).

 

Rotterdamsche Courant 02 december 1819114

Amsterdam, 30 november. Te Batavia lag den 17 juli Zijner Majesteits oorlogsschip NASSAU, als mede de Nederlandsche schepen, SAMARANG, J. Scholtijs; RUIJMVELD, J.D. Schewé; CORNELIA, G. Havestein; CLARA, W. Stent; DE ONDERNEMING, M. Lels; FRANKLIN, C. Swaan; DE DRIE GEBROEDERS. P.J. Manzelman; benevens verscheiden brikken en inlandse vaartuigen.

 

Bataviasche Courant 25 september 1819114

Advertentie. Al degenen, welke iets te vorderen hebben van of wel verschuldigd zijn aan de boedel van de op den 17 dezer alhier overleden kapitein Paulus Jan Manzelmann, gevoerd hebbende het Nederlandse schip de DRIE GEBROEDERS, gelieve zich tussen heden en uiterlijk ultimo dezer maand te adresseren ten kantore van de ondergetekenden.

Batavia, den 21 september 1819.

Romswinckel & Brandt en J.F. Trentnowsky, als executeren des boedels.

 

Rotterdamsche Courant 03 februari 1820114

Amsterdam, 1 februari. Het in de Tafelbaai aangekomen schip (opm: fregat) HENRIETTE ELISABETH, kapt. H.H. Christiaans (opm: H.S. Christiaans), was den 21 september van Batavia gezeild, en zou enige dagen later gevolgd worden door de schepen de ONDERNEMING (opm: fregat), kapt. Murk Lels, en de DRIE GEBROEDERS (opm: pink), kapt. P.J. Manzelman, insgelijks naar Amsterdam.

 

Rotterdamsche Courant 12 februari 1820114

Amsterdam, 10 februari. Den 1 oktober 1819 lag ter rede van Batavia Z.M. oorlogschip NASSAU, benevens de Nederlandse koopvaardijschepen FRANKLIN, C. Zwaan; de (opm: pink) DRIE GEBROEDERS, wijlen P.J. Manselman (opm: kapt. Paulus Jansen Manzelman); CORNELIA SARA, J. Marcussen; ELISABETH, C. Pakes (opm: fregat ELIZABETH, kapt. Cornelis Pakes); ASIA, J. Spoor, CORNELIA, F. Sipkes; SELIMA (opm: driemaster, thuishaven Brugge), F. Wens; MARIA LOUISA, Brijane; de KOOPHANDEL (opm: pink), C.F. Jansen; de VROUW CATHARINA (opm: fregat), J. van Dijk, en RUIMVELD (opm: gekomen van Samarang), W. van Leunen; alsmede een aantal brikken en kleinere vaartuigen.

Van bovengemelde schepen lagen op hun vertrek CORNELIA SARA, J. Marcussen, naar Holland; de DRIE GEBROEDERS, wijlen P.J. Manselman, ASIA, J. Spoor, en FRANKLIN, C. Swaan, naar Amsterdam. Het schip CORNELIA, F. Sipkes, zou in de volgende week beginnen deszelfs lading voor Amsterdam in te nemen.

Den 25 september lag te Sourabaija Z.M. oorlogs-korvette VENUS.

 

RC 25 maart 1820114

Amsterdam, 23 maart. Het schip (opm: pink) de DRIE GEBROEDERS, P.J. Manzelman, van Batavia naar Amsterdam, bevond zich den 17 dezer op de hoogte van Falmouth.

 

Rotterdamsche Courant 15 januari 1822114

Rotterdam, 14 januari. Het schip MARIA CAROLINA, Kahlsbuck (opm: G. Kaleshoek, zie RC 080122 en 120122), van Livorno naar Amsterdam, is den 25 december bij Toulon gestrand.

Te Cowes is den 9 dezer lek binnengelopen het schip DRIE GEBROEDERS, Manzelman, van Amsterdam naar Java

 

Rotterdamsche Courant 08 juni 1822114

Rotterdam, 7 juni. Uittreksel uit de Loyd’s Lijst van den 4 juni: ….

Den 2 dezer is van Cowes vertrokken het schip DRIE GEBROEDERS, Manzelman, naar Batavia, hetwelk aldaar den 9 januari lek binnengelopen was. ….

 

 

Datum vanaf: 1814
Kapitein: Manselman, Paulis Jans
Overige informatie: MARGARETHA

 

Familiegegevens

Engel Douwes werd geboren op 03 september 1787 te Oostzaandam en gedoopt op 19 februari 1804 te Amsterdam als zoon van Pieter Douwes en Engeltje Dekker. Het gezin was doopsgezind.

Het kerkelijk huwelijk werd op 13 november 1808 te Ballum op Ameland gesloten met Sytske Eeltjes Klein, geboren te Hollum in 1782 en gedoopt te Zaandam, als dochter van Eeltje Sjoerds Klein en Claaske Jans Nagtegaal. Zij overleed op 05 mei 1846 te Amsterdam.

Engel overleed te Amsterdam op 25 juli 1850. Zijn beroep was zeeman, gezagvoerder.

 

Engel Douwes Dekker werd geboren te Zaandam op 03 september 1787. Hij huwde met Sytske Eelkes (Klein), geboren te Holm (Ameland) op 04 augustus 1782. Lid van het Weldadig Zeemansfonds Fonds per 21 juni 1830. Bedankt als lid003.

 

Engel Douwes was bij zijn inschrijving in het leerlingenregister van de Kweekschool voor de Zeevaart afkomstig uit Oostzaandam. Als zijn geloofsovertuiging werd “mennoniet” opgegeven. Hij was vlg. een doopceduul met nr. 815 gedoopt op 05 oktober 1800. Zijn ouders waren Pieter Douwes, schipper op Amsterdam, wonende te Wormerveer, gereformeerd en Engeltje Dekker uit Westzaandam, mennoniet, en ten tijde van de inschrijving overleden.

Engel werd ingeschreven op 10 december 1800 op de leeftijd van 14 jaar en met een lengte van 5 voet en 2 duim.

In het Register werden zijn vorderingen bijgehouden beginnend in 1801 en meestal eens per drie maanden. In deze rapportage zijn zijn vorderingen gemeld in de trant van “kent miswijzing compas”, kent Zeilage naar ’t plat”, kent Steenstra” (kennelijk een leerboek in verschillende delen). Als aanmoediging en beloning werden door de school soms prijzen uitgedeeld en zo staat bij Engel o.a. “19 sept 1802 Een Prijs gehad Varenius en Stavorinus”, “25 sept. 1805 Een Prijs gehad Vaderl. Historie met pl.” (Het gaat hier kennelijk om boekwerken).

Tenslotte worden ook andere opmerkingen gemaakt en wel: “7 May 1806 buiten het kweeks vernacht aan ’t blok” en “1 dito onderzocht dat te Bruyloft geweest was. nog 8 d thuis”.

Tenslotte de mededelingen: “16 april 1804 Geplt als ligtmatroos op het Transpt schip Margaretha Capt. K.Dreewes” en “4 maart 1807 uit hoofde zijner gevorderde Jaaren en verkregen kunde ontslagen met attestatie” 004-530/p.847. (Ik heb deze kapitein niet teruggevonden bij van Sluijs013)

 

In dossier 38-90 een monsterrol dd 21 december 1813 met het kaagschip “Nepthunus”, varend onder Hollandse vlag onder kapitein Dirk Tjeerds Visser. Boekhouder Louwerens Veen te Alkmaar. Bestemming Londen. 4 bemanningsleden de kapitein, stuurman Engel D.Dekker, matroos Klaas H. de Boer en kok Douwes T.Visser, allen van Ameland.011a

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

In de Algemene Ledenvergadering van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop van 21 augustus 1829 werd Engel Douwes Dekker, wonende op de Haarlemmerdijk te Amsterdam, oud 41 jaar, voerend het fregat de “Zorgvuldigheid” voorgedragen als effectief lid door Jan Sipkes Feykesz. In de vergadering van 28 augustus 1829 werd de voordracht afgewezen023.

E.D.Dekker werd met vlagnummer 332 effectief lid van Zeemanshoop per 03 augustus 1830 op voorspraak van P.F.Wegener. Zijn schip was de "Dorothea"002.

In de Algemene Vergaderingen van 27 juli/03 augustus 1830 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop wordt met vlagnummer 332 voorgedragen/benoemd als effectief lid kapitein Engel Douwes Dekker, wonende op de Haarlemmerdijk te Amsterdam, oud 42 jaar, voerend het fregat de Zorgvuldigheid, op voordracht van kapitein P.F.Wegener023.

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 10 augustus 1847 staat vermeld, dat kapitein E.D.Dekker, bedankt voor zijn effectief lidmaatschap.023.

 

Engel Douwes Dekker was effectief lid van “Zeemanshoop” van 1830 t/m 1847 met de vlagnummers 332 (1830-1836) en 221 (1836-1847)

 

E.D.Dekker wordt vermeld als lid van het zeemanscollege "De Blauwe Vlag" te Amsterdam en wel met vlagnummer 39 in 1827 t/m 1830 en vlagnummer 12 in 1832 t/m 1840008.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de notulen van de Bestuursvergadering dd 25 april 1833 staat dat de volgende personen “hebben aangevraagd om onder vreemde vlag te mogen varen en toch deelnemer te mogen blijven. de kapiteins E.D.Dekker, R.C.Stada, R.Tjebbes, E.Speelman, D.K. de Groot. stuurl. G.Tinzen, P.C.Fruyt, R.S.Molenaar, B.I.Doornik.042.

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 november 1833 staat een verzoek van kapitein E.D.Dekker “Lid in het Doorlopend Fonds te mogen blijven, terwijl hij eene reis als supercarga naar Suriname onder Hollandsche Vlag gaat doen.” Het Bestuur gaat acoord. In de notulen dd 27 november 1834 staat een overeenkomstig verzoek. Het bestuur gaat ook nu accoord “mits het schip voor Hollandscche Rekening en uit eenen Hollandsche haven varende en stortende in den rang van Kapitein en met inachtneming van Art. 58.” 042.

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 29 juli 1847 staat het bedanken voor het lidmaatschap van Zeemanshoop van E.D.Dekker, vlagnummer 221.042.

 

Artikel 55 van het reglement van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop staat deelname in het Weldadig Zeemans Fonds toe als men met of onder vreemde vlag vaart mits men de verplichte storingen tijdig voldoet. In de Notulen van de Algemene Vergaderingen van het College dd 30 april 1833 staat dat dit Reglementsartikel van toepassing is op de kapiteins E.H.Dekker, R.C.Stada, R.Tjebbes, Ev. Speelman en D.K.de Groot023. (het betreft hier een kapitein die effectief lid is van Zeemanshoop, maar de ledenlijst vermeld geen E.H.Dekker. Degene die er het dichtste bijkomt is E.D. Dekker, vandaar deze vermelding).

 

De schepen van de kapitein

In het Stadsarchief van Amsterdam bevindt zich in inventaris 5081-7148-142b een akte van koop/verkoop van de kof “Richard”, gedateerd Londen 11 februari 1814. De verkoper voor GBP 1300,- was Richard Neale, scheepsreder te St.Catherine’s Tower, Middlesex.

De aankoper was de Londenaar John William Surie, die de aankoop deed ten behoeve van Laurens Veer, koopman te Alkmaar (2/9de part), Cornelis Bloemendaal, particulier te Assendelft (1/9de part) en anderen. De kapitein was Engel Douwes Dekker te Ameland.

Het schip lag bij de aankoop te Londen, waar de consul-generaal Wm. May een tijdelijke zeebrief dd 04 april 1814 afgaf aan Engel Douwes Dekker voor de overtocht van Londen naar Amsterdam. Laurens Veer en Cornelis Bloemendaal vroegen op 09 mei 1814 een Nederlandse zeebrief aan voor de “Richard”.

 

In het Amsterdamse Stadsarchief is in inventaris 5181/7150-1815-47b een rederijcedule ter verkrijging van een zeebrief dd Amsterdam 19 september 1815 van de pink “Vrouw Trijntje”, tevoren genaamd geweest “Margaretha. De eigenaren waren L.Veer (5/16e), Johs. Meijjes (3/16e) en Simon Hikkel (4/16e)

 

In de Amsterdamsche Alamank voor Koophandel en Zeevaart staan de volgende gegevens001:

vlagnummer                  jaren                      type                 scheepsnaam                                       naamreder/boekhouder

       332                      1830-1831                fregat              de Zorgvuldigheid                               Visser

                                     1832-1833                fregat              Maria                                                    J.en T.Marselis

                                         1834                      geen opgave van schip en boekhouder

                                         1835                      brik                  de Verwachting                                   J.en T.Marselis

       221                          1836                      brik                  de Verwagting                                     idem

                                     1837-1846                fregat              Dorothea                                              idem

 

Bouma025 vermeldt E.D.Dekker als gezagvoerder gedurende:

*   1824 t/m 1832 van het fregat “Zorgvuldigheid”, gebouwd in 1812, bouwlocatie niet vermeld, 248 ton o.m., varend voor Visser te Amsterdam;

*   1833 t/m 1834 van het fregat “Maria”, gebouwd in 1802, bouwlocatie niet vermeld, 451 ton o.m., varend voor J.& T.Marselis te Amsterdam; (zie de opgaven uit het Archeif van de Waterschout. Kennelijk een eerdere “Maria”, die niet door Bouma is vermeld)

*   1835 t/m 1836 van de brik “Verwachting” ex Goede Verwachting, gebouwd in 1800, bouwlocatie niet vermeld, 240 ton o.m., varend voor J.& T.Marselis te Amsterdam;

*   1838 t/m 1847 van het 3/m schip “Dorothea”, gebouwd in 1837 te Amsterdam, 395 ton o.m., varend voor J.& T.Marselis te Amsterdam.

Geen “Richard” en “Vrouw Trijntje” door Bouma vermeld met een kapitein E.D.Dekker.

 

In het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Engel Douwes Dekker op de:

Dorothea”, dd 10 augustus 1837; 11 september 1838.

 

“Richard”, dd 11 mei 1814;

“Vrouw Trijntje”, dd 09 oktober 1815; 30 oktober 1816; 01 juli 1818;

“Maria”, dd 02 oktober 1820; 08 oktober 1821; 04 oktober 1822; 16 september 1823; 13 oktober 1825;

“Zorgvuldigheid”, dd 02 oktober 1826; 21 april 1827; 06 november 1827; 30 september 1828; 17 september 1829; 27 oktober 1830; 20 oktober 1831;

“Verwagting”, dd 09 juni 1835; 15 december 1835; 14 juli 1836;

De opgaven van de “Maria” kloppen niet met die van Bouma en de Amsterdamsche Almanak voor Koophandel en Zeevaart.

 

Amsterdamsche Courant 07 juni 1825. Apart artikel onder de rubriek WEST-INDIE:

“PARAMARIBO, den 12den April. Eenige minuten na middernacht tusschen den 11den en 12den dezer maand werd aan boord van het Nederlandsch koopvaardijschip Willem den Eersten, Kapt. Jens Johannissen, ontdekt dat er brand onder in dien bodem was; er werd om hulp van boord der naast omliggende schepen geroepen; de Kapt. J.Hulsen zond dadelijk manschappen, en bij de opening der luiken, sloeg de vlam uit; de rook was zoo zwaar dat men, in den buitendien donkeren nacht, niets verrigten kon; bespeurende dat de felle brand niet meer te blusschen was, riep Kapt. Jens Johannissen zijne schepelingen toe, van zichzelve en hetgeen zij nog mogten uithalen te redden; en ging toen ook zelf nog eens in de kajuit, waarschijnlijk om zijne papieren an andere stukken van aangelegenheid te trachten met zich te nemen; hij werd gevolgd van een der schepelingen, die echter door den opstijgende damp genoodzaakt was dadelijk te rug te keeren, terwijl kapt., alhoewel dringend te rug geroepen, nog eenige korte oogenblikken langer beneden blijvende, zulks het droevig gevolg had, dat de brand een aan boord zich bevonden hebbend vaatje buskruid genakende de losbarsting hiervan het schip in lichte laaije vlam zette, en tevens het leven van den kapt. moet hebben verkort, vermits sedert dat oogenblik hij niet weder tevoorschijn is gekomen. Deze brand was zoo fel dat de naast aan in de laag liggende schepen, wilden zij behouden blijven, geen tijd hadden om de ankers te ligten, maar genoodzaakt waren de touwen achter en voor te kappen.

Dit had dan ook een gunstig gevolg voor de schepen, de Zorgvuldigheid, Kapt. J.Hulsen; de Henriette, Kapt. J.E.Schneebeeke en de Henriette, Kapt. J.C. Willemse, wiens boegspriet en kluiverpen reeds aan het branden was, andere schepen zoo als de Maria, Kapt. E.D.Dekker; de Jonge Willem, kapt.G.van Meedevoort ; de vier Gezusters, Kapt. Jan van Dijl vlooden van het gevaar door uit de laag en op stroom te verhalen; het schip Maria Agnita, Kapt. P.Rijnbende in de binnen laag liggende en zich los gemaakt hebbende, geraakte, door het laatste van den vloed, vast op den wal, het schip Betsy, Kapt.M.Mac Dougal van Rotterdam in de laag voor de Willem den Eersten, voor twee kettingen achter en voor vastliggende, liet de achter ketting slippen, maar voor hij zulks met de voor ketting konde doen, had de brand van de Willem den Eersten, (wiens achter touw afgebrand zijnde en deze bodem dus met het laatste van den vloed op deszelfs voor touw rondzwaaijende, met de achter steven naar den wal, tegen de Betsij langszij aankomende,) ook dezen aangetats en overmeesterd, zoodanig dat de afbranding van dezen bodem niet kon gestuit worden. De Willem den Eersten brandde af en zonk, de eb zette zich nu ten half drie ure in.

Om voor te komen dat de brand van de Betsij tot de huize overvloog, en dat, wanneer deszelfs braspil verbrand en dus de bodem zelf van de voorketting los rakende met de eb naar de beneden in de laag liggende schepen zoude afdrijven, ook aan dezen geen letsel toebragt, werden twee trossen om het roer en aan de wal vastgemaakt tevens gaten in het schip geboord, de midden en bezaan masten gekapt en om ver gehaald, en de brandspuit in een groote pont ingescheept daarop spelende gehouden, tot vijf ure des morgens, toen een zware regenbui een einde maakte aan den rampvollen brand en eene minder slegte uitkomst gaf, dan men bedugt was.

De ijver door den Oversten P.Muller en de andere Heeren Officieren van ’s Rijks Brik van oorlog Merkuur betoond, heeft grootelijks bijgedragen tot de spoedige stuiting van dezen dreigenden brand; - waarbij tegenwoordig zijn geweest Zijne Exellentie de Generaal Majoor en Gouverneur, de leden der regering enmeer andere Burgerlijke en Militaire autoriteiten.

De toestand de ekwipage der beide afgebrande schepen is deerniswaardig, hebbende dezelve alles verloren.

Na de vermelding dezer bedroevende gebeurtenis, mogen wij niet nalaten de verdiende hulde aan de nagedachtenis van den ongelukkigen Kapitein Jens Johannissen, die slechts alleen daarvan het slagtoffer is geworden, toe te wijden. - Zijne bestendige zorg voor zijnen kostbaren bodem; de eerste na zoo vele jaren stilstands in onze Nationale scheepsbouw, alhier, in den jare 1816 gerimmerd (getimmerd?) en ten regten daarvan de sieraad. - Zijn gestadig verblijf aan boord - De goede orde en discipline welke daar steeds heerschte - Dit alles heeft het onheil niet mogen voorkomen. Maar nimmer zal voorzeker het geheugen van zoo vele goede hoedanigheden worden uitgewischt bij de Reeders van zijnen bodem, bij welke zij hem ten regten geacht hadden gemaakt, - bij de Planters, welke denzelven mede hadden leren waarderen, - bij zijne equipagie, welke hem vereerde en beminde. Terwijl eindelijk eene gade en kinderen, in hem den besten verzorger hebben te betreuren.”

 

"De Drie Gebroeders" op de rede van Batavia057:

06 januari 1839        "... heden gearriveerd hier kaptijn Dekker fregat Dorothea ...".

Het fregat "Dorothea" onder gezag van Engel Douwes Dekker en met 27 manschappen dateerde de monsterrol op 11 september 1838 met bestemming Batavia. De boekhouders waren J.&T. van Marceles (=Marselis)011.

 

In het Register van Schepelingen nummer 19 staat de registratie per 30 april 1846 van Engel Douwes Dekker als gezagvoerder van het fregat “Dorothea” 011b.

 

 

38-98        09 oktober 1815, pink “De Vr. Trijntje”, kapitein Engel Douws Dekker, bestemming St.Thomas, correspondent L.Veer, 13 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 4 matrozen, 2 ligtmatrozen, koksmaat en een kajuitwachter.

38-101      30 oktober 1816, schip “De Vr. Trijntje”, kapitein Engel Douwes Dekker, bestemming West Indië, correspondent L.Veen, 13 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 4 matrozen, 2 ligtmatrozen koksmaat en een kajuitwachter.

30-102      01 juli 1818, pink “De Vr Trijntje”, kapitein Engel D.Dekker, bestemming Curacao, correspondent, L.Veer, 14 bemanningsleden i.c. opperstuurman, onderstuurman, bootsman, timmerman, kok, 3 matrozen, 3 ligtmatrozen, koksmaat en 2 kajuitwachters.

 

Het Archief van de Amsterdamse Waterschout in het Stadsarchief van Amsterdam011a bevat een monsterrol:

38-92    11 mei 1814, kof “Richard”, kapitein Engel D.Dekker, varend onder Hollandse vlag, correspondent O. de Vries, bestemming Liverpool, 8 bemanningsleden i.c. stuurman, timmerman, kok, 4 matrozen en een jongen.

 

In Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker. Dik van der Meulen, SUN, Nijmegen. 2002 staat op

p.121:

*   “In 1837 werd Engel Douwes Dekker kapitein van het fregatschip Dorothea. Met deze driemaster van 590 ton, meer dan 25 meter lang, voer hij de laatste tien jaar van zijn zeemansbestaan op Nederland-Indië. Met dit schip is Eduard Douwes Dekker op 23 september 1838 als lichtmatroos uitgezeild naar Indië.”

en op p. 139:

*   In 1838 ging Multatuli met de “Dorothea” onder gezag van zijn vader naar Indië. Hij deed dienst als matroos. Zijn broer Jan was toe stuurman.

 

Overige bijzonderheden

Op 31 oktober 1831 wordt Adrianus Gersen geplaatst als ligtmatroos op de "Zorgvuldigheid", kapitein Decker (sic), voor een reis naar Suriname. Het schip keert terug op 11 juli 1832004(532/1648).

 

In de “Biografie van Cornelis Abrahamsz Jr” worden de volgende vermeldingen gedaan109:

Tweede helft van 1822 te Amsterdam:

       In 1822 geplaatst als 3e stuurman op de “Maria”, kapt. Dekker, reederij J.& Th van Marselis. Hij moest ook als hofmeester fungeren.

Tweede helft 1822 te Amsterdam:

       “Ik ging dan op zekere morgen om 10 uur naar het huis van kapitein Dekker in de binnen brouwerstraat schelde aan en stond een weinig verlegen te wachten op de ontmoeting die ik nu hebben zou of ik aangenomen zou worden (als 3e stuurman op de “Maria”). Ik werd opengedaan door een meisje van zoo ik giste 13 of 14 jaren met pavilotten in het haar en een jakje en rokje. Meisje is de kapitein thuis? Neen vader is niet thuis maar kan ik de boodschap doen?.Neen dank U dan zal ik de kapitein wel op de beurs spreken, dag juffrouw. Dit was het eerste onderhoud dat ik had met haar die naderhand mijn vrouw en Uw Moeder is geworden.”

04 november 1823, vertrek van Nieuwe Diep met de “Maria”:

       Op 04 november 1823 weer met de “Maria” en kapitein Dekker van Nieuwe Diep vertrokken. Aan boord Lt. M. de Vogel met 50 man troepen. Arriveerden in januari 1824 in Paramaribo.

Half april 1825. Beschrijving van een brand op de Surinamerivier van de “Willem den Eersten” onder kapitein Jens Johannissen:

     Abrahamsz dacht eerst dat kapitein Dekker “… zijne grootte bezorgdheid betuigde over het schip Zorgvuldigheid, (onder kapitein J.Hulsen) het welk noch niet buiten gevaar was, men was daar evenwel hard aan ’t werk en kort daarna zagen wij ook dit schip en noch vele andren op stroom halen, en toen was zijn Ed. ook gerust, eerst had ik gemeend dat zijne ongerustheid over hetzelve daarin zijn oorzaak had, dat dit schip voor de zelfde Rederij voer, en dus zuivere belangstelling in ’t lot van zijn Reeders, maar later zeide hij mij dat hij juist een dag te vooren eene grootte partij balen koffij in hetzelve geladen had en dat deze noch niet verzekerd waren.

       Vervolg gaat over de brand op de “Willem den Eersten” onder kapitein J.Johannissen.

10 december 1825. Liggend te Nieuwe Diep met de “Maria”:

       Vierde reis met de “Maria” onder kapitein Dekker. Als passagiers de heren Groof en v.d. Weide en mevr. Retermeijer.

Op 30 januari 1826 vertrek met de “Maria”, kapt. Dekker, vanuit Nieuwe Diep.

       Na 39 dagen in Paramaribo. op 22 april 1826 retour en na 60 dagen op 21 juni 1826 in Nieuwe Diep terug.

Juli/augustus 1826 te Amsterdam:

       “Mijne kapitein (kapitein Dekker) die zoo gaarne een vlugger en handiger schip had dan het geene hij tot nu toe gevoerd had kreeg nu daar de oude kapt. Hulsen aan de wal bleef het bevel over het vroeger door dezen gevoerde schip de Zorgvuldigheid en ik de belofte om als 2e stuurman aan boord van dien bodem geplaatst te zullen worden.”

 

Engel Douwes Dekker was de vader van Eduard Douwes Dekker, de latere Multatuli, en schoonvader van kapitein Cornelis Abrahamsz Jr die huwde met zijn dochter Catharina. Deze Cornelis Abrahamsz begon zijn zeemansloopbaan bij zijn latere schoonvader. Uitgebreide informatie omtrent Engel Douwes Dekker en zijn vrouw is te vinden in een aantal bronnen, nl:

  1. Autobiografie van Cornelis Abrhamsz. Jr. Originele manuscript in het NSM. Hiervan is een typoscript beschikbaar onder nummer Gr.80-6 I en II. Het typoscript heb ik doorgenomen o.a. op het voorkomen van personen (excl. familieleden) en de genoemde kapiteins zijn opgenomen in deze Lexicon. Ik heb wel de indruk, dat er in de transcriptie typefouten staan en een nauwkeurige biograaf zou dus het manuscript moeten raadplegen voor correcte citaten.
  2. Anna Abrahams. Journaal eener Oostindiesche Reis. De belevenissen van een tienjarig meisje in 1847 en 1848.

     Geannoteerde uitgave door de stichting Terra Incognita te Amsterdam. 1993. 72 pp.

  1. Met de wind in het zeil. Verslag van een doctoraal werkcollege: Gezagvoerders bij de koopvaardij in de negentiende eeuw

     door Koos Meijles, Mei 1991, 49 pp. De gegevens over Abrahamsz staan op pp. 6 t/m 19 en zijn vooral ontleend aan de onder 1 genoemde autobiografie.

  1. Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker. Dirk van der Meulen. Uitg. SUN, Nijmegen 2002, 912 pp.

     Kapitein Abrahamsz was de zwager van Multatuli en de biografie vermeldt diverse keren de contacten tussen beide families. De godsdienstige Abrahamsz was zeer ongelukkig met de contacten tussen de atheïstische Douwes Dekker en zijn kinderen, o.a. zijn dochter Sietske.

  1. Volgens van der Meulen (zie 4) heeft Paul van ’t Veer in “Het leven van Multatuli” veel bijzonderheden van het leven van de familie Douwes Dekker
  2. Het geannoteerde Journaal van Anna Abrahamsz en de scriptie van Meijles bevatten diverse referenties, die inzicht geven in het leven van kapitein Abrahamsz.

 

Rotterdamsche Courant 25 mei 1819114

Amsterdam 23 mei. Volgens een brief van Curaçao, van den 9 maart, zou den 3 april van daar vertrekken het schip VROUW TRYNTJE, kaptein E.D. Dekker, naar Amsterdam.

 

Rotterdamsche Courant 13 juli 1819114

Advertentie. R. Hoijman, J. van Ouwerkerk de Vries, T. van Olivier, J.E. Lublink en J. Boelen, makelaars, zullen, op maandag den 19 juli 1819, des avonds ten 6 uren, te Amsterdam, in het Nieuwezijds Heeren-Logement, op de Haarlemmerdijk, verkopen: een extraordinair welbezeild gekoperd Pinkschip, genaamd de VROUW TRIJNTJE, gevoerd Kapitein E.D. Dekker, lang 92 voet 5 en 1 half duim, wijd 26 voet 3 duim, hol 12 voet, het verdek 5 voet 8 duim, alles Amsterdamse maat; breder bij de inventaris en berigt bij de makelaars.

 

Rotterdamsche Courant 23 september 1819114

Advertentie. R. Hoijman, J. van Ouwerkerk de Vries, T. van Olivier, J.E. Lublink, J.H. Schäffer en J. Boelen, makelaars, zullen, op maandag den 27 september 1819, des v.m. ten 10 uren, te Amsterdam, op de werf van de Mr. Scheeps-timmerman J. Meijjes, in de Kleine Kattenburgerstraat, verkopen: het Pinkschips-hol, genaamd de VROUW TRIJNTJE, gevoerd geweest door kapitein Engel Douwes Dekker, lang 92 voet 5 en 1 half duim, wijd 26 voet 3 duim, hol 12 voet, het verdek 5 voet 8 duim, alles Amsterdamse maat, alsmede een partij scheeps-gereedschappen, bestaande in ankers, touwen, zeilen, rondhouten, enz. Liggende als nader bij notitie wordt aangewezen, en berigt bij de makelaars. (opm: vermoedelijk rijp voor de sloop, zie RC 130719)

 

Rotterdamsche Courant 30 november 1820114

Londen, 24 november. Het schip MARIA, Dekker, van Amsterdam naar Surinamen, bevond zich den 20 dezer op de hoogte van Dartmouth, en de volgende dag het schip ADRIANA JOHANNA, Kleijn, mede van Amsterdam naar Surinamen, beiden den 17 uit Texel gezeild.

 

Rotterdamsche Courant 16 juni 1821114

Amsterdam, 14 juni. Kapt. A. Hansen, voerende het schip AMICITIA, den 12 juni in Texel binnen van Surinamen, is den 12 april van daar vertrokken; dezelve berigt, dat voor hem gezeild is het schip (opm: pink) SIMONETTA MARIA, kapt. G.H. Ahlers; dat het fregat PAULINA, kapt. J. Johannessen, den 15 dito zou vertrekken, en gevolg worden door de schepen CONCORDIA, kapt. W. Groen, en MARIA, kapt. E.D. Dekker, allen naar Amsterdam.

 

Rotterdamsche Courant 01 juni 1822114

Amsterdam, 29 mei. Kapt. E.D. Dekker, voerende het fregatschip MARIA, meldt van Paramaribo, van den 6 maar, dat zijn vertrek van daar naar Amsterdam op den 21 april bepaald is

 

Rotterdamsche Courant 11 juni 1822114

Rotterdam, 10 juni. Uittreksel uit de Lloyd’s Lijst van den 7 juni:

Het schip ROTTERDAMSCH WELVAREN (opm: fregat ROTTERDAMS WELVAREN), K.P. Schenkel, van Rotterdam naar Batavia, was den 4 dezer op de hoogte van Douvres (opm: Dover), en de volgende dag bij Dartmouth het schip de ZEEUW (opm: fregat, kapt. L. Woutersen), van Surinamen naar Middelburg; het schip MARIA, Decker (opm: kapt. E.D. Dekker), van Surinamen naar Amsterdam, bevond zich den 4 op de hoogte van Plymouth.

 

Rotterdamsche Courant 15 juni 1822114

Amsterdam, 13 juni. Kapt. E.D. Dekker, voerende het fregatschip MARIA, van Surinamen naar Amsterdam gedestineerd, meldt in dato 3 juni, dat hij die ochtend te elf uren, bewesten Goudstaart (opm: Start Point), in goede staat zeilende was, hebbende oosten winden. Hij was den 22 april van Surinamen vertrokken en zou denkelijk die zelfde dag door kapt. J. Hulsen, voerende het schip (opm: fregat) de ZORGVULDIGHEID, gevolgd zijn.

 

Datum vanaf: 1815
Kapitein: Dekker, Engel Douwes
Overige informatie: 1815-10-06

Monsterrollen

Opgemaakt Amsterdam
Datum: 1815-10-09
Scheepsnaam voorvoegsel:
Scheepsnaam: VROUW TRYNTJE
Schipper: Dekker, Engel Douwes
Scheepstype: pink
Grootte:

Bekijk alle monsterrollen Bekijk alle monsterrollen
Akten

ARCHIEF Gemeente Amsterdam archiefnummer 5181/7150-1815-47a

DVD 6 – IV – 158-161

ACTE AAN-/VERKOOP
Naam schip MARGARETHA (na verkoop genaamd de VROUW TRIJNTJE)

plaats en datum acte openbare vrijwillige verkoop, Amsterdam, 7 augustus 1815

soort schip pink

Bouwwerf/verkoper Paulus Jansen Aanzelman, kapitein, gechargeerd voor de verkoop, als lasthebbende van zijn principalen (niet genoemd)

Gevoerd door kapt. Paulus Jansen Aanzelman

eigenaar/aankoper Laurens Veer, Alkmaar

te voeren door kapt.

groot volgens meetbrief in tonnen

tuigage en aantal dekken

afmetingen lang over stevens 92 voet, wijd bij de eerste balk voor het grootluik binnen zijn huid 26 voet, hol in het ruim bij de eerste balk voor het grootluik op zijn uitwatering 11½ voet, het verdek bij de eerste balk voor het grootluik hoog aan boord 5½voet, alles Amsterdamse maat

kiellegging

tewaterlating

plaats en datum van registratie Amsterdam, 17 augustus 1815

nummer van registratie deel 9, folio 82, afd.5

notaris Johannes Tiedeman Nicolaaszoon, griffier rechtbank van koophandel, Amsterdam

prijs (bij aan-/verkoop) NLG. 10.350,-

bijzonderheden: het schip lag bij deze veiling aan de scheepstimmerwerf St. Jago in de Bikkerstraat te Amsterdam



researcher/datum research ML/160707





ARCHIEF Gemeente Amsterdam archiefnummer 5181/7150-1815-47b

DVD 6 – IV – 158-161

REDERIJCEDUUL TER VERKRIJGING ZEEBRIEF
Naam schip de VROUW TRIJNTJE, te voren genaamd geweest MARGARETHA

plaats en datum acte eigendomsverklaring, Amsterdam, 19 september 1815

soort schip pink

Eigenaren: zie onder bijzonderheden

Gevoerd door kapt. Engel Douwes Dekker, wonende te Ameland

eigenaar/aankoper

te voeren door kapt.

groot volgens meetbrief in tonnen

tuigage en aantal dekken

afmetingen

kiellegging

tewaterlating

plaats en datum van registratie Amsterdam, 25 september 1815

nummer van registratie deel 4, folio 166, recto, case 6

notaris

prijs (bij aan-/verkoop)

bijzonderheden: eigenaren: L. Veer (5/16e), Johs. Meijjes (3/16e) en Simon Hikkel (4/16e)



researcher/datum research ML/160707

Naam MARGARETHA
Archiefinstelling Stadsarchief Amsterdam
Jaar 1815
Toegang 5181
Inventaris 7150
Klik hier om de originele akte te bekijken

ARCHIEF Gemeente-Archief Amsterdam archiefnummer Ams.5181-7155-1818-62
DVD 6 – IX– 158-161
__________________________________________________
Acte koop/verkoop
Naam schip: MARGARETHA, door kopers genaamd de VROUW TRIJNTJE

Plaats en datum acte openbare verkoping, Amsterdam, 7 augustus 1815

Soort schip pink

Bouwwerf / verkoper Paulus Jansen Manzelman (mogelijk voor zijn principalen, niet duidelijk)

Gevoerd door kapt. Paulus Jansen Manzelman

Eigenaar / aankoper Laurens Veer, koopman te Alkmaar

Te voeren door kapt. Engel Douwes Dekker (in 1818)

Groot volgens meetbrief

Tuigage en aantal dekken

Afmetingen lang over steven 92 voet, wijd bij eerste balk voor grootluik binnen zijn huid 26 voet, hol in het ruim bij eerste balk voor grootluik op zijn uitwatering11½ voet, het verdek bij eerste balk voor grootluik hoog aan boord 5½ voet, alles Amsterdamse maat

Kiellegging

Tewaterlating

Plaats en datum van registratie Amsterdam, 17 augustus 1815

Nummer van registratie deel 9, folio 82, afd. 1

Notaris Johannes Tiedeman Nicz., griffier rechtbank koophandel, Amsterdam

Prijs (bij aan-/verkoop vermeld) NLG. 10.350,-

Bijzonderheden: schip lag bij deze verkoop aan de werf St. Jago in de Bikkerstraat te Amsterdam
Bijgevoegd rederijceduul pink de VROUW TRIJNTJE, kapt. Engel Douwes Dekker,in dato Alkmaar, 27 maart 1818, eigenaren Laurens Veer (5/16e part), Gerrit Haanloos (?) 4/16e part) en Joh. Meijjes (3/16e part)



Researcher/datum research ML/140907

Naam MARGARETHA
Archiefinstelling Stadsarchief Amsterdam
Jaar 1818
Toegang 5181
Inventaris 7155
Klik hier om de originele akte te bekijken

Bronnen

Jaar: 1815
Bron: Diverse Bronnen
Omschrijving: N.A. Den Haag, toegang nummer 2.08.01.07 Zeebrieven verbalen, diverse bestanddelen.
Gemeente archief Amsterdam 5181/7150-1815-47a+b
Gemeente archief Amsterdam Ams.5081-7155-1818-62
CCR = Curaçaosche Courant
LCO = Leydsche Courant
OHC = Opregte Haarlemsche Courant
RC = Rotterdamsche Courant