1892
NPGC 250592
Delfzijl, 23 mei. Uitgezeild HENDERIKA, Drenth naar Koningbergen.
WIN 290792
Hamburg, 24 juli. Aangekomen HENDRIKA, Drenth van Elbing.
1893
NPGC 041193
Kolding, 25 oktober. Binnengekomen HENDERIKA, Drenth van Kolding.
RN 051293
Rotterdam, 3 deember. Het Nederlandse schip HENDERIKA, kapt. Drenth, van Dantzig naar Mannheim, is wegens storweer te Hamburg binnengesleept.
1894
SV040494
Van Danzig per zeilschip HENDERIKA, kapt. Drenth, Cargadoor: P. Fauchey. 212 stuks spoorwegmateriaal.
NNO 231194
Delfzijl, 20 november. Aangekomen HENDRIKA, Drenth van Hadersleben.
1895
NGRC 020495
Tonningen, 29 maart. Gepasseerd HENDERIKA, Drenth van Zaandam naar Flensburg.
NVEC 191095
Groningen, 16 oktober. Aangekomen HENDERIKA, Drenth van Larvik.
1896
NGRC 130396
Brunsbuttel, 8 maart. Gepasseerd HENDERIKA, Drenth van Groningen naar Straalsund.
NPGC 211096
Delfzijl, 17 oktober. Aangekomen HENDERIKA, Drenth van Fredrikstad.
1897
NGRC 200397
Brunsbuttel, 17 maart. Gepasseerd HENDERIKA, Drenth van Groningen naar Straalsund.
NNO 231197
Odense, 18 november. Aangekomen HENDERIKA, Drenth van Delfzijl.
1898
NGRC 040498
Gotenburg, 31 maart. Uitgezeild HENDERIKA, Drenth naar Nederland.
WIN 151198
Gepraaid : 10 november, door loodskotter No. 3: de Nederlandse tjalk HENDERIKA, Drenth van Bremen naar Londen.
1899
WIN 300399
Holtenau, 23 maart. Gepasseerd HENDERIKA, Drenth van Vegesack naar Elbing.
NGRC 180999
Opnieuw hebben wij een onrustbarende tijding te melden. Den 16den augustus is de ijzeren tjalk HENDERIKA, kapitein W. Drenth, geladen met vuursteen van Rotwich (Denemarken) naar Dantzig vertrokken. Sedert dien datum heeft de vrouw, die in de Bergstraat alhier woont, niets van schip of bemanning vernomen. Behalve haar man zijn nog twee harer jongens aan boord, de 18jarige Menno , die als stuurman, en de 17jarige Freerk , die als kok dienst doet. Behalve genoemde, drie personen is er nog een ouderloze jongen, v. d. Linde genaamd, als matroos aan boord. Deze is van Delfzijl. De reis van Rotwich naar Dantzig kan bij heel gunstig weer in drie dagen volbracht worden, doch 't gebeurt meermalen dat de schepen, welke die reis moeten volbrengen, bij stormweer wel een 14 dagen achter een eiland, waar ze zich bergen, doorbrengen, zonder dat de opvarenden in staat zijn eenig teken aan de buitenwereld te doen toekomen. De HENDERIKA, heeft 't vorige jaar, toen de vrouw mede aan boord was, daar nog een tiental dagen doorgebracht. Hoewel het wegblijven van alle berichten tot grote ongerustheid aanleiding geeft, is het toch nog mogelijk, dat schip en bemanning behouden zijn, te meer nog wijl er zich in de buurt van de reisroute ook nog een groot bosch bevindt, waarachter de schepen dikwijls bij stormweer een schuilplaats zoeken.
NNO 261199
Advertentie. Na langen tijd tusschen hoop en vrees geleefd te hebben, moeten ook wij thans wel tot de zekerheid komen, dat onze geliefde broeder en behuwdbroeder, Egbert van der Linde, oud bijna 16 jaren, matroos aan boord van hel ijzeren tjalkschip „HENDERIKA" kapt. W. Drenth, op de reis van Rüdvig naar Danzig, met de overige bemanning zijn graf in de golven heeft gevonden. Dit verlies treft ons smartelijk. Delfzijl, 24 november 1899. Namens broeders, zusters en aangehuwde familie.
1901
NNO 040401
Brunsbuttel, 30 maart. Aangekomen HENDRIKA, Van der Veen van Hamburg naar Cappeln.
(opm: Dit bericht is twijvelachting; betreft waarschijnlijk ANTIENA HENDRIKA. Nergens wordt het terugvinden gemeld!!!)
1903
NSC 071003
Advertentie. Herman van der Linde. zonder beroep, wonende te Delfzijl.
Voor de eerste maal gedagvaardigd Egbert van der Linde, matroos aan boord van hel ijzeren tjalkschip „HENDERIKA" kapt. W. Drenth, zonder volmacht tot het waarnemen van zijne zaken gegeven of order op het beheer daarvan te hebben gesteld ; aangezien het laatste bericht van voornoemd schip is geweest van 16 augustus 1899 uit Rotwich in Denemarken , van uit welke plaats het schip met bestemming naar Dantzig vertrok; aangezien er alzoo gedurende meer dan 3 jaren geen enkel bewijs van aanwezen of overlijden van gedaagde is ingekomen; aangezien er mitsdien termen zijn om verklaring van rechtsvermoeden van overlijden van gedaagde te vragen en eischer als vermoedelijke erfgenaam belang heeft dat zulks door de rechtbank worde verklaard. Aldaar en alsdan van zijn aanwezen te doen blijken, zullende ingeval de gedaagde niet mocht verschijnen of iemand van zijnentwege te doen verschijnen, zoodat van zijn aanwezen niet blijkt, voor dezen eischer worden geconcludeerd dat hem daarvan moge worden verleend akte en tevens verlof tot het uitbrengen eener tweede openbare dagvaarding, met reserve van kosten. Afschrift dezes heb ik , deurwaarder, voor den gedaagde gelaten door aanplakking aan de voorname deur der vergaderplaats der avrondissements-reclitbank te Groningen en aan het Huis der gemeente Delfzijl, terwijl ik voorts een afschrift van dit exploot heb overgegeven aan den heer ambtenaar van het openbaar ministerie bij evengemelde rechtbank , exploot doende aan zijn edelachtbare's parket en aldaar sprekende met zijn edelachtbare mr. H. J. H. Modderman in persoon , die het oorspronkelijke met „gezien" heeft geteekend , zullende daarenboven dit exploot worden geplaatst in de Nederlandsche Staatscourant en in de Provinciale Groninger Courant , zijnde de door de rechtbank bij het verleend verlof daartoe aangewezen nieuwspapieren. Kosten dezes zijn , buiten die van procureur, registratie en de plaatsing in de nieuwspapieren , in debet f 13,15. J. Kkaijer , Deurw. Expl f 0,75 Gezien: H. J. H. Modderman. Schr 4,80 In debet geregistreerd te AppingeYisa .... 0,30 dam 2 October 1903, deel 46, folio 2 aanpl. 2 crt.. 1,20 99 verso , vak 7 ; een blad, geen renAfst 6,00 vooi. Te ontvangen voor recht f 1,20. Porto's. . . . 0,10 De ontvanger (get.:) Pet. [Kosteloos.] f 13,15
>