Familiegegevens en opleiding
Jan Jans Zelling werd geboren te Nieuweschans als zoon van de kleermaker Jan Zelling en Geeske Eilderts.
Hij trouwde op 24 november 1824 te Nieuweschans met Pieterke Jans Smid, geboren te Nieuweschans als dochter van smidsbaas Jan Doedes Smid en Geeske Freerks. Zij overleed op 28 april 1840 op zee, 33 jaar
J.J.Zelling hertrouwde met Gesina Klein, overleden in januari 1858
Jan Jans overleed in 1852.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.J.Zelling (adres H.A.Hespe) werd met vlagnummer 378 per 15 april 1834 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop” op voordraccht van kapitein H.M.Swart. Als zijn schip is genoemd de “Alida Giesen (sic). Toegevoegd is “overleden”.002
In de Algemene Vergaderingen van Zeemanshoop dd 08/15 april 1834 werd voorgedragen/benoemd tot effectief lid Jan Jans Zelling, 31 jaar, voerend de kof “Titia”, wonend te Nieuweschans in Groningen, adres bij H.A.Hespe te Amsterdam op voordracht van kapitein H.M.Swart. Zijn vlagnummer werd 378023.
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 30 december 1851 staat een verzoek van G.D.Klein, weduwe van kapitein J.J.Zelling om een uitkering. Op 29 januari 1852 ging het Bestuur accoord met een uitkering voor haar en drie kinderen met ingang van 01 februari 1852.042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 29 mei 1856 staat vermeld dat een aanvrage voor ondersteuning is afgewezen “als reeds trekkende”.042
Om de notulen van de Bestuursvergadering dd 31 juli 1862 vraagt Aukje Zelling om haar uitkering “bij het verlaten van de Hervormde Diaconie Weeshuis”042
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 10 februari 1852 wordt de uitkering gemeld aan de wed. van kapitein J.J.Zelling voor haar en drie kinderen ingaande 01 februari 1852.023
In de notulen van de Algemene Vergadering dd 24 juni 1856 wordt gemeld dat een aanvrage voor ondersteuning van de hand is gewezen.023
De schepen van de kapitein
lidmaatschap College Zeemanshoop te Amsterdam001’
vlag jaren type scheepsnaam reder/boekhouder
378 1834-1835 sch.kof Titia geen opgave
265 1836 geen vermelding van schip en boekhouder
1837-1842 kof Alida Geziena geen opgave
1843-1851 kof Geziena geen opgave
1851 overleden
Bouma025 vermeldt J.J.Zelling als gezagvoerder gedurende:
* 1829 t/m 1836 van de schoenerkof “Titia”, gebouwd in 1828, bouwplaats niet vermeld, 112 ton o.m., varend voor Smeets te Pekela. Het schip is in 1836 bij de Goodwins gezonken, waarbij de bemanning werd gered.
* 1836 van de kof “Alida Giezen”, gebouwd in 1833 te Veendam, 107 ton o.m., varend voor H.Sinninge te Veendam;
* 1838 t/m 1842 van de tjalk “Alida Giezen, gebouwd in 1836, bouwplaats niet vermeld, 115 ton o.m., varend voor Giezen te Muntendam;
* 1843 t/m 1848 van de kof “Geziena”, gebouwd in 1842 te Muntendam, 90 ton, varend voor T.R.Giezen te Muntendam;
* 1849 t/m 1852 van hetzelfde schip maar nu varend voor R.J.Giezen & Zn te Muntendam. Het schip is in november 1852 gestrand bij Madsböll (Thisted) en wrak geraakt. De kapitein is in 1852 overleden
Overige bijzonderheden
Geen
| Datum vanaf: |
1836 |
| Kapitein: |
Zelling, Jan Jans |
| Overige informatie: |
woonplaats Scheemda - mede-reder. |
Familiegegevens en opleiding
Conradus werd geboren te Borgercompagnie en gedoopt te Kleinemeer op 02 september 1787 als zoon van Jan Harms (Masker) en Geesje Jans (Bruins). De vóórnaam wordt ook vermeld als Koenraad. (zie hierna).
Conradus trouwde op 23 april 1830 te Amsterdam als koopvaardijkapitein met Tetje Schut, gedoopt te Groningen op 07 februari 1806 als dochter van de tapper Wijtse Hendriks Schut en W ilmiena Jans Kortrijk. Tetje overleed op 12 mei 1866 te Amsterdam
Koenraad overleed in 1853 te Amsterdam.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
K.J.Masker werd met vlagnummer 181 ingeschreven als effectief lid van Zeemanshoop per 05 september 1826 op voordracht van kapitein B.J.Smeengh. Zijn schip ten tijde van de inschrijving was "De Goede Trouw. Deze is doorgestreept en vervangen door "Johanna Maria". Toegevoegd is "overleden"002.
In de Algemene Ledenvergadering van het Amsterdams zeemanscollege Zeemanshoop van 29 augustus/05 september 1826 werd Koenraad Jans Masker voorgedragen/benoemd tot effectief lid op voordracht van kapitein B.J.Smeengh. Hij was toen 39 jaar, geboren en wonende te Veendam met als adres de heer F.Smit op de Buitenkant te Amsterdam, en voerende de kof “De Goede Trouw”. Hij kreeg als vlagnummer 181023.
K.J.Masker was effectief lid van “Zeemanshoop” in de periode 1826 t/m 1836 met de vlagnummers 181 en in de periode 1836 t/m 1853 met vlagnummer 108.
Een K.J.Masker staat drie keer vermeld als effectief lid van het Veendammer zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart” en wel
met vlagnummer F3 in de periode 1827 t/m 1830
met vlagnummer U3 in 1828
met vlagnummer K4 resp. 85 in de periode 1830 t/m 1855.
Ik heb geen andere K./C. Masker kunnen identificeren dan de hiervoor genoemde uit 1787 en wellicht is deze twee keer van vlagnummer gewijzigd.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 december 1848 wordt een verklaring van ongesteldheid door de geneesheer van kapitein K.J.Masker overgelegd.042.
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 april 1853 staat een verzoek om een uitkering van de weduwe van kapitein Conrad Masker, geb. Tjetje Schut, die haar in de vergadering dd 26 mei 1853 werd toegekend ingaande 01 mei 1853.042
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 28 juni 1853 staat de mededeling dat aan de weduwe van kapitein C.J.Masker per 01 mei 1853 een uitkering is toegekend.023
De schepen van de kapitein
lidmaatschap College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
181 1826-1835 kof De Goede Trouw F.Smit
108 1836-1837 kof De Goede Trouw F.Smit
1838-1840 kof De Goede Trouw J.H.Salm & P.C.de Gijselaar
1841 geen vermelding van schip en boekhouder
1842-1846 kof Johannes Maria geen opgave
1848-1852 kof Johannes Maria H.K.Salm
Bouma025 vermeldt K.J.Masker als gezagvoerder gedurende:
* 1835 t/m 1837 van de kof “Goede Trouw”, gebouwd in 1835, bouwlocatie niet vermeld, 127 ton o.m., varend voor F.Smit te Amsterdam;
* 1838 t/m 1841 van hetzelfde schip maar nu varend voor J.H.Salm & P.C. de Gijselaar te Amsterdam;
* 1843 t/m 1853 van de kof “Johanna Maria”, gebouwd in 1836 te Pekela, 100 ton o.m., varend voor Salm & Co te Amsterdam.
In de Almanak voor Zeevarenden 1852, vermoedelijk uitgegeven door het college “Eendracht” te Groningen en aanwezig in het Veenkoloniaal Museum te Veendam staat in de ledenlijst van het Veendammer zeemanscollege kapitein K.J.Masker met vlagnummer K4 als gezagvoerder van de “Johanna Maria”.
In het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Koenraad Johannes/Jans Masker als gezagvoerder van de:
“Vriendschap”, dd 10 december 1816; 12 juli 1817;
“Goede Trouw”, dd 21 september 1820; 08 augustus 1823; 02 maart 1824; 10 maart 1826; 02 april 1828; 08 december 1828; 01 mei 1830; 28 mei 1836; 11 april 1837; 29 juni 1838.
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen vermeldt:
10 mei 1815, schip “Vriendschap”, kapitein Coenraad Jans Masker.
13 april 1816, kof “Vriendschap”, schipper Koenraad Jans Masker,
Overige bijzonderheden
Jan Schut werd op 11 maart 1826 werd hij met een gage van f 12,- per maand als kajuitwachter geplaatst op de “Goede Trouw” van kapitein Masker voor een reis naar de Middellandse Zee, waarvan hij op 15 september 1826 met goede attestatie terugkwam.005.
Provinciale Groninger Courant 04 januari 1820114
Advertentie. Mr. Gerhard Jacob Keiser, openbaar notaris, ter residentie van Groningen, is voornemens op dinsdag 13 januari 1820, des avonds te 7 uren, ten huize van de kastelein H.E. Douwes, in de Karper, voor het kleine Poortje, te Groningen, publiek door de oud-procureur J. Versteegh, op strijkgeldsconditiën te koop te presenteren: een welbevaren Kofschip genaamd de VRIENDSCHAP, groot ongeveer 75 roggelasten, laatst bevaren door schipper Cornelis Jan Masker, liggende te Delfzijl met diens opgoed en toebehoren, volgens inventaris. Zijnde dagelijks te bezien en nadere informatiën te bekomen ten kantore van P.J. Vos, te Delfzijl en ten huize van de veiling, te Groningen.
Rotterdamsche Courant 30 januari 1821114
Amsterdam, 27 januari. Te Surinamen is gearriveerd J.H. Bodeman, te Livorno J.C. Ludders (laatst in Genua) en te Cette (opm: Sète) K.J. Masker en J.B. Lammers van Amsterdam; te Bayonne H.J. Mugge van Rotterdam; te Nantes B.P. de Vries van Amsterdam; te Rouaan H. Switters van Rotterdam. J. Claeijs van Gent, J.D. Ihlder van Embden en H.W. Poel (opm: Hindrik Wolberts Poel) van Antwerpen.
Van St. Malo is vertrokken het schip LES DEUX FRÈRES naar Rotterdam.
Rotterdamsche Courant 19 juni 1821114
Rotterdam, 18 juni. Den 15 arriveerde te Helvoetsluis het schip de GOEDE TROUW, K.J. Masker, van Cette (opm: Sète)…..
Rotterdamsche Courant 28 juni 1821114
Advertentie. De houders der cognossementen van de navolgende goederen:
een vat Spaans groen, te Rotterdam van Cette (opm: Sète) aangebracht per het schip de EUROPA, kapt. IJ.F. de Boer;
3 kistjes vruchten en 2 kistjes wijn, te Rotterdam van Cette aangebracht per het schip de GOEDE TROUW, kapt. K.J. Masker, worden verzocht zich ten spoedigste aan te melden ten Kantore van Kuijper, Van Dam en Smeer te Rotterdam voornoemd.
Rotterdamsche Courant 11 april 1822114
Rotterdam, 10 april. Kapt. K.J. Masker, den 27 maart van Cette (opm: Sète) te Bremen gearriveerd met het schip (opm: kof) de GOEDE TROUW, schrijft van Bremen, in dato den 4 dezer, dat den 27 februari l.l, op 36º34’ N.B. 2º47’ lengte bewesten Greenwich, hem des namiddags te 2 uren een schooner ontmoet was met 14 geschutpoorten en voorzien van roeigaten voor riemen, of om met klein geweer uit te schieten; zijnde wijders een zwaar stuk kanon achter de fokkenmast geplaatst, hetwelk boven de verschansing zigtbaar was; dat van dit vaartuig, in de hoogduitse taal, gevraagd werd van waar hij kwam, en dat men aan boord zoude komen; dat de schooner toen op de afstand van een pistoolschot aan zij bleef liggen, en van dezelve een boot met acht man op zijde kwam van kapitein Maskers schip, zijnde die manschappen gewapend met pistolen, degens en dolken; op het gelaat van elk derzelven scheen het misdadige van hun bedrijf zigtbaar; zij beroofden de manschappen van de GOEDE TROUW van water, wijn, horologiën, des kapiteins en stuurmans beste lijfstoebehoren, en voeren daarna om 4 uren des namiddags weder van boord, koers zettende naar twee in het gezigt zijnde schepen, insgelijks van Cette komende.
Familiegegevens en opleiding
Lodewijk Ringeling werd geboren op 14 september 1820 te Oude Pekela als zoon van de zeeman Fokke Berends Ringeling en Tallechien Klaassens. Hij was de jonger broer van kapitein en collegelid Klaas Ringeling.
Hij trouwde te Oude Pekela op 04 januari 1848 als zeeman met de naaister Siberlina Adams, geboren op 07 april 1818 te Nieuwe Pekela als dochter van de commissionair Johannes Harmannus Adams en Geesje Harms Bok. Zij overleed te Oude Pekela op 08 november 1901, 83 jaar.
Lodewijk overleed te Oude Pekela op 14 december 1908, 88 jaar, zonder beroep, weduwnaar.
Burgerlijke Stand akten vermelden Lodewijk Ringeling als zeeman in 1848, 1850, 1853 en zonder beroep in 1908.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
L.F.Ringeling was effectief lid van het zeemanscollege “De Vereeniging” te Delfzijl met vlagnummer 19 in de periode 1861 t/m 1866.
L.F.Ringeling was met vlagnummer 138 in de periode 1860 t/m 1863 effectief lid van het zeemanscollege “De Trouw” te Oude Pekela.
L.F.Ringeling was effectief lid van het zeemanscollege “Voorzorg” te Nieuwe Pekela met vlagnummer 182 in de periode 1862 t/m 1895.
L.F.Ringeling was met vlagnummer R394 in de periode 1853 t/m 1859 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In het Jaarverslag 1855 van de Maatschappij tot Nut der Zeevaart (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat hij een schadevergoeding van f 50,- heeft gekregen, vermoedelijk vanwege geleden schade met zijn schip058.
In het Jaarverslag 1859 van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat hij in 1859 voor het lidmaatschap heeft bedankt058.
De schepen van de kapitein
In de Jaarverslagen van het College staat kapitein L.F.Ringeling met vlagnummer R394 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
* 1855 van de kof “Neptunus” ? last varend voor Gebr. van Vliet te Amsterdam
* 1858 van de kof “Sibertina” 60 last varend voor G.H.Addens te Winschoterzijl
* 1859 geen vermelding van schip en boekhouder
Bouma025 vermeldt L.F.Ringeling als gezagvoerder gedurende:
* 1855 t/m 1858 van de schoenerkof “Neptunus”, gebouwd in 1845 te Hoogezand, 118 ton o.m., varend voor de Gebr. v/d Vliet te Amsterdam;
* 1859 van de schoenerkof “Sieberlina”, gebouwd in 1858 te Pekela, 113 ton o.m., varend voor G.H.Addens te Winschoterzijl. Het schip is in november 1859 verongelukt in de Zwarte zee. Alleen de kapitein werd gered;
Het schip is vernoemd naar de vrouw van kapitein Ringeling.
Zie verschil in naamgeving van het schip met het gegeven uit het Jaarverslag van het Rotterdams zeemanscollege.
* 1861 t/m 1864 op de galjoot “Neptunus”, gebouwd in 1860 te Pekela, 139 ton o.m., varend voor G.H.Addens te Winschoterzijl.
De collectie monsterrollen op het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen vermeldt:
02 december 1846, kof “Alida Jantina”, schipper Harmannus Jan Klasen(Klasens), stuurman Lodewijk Fokkes Ringeling.
10 mei 1851, kof “Egbertus”, kapitein Jan Meilofs de Jonge, stuurman Lodewijk Fokkes Ringeling, 30 jaar uit Oude Pekela.
05 juni 1858, schip “Siberlina”, kapitein Lodewijk F.Ringeling uit Oude Pekela.
Uit: http://members.chello.nl/~d.veen4/parbefok/parbefok.htm#BM690
Chansellerd de la légation des Pays-Bas, pres la S.Porte.ZeeprotestVan Kapitein L.F.Ringeling "Gezagvoerder van het Kofschip Siberlina"
Op heden den eenentwintigsten november des jaars 1800 en negen en vijftig, verscheen persoonlijk ter Kanselarij van het Nederlandsche Gezantschap te Constantinopel, ten overstaan van mij Directeur der consulaire zaken "L.F.Ringeling, Schipper ter Koopvaardij, gevoerd hebbende het Kofschip Siberlina, onder Nederlandsche vlag, toebehorende in eigendom aan den Kapitein zelf en den Heer G.H.Addens te Winschoten, zijnde gemelde kapitein ten deze bijgestaan door de Havenmeester van het Gezantschap.En verklaarde kapitein L.F.Ringeling, althans ten onsen overstaan, deszelfs Zeeprotest te willen doen opmaken, in verband met het verlies van deszelfs onderhebbende bodem en schepelingen op den 13e dezes in de Zwarte Zee, ter hoogte van Agatchli onder de nu te vermelden omstandigheden.
Dat hij met genoemde schip van Odessa is vertrokken op den 3e november met een hecht(???) en digt schipvan alles voorzien en beladen met een volle lading gerst, bestemd naar Antwerpen; dat de reis tot den 10e daaraan volgend zonder bijzonderheden afliep, dat een storm (?) zich alstoen verhief uit het N.O. waardoor het schip verschrikkelijk werkte en voor het digt gereefde grootzeil dreef, dan over stuurboord dan _.. bakboord, zoekende om zoo mogelijk den Bosphorus in te drijven; dat de dikke lucht en de verschrikkelijke hooge Zee niet toelieten voor den __ te zetten, dat de storm steeds voortduurde en des morgens van den 13e het onvermijdelijk gevaar ten gevolg had, dat het schip bij Agatchli op strand geworpen werd, hebbende indien storm wel enige scheepsbenodigdheden verloren, doch geen van de equipage. Dat toen het schip zoo op strand zat de middelen in het werk werden gesteld om de boot over boord te zetten ten einde het leven te redden, dat dit niettegenstaande de zware branding gelukte en de manschappen zoo spoedig in de boot sprongen, benevens het negenjarig zoontje van Comparant, deze laatste zijnde en klaar stonde ook in de boot te springen, dat de branding dezelve alvorens er in te kunnen springen vol water en van het schip weg deed komen, waardoor de geheele bemanning bestaande uit vijf man uit de boot sloeg, behalve de zoon van den Comparant, die met een tweede branding met de boot hulpeloos het onderste boven sloeg en zoomede met de gehele bemanning in de golven is verdronken, zijnde zes in getal, namelijk de stuurman Rinte G.Winters, geboren te Oude Pekela, de matroos Hijm Daijen (?) geboren te Ostende, Heikus Waterman geboren te Midwolda, kok Henricus Westhof, geboren te Oude Pekela, de ligtmatroos Christiaan, geboren te Altenau, jongen Johannes Ringeling, geboren te Oude Pekela.
De Comparant besloot des namiddags om 4 ure toen reeds enige stukken van het schip afbraken met behulp van een ankersvat naar de wal te zwemmen, alwaar hij buiten bewustzijn, tot het strand kwam en door de strandbewoners gered werd, terwijl er hoegenaamd geen redding van het schip en scheepspapieren mogelijk was, dat thans tot aan het dek onder water, als wrak in de branding ligt.
Protesteerde hij kapitein mitsdien ten plegtigste wegens alle schade en verantwoordelijkheid, die nu en immer op hem mogt berusten, hebbende alle pogingen tot redding in het werk gesteld.Ter bevestiging van welke verslag akte is opgemaakt en geregistreerd in het register der Zeeprotesten La S bladz. 64 sub no 46 zonder renvooijen, het geen de Comparant na voorlezing bevestigde en onder eede overeenkomstig de Wet afgelegd in handen van de Heer Directeur der Consulaire zaken, en geteekend heeft, als de volle waardigheid en niets dan de waarheid bevattende, ten overstaan van mij Vice Consul bij Z.M. Gezantschap, ter dagtekening als voren vermeld.-
De kapitein(geteekend) L.F.Ringeling Getuigen:
Overige bijzonderheden
Melding van het verdrinken van twee schepelingen van het schip “Seberlina”, gezagvoerder L.F.Ringeling op 13 november 1859 in de Zwarte Zee ter hoogte van Agatchli op een reis van Odessa naar Antwerpen.115
Melding van het overlijden op 13 november 1859 van een bemanningslid aan boord van de kof “Seberlina” in de Zwarte Zee op reis van Odessa naar Antwerpen.
Krantenberichten
NRC 07 januaria 1859114
Nexoe, 25 december 1858. In de morgen van 22 dezer is op de zuidkust van Bornholm gestrand de te Pekela te huis behorende kof SIEBERLINA, kapt. L.F. Ringeling, met duigen en provisiën van Dantzig (opm: Gdansk) naar Londen bestemd. Het schip kwam met assistentie vlot en werd te Svaneke binnengebracht om te repareren.
NRC 28 november 1859114
Konstantinopel (opm: Istanbul), 16 november. De Zwarte Zee is dezer dagen door zware stormen geteisterd, die veel schade aan de scheepvaart berokkend hebben. Men verneemt het totale verlies van het Nederlandse schip (opm: kof) SIEBERLINA, kapt. L.F. Ringeling, van Odessa naar Engeland, bij Aghzelli. Alleen de kapitein is gered……
|