Inloggen
Gezagvoerder

Fokkens, Fokko

Naam: Fokkens, Fokko
Schepen waarop deze gezagvoerder heeft gevaren

Aantal gevonden schepen: 6
Naam Bouwjaar Type Voortstuwing Ship id
VAN DE WERVE 1830 Fregat Sailing Vessel 10483 Bekijk schip
ROSALIE 1829 Fregat Sailing Vessel 9565 Bekijk schip
GENERAAL DE STUERS 1854 Bark Sailing Vessel 14782 Bekijk schip
BOERHAVE 1806 Fregat Sailing Vessel 18018 Bekijk schip
RHOON EN PENDRECHT 1833 Fregat Sailing Vessel 10453 Bekijk schip
KOFFIJBOOM 1865 Clipper Sailing Vessel 16143 Bekijk schip

Overige informatie van deze gezagvoerder:

Familiegegevens en opleiding

Fokke Fokkens werd geboren te Groningen op 12 mei 1802 als zoon van Gerhard Fokkens en Jantje Kuiper.

Hij trouwde voor de eerste maal op 28 maart 1835 te Kampen als scheepskapitein met Henrica Christina Vos, geboren te Kampen op 10 mei 1804 als dochter van de predilant Paulus Vos en Christina Dirks van Assem. Na haar overlijden trouwde Fokke Fokkens voor de tweede maal met Antoinetta Maria Gresser, geboren te Amsterdam op 15 oktober 1814. 003.

In het Jaarverslag 1886 van de Maatschappij tot Nut der Zeevaart (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat effectief lid F.Fokkens in 1886 is overleden058.

 

Fokko Fokkens (1802-1886) was de zoon van de Rijksontvanger voor de stad Groningen. Hij was een van de weinige Nederlandse zeilvaartkapiteins, die veelvuldig en vaardig voor de vakpers schreef. Het betrof veelal beschrijvingen van vaarroutes en plaatsen die nieuw waren voor de Nederlandse koopvaart. In 1835 werd hij lid van Zeemanshoop en zal toen net gezagvoerder zijn geweest. Van 1837 tot 1848 komt zijn naam voor als kapitein bij de Rotterdamse rederij van Hoboken. Hij maakte aanvankelijk reizen naar Oost-Indië via de Goudkust. Als litterair resultaat van die periode verscheen in 1845 van Fokkens' hand de Beknopte Zeemans-wegwijzer van het Engelsch Kanaal naar de Westkust van Afrika. Daarna voer hij vier jaar op het grootste schip van de rederij van Hoboken, de "Rhoon en Pendrecht".

In 1850 kocht Fokkens een huis aan de Heerengracht nr.158, voor exploitatie als badhuis. In de vroege jaren vijftig zijn verder alleen enkele artikelen, meest vertalingen van hem bekend. Vanaf 1855 was hij gezagvoerder van de nieuwe "Generaal de Stuers" van reder J.Vroege. Dit schip kwam in de wereldwijde vaart en leverde Fokkens stof voor artikelen over o.a. Sydney, de routes naar Torresstraat en over San Francisco. Van 1860 tot 1865 staat Fokkens niet in de zeemansalmanak van Sweijs. In die tijd werkte hij misschien mee aan de driedelige boekenserie Vreemde Havens en Zeeplaatsen waarvan deel II (1862) zijn naam als tweede auteur vermeld. Ook zal zijn volgend project: de bouw van een clipperfregat van 1400 registerton veel tijd en aandacht hebben gevraagd. Van 1865 t/m 1868 staat hij als kapitein-eigenaar van dit schip "De Koffijboom" vermeld en tot 1867 als eigenaar. Toen is "De Koffijboom" in Oost-Indië gestrand en verkocht met inhebbende lading. Na dat jaar verschenen nog twee geschriften van Fokkens' hand, een over het Suezkanaal en een handleiding voor reizigers naar de Oost (1875)016.

 

Adres in Nederland. Ton Fokkens, 0653380751 tonf@hetnet.nl

 

Javasche Courant 29 juli 1835

 

Advertentie uit collectie CBG

Bij mijn vertrek naar Java roep ik bij deze allen  Vrienden en Bekenden hartelijk “vaartwel” toe.

F.Fokkens Jr. O.I.Ambtenaar

Aan boord van het Stoomschip Koning der Nederlanden

Nieuwediep, 21 Februari 1874

Dit zal een zoon zijn

 

Lidmaatschap zeemanscollege(s)

F.Fokkens (adres H.van Hoboken) werd met nr.413 lid van Zeemanshoop per 07 april 1835 op voorspraak van C.Koert. Zijn schip was de "Elizabeth"002.

In de Algemene Vergaderingen van 31 maart/07 april 1835 werd voorgedragen/benoemd Fokke Fokkens, oud 32 jaar, voerend het fregat “Rosalie”, wonende te Rotterdam en met adres J.Bonder te Amsterdam, op voordracht van kapitein C.Koert023.

Hij werd deelnemer van het Weldadig Zeemansfonds van Zeemanshoop per 07 januari 1840. "De kapitein voor Rotterdam varende moet ingevolge Art.35 van het Reglement dubbelen contributie betalen."

 

F.Fokkens was met vlagnummer R43 in de periode 1834 t/m 1866 en met vlagnummer R53 in de periode 1867 t/m 1886 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.

 In het Jaarverslag 1866 van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat F.Fokkens onder vlagnummer R43 en is vlagnummer R53 onbezet.Er is geen melding van het overlijden van kapitein F.Fokkens, terwijl overlijdingen wèl in de tekst van een Jaarverslag expliciet worden vermeld In het Jaarverslag 1867 wordt bij vlagnummer R43 het nieuwe lid A. van Galen opgevoerd. Bij vlagnummer R53 staat in 1867  F.Fokkens maar in de begeleidende tekst van het Verslag wordt geenmelding gemaakt van de intrede van een nieuw lid F.Fokkens op dit nummer. Ik moet daar uit concluderen, dat F.Fokkens in 1867 van vlagnummer is gewisseld, maar ik blijf toch de mogelijkheid openhouden dat er sprake is van vader en zoon. Nader genealogisch onderzoek kan daaromtrent zekerheid verschaffen.

 

Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)

In de ingekomen stukken bij de Bestuursvergaderingen van het college "Zeemanshoop"043 bevindt zich een brief dd.07 februari 1848 van kapitein F.Fokkens, waarin hij meedeelt "dat hij zich weder in den huwelijken staat heeft begeven en thans voornemens is om binnen kort met zijn echtgenoote naar Java te vertrekken teneinde zich aldaar in eenen anderen werkkring te vestigen". Hij verzoekt om effectief te mogen blijven. Verder vermeldt hij dat hij is geboren te Amsterdam op 12 mei 1802 en zijn vrouw Antoinetta Maria Gressen eveneens te Amsterdam op 15 oktober 1814.

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 24 februari 1848 staat een bericht van kapitein F.Fokkens dat hij is hertrouwd en zich op Java gaat vestigen. Hij verzoekt deelnemer te mogen blijven, maar dit wordt om reglementaire redenen afgewezen. In de notulen dd 30 maart 1848 vraagt hij “zijn regt als deelhebber te mogen behouden gedurende zijne reis naar Java en om Effectief lid te mogen blijven”. Het Bestuur gaat accoord mits de data van vertrek en aankomst in Indië worden opgegeven.042.

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 30 november 1848 staat een brief van F.Fokkens “berigtende welligt weder naar Nederland terug te zullen keren en verzoekende alsdan deelnemer te zijn.” In de vergadering dd 28 december 1848 verklaart het Bestuur zich accoord met het verzoek, mits hij de kolonie binnen 6 maanden gezond heeft verlaten en de verschuldigde stortingen voldoet.042

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 26 juni 1862 staat een verzoek van F.Fokkens om onderstand “wegens 60 jarige ouderdom”. Het verzoek wordt afgewezen.042

 

In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 21 maart 1848 is vermeld: “Brief van kapitein F.Fokkens, berigtende te zijn hertrouwd, het voornemen te hebben met zijn gezin naar Java te vertrekken, daar zich met der woon te vestigen en verzoekende deelnemer te blijven, welk verzoek echter door het Bestuur is geweigerd, als zijnde strijdig met de bepalingen van het Besluit van 20 Mei 1828 opgenomen in Art. 58 van het Reglement.” (betreft de regel dat een effectief lid zijn lidmaatschap moet opgeven bij het overgaan naar een werkkring aan de wal)

In de notulen dd 16 januari 1849 van de Algemene Vergadering is vermeld: “Brief van Kapitein F.Fokkens d.d. Batavia 26 July 1848 berigtende welligt weder naar Nederland te zullen overkomen en verzoekende alsdan deelnemer te blijven en het verslag van Heeren Penningmeesteren overeenkomstig hetwelk het verzoek is toegestaan, mits het bewijs worde overgelegd dat de verzoeker uit Oost-Indien vertrekkende gezond aan boord is gekomen.”023.

In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 05 juni 1862 verzoekt F.Fokkens om onderstand.042

 

In het Jaarverslag 1886 van de Maatschappij tot Nut der Zeevaart (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat effectief lid F.Fokkens in 1886 is overleden058.

 

De schepen van de kapitein

lidmaatschap van het College Zeemanshoop te Amsterdam001

vlagnummer                    jaren           type                  scheepsnaam                         naam reder/boekhouder

        413                            1835           geen opgave van schip en boekhouder

        300                       1836-1839     fregat               Elisabeth                                 A.van Hoboken & Zn te Rotterdam

                                      1840-1842     fregat               Menado                                  idem

                                      1843-1846     fregat               Rhoon en Pendrecht             idem

                                      1848-1853     geen opgave van schip en boekhouder

         95                        1854-1859     bark                 Generaal de Stuers                J.Vroege te Alblasserdam

                                      1860-1864     geen opgave van schip en boekhouder

                                           1865           fregat               Koffijboom                            de kapitein

                                      1866-1872     geen opgave van schip en boekhouder

 

In de Jaarverslagen van de Maatschappij staat kapitein F.Fokkens met de nummers R43 en R53 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:

MET R43

*    1849, 1851                     geen schip en boekhouder vermeld

*    1855, 1858,                    op de bark “Generaal de Stuers”   396 last  varend voor J.Vroege te Alblasserdam

*    1859, 1862 t/m 1864    geen schip en boekhouder vermeld

*    1865, 1866                     op het fregat “Koffijboom”           687 last  varend als kap./eigenaar vanuit Delfshaven

MET R53

*    1867, 1874, 1877, 1878, 1880 t/m 1883, 1885                    geen schip en boekhouder vermeld.

 

F.Fokkens was van 1854-1860 kapitein van de houten bark “Generaal de Stuers”, gebouwd in 1854 door de Gebr. B.Pot te Elshout, 749 ton, varend voor rederij J.Vroege te Alblasserdam052.

 

Bouma025 vermeldt F.Fokkens als gezagvoerder gedurende:

*    1834 op het 3/m schip “Rotterdams Welvaren, ex Elisabeth? ex Flora?, gebouwd te Middelburg, bouwjaar niet vermeld (maar is vermoedelijk 1811), 345 ton o.m., varend voor A.van Hoboken & Zn te Rotterdam;

*    1835 t/m 1839 op het 3/m schip “Elisabeth” ex Rosalie, gebouwd in 1830 te Antwerpen, 363 ton o.m. varend voor A. van Hoboken te Rotterdam;

*    1841 t/m 1843 op het 3/m schip de “Menado” ex Borneo, gebouwd in 1830 te Rotterdam, 645 ton o.m., varend voor A. van Hoboken & Zn te Rotterdam;

*    1844 t/m 1848 op het 3/m schip “Rhoon en Pendrecht”, gebouwd in 1834 te Rotterdam, 825 ton o.m., varend voor A. van Hoboken & Zn te Rotterdam;

*    1855 t/m 1860 op de bark “Generaal de Stuers”, gebouwd in 1854 te Elshout, 749 ton o.m., varend voor J.Vroege te Alblasserdam;

*    1866 t/m 1867 op het 3/m schip “Koffyboom”, gebouwd in 1865 te Alblasserdam, 1300 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Delfshaven.

 

Overige bijzonderheden

"Van de hand van den zeer ervaren en energieken gezagvoerder Fokko Fokkens met zijn nieuwe barkschip "Generaal de  Steurs" van J.Vroege te Alblasserdam, beschikken we over een reisbeschrijving Londen-Melbourne in 1855026(38/192).

 

In de Verhandelingen en Berigten betrekkelijk het Zeewezen, de Zeevaartkunde en de daarmede in verband staande Wetenschappen onder redactie van Jacob Swart, Jaargang 1859 (Nederlands Scheepvaartmuseum, Amsterdam boeknummer T3a XIX) staan de volgende twee artikelen:

F.Fokkens          Verblijf de Hong-Kong met het Barkschip Generaal de Steurs  p.380-420

                            Het barkschip Generaal de Steurs, van Sidney, langs de binnenpassage door Straat Torres naar Java, enz. p.483-541.

 

Dirk de Wilde, vanuit de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam benoemd tot stuurmansleerling bij de koopvaardij in Oost Indië, vertrok per 14 september 1846 met de "Rhoon en Pendrecht" onder kapitein F.Fokkens vanuit Rotterdam naar Batavia004(533/2030).

 

F.Fokkens verzorgde per 14 oktober 1837 vanuit Hellevoetsluis met de “Elizabeth” een troepentransport van 3 officieren en 40 manschappen. In St.Georg ‘d Elmina werden 80 Afrikaanse recruten ingescheept, waarvan er 1 onderweg overleed. Hij arriveerde te Batavia op 23 mei 1838 na 221 dagen.

Hij vertrok vanuit Hellevoetsluis op 26 januari 1839 met de “Elizabeth” en een contingent van 4 officieren en 30 manschappen. In St.Georg d’Elmina kwamen 2 Europesche officieren en 105 Afrikaanse recruten aan boord genomen. Hij arriveerde te Batavia op 24 juni 1839 na 149 dagen.

Op 15 april 1840 vertrok hij van Hellevoetsluis met de “Menado” en een contingent van 6 officieren en 40 manschappen. In St.Georg ‘d Elmina werden bovendien 119 Afrikaanse recruten aan boord genoem, waarvan er 1 onderweg overleed. Hij arriveerde te Batavia op 10 augustus 1840 na 117 dagen.

Tenslotte vertrok hij van Hellevoetsluis op 15 juni 1841 met de “Menado”en een  troepentransport van 6 officieren en 40 manschappen. In St.Georg d’Elmina werden 107 Afrikaanse recruten aan boord genomen waarvan er 3 onderweg overleden. Hij arriveerde te Batavia op 17 oktober 1841 na 134 dagen065.

 

“De Elisabeth maakte zowel in 1837 bals in 1838 een reis naar Indië. Beide malen had het schip de grootste moeite vanuit Helvoet in open zee te komen. … kapitein Fokko Fokkens had al met al vijf dagen nodig om van Rotterdam in Helvoet te komen. …”069 – p.210.

“Het jaar 1841 zou het laatste worden waarin schepen van de firma A. van Hoboken en Zonen zich in Elmina zouden laten zien. Drie maal gebeurde dit nog: door de Menado, de Jacobus en de Europa. … Op 1 juli vertrok de Menado uit Rotterdam; in augustus werden 107 recruten in Elmina aan boord genomen.   “069 – p.219

 

In de Raad voor Tucht bij de koopvaardij werd door de passagier Thurkow een serie klachten behandeld omtrent zijn reis in 1859 van Batavia naar Rotterdam met de “Generaal de Stuers” onder kapitein Fokkens. De klachten betroffen de bediening, de kwaliteit van het voedsel, de hoeveelheid medicijnen, de beschikbaarheid van badgelegenheid en de onheuse behandeling door de bemanning.

“De raad vond dat de vele klachten deels overdreven en ongegrond waren. Andere passagiers hadden geen klachten over de gezagvoerder en zijn bemanning. … Er waren … geen voldoende gronden aanwezig het gedrag van de kapitein als misdragingen aan te merken. De Raad bleef bij een waarschuwing en onthief de kapitein van vervolging.”104.

 

e-mail van André Delporte te Luik dd 09 januari 2006

Te Antwerpen vond ik … het drie-masten schip ROSALIE, 420 ton en met twee dekken, gebouwd in 1829 by Fleury-Duray te Boom, en ter water gelaten op 29/10. Luc (Heijboer) vond een reis (eerste ? of eerste te lange omvaart ?) van dit schip : vertrokken uit Antwerpen op 28/4/1830 naar Batavia; aangekomen op 19/8 en verliet dan voor Padang. Zijn terugreis hadden we niet ... Als kapitein heb ik dan A. Cordier, gevolgd later door "J." (!) De Bruin tot in 1834. Vanaf 1837 heb ik het schip als ELISABETH, van A. Van Hoboken, Rotterdam, tot 29/6/1841 (verkocht om gesloopt te worden). Onze bestanden zijn dus complementair en ik verbeter in Cordier als kapitein tot 1832, J. Van den Oever van 1832 tot 1833; schip uitgevlagd voor Jos Hartog te Amsterdam in 1833 (verkeerd in BV !) en verkocht in 1835. Ik vervang ook J. De Bruin door G. H. De Bruyn.

 

 

In het “Kaap Hoorn Journaal”, een periodiek van de Stichting Nederlandse Kaap Hoorn-Vaarders. Nr. 12, Juni 2009, staat een bijdrage door H.Hazelhoff Roelfzema en H. v.d. Berge, waarin de route van de bark “Generaal de Stuers” is ingetekend op een KNMI-kaart.

“Wanneer wij nu de door het KNMI in 1857 gepubliceerde routekaart bezien met als de zuidelijkste aanbevolen trek die langs de 50e breedtegraad, dan tonen de door ons met cijfers aangegeven posities van de “Generaal de Stuers” dat dit schip reeds zeer westelijk bij die breedtegraad was aangekomen en mogelijk mede daardoor eerder en meer tussen ijsbergen (de zwarte driehoekjes in de kaart zijn vóór 1855 gerapporteerde ijsbergen) was geraakt. Wie zal het zeggen? De directe vaart van Europa naar Australië was nog jong en de routekeuze nog in belangrijke mate experimenteeel . Aan volgende routeadviezen van het KNMI zal kapitein Fokkens´verslag ongetwijfeld hebben bijgeddragen. …`

 

Uit: “De Clippers”, door Anno Teenstra, Uitg. Holdert & Co, Amsterdam, 1945.306 pp

p.13-14 beschrijving van de vaarmoeilijkheden op weg van Rotterdam naar Hellevoetsluis via het Voornsch Kanaal>

“De Elisabeth van den bekenden Rotterdamschen reeder van Hoboken, die zijn kantoor groot had gemaakt in den Franschen tijd door smokkelhandel en “zwarten” handel, overkwam in 1837, toen de schepen nog klein waren, vergeleken bij de latere clippers, het volgende: Het schip was van de werf gehaald en moest naar de Boompjes te Rotterdam worden gebracht. In het Boerengat bleef het fregat in den modder steken en eerst na vier dagen gelukte het eindelijk het schip weer los te krijgen.

Aan de Boompjes werd het schip beladen en daarna ging het op weg naar Hellevoetsluis.

De eersten dag liep de wind reeds naar het Westen, zoodat het schip moest drijven tot bij Vlaardingen, waar wegens de mist werd geankerd. Na de mist kwam een hevige storm opzetten en de dag daarop was het blak.Het schip ging evenwel toch anker op en dreef naar de Noordgeul, waar het aan de grond kwam te zitten. Een van de eerste stoomschepen welke hun lange, zwarte rookwolken uitkwalden, schoorsteenen reeds in ons land vertoonden, trok de Elisabeth weer vlot, waarna het schip met tien paarden naar Hellevoetsluis werd gesleept.”

 

Rotterdamsche  Courant 19 januari 1837

Rotterdam, 18 januari. Kapitein R. Maalsteed, voerende het fregat JOHANNA met koffie en suiker, den 25 september 1836 van Batavia en den 15 november 1836 van St. Helena naar Amsterdam vertrokken, …

meldt dat hij heeft gepraaid …bij Anjer het schip ELIZABETH, kapt. F. Fokkens, … van Rotterdam naar Batavia, zijnde aan boord van het laatste alles wel.

 

Rotterdamsche Courant 06 mei 1837

Rotterdam, 5 mei. Kapitein J. Barkenteyn, van Konstantinopel (opm: Istanbul) te Antwerpen gearriveerd, heeft den 17 april op de hoogte van Goudstaart (opm: Start Point) gepraaid het schip ANJER, kapt. L. Hawich, van Rotterdam naar Batavia, en den 19 dito op de hoogte van Dungeness het schip ROSALIE, van Batavia naar Amsterdam, hebbende een zeer lange reis (vermoedelijk het schip [opm: fregat] ELIZABETH, voorheen ROSALIE, kapt. F. Fokkens, van Batavia naar Rotterdam).

 

Rotterdamsche Courant 26 augustus 1837

Rotterdam, 25 augustus. …

Den 24 dezer arriveerden ELISABETH, F. Fokkens, van Batavia; Petersburg. …

 

Rotterdamsche  Courant 14 oktober 1837

Rotterdam, 13 oktober. Den 13 dezer zeilden de NOORD, J.A. WEYERBUSCH, en ELIZABETH, T. Fokkens, naar Batavia; …

 

Rotterdamsche Courant 07 november 1837

Rotterdam, 6 november. Het schip (opm: fregat) ELIZABETH, kapt. F. Fokkens, van Rotterdam naar Batavia, laatst van Dartmouth, is den 28 oktober te Dartmouth uit zee teruggekeerd.

 

Zeepost 26 oktober 1838 – 220

Den 7 juli lagen ter rede van Batavia de schepen ELISABETH, kapt. Fokkens, PHOENIX, kapt. Eeltjes (om den 9 juli te vertrekken), DIANA, kapt. Lindeman en AMALIA, kapt. Muller.

 

Dordrechtse Courant 29 januari 1839

Hellevoetsluis, 26 januari. Heden … zeilden naar zee de schepen  … ELIZABETH, kapt. F. Fokkens, … naar Batavia,

 

NRC 08 augustus 1854

Elshout, onder Nieuw Lekkerland, 7 augustus. Heden namiddag ten 3 ure werd van de werf der heren Gebr. B. Pot met het beste gevolg te water gelaten het campagne barkschip GENERAAL DE STUERS, groot 396 lasten, voor rekening van een rederij en directie van de heer J. Vroege te Alblasserdam, zullende gevoerd worden door kapt. F. Fokkens, en bestemd voor de grote vaart.

 

NRC 26 april 1855

Rotterdam, 25 april. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 27 schepen, als:

Voor Rotterdam: …..GENERAAL DE STUERS, kapt. F. Fokkens, …

 

NRC 22 januari 1856

Kaap de Goede Hoop, 16 november 1855. De Nederlandse bark GENERAAL DE STUERS, kapt. F. Fokkens, van Batavia naar Rotterdam, is eergisteren in de Tafelbaai binnengelopen om zeilen en rondhout te herstellen.

 

NRC 25 januari 1856

Rotterdam, 24 januari. Door kapitein F. Fokkens, voerende het te Brouwershaven gearriveerde schip (opm: bark) GENERAAL DE STUERS, is de 7 januari op 35º32' N.B. en 33º30' W.L. opgenomen de bemanning van het in zinkende staat verkerende Engelse schip ORYNTHIA, kapt. G. Innes, van Demerary (opm: Georgetown) naar Sunderland, welke equipage gisteren in het Engelse Kanaal is afgezet.

 

NRC 25 februari 1856

Rotterdam, 24 februari 1856. Kapt. F.Fokkens, gezagvoerder van de bodem GENERAAL DE STUERS, zond ons in dato 20 februari het volgend schrijven

De 28 maart 1855 bevond ik mij met het nieuw gebouwd barkschip GENERAAL DE STUERS, op reis van Londen naar Sidney, in 30 graden zuiderbreedte en 34 graden westerlengte, toen de wind met een frisse koelte uit het oosten woei en daarna, naar het noordoost en noorden liep. In het begin der reis was ik door slecht weer en harde winden in gelegenheid geweest van te ondervinden dat het schip uitmuntend zeilde, voortreffelijk stuurde en verder alle goede hoedanigheden van een edel zeeschip in zich verenigde; hetwelk mij deed besluiten, om de nieuwe weg naar Australië, zo voordelig door de heer Maury in zijn Sailing-Direction beschreven en gerecommandeerd, te volgen, ten einde de reis te bespoedigen en ik week diensvolgens hier van de gewone koerslijn af, de grote-cirkel-route volgende.

Een aanhoudend voordelige wind voerde de GENERAAL DE STUERS langs die weg snel zuid-oostwaarts  en na de 43e breedtegraad gepasseerd te zijn, maakte het zoele, aangename weer, waarvan wij ruim een maand lang geprofiteerd hadden, plaats voor een natte en gure atmosfeer, de koude hand over hand toenemende naarmate wij zuidelijker kwamen en de 5e parallel van 48 graden bereikt hebbende werd het uitermate koud en guur, terwijl des anderen daags dit onaangename weer nog met ijzel en met regen vermeerderd werd. Des middags bevond ik mij in 49 gr.10’zuider breedte en 7gr. 40’wester lengte, als wanneer de koude nog gevoeliger werd; zeevogels in menigte fladderden in onze nabijheid en vlogen rond het schip, waaronder veel ijsvogels bespeurd werden, die zich zelden ver van het ijs begeven. Deze verschijnselen in verband gebracht met plotselinge vermeerdering der koude van het water uit de oppervlakte der zee, deed mijn voorzorg verdubbelen om scherp naar ijsbergen uit te kijken, hetwelk spoedig noodzakelijk werd bevonden, want tegen 3 uur in de namiddag ontdekte ik in de dikke mist en motregenlucht vooruit in onze koerslijn, ongeveer 15 graden boven de horizon, een witte streep, die enige minuten daarna een hoog uitgestrekt ijsveld bleek te zijn; kort daarna deed zich een tweede ijsklomp op, die veel op een eiland leek, wiens bergtoppen zich minstens 300 voeten boven de zee verhieven en meer dan vijfmaal die uitgestrektheid besloeg en tegen 5 uur waren wij een derde gepasseerd; vanwege de vroeg invallende duisternis verloren wij zowel het een als het andere spoedig uit het gezicht. Wij bleven voor gepaste zeilen met zwakke vaart doorlopen en verschillende verschijnselen, zo wel die nacht als de volgende dag toen het mistig en zeer dik van motregen was, overtuigden mij van aanhoudend in de nabuurschap van ijs te zijn en werkelijk ondervonden wij tot de 14e dat telkens wanneer het weer opklaarde, de zee als het ware met ijsbergen bezaaid was, waaronder zich bevonden die volkomen de gedaante van land hadden en als uitgestrekte hoge eilanden zich voordeden. De 9e vooral, toen het weder wat opklaarde, bevonden wij ons in de nabijheid van verschillende ijsbergen, waarvan één zich vooruit in de verte zó natuurlijk als land vertoonde, dat bijna niemand, zowel passagiers als equipage, aan de wezenlijkheid twijfelde. Hij geleek volkomen naar een zeer bergachtig hoog en uitgestrekt eiland; bergen van verschillende vorm, met scherpe punten, andere suikerbroodvormig en sommige met  zeer natuurlijke spits gepiekte kruinen, maakten het hoge middengedeelte uit hetwelk glooiend in heuvelachtige vlakken afliep, hetwelk in gegolfde uitstekende lage punten eindigden, terwijl donkere schaduwen ogenschijnlijk in de kloven en scheuren, bossen en klein geboomte vormden. Zwaar brak de zee tegen de steile ijskust, hoog opstuivende branding op de lage ingebeelde stranden veroorzakend.

Naderbij komende, loste zich het raadsel op en met verbazing werd deze ontzettende ijsklomp aanstaard, welke toen een allerbelangrijkst schoon gezicht opleverde, stromende het water van smeltend ijs langs de steile rotswanden neder, verschillende watervallen vormende, terwijl van de kristallen bergtoppen de heldere zonnestralen onder al de schone kleuren van de regenboog terugkaatsten. Dicht langs dit ijsgewrocht heen zeilende, bevond ik bij hoekmeting, dat deszelfs hoogste punten zich over de vijfhonderd voeten boven de zee verhieven. Nauwelijks hier voorbij zijnde, bevond ik mij onverwachts door kleine brokken ijs omringd, een archipel vormende van meer dan een halve mijl in uitgestrektheid, de grootsten als een scheepshol met kleinere van verschillende en onregelmatige vorm, zeer scherp en puntig op enige afstand allerhande fantastische figuren voorstellende.

Ik was verplicht enige streken over en weer te houden om er klaar van te komen en tegen dat het duister werd, hadden wij gelukkig deze onaangename kameraden achter ons.

Aanhoudend bleven wij nog ijsbergen ontmoeten en de 11e besloot ik uit dien hoofde om van mijn voornemen van groot-cirkel-zeilen af te zien en tot veiligheid van het schip om de noord terug te lopen; de snelle daling van de barometer en symphisometer spoorde mij mede hiertoe aan en ’s morgens liet ik koers veranderen om de O.N.O. Des middags bevond ik mij in 48 gr 5’zuiderbreedte en 16 gr 32’westerlengte, de genoemde weerglazen voorspelden slecht weer; des avonds liet ik zeilen vastmaken en reven insteken en tegen middernacht begon een vliegende storm uit het WZW met de kracht eens orkaans los te barsten; de zware zeilen, die dicht gereefd bijstonden, vlogen uit de lijken en sloegen aan flarden, voor top en takel hield ik het schip voor de wind, de zee verhief zich als een toverslag tot ontzaggelijk hoge piramidaalvormige golven die ons dreigden te verzwelgen en van alle kanten het schip kwamen overstelpen; het edele vaartuig schudde evenwel zijn woeste bespringers telkens af en vloog zonder steun van enig zeil voor de storm heen, nauwkeurig naar het roer luisterend. Het opgejaagde water en het schuim der golven werd als jachtsneeuw door de lucht gezweept, het eerste een zoutwaterstortregen voortbrengende, welks droppels door hun snelle vaart onze aangezichten als hagelstenen teisterden. Zes uren lang worstelden wij in dikke duisternis tegen de woeste elementen voor en aleer de dag aanbrak; vreselijk was het bewustzijn, dat wij in onze koers ijsbergen ontmoeten konden, verschrikkelijk denkbeeld!....... het was een der akeligste nachten mijns levens. Des anderen daags begon tegen de avond de storm te bedaren, en kregen wij  niet zonder veel moeite en inspanning een ander stel nieuwe zeilen aangeslagen en successievelijk werd de geleden schade hersteld. Wij vervolgden de koers met zeer onaangenaam dik en vuil weder, tot de 14e, bevindende ons toen in 46 gr. 20’Z. en 27 gr. 17’O., wanneer bij het opklaren der mistige lucht er weer twee kleine ijsbergen dicht bij ons ontdekt werden, en voor dat het avond was, waren wij nog vijf grote puntige brokken gepasseerd.

Dit was toch het laatste ijs dat wij te zien kregen, en het overige gedeelte der reis, tot ruim 113 graden oosterlengte, kenmerkte zich tussen de parallellen van 44 tot 47 graden als een aaneenschakeling van stormen, slecht weder en hoge zeeën met hetzij bijna onophoudelijk sneeuw en hagelbuien, of met dikke lucht mist en motregen vergezeld gaande; in één woord, een weder door deszelfs langdurigheid zeer geschikt om de sterkte en goede hoedanigheden van een schip te beproeven en het geduld en de ervarenheid van de zeeman uit te putten.

Een uitvoeriger verslag dezer reis heb ik naar Amsterdam aan de heer J. Swart opgezonden met het verzoek dat het in Z. Ed. tijdschrift worde opgenomen, ten einde hun die er belang in stellen, gelegenheid te verschaffen zich met de verdere bijzonderheden en niet onbelangrijke voorvallen dezer reis bekend te maken.

Heren liefhebbers van verheven natuurtonelen, die na het lezen van dit verslag zich opgewekt mochten gevoelen een dergelijk reisje uit plezier mee te maken, raad ik aan, alvorens hun plan ten uitvoer te brengen, het versje “Winternacht” van de heer J. van Lennep, te lezen en de laatste regel te volgen, die met de drie voorgaande luidt als volgt:

“Dan is het groots en schoon voor fier gestemde harten,

“Gelaten, onvervaard bij ’t woeden der natuur,

“En door èn doodsgevaar op d’oceaan te tarten;

“Maar ik zit liever thuis bij ’t vuur”.

 

 

NRC 24 april 1856

Rotterdam, 23 april. Directeuren van de hier ter stede gevestigde Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen, hebben in hun jongste vergadering besloten te doen uitreiken:

Aan Fokke Fokkens, gezagvoerder, en C.H. van der Veen, opperstuurman, beide van het Nederlandse barkschip GENERAAL DE STUERS, de grote zilveren medaille; aan J. Schoumann, zeilmaker en Carl Hamlin, matroos op dezelfde bodem, de zilveren medaille, benevens ieder NLG 10 voor hun op de 5e januari, op 35º N.B. en 34º30' W.L. bij buitengewoon stormweer en hooglopende zee stoutmoedige redding met gevaar van eigen leven van de equipage, bestaande in 13 personen, van het in een zinkende staat verkerende Engelse barkschip ORYNTHIA, gevoerd door kapt. George Innes, komende van Demerary, te huis behorende te en bestemd naar Sunderland; hen van al het nodige te voorzien, en na hen zeventien dagen met zeemans gastvrijheid te hebben verpleegd, nabij Dover met een Dealboat te hebben aan wal gezet …..

 

NRC 03 april 1857

Hongkong, 15 februari. Onder de Nederlandse schepen zijn de volgende vrachten gesloten: de GENERAAL DE STUERS, kapt. Fokkens, met landverhuizers naar Australië à USD 23 per kop; …

 

Java Bode 07 september 1857

Soerabaija, 3 september. Volgens bericht van kapitein Menkman (opm: G. van Eyk Menkman), gezagvoerder van het Nederlandse koopvaardijschip KONING WILLEM II (opm: rederij Rietveld & Roquette, Amsterdam), alhier na een reis van 27 dagen van Sydney aangekomen, was het Nederlandse koopvaardijschip (opm: bark) GENERAAL DE STUERS, kapitein F. Fokkens, hetwelk voor 63 dagen Guichen Bay (opm: 37º07’ Z.B. 139º45’ O.L.) met bestemming naar Batavia had verlaten, aldaar met grote schade binnengekomen.

Te vergeefs was door hem beproefd om Kaap Leeuwin (opm: Zuidwest-Australië) om te zeilen. Door slecht weder overvallen verloor hij zeilen, rondhouten en enige andere zaken en was verplicht af te houden en in genoemde haven de geleden schade te herstellen en provisiën in te nemen. …

 

NRC 15 juni 1858

Rotterdam, 14 juni. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 27 schepen.

Voor Rotterdam:  …GENERAAL DE STUERS, kapt. F. Fokkens;  …

 

 

VOLGENDE GEGEVENS VAN DE WEBSITE http://www.leventboz.net/blog.asp?id=18

In Search of Captain F. Fokkens

 

My baby wife Zeynep gave me this pocket watch at our first Valentine's Day.

It was the best gift I’ve ever seen in my life. Isn’t it looks lovely?

 

 

When I opened the cover... The real surprise started...

 

 

 

After that big surprise/shock, I started to wonder:

 

Who is this Captain? F. Fokkens?

 

"Ter gedachtenis aan" means "In memory of" in Dutch. (Thanks for your help Céline)

 

In memory of Captain F. Fokkens. 25.08.1886

 

1886? Really? 94 years before me... Thank you :)

 

Anth. Garmben or Anth. Harmben...? What is this?

Horloger is French, means watchmaker.

But it says Delft!? Delft is at Netherlands!?