Inloggen
WOLANDA - ID 7374

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1935
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5392410
Nat. Official Number: 1698 Z GRON 1935
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks, 2 winches
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. van Diepen, Waterhuizen, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 814
Delivery Date: 1935-07-25
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 160
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1680 Type C/D (x)
Speed in knots: 8
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 233.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 113.00 Net tonnage
Deadweight: 300.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 15540 Cubic Feet
Bale: 14400 Cubic Feet
 
Length 1: 35.31 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 32.84 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.69 Meters Breadth, extreme
Depth: 2.74 Meters Depth, moulded
Draught: 2.59 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1935-07-24 WOLANDA
Manager: Derk van Streun, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Derk van Streun, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PIRM
Additional info: Heeft ook Groningen als thuishaven gehad.

Date/Name Ship 1973-01-09 WOLANDA
Manager: J. Clark, Port of Spain, Trinidad & Tobago
Eigenaar: J. Clark, Port of Spain, Trinidad & Tobago
Shareholder:
Homeport / Flag: Port of Spain / Trinidad & Tobago

Date/Name Ship 1974-00-00 WOLANDA
Manager: G. Selby, Kingstown, St. Vincent (and Grenadines)
Eigenaar: G. Selby, Kingstown, St. Vincent (and Grenadines)
Shareholder:
Homeport / Flag: Kingstown / St. Vincent (and Grenadines)

Ship Events Data

1935-06-06: Algemeen Handelsblad 06-06-1935: Van de werf van de firma Gebr. Van Diepen te Waterhuizen bij Groningen is met goed gevolg te water gelaten (een zeldzaamheid in deze streek met een tot voor een paar jaren bloeiende scheepsbouwindustrie) een motorvrachtschip, bestemd voor kapitein D. van Streun te Delfzijl. Het schip heeft de afmetingen 34.50X6.65X2.75 m. Het wordt voorzien van een 160 P.K. Bronsmotor en heeft de klasse Bureau Veritas, Scheepvaart-inspectie en Stuwadoorswet. De kiel is gelegd voor een zelfde schip voor rekening van kapitein G. Tuil te Delfzijl.
1935-07-25: NvhN 26-07-1935: Proefvaart m.s. WOLANDA. Gisteren vond op de Eems bij Delfzijl de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorschip WOLANDA. Dit schip is gebouwd op de werf van de Gebr. Van Diepen te Waterhuizen voor rekening van kapt. D. van Streun te Groningen onder klasse Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart. De afmetingen zijn: lengte over alles 34.50 M. breedte op het grootspant 6.65 M. en holte in de zijde 2.75 M. Het D W. bedraagt 270 ton, terwijl de netto inhoud 113 Reg. ton en de bruto inhoud 230 Reg. ton bedraagt. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een vier tact Brons Diesel motor opgesteld. Deze motor heeft een vermogen van 160 P.K. Behalve deze hoofdmotor bevind zich hier tevens nog een Deutz Diesel motor van 7 P.K. als hulpmotor. De hulpmotor drijft de lens-ballastpomp, de compressor en de dynamo aan. De dynamo kan zoowel door den hoofdmotor als door den hulpmotor worden aangedreven, terwijl de automatisch geladen accumulatoren voor de verlichting zorg dragen, als beide motoren stilstaan. De geheele verlichting geschiedt electrisch, terwijl de electrische installatie werd geïnstalleerd door het technisch bureau Eekels te Hoogezand. Op het mastdek is een tweetal motordeklieren geplaatst, elk voorzien van een Deutz Diesel motor van 7 P.K. De voorste van deze dekmotoren kan tevens bij het snelheffen der ankers worden gebruikt. Het laad- en losgerei, waarmede veilig een last van 2 ton kan worden geheschen, is vervaardigd volgens de voorschriften van de Inspectie van Havenarbeid. Het schip is voorzien van een stromlijn-ballansroer, waarmede het op de proefvaart uiterst gemakkelijk bestuurbaar bleek te zijn, terwijl het schip verder in alle opzichten uitstekende manoeuvreer-eigenschappen bleek te bezitten. Het behaalde een snelheid van 9 mijl. Na de proefvaart werd het schip met volle tevredenheid door den kapitein overgenomen.
1935-07-26: Op 26-07-1935, als WOLANDA, zijnde een motorvrachtschip, metende 659.50m3, hebbende een dek, een mast, en een schoorsteen, voor kettingbak, piektank en volkslogies, verder een aadruim, een machinekamer, waarin een Bronsmotor van 160 PK, 4 cylinder, 4 tact, motornummer 1680 aangebracht op cylinderkop I aan voorkant, is geplaatst, achterpiektank met verhoogd achterdek, waarin verblijven met stuurhuis aan dek, liggende te Groningen, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Derk van Streun, scheepskapitein te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1698 Z GRON 1935 op het achterschip aan bakboordzijde in de achterkant lichtkap motorkamer.
1936-04-14: NvhN 14-04-1936: Delfzijl, 14 April. Het motorschip “WOLANDA” kapt. van Streun, liep hier als bijlegger binnen. Het schip is beladen met katoenpluksel van Rochester naar Gluckstadt.
1936-12-10: De Telegraaf 10-12-1936: WOLANDA. Delfzijl, 9 Dec. Het m.s.”Wolanda”, kapitein van Streun, dat alhier als bijlegger binnenliep, zette heden de reis voort. Het schip is beladen met koper van Hamburg naar Londen.
1937-02-03: De Telegraaf 03-02-1937: WOLANDA. Dundee, 1 Febr. Het Nederlandsche m.s.”Wolanda” kan de haven van Dundee niet verlaten, doordat het lichtschip “Abertay” ten gevolge van den storm dwars voor den haveningang is komen te liggen.
1940-05-00: Tijdens de oorlog in bezet gebied. Op 01-08-1941 in Duitse dienst en overgedragen aan het havenkommando te Delfzijl. Varende onder Duits toezicht met twee Duitse soldaten aan boord. Op 18-03-1943 gevorderd door de Duitsers. In 1943 te Delfzijl voor anker wegens besturingsmoeilijkheden, na een uitgebreide reparatie eind 1943 weer in dienst gesteld met een Duitse bemanning en met thuishaven te Hamburg. Het voer nadien in Noorse wateren. Lag bij de bevrijding van Noorwegen op 09-05-1945 in Arendal. Op 09-07-1945 was het met Nederlandse bemanning vanuit Flensburg weer te Delfzijl in vrijwel onbeschadigde staat en kon na een kleine reparatie in 10-1945 weer in de vaart komen
1941-11-10: 10-11-1941 Gestrand in de monding van de Elbe op Groot Vogelsand.
Het Volk 15-04-1942: Kapitein geschorst. De Raad voor de Scheepvaart heeft heden uitspraak gedaan in de volgende zaak: Op 10 November j.l. strandde in de monding van de Elbe op Groot Vogelsand het motorschip “WOLANDA” . De raad is van oordeel, dat de stranding te wijten is aan de schuld van den betrokken, om welke reden de raad dan ook een schorsing geboden acht. De gezagvoerder van de „Wolanda" is voor de tijd van veertien dagen geschorst.
1951-09-16: NvhN 17-09-1951: Coaster WOLANDA aan de grond. De Groninger coaster Wolanda is gisteren in de Stockholmse Archipel aan de grond gelopen. Het schip, dat 233 ton meet, was met een lading hout op weg naar het Zuiden. Het maakt water, doch wordt door een sleepboot drijvende gehouden. De lading wordt gelost en men verwacht dat het schip morgen vlot gebracht kan worden.
De Telegraaf 18-09-1951: Ned. kustvaarder bij Stockholm omhoog. Stockholm, 18 Sept. — De 223 ton metende Nederlandse kustvaarder „Wolanda" is Zondagmiddag in de Stockholmse archipel — de eilandjes voor de haven van Stockholm-- aan de grond gelopen en lek gestoten.
Het Vrije Volk 20-09-1951: WOLANDA —Het Ned. m.s.”Wolanda”, dat bij Segelskar aan de grond is gelopen, is gisteren vlot gekomen en naar Stockholm gesleept.
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het aan de grond lopen van het motorschip Wolanda bij Segelskar in de Stockholmer Scheren tijdens reis, beladen met hout, van Lugnvik naar Groningen. Aan het einde van de avond op 16 september kwam een bergingsvaartuig in de buurt. In de middag van 17 september werd een deel van de deklast gelost in een lichter. Om 18.15 uur kwam de Wolanda met behulp van het bergingsvaartuig vlot en voer naar Stockholm voor een voorlopige reparatie. Op 22 september kan de reis worden voortgezet. Oordeel van de Raad is dat de oorzaak van het aan de grond lopen van de Wolanda duidelijk is. Kapitein van Wijngaarden navigeerde in zuidelijke richting door de Stockholmer Scheren op zicht van de prikken; hij meende bij Segelskar een prik te naderen, die hij aan stuurboord moest passeren, en hield daarom bakboord; juist daardoor raakte hij een ondiepte bij een andere, noordelijker gelegen prik, welke hij aan bakboord voorbij had moeten gaan. Kennelijk had hij niet gedacht aan de prik waar hij vastgelopen was. Het is begrijpelijk, dat een gezagvoerder met veel ervaring daar ter plaatse geen loods neemt, indien de omstandigheden normaal zijn, doch dan draagt hij een ernstige verantwoordelijkheid en moet ook op de veranderingen in de bebakening bedacht zijn. In dit opzicht is de kapitein te kort geschoten en het ongeval is ook aan zijn schuld te wijten. De Raad straft kapitein Jan van Wijngaarden, geboren 1 december 1919, wonende te Groningen door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 van de Schepenwet, voor de tijd van één week. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 6 februari 1952.
1956-01-05: De Waarheid 05-01-1956: Aanvaring. — Het Nederlandse kustvaartuig WOLANDA, 233 ton, is gistermiddag op de Elbe, in dichte mist, in aanvaring gekomen met het 4689 ton metende Finse schip Wirta. De Wolanda was op weg naar Hamburg, de Wirta was zo juist uit Hamburg naar Havanna vertrokken. Nadere bijzonderheden ontbreken.
1959-03-22: NvhN 23-03-1959: Groninger m.s. WOLANDA had aanvaring op Neder-Elbe. Op de Neder-Elbe heeft zondag in dichte mist een aanvaring plaats gehad tussen het Groninger motorschip Wolanda (233 t.) en een treiler uit Kiel, de Glückburg. Volgens een mededeling van de havendienst in Cuxhaven, liep de Wolanda Cuxhaven binnen met een groot gat aan stuurboordzijde. De Glückburg zette haar reis naar Brunsbuttelkoog voort. De Wolanda, eigendom van D. van Streun in Delfzijl, was met hout van Horsens (Den.) onderweg naar Huil (Eng.) Kapitein is J. van Wijngaarden afkomstig van Groningen.
1972-00-00: In 1972 opgelegd in Delfzijl.
1980-12-00: Laatste reisregistratie: 24.12.1980 aankomst te Dominica. Volgens de Blauwe Wimpel van 01-1990, verkocht aan Jolly Roger een bedrijf dat met namaak piratenschepen vanuit Bridgetown, Barbados en Dickenson Bay, Antiqua met toeristen dagtochten maakt. 1998 Lloyd's laat de registratie vervallen omdat het nog bestaan van het schip twijfelachtig is. (Het schip lag in 02.1998 in zeer slechte staat op het strand van Simpson Bay in een binnenbaai op Sint Maarten. Zie foto genomen door Bert Wagenborg)

Afbeeldingen


Omschrijving: De WOLANDA tijdens de proefvaart.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: De WOLANDA in 1939 in de Noorderhaven te Groningen.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: WOLANDA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: WOLANDA met thuishaven Groningen.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: WOLANDA
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)

Omschrijving: WOLANDA
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: De WOLANDA in de Hollandse IJssel in 1968.
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)

Omschrijving: WOLANDA lying Simpson Bay (St. Maarten, Netherlands Antilles) in 02.1998.
Gemaakt door: Wagenborg, Drs. E. (Bert)

Omschrijving: WOLANDA lying Simpson Bay (St. Maarten, Netherlands Antilles) in 02.1998.
Gemaakt door: Wagenborg, Drs. E. (Bert)

Omschrijving: WOLANDA nu in april 2017.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: WOLANDA in april 2017.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: WOLANDA - water stroom door de ruimen.
Gemaakt door: Unknown
Algemene informatie

Leeuwarder Courant 06-04-1973: (Bekort)
Vorig jaar is de Nederlandse vloot van coasters van minder dan 500 brt geslonken met 100 schepen. In 1965 voeren nog 925 van deze kleintjes onder Nederlandse vlag. Bovendien is dit restvlootje sterk verouderd. Het tijdperk van de kapitein-eigenaar loopt onmiskenbaar ten einde. De Utrechtse kapitein Adriaan den Haan (34) vaart wel bij deze gang van zaken. Hij heeft de laatste vijf jaar al tientallen coasters, die in arren moede moesten worden verkocht, naar hun nieuwe eigenaren gevaren. De meeste coasters gaan naar de ontwikkelingslanden, waar ze vooral dankzij de lagere gages nog wel rendabel zijn te maken. Ook vloeien scheepjes af naar rijke Amerikanen, die er „houseboats" van maken of een enkele keer zelfs een restaurant. Behalve coasters vaart de Utrechter ook vrachtschepen, drijvend aannemersmaterieel en — vooral de laatste jaren — motor- en zeiljachten naar hun nieuwe bestemming. Hij is tevens gediplomeerd machinist. Kapitein Den Haan is in Nederland de enige kleine zelfstandige die zich in het wegbrengen van schepen heeft gespecialiseerd. Het gebeurt nogal eens dat hij zijn bemanning aanvult met buitenlandse jongeren die nagenoeg zonder geld de aardbol bereizen en in Nederland zijn gestrand. Zij krijgen een kosteloze zeereis en vrij eten en drinken, maar geen loon. Dat drukt de kosten. Prettig voor Den Haan en voor de nieuwe eigenaar. Onlangs (Opm.: 15-02-1973 van Vlissingen vertrokken naar West Indië) is hij met het slechts 220 ton metende coastertje „WOLANDA" uit Groningen van Delfzijl vertrokken naar Trinidad. Het 36 jaar oude schip beschikt niet over een behoorlijke zendinstallatie, noch over radar. Aan navigatiemiddelen is slechts het minimaal noodzakelijke aan boord; Een lading zand is mee als ballast. Kapitein-machinist Den Haan wordt terzijde gestaan door een derde stuurman van de grote vaart, die het wel interessant vond eens met zulke eenvoudige middelen de oceaan over te steken: de 27-jarige Juriaan Calker uit Harkstede bij Slochteren. Verder gingen twee leken mee: de zwervende en in Amsterdam zonder geld gestrande Micke Nelson (30-jarige biologe uit Calilornië, aangemonsterd als kokkin) en haar vriend Roger Rhulman (student Engels uit Ohio) aangemonsterd als matroos.

Leeuwarder courant 06-04-1973:
Met wrak coastertje over Oceaan, riskant avontuur. (Van onze correspondent) Las Palmas — Vier uur 's nachts in de Golf van Biscaye. De maan is plotseling vol achter het wolkendek te voorschijn gekomen. Vanuit de stuurhut is nu goed te zien hoe de kleine Wolanda krampachtig en schokkerig als een dik vrouwtje met te zware boodschappentassen de golven beklimt. Ik zit op twee kisten vol boeken van de bibliotheek voor zeelieden en een onaangename wrijving tussen lichaam en hout laat me merken dat ik daar al vier uur zit mee te schommelen. Kapitein Adriaan de Haan. Kapitein Adriaan de Haan onderbreekt zijn zoveelste wandelmars door de hut van nauwelijks drie bij drie meter. Hij gaat voor me staan en zegt op compiotterige toon: „Giechel de giechel. Ik zal je onze geheime badkamer eens laten zien. Kom mee". Over het dek waggel ik achter hem aan tot aan de altijd geopende deur van de machinekamer. De Haan wijst naar beneden, waar de 36 jaar oude en nooit gereviseerde dieselmotor „Brons" bij een geelachtig licht sidderend en oliespattend zijn 290 toeren per minuut staat te maken. „Zie je dat ijzeren rooster met die jute zak erop, daar boven de machine? Nou daar ga je op staan. Je pakt een emmer zeewater, maakt dat water warm en zet de emmer naast je op die zak. En niet je hand tussen die drijfriemen boven je hoofd steken, want dan gaat-ie eraf. Dan zul je je hele leven lang aan iedereen moeten vertellen dat je 'n hand verloren hebt tijdens het douchen. Dat klinkt zo onaannemelijk hè"? Het blijkt een niet eenvoudige opgaaf te zijn met een volle emmer heet water langs een smalle olievette Ijzeren ladder af te dalen tot op dat rooster boven de motor. De Wolanda slingert, stampt en deint heftig op en neer op de golven. De emmer is half leeg als ik op de natte juten zak probeer uit de kleren te komen, een beetje gebukt en heel behoedzaaA om niet in aanraking te komen met de drijfriemen boven mijn hoofd. Bloot, met washand en zeep in de weer op dat wankele rooster, krijgt de nachtelijke bader na enige tijd het zelfverzekerde, zelfgenoegzame gevoel van doorgewinterde, boven alle zeekwalen verheven mensen. Het lichaam wordt gewassen met zeewater en geolied met gasoliespatten — zilter kan het eigenlijk niet. Er fladderen geen lichaamsdelen tussen de drijfriemen als ik een half uur later het vette laddertje naar dek gereinigd en geurend bestijg. Op de Wolanda moet wel uiterst zuinig met zoet water worden omgesprongen. De inhoud van de watertank is niet berekend op een reis die wel een maand kan duren, maar bovendien is kort na het vertrek een flink lek ontdekt op een niet te repareren plaats. „Zo min mogelijk wassen. Laat 't maar een poosje lekker gaan stinken" —heeft kapitein Den Haan gezegd. Tanden poetsen, wassen en scheren doe ik sindsdien in die volgorde met één kopje water. Een gedeelte van de inhoud van de zoet watertank is met behulp van een elektrisch pompje overgebracht in tevoren leeggezogen gasolievaten. Het water dat daaruit komt is vet en geel en smaakt allesbehalve lekker. Den Haan heeft 60 vaten van elk 120 liter als extra brandstof meegenomen. Ze zijn aan dek vastgesjord. Het wassen van kleren is geen probleem. Zodra we de noordelijke kou en nattigheid achter ons hebben gelaten, demonstreert De Haan zijn „volautomatische wasmachine" Het is een 50 meter lang touw dat aan de reling is bevestigd. „Kijk, daar bind ik nu mijn broek aan vast. Even goed insmeren met zeep en hotsjikidee daar gaat-ie. Overboord met die handel". De broek — later gevolgd door overhemden, sokken, onderbroeken en een overjas — wordt ver achter het schip af en toe hoog opspringend door het water gesleurd. Macrobiotische en vegetarische Micke uit Californië, haast zich van deze unieke gelegenheid gebruik te maken. Haar sobere, kleurrijk gelapte spijkerbroek en andere bezittingen draven even later eveneens door zee. Na een uur wil zij haar wasgoed binnenhalen, maar er zit dan niets meer aan de lijn. Weeklagend loopt zij naar de stuurhut: „Captain, captain, my clothes". Den Haan haalt grinnikend zijn schouders op. „Had je de boel maar goed moeten vastmaken". Later duwt hij haar het bundeltje kleren, brullend van het lachen, onder de neus. Micke heeft het nu en dan niet gemakkelijk aan boord. Ze is er niet aan gewend te worden gecommandeerd en zeker niet op de dreunende toon die kapitein Den Haan nu en dan aanheft. Op een nacht als de volle maan schuimkoppend op de golven helder doet opglinsteren, zit Micke te schrijven in haar persoonlijke logboek, dat overigens voor een ieder aan boord ter inzage schijnt te mogen liggen. „Nu begrijp ik waarom er poëzie wordt geschreven" — zegt ze dromerig opkijkend en in haar boek schrijft zij: „Je ziet de lichtjes van andere schepen als speelkameraadjes aan de horizon" Kapitein Den Haan slaat het geschrijf enige tijd broeierig grijnzend gade en brult dan opeens: „Coffee, God damn it, coffee". Het boek valt op de grond, een droompje valt aan scherven. Micke slot het trapje af naar de kombuis. „Het zijn allemaal van die gekke krakepitten die ik krijg" — zegt de gezagvoerder — „van die drollerige dromers maar toch wel aardig en vol idealen. Nou, van mij mogen ze. De tijd dat ik gek aankeek tegen 'n vent met apostelen-haar en een gitaar op zijn rug is allang voorbij. Je zet zo'n knul met z'n knapzakje bij een meter in de machinekamer en je zegt: in de gaten houden die wijzer. Kijk: een echte vakman, een beroeps, loopt op een gegeven moment weg om te poepen, maar zon jongen, zon student, zon wanderer, blijft zitten turen naar dat wijzertje. Hij voelt de verantwoordelijkheid zwaar op zich drukken, hij zit daar belangrijk werk te doen in de machinekamer van een echt schip. Thuis gaat zon knul er gedichten over schrijven, daar kan-ie dan natuurlijk een zware poep laten ruiken". Den Haan zit elke nacht tijdens de wacht van 12 tot 6 uur onvermoeibaar op zijn praatstoel. „Je moet niet nadenken" — zegt hij — „dat ik te grote risico's neem door met zon stelletje amateurs de zee op te gaan. Ik ben niet zoals die Amerikaan voor wie ik enige tijd geleden 'n schuit heb overgevaren. Die man wilde direct zelf met dat vrachtschip de zee op. Maar hij had nog nooit gevaren. Ik vroeg: man, hoe wil je dat nou klaarspelen? Hij antwoordde: nou, heel gewoon, ik zet een pet op en ik laat m'n baard groeien. Na de ombouw van dat schip tot houseboat stoomde die lieve beste brave borst ergens met volle kracht het strand op Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Nou ja, hij heeft het schip toen maar meteen laten ombouwen tot restaurant. Zo zijn die Amerikanen. Romantische ideeën over de keiharde business die de zeevaart in feite is". Vaak vaart Den Haan schepen over onder buitenlandse vlag. Voor een vrije vogel zoals hij biedt het varen onder eigen vlag veel nadelen „Je krijgt te maken met formaliteiten als monsterboekjes, medische keuringen, certificaten van deugdelijkheid enzovoorts. De Scheepvaartinspectie controleert alles tot in de details. Als een patrijspoortje niet makkelijk opengaat zit je soms al fout. Dat kan ik met die oude schepen en met de spoedklussen die ik aanneem niet hebben". Honduras, Panama en Liberia zijn erg scheutig met hun vlaggen. Voor weinig dollars kan men in die landen een voorlopige vlag krijgen en als „reder" worden ingeschreven. Onassis is een van de wereldreders die daarvan eert. Het merkwaardige is dat een als Panama hierdoor een der grootste zeevarende mogendheden ter wereld is geworden zonder zelf over een vloot van enige betekenis te beschikken. De scheepsradio staat aan. In de ether wordt via de onderlinge hartgrondig gekankerd op het zilte leven. Het is een gesprek tussen twee stuurlieden van Nederlandse coasters. Een matte stem meldt met zwaar noordelijk accent: „Tje mien jong, da val nie mee ha — 10 maanden van huus. 't Is almaar laaien en wegwezen. Da's ook nooit niet best hè, tien maanden weg jong. Da'je vrouw een rooie kop kriegt als ze dr eige staat uit te klede als je thuuskomp". Kapitein Den Haan knikt instemmend. „Ja" — zegt hij — „en dan is het vaak na een paar weken alweer: zoen op het mondje, klap op het kontje en wegwezen voor de baas. Ik ben blij dat ik kleine zelfstandige ben geworden. Dat ik zelf kan bepalen wanneer ik thuis ben. Dat m'n gezin iets aan me heeft. Ik heb van 1956 af op de kustvaart gezeten en ik heb de krenterigheid van sommige reders aan den lijve ondervonden. Nu nog trouwens is er in Nederland één reder bij wie je op de vuist moet om 's morgens koffie te mogen drinken inplaats van thee". „Ik hoor nog die Grunninger tegen me zeggen: „Man. man, je bent me veel te duur. Je moet niet alleen aan je portemonnee denken, 't Is toch ook nog je mooie vak niewaar, mien jong? Nou, toen heb ik wel even een harde wind moeten laten. Want juist bij zulke reders draait alles om de poen. Met het wegbrengen van coasters zal het over enige tijd wel zijn afgelopen en daarom prijs ik me gelukkig dat ik me ben gaan specialiseren in jachten. Daar zit volgens mij wel toekomst in. Voor 150 gulden per dag mag elke jachteigenaar me hebben, als hij maar accepteert dat ik de kapitein ben op het schip". De Wolanda is nog echt een schuitje uit het tijdperk van de kapitein-eigenaar. Met zo'n pieremachocheltje van 220 ton en een maximum snelheid van zeven mijl is geen brood meer te verdienen. Daarvoor liggen de gages te hoog, althans in Nederland. Mijn piepkleine hut bevindt zich vlak boven de schroef. Als het achterschip door de deining omhoog komt, brult de schroef het boven water uit, alsof hij pijn heeft. De kooi is een centimeter of zestig breed en heeft wel iets weg van een doodskist. Een verouderd model zwemvest met kapokvulling verricht goede diensten als hoofdkussen. Boven het hoofdeinde zit een plankje, waarop Jurien meedeelt dat hij van Ellen houdt en Roelof zijn geheime bedoelingen met Zwaantje nader uiteenzet. Een bierviltje is de enige wandversiering. De hut staat vol dozen frisdranken. In een gangetje naast de hut zijn zakken aardappelen en uien opgestapeld. Klapperende deuren, de razende schroef, rammelende flessen en rollende aardappelen veroorzaken samen een inferno van geluiden — de achtergrond van wilde dromen in een onrustige slaap. Welke Nederlandse matroos wil in zon hut heden ten dage nog slapen? Gegeten wordt er in een hutje met houten banken rond een tafel en een oliekacheltje voor een schouw van imitatie natuursteen Ei wordt doorgaans zwaar en copieus getafeld. De proviandvoorraad slinkt dan ook zienderogen. Het verpakte brood is het eerst op. Kapitein Den Haan lost dat probleem op door een enorme stapel pannekoeken te bakken. Als we Lissabon op grote afstand passeren, is het bijna veertien dagen geleden dat de Wolanda uit Delfzijl vertrok. Storm heeft het reisschema vooral de eerste week aanzienlijk vertraagd. De weerberichten van de BBC kunnen bij Lissabon al nauwelijks meer worden ontvangen met de draagbare radio van kapitein Den Haan. Straks op de oceaan zal hij het zonder weerberichten moeten stellen. Hij steekt een natgemaakte vinger in de lucht en zegt: „Dan doen we 't zo maar". Hij wijst met diezelfde vinger omlaag, naar de zeebodem en verzekert me: ..Er kan niks gebeuren. Je zit per slot van rekening nooit verder dan drie kilometer van het land vandaan". Hij houdt van dit primitieve varen. Het is zo leuk joh. Dan kom je daar in de West aan bij zo'n door paalwormen opgevreten steiger, komt de nieuwe eigenaar op je af met een heel gevolg. Revolver in de broeksband, omdat er weer eens een revolutietje dreigt. Ha die kapitanos, juicht de beste brave borst. Hij is blij met zijn pracht bootje, waarvoor hij inclusief overtochtskosten zo'n kleine ton heeft neergeteld. Hij vindt best een paar bruine matrozen, die zich voor 25 gulden per maand juichend op het werk willen storten, omdat ze geen nagels hebben om aan d'r gat te krabbelen. Die nieuwe eigenaar nodigt me uit voor een rondritje over het eiland. Je stapt in zo'n vijftien jaar oude Ford, schuift een mitrailleur opzij en daar ga je: als een vorst Voor je 't weet hebben ze je kolonel gemaakt of een grootkruis opgespeld. Teleurstelling. Zeventien dagen na het vertrek uit Delfzijl komt de Wolanda vroeg in de zondagmorgen aan in Las Palmas. Hier moet nog olie en water worden gebunkerd En er ligt voor kok Micke een lange lijst van noodzakelijke boodschappen klaar. Vooral aan brood bestaat intussen wel behoefte. Maar er wacht de bemanning, die zo graag eindelijk eens wil passagieren, een flinke teleurstelling. De havenloods geeft geen toestemming om te meren; het schip moet voor anker midden in de haven. We kunneri niet van boord. De Wolanda heeft geen VHF-zender (voor korte afstanden), zodat het hier niet mogelijk is om de havenautoriteiten te vragen waarom niet mag worden aangelegd. De bemanning moet maar afwachten wanneer de havenloods van zins is terug te komen. Kankerend en verveeld worden zo de maandag doorgebracht aan boord. Pas maandagavond laat komt de loods het schip naar een plaatsje aan de steiger brengen. Kapitein Den Haan, voor wie de reis al veel te lang heeft geduurd („dit kost me allemaal hangeld") besluit snel olie en water te bunkeren en de boodschappen maar niet meer te doen. Hij wil binnen twee uur onderweg zijn naar Trinidad. Dat wordt pannekoeken eten, tenminste veertien dagen lang, voor Adriaan den Haan, Juriaan, Micke en Roger. Als ik over een gammel houten laddertje de laatste meters naar het beloofde land van Las Palmas in het donker afleg, is hun nautische avontuur nog lang niet ten einde.