Inloggen
VROUW FENNA - ID 11605


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1814-04-29 / 1817-03-27 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist (zie final fate)

Identification Data

Bouwjaar: 18??
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Smak
Construction Data

Scheepsbouwer: Oude Pekela, Groningen
Technical Data

Net Tonnage: 23.00 lasts (commercial)
Deadweight: 44.00 lasts (rye)
 
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1814
Datum agenda: 1814-04-29
Register nr: 18140575
Scheepsnaam: VROUW FENNA
Type: Smak
Lasten: 0
Gebouwd in plaats: Oude Pekela
Gebouwd in provincie: Groningen
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Hoetjer, Jan Gerrits
Plaats: niet vermeld
Kapitein op moment van verzoek: Hoetjer, Jan Gerrits
Opmerkingen: Eerste zeebrief
groot 44 rogge-lasten en 23 commercielasten

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1811-00-00 VROUW FENNA
Manager:
Eigenaar: Jan Gerrits Hoetjer, Veendam, Groningen, Netherlands (part of French Empire 1810-1813)
Shareholder:
Homeport / Flag: Onbekend / Onbekend

Date/Name Ship 1814-04-02 VROUW FENNA
Manager: Berend Willem Brouw, Veendam, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Gerrits Hoetjer & Jan Jacob Legger, Veendam, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Onbekend / Netherlands

Ship Events Data

1814-04-02: 2 april 1814: een procesverbaal van adjudicatie van een prijsschip, genaamd de VROUW FENNA 15 juli 1811 gehouden door Carthier commissaris van de maritime inscriptie chef van den dienst in het Departement van de Westereems, waarbij het gemelde schip is verkocht aan Jan Gerrits Hoetjer, wonende te Veendam, voor 2.675 francs.
1817-03-27: Final Fate:
27 maart 1817. Rotterdamsche Courant.
Amsterdam, 25 maart. Het schip (opm: smak) de VROUW FENNA, kapt. J.G. Hoetjer, met hout naar Edam gedestineerd, den 5 maart van Arensdahl (opm: Arendal) vertrokken, de volgende dag door storm lek geworden, hetwelk, niettegenstaande aanhoudend pompen, den 10 dito zodanig toegenomen was, dat het vol water liep en kenterde; twee man, waaronder de zoon van de kaptein, waren verdronken, en de vijf overigen genoodzaakt zich op de zijde van het schip te houden; vervolgens de masten gebroken zijnde, kwam het schip weder in deszelfs gewone ligging, doch daar alles van het dek en de kajuit weggespoeld was, hadden deze vijf mensen niets tot voedsel over, dan drie stokvissen en vier beschuiten, zonder enig zoet water, waarmede zij hun leven rekten tot den 15 dito, toen zij door een vaartuig, van Helgoland naar de Hever (opm: waarschijnlijk Jever, ten westen van Wilhelmshaven) gedestineerd, ontdekt en gered werden; zijnde geheel afgemat en aan handen en voeten bevroren, waarvan zij echter door konstmatige hulp beginnen te herstellen.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt J.G.Hoetjer als gezagvoerder gedurende:

*    1829 t/m 1832 van de galjoot “Martina Aletta”, gebouwd in 1815, bouwlocatie niet vermeld, 75 ton o.m., varend voor Smeer & Co te Rotterdam.

 

Het Archief van de Amsterdamse Waterschout op het Stadsarchief te Amsterdam bevat monsterrollen op naam van Jan Gerrits Hoetjer op de:

“Vrouwe Fenna”, dd 24 juni 1816.

 

Overige bijzonderheden

Rotterdamsche Courant 27 maart 1817

Amsterdam, 25 maart. Het schip de VROUW FENNA, kapt. J.G. Hoetjer, met hout naar Edam gedestineerd, den 5 maart van Arensdahl (opm: Arendal) vertrokken, de volgende dag door storm lek geworden, hetwelk, niettegenstaande aanhoudend pompen, den 10 dito zodanig toegenomen was, dat het vol water liep en kenterde; twee man, waaronder de zoon van de kaptein, waren verdronken, en de vijf overigen genoodzaakt zich op de zijde van het schip te houden; vervolgens de masten gebroken zijnde, kwam het schip weder in deszelfs gewone ligging, doch daar alles van het dek en de kajuit weggespoeld was, hadden deze vijf mensen niets tot voedsel over, dan drie stokvissen en vier beschuiten, zonder enig zoet water, waarmede zij hun leven rekten tot den 15 dito, toen zij door een vaartuig, van Helgoland naar de Hever (opm: waarschijnlijk Jever, ten westen van Wilhelmshaven) gedestineerd, ontdekt en gered werden; zijnde geheel afgemat en aan handen en voeten bevroren, waarvan zij echter door konstmatige hulp beginnen te herstellen.

Rotterdamsche Courant 28 september 1819114

In lading liggend te Rotterdam naar:

Havre-de-Grâce: het schip MAARTINA ALETTA, kapt. Jan Gerrits Hoetjer, om den 20 oktober te vertrekken. …

 

Dordrechtsche Courant 30 september 1819114

Dordrecht, 29 september. Aan deze stad is gearriveerd het schip MAARTINA EN ALETTA, kapt. Jan Gerrits Hoetjer, van Bergen in Noorwegen, met stokvis en levertraan.

 

Rotterdamsche Courant 02 november 1819114

Rotterdam, 1 november.  …

den 31 zeilden de VROUW GEZINA (opm: in RC 280919 geschreven als VROUW GESINA), A.C. Brouwer, naar Dublin; de MAARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, naar Havre-de-Grâce, en de VLASBLOEM, G. Hulsthoff, naar Bordeaux; de wind O. …

 

Rotterdamsche Courant 05 april 1821114

Amsterdam, 3 april. Te Cette (opm: Sète) zijn gearriveerd N.A. Smit van Rotterdam en P.M. Lindstrom van Dordrecht; te St. Ubes (opm: Setubal) Arfsten van Ostende en te Travemünde J.G. Hoetjer, H.C. Oortjes, F.J. Deddes en R.J. Nagel van Delfzijl.

 

Rotterdamsche Courant 10 april 1821114

Te Rotterdam in lading liggende schepen naar:

….Bergen, in Noorwegen: het Schip MAARTINA ALETTA, kapt. Jan Gerrits Hoetjer, ligt gereed.

Adres ten kantore van Kuijper, Van Dam en Smeer….

 

Rotterdamsche Courant 10 april 1821114

Rotterdam, 9 april. Den 6 arriveerde in de Maas het schip DE JONGE RICHARD, J. Parlevliet, van Hull;

den 7 zeilden MARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer naar Bergen, de VIER GEZUSTERS, P.J. Bager, naar Odense en de ZES BROEDEREN, P.H. Ericsen, naar Foorburg (opm: Faaborg); de wind Z.W.

 

Rotterdamsche Courant 10 april 1821114

Rotterdam, 9 april. Van Den Briel wordt gemeld: kapt. Hoetjer is den 7 wel in zee en de kapiteins Bager en Ericsen zijn den 7 terug gekomen, doch den 8 weder naar zee gezeild. ….

 

Rotterdamsche Courant 19 april 1821114

Amsterdam, 17 april. Te Rendsburg zijn gearriveerd L.M. Hoekstra van Holtenau, W.J. Mellema van Kiel, H. Ebes van Sonderburg, T. Jans van Callundborg (opm: Kalundborg), J. Thormählen en W.J. Stuit van Eckernfort (opm: Eckernförde) en H.H. Brams van Kiel naar Amsterdam, S.L. Pinksterboer van Kiel naar Zaandam, H.S. Thijgesen van Assens naar Rotterdam, G.G. Smit, D. Bruntje en J.H. Einfeldt van Amsterdam naar Dantzig (opm: Gdansk), R.J. Nagel van Neustadt naar Schiedam, F.J. Deddes, H.G. Oortjes en H.G. Duken van Neustadt, J.G. Hoetjer van Lübeck en H.J. Oortjes van Bogensee, allen naar Antwerpen; te Libau (opm: Liepaja) H.J. Swart van Schiedam en J.J. Siedses van Harlingen.

Den 1 april zijn van Libau vertrokken B.J. Rass en J.H. Lohse naar Amsterdam.

 

Rotterdamsche Courant 26 april 1821114

Amsterdam, 24 april.

Te Terschelling zijn binnengekomen ….

….. J.G. Hoetjer van Lübeck; de laatste heeft bij zich aan boord de door hem geborgene equipagie van het tjalkschip DE VROUW MARIA, gevoerd geweest door kapitein W.J. Stuit, welk vaartuig in de storm van den 18 april, op de hoogte van het eiland Juist, gezonken is.

 

Rotterdamsche Courant 30 augustus 1821114

Rotterdam 29 augustus.

…. 28 zeilde de CHRISTINA TITIA, A.A. Potjer, naar Brest, en arriveerde de WELVAART, H.J. Walker, van Libau (opm: Liepaja), en arriveerden nog in de Put de HARMONIE, W. Verloop, van Petersburg; de MAARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, van Bergen; de KOOPHANDEL, B.G. Harkema, van Riga; de laatste is bijlegger, door zware lekkagie, gedestineerd naar Livorno. Er is nog een inkomende galjas binnen de bank vastgeraakt, de naam nog onbekend…..

 

Rotterdamsche Courant 25 september 1821114

Rotterdam, 24 september. Den 22 zeilden uit de Maas de schepen de HOOP, E.G. Jonker, naar Brest; de HARMONIE, W. Verloop, en de MARIA MAGDALENA, T.L. Kerkstra, naar Cherburg; de BONNE ESPÉRANCE, L. Porgrout, naar Rouaan; de VROUW FENNEGINA, A.K. Braam, naar de Bogt; de FRIENDS OF LIBERTY, G. Rubic, naar Rye; de PRINS LEOPOLD, W. Draper, naar Hull; de JUFVROUW MARTHA, E.B. Bol, naar Boulogne; de DRIE VRIENDEN, H.G. Haverbult, naar … ; de KATIERA, S. Bufustone, en de SKY LARK, T. Poolsey, naar Londen; de ARNO, P. Robertson, naar Stockton; de FAMILIEN, J.G. Berge, naar Christiaansand; de DAUNTLESS, C. Sharp, naar Fitseroe; de MAARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, en de ANNA, R.E. Brouwer, naar Bergen; de CATHARINA, H. Clasen, naar Borrowstones; de LOUISA, D. Guijt, naar Jerseij; de VROUW MARGARETHA, M.L. de Boer, naar Hamburg…..

 

Rotterdamsche Courant 11 april 1822114

Rotterdam, 10 april. Den 10 wordt van Den Briel gemeld: den 9 arriveerden de VROUW ALBERDINA, D.A. Wilkens, van Kiel; de DAGERAAD, J.A. Smith, van Droogbak; de GOEDE VERWACHTING, J.H. Vink, van Brewich, en zeilden de CHRISTINA, C. Klok, naar Londen; de HENDRIKA, T.F.A Harding, naar Libau; de ONDERNEMING, H.F. Klie, naar Hull; de VIER GEZUSTERS, P.H. Bager, naar Faborg, en la DUSTRIE, J. Kluis, naar Lissabon.

Den 10 arriveerdeN de MARIA ALETTA, kapt. J.G. Hoetjer, van Altona, en de JONGE MARTIN, D. Martens, van Rendsburg.

 

Rotterdamsche Courant 30 april 1822114

Rotterdam, 29 april. ….

….Den 29 zeilden uit de Maas de schepen de VROUW CHRISTINA, R.J. Dood, naar Bristol; de EENDRAGT, R.J. Klunder, naar Cherburg; de JACOB PHILIP, J. Bruss, naar Archangel; BUITEN VERWACHTING, C. van der Plas, en de VIGILANTIE, A.J. Onstwedder, naar Lissabon; de MARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, naar ’t Lieth van Edenburgh; de DRIE ZUSTERS, C. Hansen, naar Bandholm; de LOUISA, D. Guijt, en de CLARA MARGARETHA, P.D. Dik, naar Liverpool.

 

Rotterdamsche Courant 21 september 1822114

Rotterdam, 20 september. Den 18 arriveerden in Den Briel de MAARTINA ALETTA (opm: MARTINA ALETTA), J.G. Hoetjer, van Dantzig (opm: Gdansk); de VROUW HENDRIKA (opm: VROUW HENDRIKJE), W.J. Drewes, van Busum; de TROOST VOOR MOEDELOOS, R.G. Nieuwveen (opm: smak TROOST VOOR MOEDERLOOS, R.G. Nieveen); de MARGARETHA, B.J. Potjewijd, en der MORGENSTERN, K.H. Meijer, van Kiel; de GOEDE HOOP, L.B. Flonk, van Tonningen; de VROUW GEZINA, H.B. Stutvoet, van Katington; de ADRIANA CHRISTINA, F.C. Pfeffercorn, van Drontheim, en de VROUW JOHANNA, J. de Vries, van Riga…..

 

Rotterdamsche Courant 26 september 1822114

Te Rotterdam in lading liggende schepen naar:….

….Havre: het schip MAARTINA ALETTA (opm: MARTINA ALETTA), kapt. Jan Gerrijts Hoetjer…..

 

Rotterdamsche Courant 03 december 1822114

Rotterdam, 2 december. Den 30 passato (opm: november) arriveerde in de Maas het schip de MAARTINA ALETTA (opm: galjoot MARTINA ALETTA), J.G. Hoetjer, van Granville.

 

 

Datum vanaf: 1811
Kapitein: Hoetjer, Jan Gerrits
Overige informatie: 0

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt J.G.Hoetjer als gezagvoerder gedurende:

*    1829 t/m 1832 van de galjoot “Martina Aletta”, gebouwd in 1815, bouwlocatie niet vermeld, 75 ton o.m., varend voor Smeer & Co te Rotterdam.

 

Het Archief van de Amsterdamse Waterschout op het Stadsarchief te Amsterdam bevat monsterrollen op naam van Jan Gerrits Hoetjer op de:

“Vrouwe Fenna”, dd 24 juni 1816.

 

Overige bijzonderheden

Rotterdamsche Courant 27 maart 1817

Amsterdam, 25 maart. Het schip de VROUW FENNA, kapt. J.G. Hoetjer, met hout naar Edam gedestineerd, den 5 maart van Arensdahl (opm: Arendal) vertrokken, de volgende dag door storm lek geworden, hetwelk, niettegenstaande aanhoudend pompen, den 10 dito zodanig toegenomen was, dat het vol water liep en kenterde; twee man, waaronder de zoon van de kaptein, waren verdronken, en de vijf overigen genoodzaakt zich op de zijde van het schip te houden; vervolgens de masten gebroken zijnde, kwam het schip weder in deszelfs gewone ligging, doch daar alles van het dek en de kajuit weggespoeld was, hadden deze vijf mensen niets tot voedsel over, dan drie stokvissen en vier beschuiten, zonder enig zoet water, waarmede zij hun leven rekten tot den 15 dito, toen zij door een vaartuig, van Helgoland naar de Hever (opm: waarschijnlijk Jever, ten westen van Wilhelmshaven) gedestineerd, ontdekt en gered werden; zijnde geheel afgemat en aan handen en voeten bevroren, waarvan zij echter door konstmatige hulp beginnen te herstellen.

Rotterdamsche Courant 28 september 1819114

In lading liggend te Rotterdam naar:

Havre-de-Grâce: het schip MAARTINA ALETTA, kapt. Jan Gerrits Hoetjer, om den 20 oktober te vertrekken. …

 

Dordrechtsche Courant 30 september 1819114

Dordrecht, 29 september. Aan deze stad is gearriveerd het schip MAARTINA EN ALETTA, kapt. Jan Gerrits Hoetjer, van Bergen in Noorwegen, met stokvis en levertraan.

 

Rotterdamsche Courant 02 november 1819114

Rotterdam, 1 november.  …

den 31 zeilden de VROUW GEZINA (opm: in RC 280919 geschreven als VROUW GESINA), A.C. Brouwer, naar Dublin; de MAARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, naar Havre-de-Grâce, en de VLASBLOEM, G. Hulsthoff, naar Bordeaux; de wind O. …

 

Rotterdamsche Courant 05 april 1821114

Amsterdam, 3 april. Te Cette (opm: Sète) zijn gearriveerd N.A. Smit van Rotterdam en P.M. Lindstrom van Dordrecht; te St. Ubes (opm: Setubal) Arfsten van Ostende en te Travemünde J.G. Hoetjer, H.C. Oortjes, F.J. Deddes en R.J. Nagel van Delfzijl.

 

Rotterdamsche Courant 10 april 1821114

Te Rotterdam in lading liggende schepen naar:

….Bergen, in Noorwegen: het Schip MAARTINA ALETTA, kapt. Jan Gerrits Hoetjer, ligt gereed.

Adres ten kantore van Kuijper, Van Dam en Smeer….

 

Rotterdamsche Courant 10 april 1821114

Rotterdam, 9 april. Den 6 arriveerde in de Maas het schip DE JONGE RICHARD, J. Parlevliet, van Hull;

den 7 zeilden MARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer naar Bergen, de VIER GEZUSTERS, P.J. Bager, naar Odense en de ZES BROEDEREN, P.H. Ericsen, naar Foorburg (opm: Faaborg); de wind Z.W.

 

Rotterdamsche Courant 10 april 1821114

Rotterdam, 9 april. Van Den Briel wordt gemeld: kapt. Hoetjer is den 7 wel in zee en de kapiteins Bager en Ericsen zijn den 7 terug gekomen, doch den 8 weder naar zee gezeild. ….

 

Rotterdamsche Courant 19 april 1821114

Amsterdam, 17 april. Te Rendsburg zijn gearriveerd L.M. Hoekstra van Holtenau, W.J. Mellema van Kiel, H. Ebes van Sonderburg, T. Jans van Callundborg (opm: Kalundborg), J. Thormählen en W.J. Stuit van Eckernfort (opm: Eckernförde) en H.H. Brams van Kiel naar Amsterdam, S.L. Pinksterboer van Kiel naar Zaandam, H.S. Thijgesen van Assens naar Rotterdam, G.G. Smit, D. Bruntje en J.H. Einfeldt van Amsterdam naar Dantzig (opm: Gdansk), R.J. Nagel van Neustadt naar Schiedam, F.J. Deddes, H.G. Oortjes en H.G. Duken van Neustadt, J.G. Hoetjer van Lübeck en H.J. Oortjes van Bogensee, allen naar Antwerpen; te Libau (opm: Liepaja) H.J. Swart van Schiedam en J.J. Siedses van Harlingen.

Den 1 april zijn van Libau vertrokken B.J. Rass en J.H. Lohse naar Amsterdam.

 

Rotterdamsche Courant 26 april 1821114

Amsterdam, 24 april.

Te Terschelling zijn binnengekomen ….

….. J.G. Hoetjer van Lübeck; de laatste heeft bij zich aan boord de door hem geborgene equipagie van het tjalkschip DE VROUW MARIA, gevoerd geweest door kapitein W.J. Stuit, welk vaartuig in de storm van den 18 april, op de hoogte van het eiland Juist, gezonken is.

 

Rotterdamsche Courant 30 augustus 1821114

Rotterdam 29 augustus.

…. 28 zeilde de CHRISTINA TITIA, A.A. Potjer, naar Brest, en arriveerde de WELVAART, H.J. Walker, van Libau (opm: Liepaja), en arriveerden nog in de Put de HARMONIE, W. Verloop, van Petersburg; de MAARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, van Bergen; de KOOPHANDEL, B.G. Harkema, van Riga; de laatste is bijlegger, door zware lekkagie, gedestineerd naar Livorno. Er is nog een inkomende galjas binnen de bank vastgeraakt, de naam nog onbekend…..

 

Rotterdamsche Courant 25 september 1821114

Rotterdam, 24 september. Den 22 zeilden uit de Maas de schepen de HOOP, E.G. Jonker, naar Brest; de HARMONIE, W. Verloop, en de MARIA MAGDALENA, T.L. Kerkstra, naar Cherburg; de BONNE ESPÉRANCE, L. Porgrout, naar Rouaan; de VROUW FENNEGINA, A.K. Braam, naar de Bogt; de FRIENDS OF LIBERTY, G. Rubic, naar Rye; de PRINS LEOPOLD, W. Draper, naar Hull; de JUFVROUW MARTHA, E.B. Bol, naar Boulogne; de DRIE VRIENDEN, H.G. Haverbult, naar … ; de KATIERA, S. Bufustone, en de SKY LARK, T. Poolsey, naar Londen; de ARNO, P. Robertson, naar Stockton; de FAMILIEN, J.G. Berge, naar Christiaansand; de DAUNTLESS, C. Sharp, naar Fitseroe; de MAARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, en de ANNA, R.E. Brouwer, naar Bergen; de CATHARINA, H. Clasen, naar Borrowstones; de LOUISA, D. Guijt, naar Jerseij; de VROUW MARGARETHA, M.L. de Boer, naar Hamburg…..

 

Rotterdamsche Courant 11 april 1822114

Rotterdam, 10 april. Den 10 wordt van Den Briel gemeld: den 9 arriveerden de VROUW ALBERDINA, D.A. Wilkens, van Kiel; de DAGERAAD, J.A. Smith, van Droogbak; de GOEDE VERWACHTING, J.H. Vink, van Brewich, en zeilden de CHRISTINA, C. Klok, naar Londen; de HENDRIKA, T.F.A Harding, naar Libau; de ONDERNEMING, H.F. Klie, naar Hull; de VIER GEZUSTERS, P.H. Bager, naar Faborg, en la DUSTRIE, J. Kluis, naar Lissabon.

Den 10 arriveerdeN de MARIA ALETTA, kapt. J.G. Hoetjer, van Altona, en de JONGE MARTIN, D. Martens, van Rendsburg.

 

Rotterdamsche Courant 30 april 1822114

Rotterdam, 29 april. ….

….Den 29 zeilden uit de Maas de schepen de VROUW CHRISTINA, R.J. Dood, naar Bristol; de EENDRAGT, R.J. Klunder, naar Cherburg; de JACOB PHILIP, J. Bruss, naar Archangel; BUITEN VERWACHTING, C. van der Plas, en de VIGILANTIE, A.J. Onstwedder, naar Lissabon; de MARTINA ALETTA, J.G. Hoetjer, naar ’t Lieth van Edenburgh; de DRIE ZUSTERS, C. Hansen, naar Bandholm; de LOUISA, D. Guijt, en de CLARA MARGARETHA, P.D. Dik, naar Liverpool.

 

Rotterdamsche Courant 21 september 1822114

Rotterdam, 20 september. Den 18 arriveerden in Den Briel de MAARTINA ALETTA (opm: MARTINA ALETTA), J.G. Hoetjer, van Dantzig (opm: Gdansk); de VROUW HENDRIKA (opm: VROUW HENDRIKJE), W.J. Drewes, van Busum; de TROOST VOOR MOEDELOOS, R.G. Nieuwveen (opm: smak TROOST VOOR MOEDERLOOS, R.G. Nieveen); de MARGARETHA, B.J. Potjewijd, en der MORGENSTERN, K.H. Meijer, van Kiel; de GOEDE HOOP, L.B. Flonk, van Tonningen; de VROUW GEZINA, H.B. Stutvoet, van Katington; de ADRIANA CHRISTINA, F.C. Pfeffercorn, van Drontheim, en de VROUW JOHANNA, J. de Vries, van Riga…..

 

Rotterdamsche Courant 26 september 1822114

Te Rotterdam in lading liggende schepen naar:….

….Havre: het schip MAARTINA ALETTA (opm: MARTINA ALETTA), kapt. Jan Gerrijts Hoetjer…..

 

Rotterdamsche Courant 03 december 1822114

Rotterdam, 2 december. Den 30 passato (opm: november) arriveerde in de Maas het schip de MAARTINA ALETTA (opm: galjoot MARTINA ALETTA), J.G. Hoetjer, van Granville.

 

 

Datum vanaf: 1814
Kapitein: Hoetjer, Jan Gerrits
Overige informatie: 1814-04-29

Monsterrollen

Opgemaakt Amsterdam
Datum: 1816-06-24
Scheepsnaam voorvoegsel: DE
Scheepsnaam: VROUW FENNA
Schipper: Hoetjer, Jan Gerrits
Scheepstype: smak
Grootte:

Bekijk alle monsterrollen
Kroniekberichten

Toon kroniekberichten
Akten

GRONINGER ARCHIEVEN Archiefnummer Veendam 146.233/234.74
DVD XIII - 858
CEDULE en KOOPBRIEF

Naam schip de VROUW FENNA (prijsgemaakt in 1811)
in 1814 ook de VROUW FENNA

plaats en datum acte eigendomsverklaring, Veendam, 2 april 1814

type schip smak

bouwwerf/verkoper

gevoerd door kapt.

eigenaar/aankoper Jan Gerrits Hoedjer te Veendam (schipper en 1/2e part)
Jan Jacobs Legger te Veendam (1/2e part)
Berend Willem Brouw te Veendam (boekhouder zonder parten)

te voeren door kapt. Jan Gerrits Hoedjer, mede-eigenaar

grootte in tonnen 44 roggelasten en 23 gemeten lasten

tuigage / aantal dekken

afmetingen

kiellegging

tewaterlating schip is indertijd gebouwd te Oude Pekela

plaats / datum registratie Veendam, 2 april 1814

overlegd document proces-verbaal van adjudicatie van een prijsschip,
Groningen, 15 juli 1811

notaris Corthien, chef maritieme middelen departement Wester-Eems

prijs FFrs. 2.675,-

Bijzonderheden:
De cursief geschreven tekst is ontleend aan de als bewijs overlegde laatste koopbrief of bijlbrief. In geval van bijlbrief is het schip gebouwd voor de aanvrager. De naam van het schip is die vermeld op de eigendomsverklaring. Het schip kan een ex-naam gehad hebben. (bijv. bij verkoop of francisatie)

(opm: Vóór 1814 was Jan Gerrits Hoedjer geheten Jan Gerrits Hoetjer)


Researcher/datum research: ML / 060611


Naam VROUW FENNA
Archiefinstelling Groninger Archieven
Jaar 1814
Toegang 146
Inventaris 233/234