De familienaam wordt ook geschreven als ETS. De gegevens die onder die naam voorkomen zijn in dit overzicht opgenomen
Familiegegevens en opleiding
Hendrik/Hindrik Eddes werd geborenop 24 oktober 1824 te Groningen als zoon van de koopvaardijkapitein Folkert Hendriks Eddes en Trientje Nakken, beiden wonende te Dordrecht. Hij woonde te Dordrecht en Rotterdam en behaalde op 31 maart 1860 het diploma 1e stuurman grote zeilvaart.
Hij trouwde op 21 februari 1850 te Dordrecht (of Rotterdam?) met Clasina van Ommen, geboren 16 februari 1821 te Rotterdam als dochter van Gerrit van Ommen en Adriana Mansvelder. Zij overleed in 1866 te Dordrecht
Hij trouwde voor de 2e maal met Cornelia Laverge, geboren 14 september 1836 te Obbebroek.064c
In 1855 woonde hij aan de Varkensmarkt 338 te Dordrecht met zijn vrouw en twee kinderen Folkert Hendrik (geb. 1850) en Adriana (geb.1852), beiden geboren te Dordrecht. In 1881 woonde hij aan de Hoogt E853 te Dordrecht met vrouw en de kinderen Hendrik Johannes (geb. 1870) en Barthelomeus (geb. 1872). Hij is dan havenloods.
Hij overleed op 25 september 1881 te Dordrecht.064 en 64c
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
H.Ets was met vlagnummer R324 in de periode 1851 t/m 1866 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.
-
Eddes of Ets uit Dordrecht was met vlagnummer 47 in de periode 27 juli 1849 t/m zijn overlijden op 25 september 1881 lid van het Dordtse college Nut van Handel en Zeevaart. Ten tijde van de inschrijving was hij gezagvoerder van de “Venilia”.111 en 64a.
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
In het Jaarverslag 1866 van de Maatschappij tot Nut der Zeevaart (Maritiem Museum, Rotterdam) staat vermeld dat “Het Bestuur zich verpligt (heeft) gezien art. 37” op hem van toepassing te moeten verklaren. Dat betekent dat hij vanwege het niet voldoen aan zijn financiële verplichtingen uit de Maatschappij is gezet058.
In het kasboek van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” dd 26 augustus 1849 staat de inboeking van f 15,- als entreegeld van kapitein H.Edes (sic).064b
In de notulen van de Bestuursvergadering van het Dordtse zeemanscollege “Tot Nut van Handel en Zeevaart” dd 10 augustus 1882 wordt vermeld dat er f 10,- per maand zal worden uitgekeerd aan de weduwe van kapitein Ets “die met minderjarige kinderen in hulpbehoevende omstandigheden verkeert … “064a-
De uitbetaling van deze bijdrage wordt voor het eerst geboekt in het kasboek dd 24 juli 1882 t/m in ieder geval 1888.064b
In de notulen van het Dordtse College dd 14 november 1895 wordt het Bestuur gemachtigd onderzoek te doen of er reden is “tot verlaging der maandelijksche toelage aan de Wed. H.Ets of verhooging der toelage aan de Wed. H.B. de Groot.”064
In het kasboek dd 01 november 1898 staat een maandelijkse toelage aan de wed. H.Ets van f 6,-. Deze uigave wordt maandelijks herhaald en per 01 april 1908 verhoogd tot f 10,-. Deze uitkering gaat door tot het einde van het kasboek in 1914 064b
In het kasboek van het Dordtse College dd 21 oktober 1881 staat de de boeking van de uitkering aan de weduwe van kapitein H.Ets van de regelementair toegestane f 200,-.064b
De schepen van de kapitein
In Ledenlijsten de Dortse zeemansalmanak (Stadsarchief Dordrecht, inv. 93, nrs 16-33) staat H.Eddes (ook H.Ets) als gezagvoerder064:
* 1850; 1852 schoenerkof “Venilia” boekhouder G.Mauritz te Dordrecht
* 1853 t/m 1855 geen vermelding van schip
* 1856 t/m 1858 galjoot “Stad Sluis” boekhouder Borgmans & Co te Vlissingen
* 1859; 1861; 1874 geen vermelding van schip
In de Jaarverslagen van de Maatschappij staat kapitein H.Ets met vlagnummer R324 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
* 1851 van de kof “Venilia” 77 last voor G.Maurits te Dordrecht
* 1855 van de galj. “Stad Sluys” 109 last voor Borgman & Banier te Vlissingen
* 1858, 1859 geen vermelding van schip en reeder
* 1862, 1863 van de bark “Jacoba Cornelia” 260 last voor Vaesen & Steinhaus te Rotterdam
* 1864, 1865 geen vermelding van schip en reder
Bouma025 vermeldt H.Eddes als gezagvoerder gedurende:
* 1850 t/m 1853 van de kof “Venelia”, gebouwd in 1829 te op de werf van C.Gips te Dordrecht, 222 ton o.m., varend voor G.Mauritz & Co te Dordrecht. Het schip werd geveild te Amsterdam;
* 1855 t/m 1857 van de sch.kof “Stad Sluis”, gebouwd in 1854 te Zierikzee, 207 ton o.m., varend voor J.Borghmans & Benier te Vlissingen.
Bouma025 vermeldt H.Ets als gezagvoerder van:
* 1862 t/m 1864 van de bark “Jacoba Cornelia”, gebouwd in 1852 te Delfshaven, 492 ton o.m., varend voor Vaesen & Steinhaus te Rotterdam.
Overige bijzonderheden
Zierikzeesche Courant 09 maart 1864
Op 04 maart 1864 is te Brouwershaven geariveerd de “Jacoba Cornelis”, kapt. H.Ets, herkomst niet vermeld maar op weg naar Rotterdam. Aan boord was de passsagier de heer B.Pochge.
Ontleend aan. van Blokland-Visser064 :
In monsterrol nr.1453 dd 19 juni 1850 in het Gemeentearchief van Dordrecht staat H.Eddes (28 jaar, wonende te Dordrecht, voor een maandgage van f 140,- (?) ) als 1e stuurman op het stoomschip “Stad Dordrecht” onder kapitein Jacob Hendrik Stuit voor een reis naar Londen en terug.
In monsterrol nr. 1461 te Dordrecht staat hij vermeld als gezagvoerder op de schoenerkof “Venilia”.
In 1858 is hij gezagvoerder op de galjoot “Stad Sluis”.
In 1874 heeft hij geen schip meer en is hij havenloods te Dordrecht.
Familiegegevens en opleiding
Frederik Dirksz Rijf werd geboren op 30 juni 1815 te Midsland op Terschelling.
Hij huwde voor de eerste maal met Pietje Vogelenzang en na haar overlijden voor de tweede maal met Theresia Babois, geboren 02 juli 1821 te Anjum en overleden op 01 januari 1892 te Midsland.
Frederik Dirksz overleed op 31 januari 1893 te Midsland. 010-p.52.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
Frederik Dirks Rijf werd per 04 maart 1853 ingeschreven als lid tweede klasse van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Hij was toen stuurman op de kof "Barend". Zijn vrouw was Pietje Aukes Vogelsang. In 1855 werd hij naar de eerste klas overgeschreven met vlagnummer 42029-fol.012.
F.D.Rijf werd per 09 maart 1855 met vlagnummer 42 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Zijn schip was de "Harlingen", boekhouders Zeilmaker & Co. De contributie werd voldaan door zijn vrouw Pietje Aukes Vogelzang, geen geboortedatum vermeld028-fol.047.
F.D.Rijf was met vlagnummer 42 lid van het College in de periode 1855-1892034.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
Op 24 februari 1891 adresseerde het College een brief aan F.D.Rijf te Midsland, Terschelling033.
"Kap.F.D.Rijf stierf in 1893035-20 februari 1893.
De schepen van de kapitein
lid van college Zeemansvoorzorg te Harlingen036
vlagnummer periode type naam van het schip boekhouder/reder
42 1853-1856 kof Harlingen (ex Catharina) Zeilmaker & Co, Harlingen
1856-1860 glj Mentor Zeilmaker & Co, Harlingen
verongelukt op de Zweedse kust
1861-1882 glj Nicolaas (ex Stad Sluijs) Zeilmaker & Co, Harlingen
afgekeurd te Kopenhagen en verkocht
Van Sluijs013 en Bouma025 vermelden kapitein F.D.Rijf gedurende:
* 1854 t/m 1856 als gezagvoerder van de schoenerkof “Harlingen” ex-Catharina, gebouwd in 1827 te Monnikendam, 152 ton o.m., varend voor Zeilmaker & Co te Harlingen;
* 1857 t/m 1861 op de galjoot “Mentor”, gebouwd in 1840 te IJlst, 196 ton o.m., varend voor Zeilmaker & co te Harlingen. Het schip verongelukte op de Zweedse kust;
* 1862 t/m 1883 op de galjoot “Nicolaas” ex Stad Sluis, gebouwd in 1854 te Zierikzee, 207 ton o.m., varend voor Zeilmaker & Co te Harlingen. Het schip werd in 1883 afgekeurd te Kopenhagen en verkocht.
Overige bijzonderheden
Het maritieme leven van Frederik Dirksz Rijf kent de volgende bijzonderheden:
tot 1835 gemonsterd als lichtmatroos op het kofschip "De Jonge Wachter" onder kapitein H.W.Bontekoe. Met dit schip maakte hij reizen naar Scandinavische havens en vaak naar Petersburg.
1835 lichtmatroos op de schoenerkof "Edams Welvaren" onder kapitein Jacob Meyer.
1838-c.1840 matroos op de "Venetia" onder kapitein R.J.Kranenburg. In c.1840 komt hij in dienst bij rederij Zeilmaker & Co te Harlingen.
1855-1858 kapitein op de kof "Harlingen", gebouwd in 1827 te Monnikendam op de werf P.de Kater als "Catharina" (80 last, 152 ton) en in 1855 gekocht door Zeilmaker & Co te Harlingen en herdoopt. Vermoedelijk in 1858 gesloopt.
1858-1861 kapitein op de galjoot "Mentor", in 1840 gebouwd te IJlst (104 last, 196 ton). Op 29 juli 1861 verongelukt het schip ter hoogte van Gotland. Alle opvarenden, waaronder de vrouw van de kapitein, worden gered door het Amerikaanse schip "Adjuster", kapitein E.A.Snell, en te Hendriksvall (Zweden) aan land gezet.
1861-1884 kapitein op de schoenerkof "Nicolaas", gebouwd in 1854 te Zierikzee (109, 207 ton) met de naam "Stad Sluis". In 1861 aangekocht door Zeilmaker & Co te Harlingen en herdoopt als "Nicolaas". In 1884 na averij afgekeurd te Kopenhagen en verkocht.
na 1884 rustend zeeman te Terschelling. Begraven op het kerkhof van Midsland010-p.52.
F.D.Rijf was in 1837 20 jaar en lichtmatroos op de "Edams Welvaren" onder gezag van kapitein Jacob Meyer. Het schip maakte een reis naar Surniname en de Nederlandse Antillen010-p.50.
“Op 29 juli 1861 verging het Harlinger schoenerkofschip Mentor bij Gothland. Kapitein F.D.Rijf, zijn vrouw en drie bemanningsleden werden door het Amerikaanse vaartuig Adjuster, kapitein E.A.Enell, gered en op 1 augustus in Hudikssvall aan land gezet.” (Uit: “Rederijen verwenen en keerden weer. Uit Harlingens geschiedenis der scheepvaart” door H.J.A.R. van Harlingen; Harlinger Courant, 28 november 1969).
Harlinger Courant dd 05 december 1874, Scheepstijdingen.
Binnengekomen:
“Harlingen 3 Dec. Nicolaas D. Rijf, Riga.”