Inloggen
GRIETJE - ID 9020


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1883-04-14 / 1905-07-24 | Reden uitgevlagd: Verongelukt of vermist (zie final fate)

Identification Data

Bouwjaar: 1883
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Tjalk
Masten: One mast
Material Hull: wood, oak
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Jan Kars, Oude Pekela, Groningen, Netherlands
Delivery Date: 1883-00-00
Technical Data

Gross Tonnage: 66.00 tons (oude meting)
Net Tonnage: 54.00 Net tonnage
Deadweight: 110.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 23.67 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 21.06 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 4.87 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.15 Meters Depth, moulded
Draught: 1.98 Meters Draught, maximum
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1883
Datum agenda: 1883-04-00
Register nr: 0
Scheepsnaam: GRIETJE
Type:
Lasten: 0
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Alberts, P.
Plaats: Groningen
Kapitein op moment van verzoek: x
Opmerkingen: ja
1883-04-14, uitreiking zb138-x

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1883-04-14 GRIETJE
Manager: W.P. Albers, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: W.P. Albers, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: QCHG

Date/Name Ship 1894-03-01 GRIETJE
Manager: Reinder Reinders Groenewold Sr., Appingedam, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Reinder Reinders Groenewold Sr., Appingedam, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Appingedam / Netherlands
Callsign: QCHG

Date/Name Ship 1896-00-00 GRIETJE
Manager: Reinder Groenewold, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Reinder Groenewold, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: QCHG

Date/Name Ship 1898-03-21 WILHELMINA
Manager: Reinder Groenewold, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Reinder Groenewold, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: NVDH
Additional info: Kapt. J. Huizenga

Date/Name Ship 1901-00-00 WILHELMINA
Manager: Jan Huizenga, Appingedam, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Huizenga, Appingedam, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Appingedam / Netherlands
Callsign: NVDH

Ship Events Data

1886-10-17: Damaged
Ameland, 17 oktober 1886. Heden is alhier binnengekomen het schip GRIETJE, kapt. Albers, van Hamburg, met gebroken boom.
1901-02-00: Sale/Verkoop
Delfzijl, 2 februari. De Nederlandse tjalk SIEBERDINA II, schipper R. Houwerzijl, is door de reder R. Groenewold te Appingedam aan de schipper verkocht voor NLG 2800 (opm:moet zijn NLG 1800) en de tjalk WILLEMIENA (opm: WILHELMINA) voor NLG 3500 (opm: moet zijn NLG 2200) aan de schipper J. Huizinga.
1905-07-24: Final Fate: Wrecked

Delfzijl, 25 juli 1905. Volgens heden telegrafisch ingekomen bericht is de alhier thuisbehorende zeetjalk WILHELMINA, kapt. J. Huizinga, van Bremen naar Hamburg, op de Duitse kust, nabij de Wezer, verongelukt en totaal verloren. Het volk werd gered en te Bremerhaven aangebracht.
1906-00-00: History
In 1906 laat hij de "Nieuwe Zorg" (PMTL) bouwen bij Pattje & Zn. Bnr. 64

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

Pieter werd geboren ca. 1831

Pieter Alberts wass getrouwd  met Grietje Wolters, geboren ca. 1835

 

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt P.Alberts als gezagvoerder gedurende:

*    1861 t/m 1882 van de tjalk “Grietje Wolters”, gebouwd in 1860 te Hoogkerk, 70 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;

*    1884 t/m 1893 van de tjalk “Grietje”, gebouwd in 1883 te Pekela, 66 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;

*    1897 tot na 1900 van de ijzeren tjalk “Crescendo”, gebouwd in 1884, bouwlocatie niet vermeld, 71 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen.

 

Dd 10 april 1883 verklaarde Pieter Alberts in het Groningse kadaster “ … de eenige eigenaar te zijn van het tjalkschip genaamd Grietje, gebouwd te Oude Pekela, hebbende een dek en een mast … “

In het Groniger kadaster werd op 02 maart 1894 namens W.P.Alberts, scheepskapitein te Groningen en R.Groenewold, scheepskapitein te Farmsum, dat de eerstgenoemde op 01 maart 1894 had verkocht de tjalk, dan liggende te Martenshoek “… vrij van eenige en alle schuld … “voor f 500,- aan Reinder Reinders Groenewold Sr. 097-p.148.

 

In de winter van 1899-1900 lag te Appingedam:

“de 1-mast eikenhouten tjalk ‘Wilhelmina’ ingevroren. Het schip was in 1883 op de werf van J.Kars te Oude Pekela gebouwd voor schipper Pieter Alberts te Groningen, die het onder de naam ‘Grietje’ in de vaart bracht. Hij verkocht de tjalk na 11 jaar aan R.R.Groenewold Sr te Farmsum. Deze hield haar twee jaar in gebruik, waarna R.Groenewold Jr het vaartuig van zijn vader overnam, om het ook zelf na twee jaren in 1898 weer te verkopen aan … Senior. Bij al die transacties bleef de naam ongewijzigd. Het schip bleek in het Kadaster aan de hand van het brandmerk goed te volgen.. Hij duikt in 1901 op onder de naam ‘Wilhelmina’. Blijkbaar zette schipper Groenewold Sr., zoals zovele van zijn collega-schippers dat ook zouden doen, de kroning van prinses Wilhelmina tot Koningin der Nederlanden extra luister bij. Hij wijzigde waarschijnlijk al in 1898 de naam van de tjalk van ‘Grietje’ in ‘Wilhelmina’ “097.

 

Overige bijzonderheden

 

 

Datum vanaf: 1883
Kapitein: Alberts, Pieter Albertz

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt R.R.Groenewold Sr als gezagvoerder gedurende:

*    1886 t/m 1896 op de tjalk “Sieberdina”, gebouwd in 1882 te Martenshoek, 55 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Delfzijl. Verhoeff, april 2005 noemt als bouwmeester B.Niestern;

*    1894 t/m 1895 van de tjalk “Grietje”, gebouwd in 1883 te Pekela, 66 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Farmsum; deze opgave klopt niet met de vorige

*    1897 t/m 1898 op de koftjalk “Sieberdina IV” ex Fidus ex Zes Gebroeders, gebouwd in 1878 te Wildervank, 71 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Farmsum;

*    1900 en later van de ijzeren koftjalk “Wezer”, gebouwd in 1899 te Hoogezand, 68 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Appingedam.

 

Overige bijzonderheden

De “Sieberdina” was een houten 1-mast hektjalk (56.67 BRT), in augustus 1882 opgeleverd van de werf van B.Niestern te Martenshoek. De eerste inschrijving in het kadaster te Groningen dd 08 mei 1883 geschiedde namens Reinder Groenewold, schipper wonende aan scheepsboord, liggende te Groningen en met als thuishaven Appingedam. Het schip was in de periode 1883-1909 overwegend in de vaart bij de uitvoering van kust- en overwerken. Het schip verdween in 1909 waarschijnlijk in de binnenvaart. In 1909 was de schipper/eigenaar kapitein H.Bakema te Hoogezand. Het schip werd bij het kadaster nimmer uitgeschreven.

Ongepubliceerde gegevens samengesteld in september 2000 door de heer R.K.Mast, oud-havenmeester te Delfzijl/Eemshaven. Gegevens ontvangen via bemiddeling van K.Suyk te Heiloo medio 2002.

 

“1883-1909

Kapitein/eigenaar R.R.Groenewold Sr, Appingedam. Scheepsnaam: Sieberdina.

De tjalk was ijzervast en voorzien van grote luiken. Het schip was overwegend in de vaart bij de uitvoering van kust- en oeverwerken. Daarin werd regelmatig van kapitein gewisseld. Bekende gezagvoerders: A.Anssems (1897-1898), G.Bakker (1899), B.de Boer (1896-1897), Bosker (1897), R.R.Groenewold Sr. (1883-1897), H.Schuitema (1898) en H.Wildeman (1904-1907).”097-p.142

 

De “Sieberdina II” (55,12 BRT) werd gebouwd in 1883 te Foxholsterbosch op de werf van H.Hooites. De eerste inschrijving in het kadaster te Groningen geschiedde op 26 februari 1883 onder de naam van “Drie Gebroeders” namens Ipe Annes Hooites, scheepsbouwmeester te Hoogezand en Klaas van der Molen, schipper te Usquert. K. van der Molen was kapitein van 1883 -1891 en verkocht het schip in 1891 aan kapitein/eigenaar J.Creybohm te Brake, die het schip herdoopte in “Johanne Christine”. In 1893 op 1894 zonk het schip door ijsgang in de haven van Brake. Reder Groenewold kocht het wrak in 1894 voor f 2360,-, liet het ter plaatse opknappen door een scheepswerf en zette het schip in 1894 in bij zijn transporten voor de kust- en overwerken. Op 02 mei 1896 komt de tjalk voor het eerst voor onder de naam “Sieberdina II” in de rubriek Zeetijdingen in het Nieuwesbald van het Noorden. R.R.Groenewold Sr verkocht het schip per 01 januari 1901 aan J.Houwerzijl voor f 1800,-

Ontleend aan ongepubliceerde gegevens samengesteld in september 2000 door de heer R.K.Mast, oud-havenmeester van Delfzijl/Eemshaven. Gegevens verkregen door tussenkomst van K.Suyk te Heiloo medio 2002. Zie inmiddels ook Mast097-p.29 en volgenden.

 

Op 20 maart 1878 werd namens scheepsbouwers en reeders J.M.Meihuizen en Zoon te Wildervank bij het Groninger kadaster ingeschreven de houten 2-mast koftjalk “Zes Gebroeders” (71,97 BRT). Het schip kende de volgende gezagvoerders: J.Lotgering (1878-1881); J.van der Klei (1882-1884), H.Kwint (1885) en R.Schaap (1886-1890). In 1890 werd het schip verkocht aan een niet nader genoemde Duitse eigenaar en voer onder de naam van “Fidus”. Op 24 april 1897 verscheen in Het Nieuwsblad van het Noorden de advertentie: “Delfzijl, 19 April. De onder Duitsche vlag varende tjalk ”Fidus” is uit de hand verkocht aan den heer R.Groenewold te Farmsum, en zal onder den naam “Sieberdina IV” in de vaart worden gebracht. Het schip werd door hem vooral gebruikt bij de uitvoering van oever- en kustwerken, en in latere jaren werd het ingezet voor de algemene vrachtvaart”

      Bericht in het Nieuwsblad dd 24 april 1897:

“DELFZIJL, 19 April. De onder Duitsche vlag varende tjalk ‘Fidus’ is uit de hand verkocht aan den heer R.Groenewold te Farmsum, en zal onder den naam ‘Sieberdina IV’ in de vaart worden gebracht.”

      Bericht in het Nieuwsblad dd 22 december 1901:

“DELFZIJL, 21 Dec. Het tjalkschip ‘Sieberdina IV’, toebehoorende aan den heer R.Groenewold te Appingedam, is in den nacht van Woensdag op Donderdag j.l. op Scholhorn voor de Elbe gestrand en stuk geslagen. Met eene lading stukgoed gekomen van Hamburg, was het bestemd voor Wilhelmshaven. De bemanning redde zich in de roeiboot en werd later op de Elbe opgenomen door de lichter W.T.A.G. no 33. Gisteren zijn ze hier aangekomen met verlies van alles. Het vaartuig was verzekerd; het goed van de opvarenden, met uitzondering van dat van de stuurman, niet.”  097-p.151.

 

      Dd 10 april 1883 verklaarde Pieter Alberts in het Groningse kadaster “ … de eenige eigenaar te zijn van het tjalkschip genaamd Grietje, gebouwd te Oude Pekela, hebbende een dek en een mast … “

In het Groninger kadaster werd op 02 maart 1894 namens W.P.Alberts, scheepskapitein te Groningen en R.Groenewold, scheepskapitein te Farmsum, dat de eerstgenoemde op 01 maart 1894 had verkocht de tjalk, dan liggende te Martenshoek “… vrij van eenige en alle schuld … “voor f 500,- aan Reinder Reinders Groenewold Sr. Deze was kapitein/eigenaar van 1894-1896. Op 13 februari 1896 verkocht hij het schip aan zijn zoon Reinder Groenewold Jr, scheepskapitein te Farmsum, voor f 100,-. Deze was kapitein/eigenaar van 1896-1898 en op 21 maart 1898 verkocht hij, wederom voor f100,- het schip aan de reeder R.R.Groenewold Sr, die het schip herdoopte in “Wilhelmina”, vanwege de kroning van koningin Wilhelmina. Het schip kwam onder gezag van kapitein J.Huizinga, die het schip in 1901 kocht voor f 2200,- 097-p.148 en volgende.

 

Met betrekking tot haven- en kanalen aanleg schrijft Mast097:

“Het lag bijna voor de hand dat bij de uitvoering van al die werken ook Nederlandse bedrijven waren betrokken. Kapitein en reder Reinder Reinders Groenewold Sr. uit Appingedam had zich al jaren toegelegd op het transport van de voor de waterbouw noodzakelijke bouwmaterialen. Reinder Groenewold, wiens wortels in Godlinze lagen en die op 29 september 1869 zijn bruid Siberdina Smit in Delfzijl het jawoord gaf, was in 1883 als kapitein/eigenaar met één schip begonnen. Hij was waarschijnlijk zeer gecharmeerd van zijn echtgenote, want in 1896 was deze Groninger zeeman in bovengenoemd transport al actief met drie eigen schepen, alle met de naam ‘Sieberdina’, waarbij de naam van de laatste twee schepen werd gevolgd door de Romeinse II en III. De tjalken werden voor de aanvoer van wierpen en stortstenen gebruikt. Zij waren daartoe in het ruim en aan het dek extra met hout bekleed om grote beschadegingen tijdens belading en lossing te voorkomen. … ”

 

 

Datum vanaf: 1894
Kapitein: Groenewold Sr, Reinder Reinders

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt R.Groenewold Jr als gezagvoerder gedurende:

*    1896 van de tjalk “Grietje”, gebouwd in 1883 te Pekela, 66 ton n.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Farmsum.

*    1899 tot nà 1900 van de ijzeren tjalk “Johanna Elisabeth”, gebouwd in 1897, bouwlocatie niet vermeld, 80 ton n.m., varend voor R.Groenewold Sr te Farmsum.

 

Overige bijzonderheden

Dd 10 april 1883 verklaarde Pieter Alberts in het Groningse kadaster “ … de eenige eigenaar te zijn van het tjalkschip genaamd Grietje, gebouwd te Oude Pekela, hebbende een dek en een mast … “

In het Groniger kadaster werd op 02 maart 1894 namens W.P.Alberts, scheepskapitein te Groningen en R.Groenewold, scheepskapitein te Farmsum, dat de eerstgenoemde op 01 maart 1894 had verkocht de tjalk, dan liggende te Martenshoek “… vrij van eenige en alle schuld … “voor f 500,- aan Reinder Reinders Groenewold Sr. Deze was kapitein/eigenaar van 1894-1896. Op 13 februari 1896 verkocht hij het schip aan zijn zoon Reinder Groenewold Jr, scheepskapitein te Farmsum, voor f 100,-. Deze was kapitein/eigenaar van 1896-1898 en op 21 maart 1898 verkocht hij, wederom voor f100,- het schip aan de reeder R.R.Groenewold Sr, die het schip herdoopte in “Wilhelmina”, vanwege de kroning van koningin Wilhelmina. Het schip kwam onder gezag van kapitein J.Huizinga, die het schip in 1901 kocht voor f 2200,-

Ongepubliceerde gegevens samengesteld in september 2000 door de heer R.K.Mast, Oud-Havenmeester Delfzijl/Eemshaven. Verkregen door bemiddeling van de heer K.Suyk te Heiloo.

 

 

Datum vanaf: 1896
Kapitein: Groenewold Jr, Reinder

Familiegegevens en opleiding

Geen

 

De schepen van de kapitein

Bouma025 vermeldt J.Huizenga als gezagvoerder gedurende:

*    1897 t/m 1899 van de tjalk “Grietje”, gebouwd in 1883 te Pekela, 66 ton n.m., reeder niet vermeld. Het schip werd in 1899 omgedoopt in “Wilhelmina”.

 

Overige bijzonderheden

Dd 10 april 1883 verklaarde Pieter Alberts in het Groningse kadaster “ … de eenige eigenaar te zijn van het tjalkschip genaamd Grietje, gebouwd te Oude Pekela, hebbende een dek en een mast … “

In het Groniger kadaster werd op 02 maart 1894 namens W.P.Alberts, scheepskapitein te Groningen en R.Groenewold, scheepskapitein te Farmsum, dat de eerstgenoemde op 01 maart 1894 had verkocht de tjalk, dan liggende te Martenshoek “… vrij van eenige en alle schuld … “voor f 500,- aan Reinder Reinders Groenewold Sr. Deze was kapitein/eigenaar van 1894-1896. Op 13 februari 1896 verkocht hij het schip aan zijn zoon Reinder Groenewold Jr, scheepskapitein te Farmsum, voor f 100,-. Deze was kapitein/eigenaar van 1896-1898 en op 21 maart 1898 verkocht hij, wederom voor f100,- het schip aan de reeder R.R.Groenewold Sr, die het schip herdoopte in “Wilhelmina”, vanwege de kroning van koningin Wilhelmina. Het schip kwam onder gezag van kapitein J.Huizenga, die het schip in 1901 kocht voor f 2200,-

 

Ongepubliceerde gegevens samengesteld in september 2000 door de heer R.K.Mast, Oud-Havenmeester Delfzijl/Eemshaven. Verkregen door bemiddeling van de heer K.Suyk te Heiloo.

 

“Tijdens de wintermaanden van 1900 werd Johanne Tönnis Bogeholt vermoedelijk door kapitein J.Huizenga, waarmee hij in 1897 op de ‘Sieberdina II’ had gevaren, aangezocht om als stuurman op de ‘Wilhelmina’ aan te monsteren. Over dit schip had JTB  bij schrijven dezes in 1965 nooit gerept, noch had hij het op zijn schepenlijstje vermeld. Dankzij de bewaard gebleven monsterrol … weten we nu zeker dat hij dat jaar wederom onder de vlag van reder R.R.Groenewold Sr. uit Farmsum zou varen.097-p.41. (De monsterrol is op p.41 afgebeeld, is gedateerd 05 Maart 1900, betreft het schip ‘Wilhelmina’ en heeft als gezagvoerder J.Huizenga.).

Op p.42 is een overzicht gegeven van de vaarbewegingen van de ‘Wilhelmina’ onder kapitein Huizenga in 1900.

 

 

Datum vanaf: 1901
Kapitein: Huizenga, Jan

Monsterrollen

Opgemaakt Delfzijl
Datum: 1890-03-12
Scheepsnaam voorvoegsel:
Scheepsnaam: GRIETJE
Schipper: Alberts, Wolter Pieter
Scheepstype: tjalk
Grootte: 65

Bekijk alle monsterrollen Bekijk alle monsterrollen
Algemene informatie

1901

PGC 050201
Delfzijl, 2 februari. De Nederlandse tjalk SIEBERDINA II, schipper R. Houwerzijl, is door de reder R. Groenewold te Appingedam aan de schipper verkocht voor NLG 2800 (opm:moet zijn NLG 1800) en de tjalk WILLEMIENA (opm: WILHELMINA) voor NLG 3500 (opm: moet zijn NLG 2200) aan de schipper J. Huizinga.
DMP 150301
Delfzijl, 13 maart. Uitgezeild WILHELMINA, J. Huizinga naar Elsfleth.

1902

SV 280102
Delfzijl, 27 januari. De alhier fhuisbehoorende tjalk WILHELMINA kapt.J. Huizinga, de vorige week van hier naar Hooksiel vertrokken met een lading hout, ligt volgens hier ontvangen bericht in de Bansebalg ten anker met gebroken zeilboom, meer kleine averij en zieke stuurman.
NPGC 150702
Delfzijl, 12 juli. Kapitein J. Huizinga, van het schip WILHELMINA met de schepeling Corn. Bootsman, beiden van hier, hebben, terwijl zij met hun bodem te Tonningen (Eiderkanaal) lagen het genoegen mogen smaken de vier opvarenden van een sloep, die een zeiltochtje ondernamen op het kanaal bij onstuimig weder, van een wissen dood te redden. De sloep, niet bestand tegen het ruwe weder, sloeg om. Fluks werd de scheepsboot uitgezet en geroeid naar de plaats des onheils, vanwaar men de drenkelingen behouden aan wal wist te brengen.

1905

NRC 260705
Delfzijl, 25 juli. Volgens heden telegrafisch ingekomen bericht is de alhier thuisbehorende zeetjalk WILHELMINA, kapt. J. Huizinga, van Bremen naar Hamburg, op de Duitse kust, nabij de Wezer, verongelukt en totaal verloren. Het volk werd gered en te Bremerhaven aangebracht.
PGC 010805
Bremerhaven,18 juli. Het vergaan van de Ned. tjalk WILHELMINA op de Mellum Plate is door het SeeAmt behandeld. De stranding werd toegeschreven aan het feit dat de tjalk 2 keer bij het overstag gaan door wind en zee weigerde. De navigatie heeft geen schuld aan het ongeval. (zie PGC 050805)
NRC 030805
Delfzijl, 2 augustus. De tuigage, ankers, kettingen, roeiboot en enige andere voorwerpen van het op de Duitse kust nabij Bremerhaven verongelukte tjalkschip WILHELMINA, kapt. Huizinga, zijn hier heden aangebracht door schipper G. de Boer met de tjalk DELFZIJL.
PGC 050805
Delfzijl, 4 augustus. De op de Weser verongelukte zeetjalk WILHELMINA, kapt. J. Huizinga, was verzekerd voor NLG 1700 bij de assurantie Mij. te Wildervank. De inventaris die hier werd aangebracht is door die Mij. aan wie ze in eigendom toebehoorde teruggebracht. Het schip zelf dat geladen was met steen is middendoor gebroken en geheel verloren. De Duitse regering zal door middel van dynamiet het wrak wegruimen, daar het hinderlijk ligt voor de scheepvaart.

Kroniekberichten

Toon kroniekberichten