Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.R.Butter als gezagvoerder gedurende:
- 1837 t/m 1839 van de galjoot “Daniël Marius”, gebouwd in 1810 te Oostende, 113 ton o.m., varend voor Loopuit & Co te Schiedam;
- 1841 van de hoeker (sch.brik) “De Leeuw”, gebouwd in 1840 te Vlaardingen, 228 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam;
- 1843 t/m 1844 op de bark “Prins Veldmaarschalk”, gebouwd in 1839 te Schiedam, 465 ton o.m., varend voor de Groot, Roelant & Co te Schiedam;
- 1848 op de bark “Sooloo”, gebouwd in 1843 te Schiedam, 660 ton o.m., varend voor de Groot Roelant te Schiedam. J.R.Butter overleed in 1848.
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Overleden in maart 1845 aan boord van de schoenerkof “Leeuw”
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.L. de Boer Brouwer als gezagvoerder gedurende:
-
1842 t/m 1846 op de hoeker (sch.kof) “De Leeuw”, gebouwd in 1840 te Vlaardingen, 228 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam.
Overige bijzonderheden
Een scheepsportret van de “Leeuw” uit Schiedam hangt in de permanente collectie van het Veenkoloniaal Museum te Veendam., kapitein J.L. de Boer te Wildervank (of Veendam) “Komende ter rheede van Batavia in 1843”. Op de achtergrond rechts is de brik “Eendragt” afgebeeld met een Rotterdamse collegevlag, maar waarvan het nummer niet leesbaar is.
Zie ook: Internet www.veenkoloniaalmuseum.nl/journalen.html
Amsterdamsche Courant 02 april 1845114
Rotterdam, 31 maart. Het schip DE LEEUW, gevoerd geweest door kapt. De Boer Brouwer, van Batavia naar de Golf van Persie (opm: Perzische Golf), is volgens brief van Busheer (opm: Bushehr, Iran) van de 10e december, de 9e september aldaar gearriveerd, na op de reis de kapitein, 1e en 2e stuurman en zeilenmaker verloren te hebben. Het was niet mogelijk om aldaar of te Bastora (opm: Basra, Irak) een gezagvoerder voor het schip te bekomen. Hetzelve is ontladen en afgetuigd geworden, teneinde de komst van een bevelhebber uit Batavia af te wachten.
Algemeen Handelsblad 00 december 1845114
Rotterdam, 12 december. Het schip de LEEUW, kapt. Powel, voorheen J. de Boer Brouwer, van Bassora (opm: Basra) naar Batavia, is, volgens bericht van Bombay van 31 oktober, 29 dito aldaar aangekomen en zou binnen enige dagen de reis voortzetten.
Familiegegevens en opleiding
Jeremias Jans van der Veen werd geboren op 25 december 1817 te Groningen, Luthers. Hij woonde te Wildervank en vestigde zich op 04 juni 1879 te Rotterdam en woonde aldaar o.a. aan de Veemarktstraat Wijk 5/13 nr. 11 en de Leuvehaven Wijk 3 nr. 307.
Jeremias trouwde op 13 maart 1844 te Stavoren met Hendrika Alberts Brink, geboren op 19 april 1821 te Oudshoorn als dochter van de Nederlands Hervormde Albert Johannes Brink en Grietje Willems de Vries. Bij het overlijden van haar man Jeremias van der Veen op 15 juni 1882 te Wildervank leefde zij nog te Stadskanaal. Jeremias Jans overleed op 15 juni 1882 te Wildervank, 64 jaar, zonder beroep. Burgerlijke Stand akten uit de provincie Groningen vermelden Jeremias als schipper op 1852, 1855, 1856, 1858, 1861, 1866, 1870, 1871.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.J. van der Veen was met vlagnummer R228 in de periode 1847/48 t/m 1874 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart”. In het Jaarverslag 1874 van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat “het Bestuur zich genoodzaakt heeft gezien Art. 37 toe te passen” hetgeen betekende dat hij wegens het niet nakomen van zijn financiële verplichtingen uit de Maatschappij is gezet. J.J. van der Veen was effectief lid van het zeemanscollege “De Vooruitgang” uit Sappemeer met vlagnummer 64 in de periode 1859 t/m 1876.
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s).
J.J. van der Veen was met vlagnummer R228 in de periode 1847/48 t/m 1874 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart”. In het Jaarverslag 1874 van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat “het Bestuur zich genoodzaakt heeft gezien Art. 37 toe te passen” hetgeen betekende dat hij wegens het niet nakomen van zijn financiële verplichtingen uit de Maatschappij is gezet. J.J. van der Veen was effectief lid van het zeemanscollege “De Vooruitgang” uit Sappemeer met vlagnummer 64 in de periode 1859 t/m 1876.
De schepen van de kapitein;
Bouma025 vermeldt J.J. van der Veen als gezagvoerder gedurende:
* 1847 t/m 1848 van de hoeker (sch.brik) “De Leeuw”, gebouwd in 1840 te Vlaardingen, 228 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam;
* 1849 t/m 1851 op de bark “Protheus”, gebouwd in 1838 te Schiedam, 343 ton o.m., varend voor de Groot Roelants & Co te Schiedam;
* 1855 van de kof “Mevrouw Wenkel”, gebouwd in 1852 te Sappemeer, 107 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Sappemeer. Het schip voer in 1856 voor kapitein/eigenaar A.A.Breeland te Sappemeer en was herdoopt in “Limmina Arentina”;
* 1858 t/m 1861 van de brik “Sappemeer”, gebouwd in 1857 te Sappemeer, 197 ton o.m., varend voor R.Meihuizen te Sappemeer. Het schip is in januari 1861 gezonken ten W. van Brest;
* 1862 t/m 1862 van de 2/msch “Hendrika”, gebouwd in 1861 te Sappemeer, 152 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Sappemeer;
* 1864 t/m 1865 van hetzelfde schip en varend voor E.& C.Maathuis te Sappemeer. Het schip voer in 1866 voor Boom & Co te Middelburg en was herdoopt in “Volharding”;
* 1867 t/m 1875 van de brik “Hendrika”, gebouwd in 1866 te Sappemeer, 175 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Sappemeer;
* 1878 t/m 1881 van de 3/msch “Zeldenrust” ex Baltya Pidde, gebouwd in 1873 te Ruthern, 306 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Rotterdam.
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
NRC 07 september 1868
Soerrabaja, 20 Julij. De cholera, die wij reeds meenden geweken te zijn, eischte echter gisteren nog een offer en wel ten huize van den heer J.W.Bouter, scheepsleverancier in de Werfstraat alhier. Zoo wij wel onderrigt zijn, is het de heer N.Koens, gezagvoerder van het Ned. Schip L.J.Enthoven, die daaraan bezweken is.
NRC 07 september 1868114
Soerabaija, 20 juli. De cholera, die wij reeds meenden geweken te zijn, eiste echter gisteren nog een offer en wel ten huize van de heer J.W. Butner, scheepsleverancier in de Werfstraat alhier. Zo wij wel onderricht zijn, is het de heer N. Koens, gezagvoerder van het Nederlands schip L.J. ENTHOVEN, die daaraan bezweken is.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
N.Koens was met vlagnummer R241 in de periode 1847/48 t/m 1869 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Geen
De schepen van de kapitein
In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein N.Koens met vlagnummer R241 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
* 1849 brig. “De Leeuw” 95 last voor deGroot, Roelants & Co te Schiedam
* 1851 3/m.sch. “Mary Goddard” 165 last voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam
* 1855, 1858, 1859 fregat”Pieter Cornelisz. Hooft“ 479 last voor de Schiedamse Scheepsreederij
* 1862, 1863 geen vermelding van schip en reeder
* 1864 t/m 1867 fregat “L.J.Enthoven” 400 last voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam
Bouma025 vermeldt N.Koens als gezagvoerder gedurende:
* 1848 op de bark “Protheus”, gebouwd in 1838 te Schiedam, 343 ton o.m., varend voor de Groot Roelants & Co te Schiedam;
* 1849 t/m 1851 van de hoeker (sch.brik) “De Leeuw”, gebouwd in 1840 te Vlaardingen, 228 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam;
* 1850 t/m 1854 van de 3/msch “Mary Goddard”, gebouwd in 1850 te Schiedam, 312 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam;
* 1855 t/m 1862 van het 3/mschip “Pieter Cornelisz Hooft”, gebouwd in 1841 te Schiedam, 907 ton o.m., varend voor de Schiedamsche Scheepsreederij L.Loopuyt e.a.. Het schip werd in 1862 afgekeurd en verkocht te Batavia. Het werd toen herdoopt in “Neerlands Indië”;
* 1864 t/m 1868 van het 3/mschip “L. J. Enthoven”, gebouwd in 1864 te Alblasserdam, 848 ton o.m., varend voor de Groot Roelants & Co te Schiedam.
Overige bijzonderheden
In het kader van de discussie over de invoering van de Tuchtwet in Nederlands Indië werd in 1865 een memorie aangeboden “aan zijn Excellentie den Gouverneur Generaal van Nederlandsch-Indië over de Wettelijke bepalingen omtrent de handhaving der orde en tucht aan boord der koopvaardijschepen binnen Nederlandsch-Indië.” Deze memorie werd ondertekend door N.Koens.104.
Volgens monsterrol nr. 920 dd 11 maart 1839 in het Gemeentearchief van Dordrecht monsterde aan als 4e stuurman van de “Stad Tiel” onder kapitein E.M.Chevalier, N.Koens, wonend te Schiedam, oud 19 jaar, met een maandgage van f 18,/ en vertrekt op 28 april 1839 uit Hellevoetsluis met 34 man naar Batavia. Hij keert terug in Holland / Amsterdam op 28 januari 1840.
| Datum vanaf: |
1849 |
| Kapitein: |
Koens, N. |
| Overige informatie: |
0 |
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt R.R.Bok als gezagvoerder gedurende:
- 1852 van de hoeker (sch.brik) “De Leeuw”, gebouwd in 1840 te Vlaardingen, 228 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam;
- 1853 t/m 1857 van de bark “Adrianus Wilhelmus” ex Celebes, gebouwd in 1841 te Rotterdam, 330 ton o.m., varend voor A.van Lier te Rotterdam.
Overige bijzonderheden
Geen
| Datum vanaf: |
1852 |
| Kapitein: |
Bok, R.R. |
| Overige informatie: |
0 |
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt G.J.Muller als gezagvoerder gedurende:
* 1853 t/m 1854 van de hoeker (sch.brik) “De Leeuw”, gebouwd in 1840 te Vlaardingen, 228 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam.
Overige bijzonderheden
Geen
| Datum vanaf: |
1853 |
| Kapitein: |
Muller, G.J. |
| Overige informatie: |
0 |
Familiegegevens en opleiding
Geen.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
R.H.Barelds was met vlagnummer R54 in de periode 1849 t/m 1865 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In het Jaarverslag 1858 van het College (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat hij een schadevergoeding heeft gekregen van f 75,- vermoedelijk vanwege een ongeluk met zijn schip058
In het Jaarverslag 1865 van het College staat vermeld dat hij conform art. 37 van het reglement is geroyeerd. Dat betekent dat hij zijn financiële verplichtingen niet is nagekomen058.
De schepen van de kapitein
In de Jaarverslagen van het College staat kapitein R.(H.)Barelds met vlagnummer R54 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
1849, 1851 kof “Marie Jeannetta” 42 last voor S.C. & C. St. Martin & Co te Rotterdam
1855 brigantijn “De Leeuw” 100 last voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam
1858 geen schip vermeld
1859, 1862, 1863 schoener “Johanna Louisa” 85 last als kapitein/eigenaar vanuit Rotterdam
1864 kof “Nijsina Jacoba” 36 last voor P Rademakers & Co te Delfshaven
Bouma025 vermeldt kapitein R.H.Barelds als gezagvoerder gedurende:
* 1852 t/m 1854 van de kof “Marie Jeannette”, ex Hoop, gebouwd in 1840 te Sappemeer, 80 ton o.m., varend voor E.& A.Martin te Rotterdam;
* 1855 t/m 1857 van de hoeker (sch.brik) “De Leeuw”, gebouwd in 1840 te Vlaardingen, 228 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam. Het schip is gestrand bij Inverness en verkocht voor opslagschip;
* 1857 t/m 1858 van de schoenerbrik “Harmonie”, gebouwd in 1847 te Zierikzee, 174 ton o.m., varend voor K.& J.Wilkens te Veendam. Het schip strandde te Maroim komend van Rio de Janeiro;
* 1860 t/m 1862 van de sch.brik “Johanna Louisa”, gebouwd in 1859 te Sappemeer, 175 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Groningen;
* 1864 t/m 1867 van de kof “Nijssiena Jacoba”, gebouwd in 1863 te Martenshoek, 68 ton o.m., varend voor B.ter Spill te Sappemeer.
Overige bijzonderheden
“HARMONIE
Tegelijk met de tewaterlating van de Luctor et Emergo op 22 januari 1847 werd op de werf De Goede Intentie de kiel gelegd voor een nieuwe schoener. Deze werd op 3 augustus van hetzelfde jaar te water gelaten en was 96 lasten groot. Het schip behoorde tot de rederij K. en J.Wilkens te Veendam, die voor 10.000 gulden in het schip aandelen had.
Kapiteins op het schip waren J.Wilkens (1847-1857) en R.H.Barends (1857, 1858). Onder bevel van de laatstgenoemde verongelukte het schip op 9 april 1858 tijdens de terugreis van Rio de Janeiro naar Contenquita.”074. (gezien mijn eigen gegevens is hier sprake van de kapiteins W.J Wilkens en R.H.Barelds)
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
F.W.Ridder was met vlagnummer R388 in de periode 1858 t/m 1863 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In het Jaarverslag 1863 van het College (Maritiem Museum, Rotterdam) is vermeld dat hij in 1863 is overleden058.
In het Jaarverslag 1864 van het College (Maritiem Museum, Rotterdam) is vermeld dat de weduwe van F.W.Ridder in 1864 is hertrouwd en dus geen uitkering van de Maatschappij ontving058.
De schepen van de kapitein
In de Jaarverslagen van het College staat kapitein F.W.Ridder met vlagnummer R388 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
* 1858, 1859 sch. “Angola” 29 last varend voor Kerdyk & Pincoffs te Rotterdam
* 1862 3/m sch. “Mary Goddard” 165 last varend voor de Groot, Roelants & Co, Schiedam
Bouma025 vermeldt F.W.de Ridder als gezagvoerder gedurende:
* 1857 t/m 1858 van de 2/m sch. “Adolf & Martinus”, gebouwd in 1854 te Dumbarton, 146 ton o.m., varend voor Kerdijk & Pincoffs te Rotterdam. Het schip is verongelukt bij Sierra Leone;
* 1859 t/m 1860 van de 2/msch. “Angola” ex Amelia, gebouwd in 1856 te Sunderland, 55 ton o.m., varend voor Kerdijk & Pincoffs te Rotterdam.
Bouma025 vermeldt F.W.Ridder als gezagvoerder gedurende:
* 1861 t/m 1862 van de 3/msch “Lodewijk” ex Henriëtte Wilhelmina”, gebouwd in 1857 te Bolnes, 327 ton o.m., varend voor Kerdijk & Pincoffs te Rotterdam;
* 1863 van de 3/msch “Mary Goddard”, gebouwd in 1850 te Schiedam, 312 ton o.m., varend voor de Groot, Roelants & Co te Schiedam.
Overige bijzonderheden
De schoener “Angola” onder kapitein F.W.Ridder was op 05 januar 1859 te Hellevoetsluis en de volgende melding (zonder datum) is van Coquimbo aan de zuid-amerikaanse westkust. Het schip moet Kaap Hoorn hebben gerond. Verdere gegevens over de thuisreis ontbreken.121
NRC 14 augustus 1858114
Rotterdam, 13 augustus. Volgens brief van kapt. F.W. Ridder d.d. Bordeaux, 8 augustus, is het door hem gevoerd geweest zijnde schip (opm: schoener) ADOLF EN MARTINUS, van Quisembo (zuidwestkust van Afrika) bestemd naar Rotterdam, de 3e juli l.l. in volle zee op 05º30’ N.B. en 24º40’ W.L. vergaan. De equipage is door het Franse schip PEROU, kapt. F. Dejean, gedestineerd naar Bordeaux, op genomen en aldaar behouden aangebracht.
Het is de vraag of beide volgende advertenties bij deze kapitein thuishoren.
NRC 12 december 1856114
Banff, 7 december. De Nederlandse schoener de LEEUW, kapt. de Ridder, van Memel (opm: Klaipeda) naar Liverpool bestemd, is jongstleden zaterdag bij Nairn (57º35’ N.B. 03º53’ O.L.) gestrand en zal hoogstwaarschijnlijk weg zijn.
NRC 24 december 1856114
Inverness, 11 december. Het schip de LEEUW, kapt. de Ridder, van Memel (opm: Klaipeda) naar Liverpool, bij Nairn gestrand – zie ons nommer van 12 dezer – is weder af en alhier binnengebracht.
|