Familiegegevens en opleiding
Casparus Hendriks Uil werd geboren te Sappemeer op 24 november 1800 als zoon van Henricus Caspers Uil en Anna Joanna Dick.
Hij was bij de inschrijving als lid van “Zeemanshoop” ongehuwd maar is op 17 april 1839 te Veendam getrouwd met Nicola Berends Vroom, geboren te Veendam op 25 december 1811 als dochter van de landbouwer Berend Berends Vroom en Geertruid Hindriks Sinnige. Zij overleed te Veendam op 14 juni 1891, 79 jaar.
Hij overleed te Veendam op 09 maart 1874, 73 jaar. 003 en allegroningers
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
C.H.Uil (adres F. der Kinderen) werd met vlagnummer 274 per 25 november 1828 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop op voordracht van kapitein K.J.Masker. Als zijn schip is genoemd de “Sijbrand Jan” 002.
In de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse Zeemanscollege Zeemanshoop van 28 oktober/ 04 november 1828 werd Caspar Hendriks Uil, wonende te “Sapmeer” met als adres F.Smit te Amsterdam, oud 27 jaar en voerende de kof “Maria Theresia” op voordracht van K.J.Masker benoemd als effectief lid. Hij kreeg vlagnummer 274 toegeweze n023.
Hij werd per 02 oktober 1830 deelnemer in het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemanshoop. Bedankt in 1851.003
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 januari 1830 wordt besloten een aantal leden aan te schrijven met het verzoek de verschuldigde financiën te voldoen, waaronder C.H.Uil042.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
274 1828 kof Maria Theresia geen opgave
1829-1835 kof Maria Theresia A.S.Tromp t Woudsend
174 1836-1838 kof Maria Theresia idem
1839-1846 kof Sybrand Jan idem
1848-1850 geen vermelding van schip en boekhouder
Bouma025 vermeldt C.H.Uil als gezagvoerder gedurende:
* 1836 t/m 1838 van de kof “Maria Theresia”, gebouwd in 1826 te Woudsend, 150 ton o.m., varend voor A.S.Tromp te Woudsend;
* 1840 t/m 1848 van de kof “Sybrand Jan”, gebouwd in 1839 te Harlingen, 120 ton o.m., varend voor A.S.Tromp te Woudsend.
In het Archief van de Amsterdamse Waterschout011a staat Casper Hendrik Uil als gezagvoerder van de
“Maria Theresia” met monsterrollen dd 16 september 1826; 08 augustus 1827; 18 juni 1828; 21 april 1829; 23 april 1830; 11 november 1831; 13 september 1832; 28 augustus 1833; 22 september 1834; 24 juli 1835; 16 december 1835; 10 september 1836; 12 januari 1837; 12 augustus 1837; 25 april 1838 en 11 september 1838.
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 27 maart 1821114
Rotterdam, 26 maart. Uittreksel uit de Lloyd’s Lists van den 20 en 23 maart 1821:
….Het schip (opm: kofschip) de VROUW ANNA, C. Uil, den 15 dezer van Liverpool naar Rotterdam vertrokken, is aldaar den 21 met schade terug gekomen…..
Amsterdamsche Courant 23 augustus 1844
De Kof SYBRAND JAN, kapt. C.H. Uil.
NRC 08 maart 1848
Advertentie. Floris der Kinderen, Jan Corver en C.A. Schröder, makelaars, zullen op maandag de 20e maart 1848, des avonds ten zes ure, te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg aan het IJ verkopen een extra-ordinair welbezeild kofschip, genaamd SYBRAND JAN, varende onder Nederlandse vlag, gevoerd door kapt. C.H. Uil, in den jare 1839 te Harlingen nieuw uitgehaald, volgens meetbrief lang 23 ellen 80 duimen, wijd 4 ellen 84 duimen, hol 2 ellen 43 duimen en alzo gemeten op 124 tonnen of 66 lasten. Breder bij inventaris en bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors Floris der Kinderen & Zoon, Keizersgracht bij de Brouwersgracht No. 416. Bovengemeld kofschip is inmiddels uit de hand te koop, te bevragen bij Floris der Kinderen, makelaar, of de heer J.S. Tromp, te Woudsend.
NRC 22 maart 1848
Verkoping van Schepen, geveild te Amsterdam in de Nieuwe Stads-Herberg op maandag 20 maart 1848: het kofschip SYBRAND JAN, kapt. C.H. Uil, NLG 9400. NLG 100. Opgehouden.
Familiegegevens en opleiding
Georg Harmannus Strootman werd geboren te Scheemda op 30 juni 1814 als zoon van Hindericus Georgius Strootman en Anna Petronella Buining.
Hij trouwde op 30 augustus 1848 te Appingedam als buitenvaarder met Anna Willems (of Bernardina?) Stuivinga, geboren te Appingedam op 05 februari 1814 als dochter van de timmerman Willem Pieters Stuivinga en Alagonda Gerardina Sandman. Anna overleed op 10 december 1880 te Egmond aan Zee, 63 jaar
Georg overleed op 19 mei 1881 te Egmond aan Zee, 66 jaar, oud koopvaardijkapitein, weduwnaar
In een geboorteakte van een zoon uit 1850 wordt vader Georgius vermeld als scheepskapitein,
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt G.H.Strootman als gezagvoerder gedurende:
-
* 1849 t/m 1852 van de kof “Sybrand Jan”, gebouwd in 1839 te Harlingen, 120 ton o.m., varend voor J.S.Tromp te Woudsend. Het schip voer in 1853 voor kapitein/eigenaar L.K.Faber te Groningen en was herdoopt in “Twee Vrienden”;
-
* 1853 t/m 1857 van de schbrik “Bertha Victoria”, gebouwd in 1852 te Woudsend, 137 ton o.m., varend voor J.S.Tromp & Zn te Woudsend. Het schip is op 23 november 1857 op weg van Petersburg naar Amsterdam bij Hirtshals verongelukt;
-
* 1860 t/m 1861 van de kof “Elisabeth Hillena”, gebouwd in 1849 te Martenshoek, 97 ton o.m.. varend als kapitein/eigenaar vanuit Appingedam;
-
* 1862 t/m 1863 van hetzelfde schip maar nu varend voor J.Gatzen & Co te Hoogezand;
-
* 1863 t/m 1864 van de kof “Jantje Eikema” ex Cornelis, gebouwd in 1828 te Joure, 133 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Appingedam. Het schip voer in 1865 voor kapitein/eigenaar E.J.Kraai te Noordbroek en was herdoopt in “Jantje”;
-
* 1864 van hetzelfde schip maar nu varend als kapitein/eigenaar vanuit Appingedam. Het schip voer in 1865 voor kapitein/eigenaar H.Eisseler te Sappemeer en was herdoopt in “Jonge Harm”;
-
* 1877 t/m 1881 van de brik Albertus”, ex Mariquinha, gebouwd in 1864 te Papenburg, 196 ton o.m., varend voor J.Valkering te Egmond-Binnen. Het schip werd in 1881 verkocht te Duinkerken.
Het Gemeentearchief van Delfzijl bevat een monsterrol dd. 05 juli 1864 van de kof “Albertina op naam van kapitein Pieter H.Pott, 33 jaar uit Harlingen met als stuurman Georgius H.Strootman, 50 jaar uit Appingedam en voorts een kok, matroos en een lichtmatroos.
Overige bijzonderheden
NRC 28 december 1862114
Amsterdam, 27 december. Het schip JANTJE EIKEMA, kapt. Strootman, van Frederikstad naar Harlingen, is de 24e dezer door het stoomschip AMSTERDAM zwaar lek en met gebrek aan proviand ter rede van het Vlie gesleept.
Provinciale Groninger Courant 24 febriari 1863114
Advertentie. Op maandag 9 maart 1863, des avonds te 6 uur, zal ten verzoeke van de Wed. Bronsema Van Eikema, ten overstaan van de deurwaarder Bebingh, ten huize van logementhouder N.W. Bos te Appingedam, publiek voor contant geld worden verkocht het in de haven van Harlingen liggende Nederlandse kofschip JANTJE EIKEMA, vroeger bevaren door nu wijlen kapt. Strootman, groot 134 ton, met al deszelfs staand en lopend want, ankers, touwen, zeilen en verdere scheepsgereedschappen, breder bij inventaris omschreven. Ter bezichtiging van het schip vervoege men zich te Harlingen bij de heren J.H. Van Loon en Zn. en om nadere inlichtingen te Appingedam ten kantore van Bouwing & Co.
Familiegegevens en opleiding
Leendert Faber werd geboren te Schiermonnikoog op 30 september 1819 als zoon van Klaas Leendert Faber en Klaaske Hendriks Elles. Hij was de broer van kapitein Thomas Klaasz. Faber met vlagnummer 11.
Hij trouwde te Schiermonnikoog op 02 februari 1848 met Sjoektje Klazen Faber, geboren te Schiermonnikoog op 26 juni 1821 als dochter van Klaas Jacobs Faber en Trijntje Haaikes Mellema. Zij overleed te Schiermonnikoog op 02 mei 1894.
Het graf van Sjoekje Faber is aanwezig op het kerkhof van Schiermonnikoog in rij 2405.117
Leendert werd vanaf 05 maart 1864 op zee vermist.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
L.K.Faber was met vlagnummer 32 in de periode 1860 t/m 1864 lid van het Schiermonnikoger zeemanscollege “De Herkenning.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
L.K.Faber was gezagvoerder gedurende025:
* 1853 t/m 1854(?) van de kof “Twee Vrienden” ex Sybrand Jan, gebouwd in 1853 bij D.& L.Alta te Harlingen, 120 ton, varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;
* 1855(?) t/m 1857 van hetzelfde schip maar nu varend voor H.O.Heida & H.Lemke te Dokkum;
* 1858 t/m 1864 van de kof “Otto”, gebouwd in 1856 te Leeuwarden, 67 ton, varend voor H.O.Heida te Dokkum.
Zeetijdingen 05 maart 1864: “Vermist”(Sweys).
J.Teensma vermeldt in de Dorpsbode 41(15):1987. Bijdrage 50 Leendert Klazen Faber als gezagvoerder met vlagnummer 32 alleen op de “Otto”. De rubriek Scheepstijdingen meldt, dat de “Otto”op 28 november 1859 in het Vlie is aangekomen op reis van Anklam naar Amsterdam. Op 07 december 1859 is weer de aankomst van dit schip in Harlingen gemeld. De lading werd gelost en er werden reparaties verricht. Op 01 april 1860 vertrok het schip van Dokkum naar Randers. En op 05 maart 1864 volgde de opgave van vermissing van schip, kapitein en bemanning.
In Bouma wordt tevens een L.K.Faber vermeldt als gezagvoerder van:
* 1851 t/m 1856 van de smak “Hendrika Catharina”, gebouwd in 1843 te Grouw, 62 ton, varend voor H.O.Heida te Dokkum. Het schip is in 1856 gestrand op Schiermonnikoog op weg van Drammen naar Dokkum. De bemanning werd gered.
Vanwege overlap in de vaartijden lijkt sprake te zijn van twee personen met de initialen L.K.? Een tweede L.K.Faber is niet geïdentificeerd.
Overige bijzonderheden
Scheepvaartberichten uit de Leeuwarder Courant
18-11-1856: Bij den storm uit het N.N.Westen, die in de nacht van Vrijdag op Zaturdag heeft gewoed, is op het eiland Schiermonnikoog gestrand het tjalkschip Henderika Catharina, kapitein F.R.Faber, beladen met balken, komende van Drammen in Noorwegen en bestemd voor Dokkum. De kapitein die ter plaatse zeer goed bekend is heeft het schip met hoog water veilig hoog op het strand gezet. De bemanning is bij laag water veilig naar het dorp geloopen. [k1327a].
Initialen afwijkend van die van Bouma
Leeuwarder Courant 03 juli 1868114
Advertentie. Op heden den twintigsten juni 1800 en acht en zestig, heb ik Anne Heringa, deurwaarder bij het Arrondissement Rechtbank te Sneek, wonende te Sneek, ter requisitie van Oekle Klazes Weiland, winkelierse wonende te Workum, aan wie bij dispositie dezer Rechtbank van den 21 november laatstleden vergunning is verleend om ten deze kosteloos in rechten te procederen, en die bij beschikking dierzelfde Rechtbank, in dato 7 december daaraanvolgende, machtiging heeft bekomen om ten deze tegen gedaagde haren man in rechten op te treden, stellende overigens de eiseres tot haren procureur, den heer en Mr. Bouwe Sjoerds Stienstra, procureur te Sneek, die in de onderwerpelijk zaak als zodanig voor haar zal occuperen en uit krachte van het verlof aan de eiseres verleend bij vonnis door voormelde Rechtbank tussen partijen bij verstek onder dagtekening van den vierden dezer maand gewezen, welk vonnis naar behoren op de expeditie is geregistreerd, ten tweede maal gedagvaard eiseres echtgenoot, met name Jetze Taekes de Haan, zeevarende, laatst woonachtig te Workum, doch thans afwezig en gevolgelijk mijn exploit doende bij aanplakking aan de voorname deur van de vergaderplaats van meergemelde Rechtbank, mitsgaders aan het Gemeentehuis of Stadshuis te Workum, terwijl ik een tweede afschrift dezes met een kopij van voormeld vonnis aan den heer ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij opgemeld Rechtbank heb overhandigd, welke ambtenaar het oorspronkelijke van dit exploit met gezien heeft getekend, en voorts nog bij plaatsing in de Staats- en Leeuwarder Couranten, als zijnde de daartoe bij het eerste verleend verlof uitdrukkelijk aangewezen nieuwspapieren, om na verloop van drie maanden na heden, en alzo op donderdag den vijfden november 1800 en acht en zestig, ’s voormiddags ten half elf ure, bij vooraf gestelde procureur te verschijnen voor de Arrondissement Rechtbank te Sneek, zitting houdende in het paleis van justitie aldaar, ten einde:
-
Aangezien de eiseres in der tijd met den gedaagde in den echt is getreden, en deze laatste vervolgens op den derde november 1800 drie en zestig als matroos, met het kofschip OTTO, kapt. L.K. Faber, met een lading haver van Randers naar Londen is vertrokken, zonder dat de eiseres na dit vertrek van den gedaagde enige taal of teken heeft ontvangen, en zij diensvolgens van de veronderstelling uitgaat, dat hij op die reis zijnen dood in de golven heeft gevonden.
-
Aangezien de eiseres thans het voornemen koestert om zich ten tweede male in het huwelijk te begeven en om thans daartoe de vereiste vergunning te erlangen, den gedaagde (gelijk reeds bij deze geschiedt), naar aanleiding van artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek, is in verband met artikel 1 der wet van den 9 juli 1855 (Staatsblad no. 67), ten tweeden male voor deze Rechtbank wenst te doen oproepen, ten einde van zijn aanwezen te doen blijken, tot hoedanige oproeping bereids ook het in den hoofde dezes vermelde verlof is verleend.
Mitsdien aan meergemelde Rechtbank, hetzij in persoon, hetzij door iemand van zijnentwege, van zijn aanwezen alsnog te doen blijken, wordende de gedaagde inmiddels verwittigd, dat hij op deze dagvaarding, bij vooraf gestelde procureur, niet mocht verschijnen, en hij alzo van zijn aanwezen ook nu wederom niet mocht doen blijken, er alsdan namens de eiseres zal worden geconcludeerd, dat haar daarvan zal worden verleend acte, en tevens verlof tot het doen ener derde of laatste dagvaarding.
-
Heringa.
Gezien door mij Officier van Justitie te Sneek, den 30 juni 1868, S. van Rozenthal.
In debet geregistreerd te Sneek, den drie en twintigste juni 1800 acht en zestig, deel 31, folio 35, verso vak 9. Twee bladen, geen renvooi. Verschuldigd voor recht NLG 0,80, voor 38 opcenten NLG 0,30½ , samen een gulden tien en een halve cent.
De ontvanger, J. Haga.
Voor afschrift conform, Mr. B.S. Stienstra, procureur.
|