Inloggen
JHR. VAN DER DOES DE BIJE - ID 9084

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1921
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: J. & K. Smit's Scheepswerven, Kinderdijk, Zuid-Holland, Netherlands
Werfnummer: 692
Delivery Date: 1921-00-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Steywal Motorenfabriek, Overschie, Zuid-Holland, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 2
Power: 160
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Twee 2-cyl. Gloiekopmotoren, 13-13 3/16
Speed in knots: 8
Number of screws: 2
 
Gross Tonnage: 150.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 86.00 Net tonnage
Deadweight: 163.00 tons deadweight (1016 kg)
Bale: 9000 Cubic Feet
 
Length 1: 105.0 Feet (British) Registered
Beam: 18.3 Feet (British) Registered
Depth: 9.0 Feet (British) Registered
Configuration Changes

Datum 00-11-1928
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Nieuwe motoren. Twee 4-cyl. 2-t Deutz diesels, 7 7/8-11 13/16, 200 RPK.

Ship History Data

Date/Name Ship 1921-00-00 JHR. VAN DER DOES DE BIJE
Manager: N.V. Singkep Tin Exploitatie Maatschappij 'Sitem', The Hague, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Singkep Tin Exploitatie Maatschappij 'Sitem', The Hague, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Additional info: Jaarpas. Voer tussen Singkep en Batavia.

Ship Events Data

1921-08-19: Leeuwarder Courant 19-08-1921: Een notendopje naar Indië. Woensdagmiddag heeft van Rotterdam uit het ruime sop gekozen een motorbootje van 100 ton. de „Jhr. v. d. Does de Bye", gebouwd voor rekening van de Singkep Tin Mij., bij de heeren Smit, Kinderdijk. Het scheepke kan, zonder onderweg brandstof op te doen, in eens doorvaren naar Singapore. Het heeft 2 motoren met 2 schroeven, ieder van 90 P.K. Twee oud-gezagvoerders van de K. P. V. M., de heeren Steenborg en Baasbank, voeren het, bevel. resp. als kapitein en diens plaatsvervanger. De bemanning bestaat uit chef machinekamer benevens 7 jongelui, vrijwilligers, die op deze wijze hun passage naar Indië verdienen, en 2 Javaansche bedienden.
1921-11-07: Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 07-11-1921: Kranige zeelieden. De lezer zal zich wellicht herinneren dat in Augustus j.l. telegrammen melding maakten van het vertrek uit Holland op eigen kracht van een klein, voor de Singkep Tin maatschappij bestemd motorbootje. Het vaartuig is thans te Singapore aan de Hoofd-administratie der maatschappij geleverd, terwijl de opvarenden hier ter stede zijn aangekomen. Gisteren hadden wij een onderhoud met een der gezagvoerders, den Heer J. Steenborg, hier te lande welbekend, aangezien hij gedurende 25 jaren voer voor de K P M. Van zijn avonturen vertelde hij het volgende: Het hulkje, Jhr. Van der Does de Bije geheten, is een scheepje van 78 ton netto en 32 Meter lang, het kleinste motorbootje dat ooit den tocht over de zeeën van Holland naaar Indië maakte. Aan boord bevonden zich twee gezagvoerders als leiders der equipage; naast den Heer Steenborg was met de navigatie belast de Heer Baasbank, eveneens een oud gezagvoerder der K.P.M. De bemanning bestond uit twee motoristen, beroeps-technici, en voorts uit zes vrijwilligers, die als matrozen dienst deden. Deze plotseling tot zeelieden gebombardeerde landrotten bekleedden allen beroepen, welke met de zee al heel weinig te maken hadden; er was een theeplanter en een tabaksplanter bij, twee hunner waren kantoor-bedienden, de vijfde had hier ter stede de lessen op de bestuurs school gevolgd, terwijl de zesde eenige jaren den machinisten cursus had bijgewoond. Vergeten wij niet op te merken dat er ook twee inlanders aan boord waren, die als koks dienst deden. De Heer Steenborg uitte echter zijn tevredenheid over zijn ondergeschikten; het waren nette, willige „jongens", al haddan zij soms ietwat vreemde denkbeelden. En de maatschappij beloonde hen door na afloop der reis gage uit te keeren. Een aangename, wel-verdiende verrassing!
Op 16 Augustus j.l. had het vertrek van Rotterdam plaats ; de Directie bood champagne aan en deed uitgeleide tot Vlaardingen. Natuurlijk verstonden de nieuw bakken matrozen hun vak nog niet, zoodat het volk op de kade luide zijn meening te kennen gaf en o.a. den gezagvoerder honend toeriep: ,Het benne je zeelui wel, kappi!' Maar welgemoed werd de lange tocht aanvaard. Het weder was goed, doch werd slechter in het Kanaal. In de Golf van Biscay was het zeer stormachtig en op de Portugeesche kust stond een hooge Noordelijke deining. Op 22 Augustus ging op de kust van Portugal een schroef verloren en den volgenden dag liep het scheepje te Lissabon binnen om de schroef te verwisselen. Het bootje was een twin-screw steamer. Een dok was echter niet beschikbaar en daarom kreeg de kapitein van de autoriteiten vergunning om zijn schip op een zandbank in de rivier te zetten en daar het noodige werk te verrichten. Wel willen er nog even op wijzen dat de Heeren Steenborg en Baasbank hadden aangenomen om het scheepje voor eigen risico naar Singapore te brengen. Op 26 Augustus werd de reis voortgezet. Van Sint Vincent tot Gibraltar werd langzaam geloopen, aangezien men te veel water overkreeg. Maar alles ging goed tot 30 Augustus. Op dien dag werd geconstateerd dat ook de andere schroef kapot was. Toen werd Algiers aangedaan om de tweede schroef te verwisselen. Ten einde echter grootere zekerheid te hebben, liet de Kapitein hier twee bronzen schroeven aanmaken. Te Algiers verliet een der opvarenden, wien de moed was ontzonken, zijn metgezellen en keerde naar Holland terug. Acht dagen werd te Algiers verbleven, op 8 September werd de reis voortgezet. Tot Port Said was het weder mooi, de reis door de Middellandsche Zee bracht geen bizondere avonturen. Op 21 September had het vertrek van Port Said plaats, acht dagen later kwam men te Aden aan. In de Roode Zee had de bemanning te kampen met harde Noordelijke winden en hooge zee. Althans gedurende de eerste vier dagen, later werd het weder beter. Maar dit gedeelte van de reis was het minst prettige, men moest zich voortdurend vasthouden. Te Aden werd zes dagen vertoefd, ten einde gelegenheid te hebben om de motoren eens flink onder handen te nemen. Op 5 October werd de reis voortgezet, op 25 October kwamen de moedige zeevaarders te Sabang aan. Het zwaarste gedeelte der reis was toen achter den rug, op 30 Oktober kon het scheepje worden afgeleverd aan den hoofd administrateur der Singkep Tin-maatschappij.Hier zouden wij ons relaas kunnen beeindigen, doch enkele kleine bizonderheden verdienen nog de aandacht. Aan boord bevond zien een hut met twee couchettes, waarin de beide gezagvoerders sliepen, terwijl er voor den hoofd-administrateur ook nog een klein salonnetje was. Badkamer en toilet-gelegenheid waren netjes en practisch, terwijl van Rotterdam een ton ijs was medegenomen, zoodat de eerste tien dagen kon worden geteerd op versche proviand. Voor de geheele reis was brandstof en smeerolie (61 ton) medegenomen, terwijl 35 ton lading voor de Singkep Tin-maatschappij als ballast dienst deed. Op onze vraag of er nog zieken aan boord waren geweest, antwoordde de kapitein lachend: “Gelukkig niet, ik heb wel geducht met castor-olie gewerkt!”Tot zoover onze zegsman. Rest ons een woord van hulde te brengen aan het kranige troepje, dat de eer van Holland’s vlag hooghield. In de eerste plaats aan de beide leiders, die gedurende de geheele reis op hun post waren, vier uren op en vier uren af en dus eigenlijk handen te kort kwamen. Doch een woord van lof verdienen ook de jongelui, die werkelijk op kranige wijze hun passage verdienden, en het hunne bijdroegen tot het succes van den tocht. Man vergelijke de afmetingen van de Jhr. Van der Does de Bije eens met die van onze nieuwe onderzeeboten, en zal dan constateeren dat de laatsten heel wat grooter zijn. De opvarenden van de submarines werden hier te lande met muziek, bloemen, kostbare souvenirs en veel gejuich binnengehaald; de wakkere zeelieden onzer koopvaardijvloot, wier prestatie nog meer lof verdient, kwamen ongemerkt hier ter stede aan, en niemand zou iets van hen hooren, indien wij niet op onzen post waren geweest. Het doet ons genoegen, dat wij omtrent deze helden der zee een en ander hebben kunnen vertellen.
1940-00-00: Lot vooralsnog niet bekend. Vermoedelijk oorlogsverlies.

Afbeeldingen


Omschrijving:
Gemaakt door: Unknown