Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
N.A.Dijkama was gezagvoerder van de "Elise Susanna" (c.600 ton), op 25 september 1840 te water gelaten op de werf "De Notenboom" van de Gebr. Visser te Rotterdam voor rederij H.van Rijckevorsel027.
Bouma025 vermeldt N.A.Dijkama als gezagvoerder gedurende:
* 1840 t/m 1854 op de bark “Elise Susanna”, gebouwd in 1840 te Rotterdam, 557 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1856 t/m 1860 op het 3/m schip “Burgemeester Hoffman”, gebouwd in 1854 te Rotterdam, 758 ton o.m., varend voor H.van Rijckevorsel te Rotterdam.
Overige bijzonderheden
N.A.Dijkama vervoerde per 07 februari 1843 vanuit Hellevoetsluis met de “Elise Susanne” 1 landmachtofficier. Aankomstdatum te Batavia en reisduur zijn niet vermeld.
Per 13 oktober 1848 vertrok hij vanuit Hellevoetsluis wederom met de “Elise Suasanna” en een contingent van 4 officieren en 120 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 21 januari 1849 na 100 dagen.
Per 13 juni 1857 vertrok hij uit Hellevoetsluis met de “Burgemeester Hoffman” en een contingent van 6 officieren en 200 manschappen. Hij kwam te Batavia aan op 24 september 1857 na een reis van 103 dagen. Onderweg was 1 ,anschap overleden065.
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.W.Holle als gezagvoerder gedurende:
* 1840 t/m 1841 van de kof “Riga”, gebouwd in 1838 te Delfzijl, 120 ton o.m., geen vermelding van thuishaven en eigenaar (maar vermoedelijk H. van Rijckevorsel te Rotterdam);
* 1840 t/m 1844 van de schkof “Libau”, gebouwd in 1839 te Joure, 172 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam.
in de vaarperioden van voorgaande schepen klopt iets niet.
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
N.A.Dijkama was gezagvoerder van de "Elise Susanna" (c.600 ton), op 25 september 1840 te water gelaten op de werf "De Notenboom" van de Gebr. Visser te Rotterdam voor rederij H.van Rijckevorsel027.
Bouma025 vermeldt N.A.Dijkama als gezagvoerder gedurende:
* 1840 t/m 1854 op de bark “Elise Susanna”, gebouwd in 1840 te Rotterdam, 557 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1856 t/m 1860 op het 3/m schip “Burgemeester Hoffman”, gebouwd in 1854 te Rotterdam, 758 ton o.m., varend voor H.van Rijckevorsel te Rotterdam.
Overige bijzonderheden
N.A.Dijkama vervoerde per 07 februari 1843 vanuit Hellevoetsluis met de “Elise Susanne” 1 landmachtofficier. Aankomstdatum te Batavia en reisduur zijn niet vermeld.
Per 13 oktober 1848 vertrok hij vanuit Hellevoetsluis wederom met de “Elise Suasanna” en een contingent van 4 officieren en 120 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 21 januari 1849 na 100 dagen.
Per 13 juni 1857 vertrok hij uit Hellevoetsluis met de “Burgemeester Hoffman” en een contingent van 6 officieren en 200 manschappen. Hij kwam te Batavia aan op 24 september 1857 na een reis van 103 dagen. Onderweg was 1 ,anschap overleden065.
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt H.B.Konter als gezagvoerder gedurende:
* 1845 van de sch.kof “Archangel”, gebouwd in 1839 te Lemmer, 133 ton o.m., varend voor H.van Rijckevorsel te Rotterdam. Het schip kwam in 1845 in veiling in Rotterdam013 en werd in 1846 herdoopt in “Mexico”;
* 1846 van de schkof “Libau”, gebouwd in 1839 te Joure, 172 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam. Het schip werd in 1847 door van Rijckevorsel herdoopt in “Maracaibo”;
* 1848 t/m 1849 van de schkof “Maracaibo” ex Libau, gebouwd in 1839 te Joure, 168 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam; (Bouma vermeldt hier als gezagvoerder H.R.Konter. Ik neem aan dat er hier een verschrijving is opgetreden.)
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
W.C.Kool werd per 09 oktober 1849 op voordracht van B.J.Martens en met vlagnummer 806 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdams zeemanscollege "Zeemanshoop". Bij de inschrijving was zijn schip de "Maracaibo". Toegevoegd is "bedankt"002. Ten tijde van de inschrijving waren Kool en zijn vrouw beiden 34 jaar002a.
In de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd. 02/09 oktober 1849 werd als effectief lid voorgedragen/benoemd Willem Cornelis Kool, oud 34 jaar, voerend de galjoot “Maracaibo”, op voordracht van kapitein B.J.Martens.023.
W.C.Kool was met vlagnummer R272 in de periode 1849 t/m 1866 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
806 1851 geen vermelding van schip en boekhouder
1852 galjoot Maracaibo H.van Rijckevorsel, Rotterdam
1853 geen vermelding van schip en boekhouder
418 1854 geen vermelding van schip en boekhouder
1855 galjoen Maracaibo H.van Rijckevorsel, Rotterdam
1856-1857 fregat Vooruit idem
In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein W.C.Kool als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
* 1849, 1851, 1855 de kof “Maracaibo” 85 last voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam
* 1858, 1859, 1862 t/m 1864 het fregat “Vooruit” 350 last voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam
Bouma025 vermeldt W.C.Kool als gezagvoerder gedurende:
* 1850 t/m 1853 van de schkof “Maracaibo” ex Libau, gebouwd in 1839 te Joure, 168 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1854 van de brik “Gouverneur Schomereus”, gebouwd in 1853 te Rotterdam, 161 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1857 t/m 1864 van het fregat “Vooruit”, gebouwd in 1856 te Rotterdam, 663 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1865 van hetzelfde schip maar nu varend voor H.Muller & Co te Rotterdam;
Overige bijzonderheden
W.C.Kool verzorgde per 27 juni 1856 vanuit Hellevoetsluis met de “Vooruit” een troepentransport van 3 officieren en 120 manschappen naar Nederlands Oost-Indië. Hij arriveerde te Batavia op 05 oktober 1856 na 100 dagen65.
“De heer P.P.I.Eijpen wass kapitein in het Oost-Indische Leger. In 1864 voer hij als passagier met het fregatschip ‘Vooruit’ van Padang (Sumatra) naar Rotterdam. Gezagvoerder aan boord van de onder direcctie van de ‘Heeren Hendrik Muller & Co te Rotterdam’ varende ‘Vooruit’ was Willem Cornelis Kool. Na aankomst te Rotterdam diende Eijpen tegen Kool een klacht in. De kapitein zou een aan hem in bewaring gegeven bedrag van duizend gulden niet hebben teruggegeven.”
Bij de behandeling door de Tuchtraad werden verscheidene getuigen gehoord en het verslag bevat de volgende passage: “Tot St.Helena verliep de reis voorspoedig. Passagier Eijpen was weer hersteld. Eijpen herinnerde de kapitein aan de in bewaring gegeven florijnen. Deze ontkende echter iets van een in bewaring gegeven zak met geld te weten.
Na vertrek van St.Helena werd passagier Eijpen dag en nacht door de nimmer nuchter zijnde kapitein beledigd en op zeer gemene wijze uitgescholden. Zijn houding ten opzichte van Eijpen liep zo uit de hand dat, als anderen dit niet hadden belet, de kapitein hem zou hebben geslagen. Ook bedreigde kapitein Kool hem met een geladen pistool, daagde hem met een bajonet uit en wachtte hem met een handspaak op. Het leven van de bestolen passagier werd aan boord zelfs zodanig vergald en bedreigd dat ‘de officieren en voornaamste der scheepsgezellen zich verplicht gevoelden, hunnen onwaardige schipper met opsluiting te bedreigen, wanneer hij van die onmenselijke vervolging niet afzag en zijn leven verbeterde.”
Bij navraag bleken de antecedenten van legerkapitein Eijpen uitstekend. “Uit alles werd duidelijk dat kapitein Kool zich op velerlei wijze had misdragen. Niet alleen ten opzichte van passagier Eijpen, maar ook ten opzichte van de reder, lading en het scheepsvolk in het algemeen. Schipper Kools onwaardige gedrag was goed voor twee jaar ontzegging van de bevoegdheid om als kapitein op Nederlandse schepen te varen. Ook de door de beklaagde te betalen kosten waren niet gering, namelijk ‘Honderd Tien Gulden, Acht en een halve Cent’. Daarnaast moest nog bijna honderd gulden betaald worden aan briefpost en aan reis- en verblijfkosten van de vele getuigen.” 104.
In het boek “Kromsluiting in de ijzers” 104 staat op p. 43 een zwart-wit afbeelding van het fregat “Vooruit”. Dit portret van Spin uit 1856 maakt deel uit van de collectie van het Nederlands Scheepvaartmuseum te Amsterdam. Het schip voer onder commando van W.C.Kool. Op het schip wapperen de nummervlag R272 van Kool en de rederijvlag van H. van Rijckevorsel.
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
W.C.Kool werd per 09 oktober 1849 op voordracht van B.J.Martens en met vlagnummer 806 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdams zeemanscollege "Zeemanshoop". Bij de inschrijving was zijn schip de "Maracaibo". Toegevoegd is "bedankt"002. Ten tijde van de inschrijving waren Kool en zijn vrouw beiden 34 jaar002a.
In de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd. 02/09 oktober 1849 werd als effectief lid voorgedragen/benoemd Willem Cornelis Kool, oud 34 jaar, voerend de galjoot “Maracaibo”, op voordracht van kapitein B.J.Martens.023.
W.C.Kool was met vlagnummer R272 in de periode 1849 t/m 1866 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
806 1851 geen vermelding van schip en boekhouder
1852 galjoot Maracaibo H.van Rijckevorsel, Rotterdam
1853 geen vermelding van schip en boekhouder
418 1854 geen vermelding van schip en boekhouder
1855 galjoen Maracaibo H.van Rijckevorsel, Rotterdam
1856-1857 fregat Vooruit idem
In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein W.C.Kool als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
* 1849, 1851, 1855 de kof “Maracaibo” 85 last voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam
* 1858, 1859, 1862 t/m 1864 het fregat “Vooruit” 350 last voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam
Bouma025 vermeldt W.C.Kool als gezagvoerder gedurende:
* 1850 t/m 1853 van de schkof “Maracaibo” ex Libau, gebouwd in 1839 te Joure, 168 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1854 van de brik “Gouverneur Schomereus”, gebouwd in 1853 te Rotterdam, 161 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1857 t/m 1864 van het fregat “Vooruit”, gebouwd in 1856 te Rotterdam, 663 ton o.m., varend voor H. van Rijckevorsel te Rotterdam;
* 1865 van hetzelfde schip maar nu varend voor H.Muller & Co te Rotterdam;
Overige bijzonderheden
W.C.Kool verzorgde per 27 juni 1856 vanuit Hellevoetsluis met de “Vooruit” een troepentransport van 3 officieren en 120 manschappen naar Nederlands Oost-Indië. Hij arriveerde te Batavia op 05 oktober 1856 na 100 dagen65.
“De heer P.P.I.Eijpen wass kapitein in het Oost-Indische Leger. In 1864 voer hij als passagier met het fregatschip ‘Vooruit’ van Padang (Sumatra) naar Rotterdam. Gezagvoerder aan boord van de onder direcctie van de ‘Heeren Hendrik Muller & Co te Rotterdam’ varende ‘Vooruit’ was Willem Cornelis Kool. Na aankomst te Rotterdam diende Eijpen tegen Kool een klacht in. De kapitein zou een aan hem in bewaring gegeven bedrag van duizend gulden niet hebben teruggegeven.”
Bij de behandeling door de Tuchtraad werden verscheidene getuigen gehoord en het verslag bevat de volgende passage: “Tot St.Helena verliep de reis voorspoedig. Passagier Eijpen was weer hersteld. Eijpen herinnerde de kapitein aan de in bewaring gegeven florijnen. Deze ontkende echter iets van een in bewaring gegeven zak met geld te weten.
Na vertrek van St.Helena werd passagier Eijpen dag en nacht door de nimmer nuchter zijnde kapitein beledigd en op zeer gemene wijze uitgescholden. Zijn houding ten opzichte van Eijpen liep zo uit de hand dat, als anderen dit niet hadden belet, de kapitein hem zou hebben geslagen. Ook bedreigde kapitein Kool hem met een geladen pistool, daagde hem met een bajonet uit en wachtte hem met een handspaak op. Het leven van de bestolen passagier werd aan boord zelfs zodanig vergald en bedreigd dat ‘de officieren en voornaamste der scheepsgezellen zich verplicht gevoelden, hunnen onwaardige schipper met opsluiting te bedreigen, wanneer hij van die onmenselijke vervolging niet afzag en zijn leven verbeterde.”
Bij navraag bleken de antecedenten van legerkapitein Eijpen uitstekend. “Uit alles werd duidelijk dat kapitein Kool zich op velerlei wijze had misdragen. Niet alleen ten opzichte van passagier Eijpen, maar ook ten opzichte van de reder, lading en het scheepsvolk in het algemeen. Schipper Kools onwaardige gedrag was goed voor twee jaar ontzegging van de bevoegdheid om als kapitein op Nederlandse schepen te varen. Ook de door de beklaagde te betalen kosten waren niet gering, namelijk ‘Honderd Tien Gulden, Acht en een halve Cent’. Daarnaast moest nog bijna honderd gulden betaald worden aan briefpost en aan reis- en verblijfkosten van de vele getuigen.” 104.
In het boek “Kromsluiting in de ijzers” 104 staat op p. 43 een zwart-wit afbeelding van het fregat “Vooruit”. Dit portret van Spin uit 1856 maakt deel uit van de collectie van het Nederlands Scheepvaartmuseum te Amsterdam. Het schip voer onder commando van W.C.Kool. Op het schip wapperen de nummervlag R272 van Kool en de rederijvlag van H. van Rijckevorsel.
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
A.R.Blijstra werd vermoedelijk in de loop van (?) met vlagnummer H40 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege “Zeemansvoorzorg”. Zijn schip was de “Concordia”. Verdere bijzonderheden zijn niet vermeld028-fol.056.
A.R.Blijstra werd per 01 januari 1859 wederom (?) met vlagnummer H40 ingeschreven. Verdere bijzonderheden ontbreken028-fol.079.
Hij was van 1855-1856 met vlagnummer H44 en van 1857-1886 met nummer H40 lid van het College “Zeemansvoorzorg”034.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
Lid van het college Zeemansvoorzorg te Harlingen036
vlagnummer periode type naam van het schip boekhouder/reder
H44/H40 1857 glj Maracaibo (ex Libau) kap/eigenaar, Harlingen
1858-1860 kof Concordia (ex Maracaibo) kap/eigenaar, Harlingen
1861-1863 sch.kof Concordia (ex Maracaibo) kap/eigenaar, Harlingen
In de Harlinger Courant van 21 maart 1853 staat in de rubriek Schepen, welke alhier zijn uitgegaan het volgende096:
“26 Maart A.R.Blijstra Concordia, Ballast, Noorw.”
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093:
A.R.Blijstra Concordia 21 juni 1861
Bouma025 vermeldt A.R.Blijstra als gezagvoerder gedurende:
* 1855 t/m 1856 van de kof “Concordia”, gebouwd in 1829 te Amsterdam, 168 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Harlingen. Het schip is in 1856 vergaan;
* 1857 t/m 1863 van de sch.kof “Concordia” ex Maracaibo, ex Libau, gebouwd in 1839 te Joure, 168 ton, varend als kapitein/eigenaar vanuit Harlingen. Het schip voer in 1865 voor J.Vriesendorp & Zn te Dordrecht en was herdoopt in “Mathilda”.
Overige bijzonderheden
Geen.
Familiegegevens en opleiding
Geboren te Lemmer in 1803
Overleden op 03 mei 1884 te Hindelopen.(maar niet bij Tresoar terug te vinden, dus kennelijk niet in Friesland)
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
Dirk Joukes Wierdsma werd met vlagnummer 82 per 29 april 1853 effectief lid van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart”. Hij was bij de inschrijving gezagvoerder van de galjoot “Mentor”, varend onder boekhouding van Jacob Vriesendorp & Zonen.064a
In een kapiteinslijst in het Gemeentearchief van Dordrecht (invoer 93-4) wordt vermeld Dirk Joukes Wiersma uit Hindelopen, met vlagnummer 107 ingeschreven per 30 juni 1864, bedankt in 1875 en met de toevoeging “overleden 1884”. Deze inschrijving is niet in de notulen van de Bestuursvergadering van het College teruggevonden.064a
Is hier sprake van een vader en zoon?
In het kasboek van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” staat op 29 mei 1853 de storting door D.J.Wiersma van f 15,- als entreegeld voor lidmaatschap van het college.064b
In de Bestuursvergadering van het Dordtse zeemanscollege dd 12 april 1883 staat:
“De Heer van Herwaarden wenschtte te weten wanneer kapt. D.J.Wiersma afstand gedaan had van de f 200,- ten behoeve van het College en dus sedert wanneer hij dus niet meer als lid had betaald”. Geen van de aanwezigen heeft informatie en ook de notulen geven geen uitsluitsel “daar dezelve sedert jaren niet meer (zijn) bijgehouden.” (Vet door S.P.)
In de bestuursvergaddering van het Dordtse Colleg dd 10 mei 1883 staat:
“Den Heer Uhlrich” rapport uitbrengende in zake D.J.Wiersma, bracht twee documenten ter tafel van den volgenden inhoud.
De Heeren Directeuren v/h Zeemanscollegie te Dordrecht
Mijn Heeren!
Met deze doen ik UEd berigten als dat ik niet meer in staat ben, om de gewone jaarlijksche contributie te betalen. Derhalve bedank ik voor het collegie, zoodat u mij moet uitschrappen, daar ik geen lid meer wezen kan. Ik hoop met behulp van mijn patronen de Heeren Jacob Vriesendorp & Zn in het bestedelingshuis alhier opgenomen te worden. Nu is mijn vriendelijk verzoek dat Heeren Directeuren mij met een weinig zouden willen ondersteunen, bijvoorbeeld met een kleine wekelijksche of Maandelijksche bijdrage om alzoo in mijn behoeften te kunnen voorzien.
Onder aanbeveling enz.
Dordt 15 Novb. 1874 was Get. D.J.Wiersma”
en verder een besluit naar aanleiding van bovenstaand schrijven als volgt:
“In de vergadering van het Zeemanscollegie gehouden den 22st April 1875 is tengevolge van een aan de Directie van het Collegie gerigt schrijven van het Effectief lid kapt. D.J.Wiersma thans te Dordrecht woonachtig, dd 15 Novb 1874 (waarin hij verklaart ter zake van onvermogen als Effectief lid te bedanken en een verzoek doet om geldelijke ondersteuning) besloten om hem een toelage uit het fonds van het Collegie toetekennen, en is het bedrag daarvan vastgesteld op f 3,- per maand.”
Uit een en ander blijkt dat Wiersma als effectief lid bedankt heeft, tewijl hem in plaats van f 3,- thans f 6,- per maand wordt uitgekeerd. Den Heer Uhlrich proponeerde dat het bedrag te blijven uitbetalen, waarmede de aanwezige leden zich konden vereenigen”064a
In het kasboek van het Dordtse College 1874-1889 staat vanaf 02 november 1874 een maandelijkse uitgave van f 3,- als toelage voor “oud-gezagvoerder” D.J.Wiersma. De hoogte van de uitkering wordt op 01 mei 1875 verhoogd naar f 4,- conform een bestuursbesluit van 22 april 1874. De maandelijkse uitkeringen stoppen in juni 1884.
De uitkering kan eerder zijn aangevangen, maar het kasboek uit de periode 1857-1874 ontbreekt in het Dordtse archief.
De schepen van de kapitein
In Ledenlijsten de Dortse zeemansalmanak (Stadsarchief Dordrecht, inv. 93, nrs 16-33) staat D.J.Wierdsma als gezagvoerder064a:
* 1854 galjoot “Mentor” boekhouders Jacob Vriesendorp & Zoonen, Dordrecht
* 1855 t/m 1859 geen vermelding van een schip
Bouma025 vermeldt D.J.Wiersma als gezagvoerder gedurende:
* 1833 t/m 1843 van de kof “de Vrede”, gebouwd in 1830, bouwplaats niet vermeld, 175 ton o.m., varend voor S.W.Visser te Lemmer. Het schip is in 1843 gestrand bij Callandsoog en wrak geraakt;
* 1845 t/m 1852 van de kof “Herstelling”, gebouwd in 1828 te Lemmer, 268 ton o.m., varend voor S.W.Visser te Lemmer. Het schip werd in november 1852 nog drijvende gezien en 31 december te Marstrand binnengebracht;
* 1854 van de kof “Mentor”, geen vermelding van bouwgegevens, thuishaven en eigenaar. (102 last, reder Jacob Vriesendorp te Dordrecht064);
* 1855 van de brik “Elisa”, gebouwd in 1855 te Lemmer, 249 ton o.m., varend voor L.Hoyak & Co te Amsterdam. Het schip werd in 1856 te Harwich binnengebracht en later te Harlingen.Het schip voer in 1857 voor de Gebr. Goedkoop te Amsterdam en was herdoopt in “Johanna Christina”;
* 1856 t/m 1857 van de 2/msch “Stad Haarlem”, gebouwd in 1851 te Veendam, 138 ton o.m., varend voor D.v/d Berg te Amsterdam;
* 1865 t/m 1870 van de schkof “Mathilda” ex Concordia, ex Maracaibo, ex Libau, gebouwd in 1839 te Joure, 165 ton o.m., varend voor J.Vriesendorp & Zn te Dordrecht.
Lange tussenperiode 1857-1865, wellicht duidend op vader en zoon.
Overige bijzonderheden
Bremer094 vermeldt de stranding van de schoonerkof “Vrede op 09 november 1843 in het Schulpengat geladen met ijzer onder gezag van kapitein Wiersma.
In de “Biografie van Cornelis Abrahamsz Jr” staat vermeld:
Noorder Atlantische Oceaan, half 1840, 37o7’NBr/ 16o3’WL op weg naar NOI met “De Zeeuw”:
“Den 12 Augs zeilde ik met eene gunstige wind eene kof achterop. Ik las tegen het achterschip de naam, de Vrede, … Kapt. Wiersma … “. De “Vrede” was op weg naar Suriname.
Volgens monsterrol nr. 1582 dd 13 februari 1853 op het Gemeentearchief van Dordrecht was hij gezagvoerder op de galjoot “Mentor” en vertrok met 9 man naar Liverpool.
Volgens monsterrol 2127 dd 20 maart 1865 was hij kapitein op de schoener “Mathilde” en vertrekt met 8 man naar Noorwegen.064
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt W.Rieke als gezagvoerder gedurende;
* 1883 t/m 1884 van de sch.kof “Concordia” ex Mathilda, ex Concordia, ex Maracaibo, ex Libau, gebouwd in 1839 te Joure, 165 ton o.m., varend voor D.P.Spierenburg te Rotterdam. Het schip is gestrand bij Skagen.
Overige bijzonderheden
Geen
|