Inloggen
VESTA - ID 6998

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1934
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5334262
Nat. Official Number: 74 Z APPING 1934
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity: 1 x 1,5 and 1 x 2 ton
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Scheepswerf 'Delfzijl' v/h Gebr. Sander, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 135
Launch Date: 1934-04-07
Delivery Date: 1934-06-04
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 120
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1667 Type C/D (270x340)
Speed in knots: 8
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 200.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 96.00 Net tonnage
Deadweight: 260.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 12537 Cubic Feet
Bale: 12000 Cubic Feet
 
Length 1: 38.25 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 35.74 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.69 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.34 Meters Depth, moulded
Draught: 2.36 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1934-06-04 VESTA
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Klaas Beck, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIFW

Date/Name Ship 1939-00-00 VESTA
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Klaas Beck, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIFW

Date/Name Ship 1943-08-17 VESTA DB 07
Manager: Kriegsmarine, Berlin, Germany
Eigenaar: Kriegsmarine, Berlin, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Berlin / Germany

Date/Name Ship 1946-01-00 VESTA
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Klaas Beck, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PIFW

Date/Name Ship 1951-08-06 FRAM
Manager: J. Mulder Cargadoorskantoor, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Gerrit Jan Mulder, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PEDM

Date/Name Ship 1953-02-16 CARPE DIEM
Manager: Firma J.J. Onnes, Cargadoors-, Scheepvaart- en Bevrachtingsbedrijf, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Erven Jan Buisman (Jantje Buisman-Van der Laan en Gebr. Jan en Aldert Buisman)., Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDJB

Date/Name Ship 1955-08-04 SONT
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Gruno, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Klaas de Vries, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PHPW

Ship Events Data

1934-06-04: NvhN 05-06-1934: Proefvaart m.s. VESTA. Op de Eems te Delfzijl vond gisteren de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorschip VESTA, gebouwd onder klasse Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart bij de NV. Scheepswerf „Delfzijl" v/h. Gebr. Sander te Delfzijl voor rekening van kapt. K. Beck te Groningen. Het schip heeft afmetingen als volgt: lengte over alles 35.50 M., breedte op de buitenkant van het grootspant 6.65 M., holte in de zijde 2.60 M. Het is groot netto 96.74 Reg. ton en bruto 199.63 Reg. ton. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een vier cylinder vier tact Bransmotor opgesteld: met een vermogen van 120 P.K. Verder bevindt zich hier een 6 P.K. Lister hulpmotor voor de aandrijving van lens-ballast-pomp, de compressor en de dynamo. Het laad en losgerei, dat aan de voorschriften van de Inspectie van Havenarbeid voldoet, bestaat uit een stalen mast en boomen en een dubbelwerkende motordeklier, die door een 6 P.K. Lister motor wordt gedreven. Deze motor kan tevens worden gebruikt bij het heffen der ankers. Het schip, dat is voorzien van een stroomlijn roer, behaalde een snelheid van 8 1/2 mijl en werd na de proefvaart met volle tevredenheid overgenomen. Het vertrok na de proefvaart van Delfzijl naar Groningen om aldaar carton te laden met bestemming Engeland.
1934-06-06: Op 06-06-1934 als VESTA, zijnde een motorschip, metende bruto 565.51 m3, liggende te Groningen, ten verzoeke van Klaas Beck, schipper, gedomicilieerd te Groningen, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk 74 Z APPING 1934 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan stuurboordzijde in de achterkant van de lichtkap motorkamer.
1935-09-02: NvhN 02-09-1935: Delfzijl, 31 Aug. Het motorschip “VESTA”, kapt. Beck, liep heden als bijlegger binnen. Het schip is beladen met kalizout op weg van Hamburg met bestemming Londen.
1936-01-23: NvhN 23-01-1936: Als bijlegger vertrokken van Terschelling naar Londen. Het schip was onder weg van Delfzijl naar Londen en vanwege het slechte weer als bijlegger afgemeerd te Terschelling.
1940-10-10: Door de Duitsers in beslag genomen.
1942-08-26: Met een lading hout van Skelleftea (Zweden ) naar Groningen onder Duits kommando, gestrand bij Brantevik. Na een deel van de deklading hout gelost te hebben kwam het schip weer vlot en kon de reis naar Groningen worden voorgezet.
1943-08-17: Overgedragen aan de Deutsche Kriegsmarine en hernoemd in 'DB 07'.
1945-05-00: Zwaar beschadigd teruggevonden in Hamburg. Naar Delfzijl gesleept en gerepareerd bij Scheepswerf Delfzijl Gebr. Sander en terug aan de eigenaar.
1948-02-10: De Tijd 10-02-1948: Nederlands schip op havenhoofd gelopen. De Nederlandse kustvaarder „VESTA" is Maandag, bij Saltend in de rivier de Humber op een havenhoofd gelopen toen het bij vliegend weer probeerde voor anker te gaan. Het anker sleepte bij een wind van over de 100 K.M per uur. De bemanning is aan boord gebleven. Maandagavond werden pogingen gedaan de „Vesta" vlot te krijgen.
1955-08-09: NvhN 09-08-1955: M.s. CARPE DIEM verkocht naar Ruischerbrug. Het motorkustvaartuig Carpe Diem van de rederij J. Buisman—v. d. Laan en A. en J. Buisman te Groningen is verkocht aan de heer K. L. de Vries te Ruischerbrug, die het schip onder de nieuwe naam SONT in de vaart zal brengen met als thuishaven Groningen. De Carpe Diem (ex-Fram en ex-Vesta) behoort tot het gladdektype en werd in 1934 gebouwd bij de scheepswerf Delfzijl Gebr. Sander te Delfzijl. Het deadweight bedraagt ca. 260 ton, terwijl in de machinekamer een 120 pk motor staat opgesteld.
1958-08-06: Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het aan de grond lopen van het motorschip Sont in de Botnische Golf benoorden Ostra Kvarken vuurschip. Het schip was beladen met telefoonpalen op weg van Yxpilla in Finland naar Lochem en was om 13.30 uur vertrokken. Van 16.00 tot 18.30 uur heeft het schip in dichte mist gevaren. Te 18.00 uur nam de bestman nam met een roerganger om 18.00 de wacht over van de kapitein. Eerst had men af en toe een mistvlaag, maar daarna werd het zicht goed. Om 20.00 uur nam de bestman enkele peilingen maar hij kwam tot de conclusie dat de richtingzoeker niet goed functioneerde; hij liet echter na de kapitein hiervan in kennis te stellen. Om 21.45 ging de roerganger naar beneden om te smeren en nam de bestman het roer over. Hij had nog maar even gestuurd, toen het zicht slecht werd, daarop zette hij de motor op langzaam. De bestman meende in het donker een schip te zien en drukte op de bel om de kapitein te waarschuwen. De kapitein kwam niet, de bestman vermoedt dat hij de bel, die in de gang hangt, niet gehoord heeft. Even later werd het iets helderder; de bestman meende dat hij een paar bomen zag. Hij zette de motor op achteruit maar tegelijkertijd stootte het schip. Op dat moment kwam de kapitein boven. Hij liet loden en wist dieper water te vinden en bracht daar de Sont ten anker. Door middel van lood en richtingzoeker stelde de kapitein de plaats van het schip vast. Het schip maakte geen water en toen de volgende dag de mist optrok is de reis voortgezet. Oordeel van de Raad is, dat het aan de grond lopen van de Sont te wijten is aan zowel aan de schuld van de kapitein als aan die van de bestman, de schuld van de kapitein weegt echter zwaarder omdat hij verzuimd had tijdens de reis naar Finland het kompas en het log te laten repareren, hoewel hij daartoe wel de gelegenheid heeft gehad. De Raad straft kapitein W. Beumer, wonende te IJsselmuiden, door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van veertien dagen. Bestman P.J. Busch, wonende te Ede wordt gestraft door het uitspreken van een berisping. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 18 juni 1959.
1959-01-07: Op 07-01-1959, tijdens de reis van London naar Rotterdam op 14 mijl van Hoek van Holland, waterlekkage opgelopen en onder begeleiding en pompassistentie van de “bergingsvaartuig “Dolfijn” 1953-82 BRT en de reddingboot “President Jan Lels” en de “RHD V” van Rijkshavendienst naar de Nieuwe-Waterweg gevaren.
Het Vrije Volk 07-01-1959: Lekke coaster SONT op eigen kracht binnen. (Van een onzer verslaggevers). De reddingboot Jan Lels en de sleepboot Humber gingen vanmorgen het zeegat, bij Hoek van Holland uit, nadat een noodsein werd ontvangen van de Groningse kustvaarder Sont. Het 200 ton metende en vijfentwintig jaar oude schip meldde, dat het een ernstige lekkage had. De eerste berichten spraken zelfs van zinkende toestand. Later bleek, dat het minder ernstig was dan men vreesde. De Sont (vier man aan boord) kwam op eigen kracht voor de Waterwegmonding, waar het bergingsvaartuig Dolfijn wachtte met pompgereedschap. Om twee uur kwam de Groninger, die intussen nog een loods aan boord genomen had, veilig binnen. De Humber en de Lels hadden het schip gemist, doordat het een te zuidelijke positie had opgegeven. De reddingboot kwam gelijk met de Sont de Waterweg op. De sleepboot Schelde, die reeds eerder in de morgen was uitgevaren, om hulp te bieden aan. een Engels schip, dat 100 mijl uit de kust in nood verkeerde, keerde eveneens onverrichter zake terug, maar kon in de Waterwegmonding de Sont assisteren. Het Engelse schip had hulp gekregen van een Engelse sleepboot.
De waarheid 07-01-1959: Nederlandse coaster in nood. Het Nederlandse kustvaart Sont verkeert op een mijl afstand van het lichtschip Goeree, ongeveer 20 mijl uit de kust, in nood. Het schip heeft geseind, dat het water maakt en heeft om hulp gevraagd. De Sont, die 200 brt meet, was weg naar Rotterdam. De sleepboot Humber en de reddingboot Jan Lels zijn uitgevaren.
De Tijd 08-01-1959: Kustvaarder SONT behouden binnen. Woensdag is de 200 ton metende Nederlandse Kustvaarder Sont ter hoogte van het vuurschip Goeree in moeilijkheden komen te verkeren. Er was een lek ontslaan, toen een stuk ijzer door het rollen van het schip een gat in de huid ramde. Het lek kon op zee voorlopig worden gedicht, maar toch werd voor alle zekerheid maar koers gezet naar Hoek van Holland. Met sleepboot Humber en het pompvaartuig Dolfijn langszij is de Sont 's middags de Nieuwe Waterweg binnengelopen op weg naar Rotterdam waar in de Merwehaven werd gemeerd.
NvhN 08-01-1959: „We hebben zwaar geluk gehad”. Coaster Sont veilig in Rotterdam, na lange nacht en spannende morgen. Machinist verhoogt contributie aan reddingsmaatschappij. (Van onze Rotterdamse correspondent) Na een verbeten strijd van tien uur, met het leven van zes mannen als inzet en een ruwe zee als tegenstander, kwam de kleine kustvaarder Sont, die vaart voor Scheepvaartbedrijf Gruno te Groningen, gistermiddag tegen tweeën voor de Nieuwe Waterweg. De pompboot Dolfijn van v. d. Taks Bergingsmij. bracht zijn slangen over en ging pompen. Het betekende de redding van het 200 ton metende scheepje, dat precies op het kritieke ogenblik hulp had gekregen in zijn bijzonder benarde positie. Een paar uur later meerde de Sont in de Merwehaven en daar maakte kok Chris Post uit Groningen vlug een stevige pot klaar. Het eten gaf de eerste rust na een bange nacht en spannende morgen. „We hebben zwaar geluk gehad . . ." was het enige commentaar. Loods aan boord. De avond tevoren waren zij van Londen vertrokken. In de ruimen een lading oud ijzer voor Rotterdam. Er stond een krachtige wind windkracht vijf tot zes — maar er was nog geen hoge zee. De regen joeg over het kleine schip. Zo ruw was het weer aldra geworden, dat het onmogelijk was de Engelse loods van boord te zetten. Hij moest mee naar Hoek van Holland.
Het coastertje klauwde, ondanks zijn 24 jaren, stug vooruit. Er dreigde nog geen gevaar. Tot tegen vier uur de nacht alarm werd gemaakt. Het scheepje maakte wat slagzij over stuurboord, niet veel, maar toch merkbaar. De ruimen werden onderzocht, de oorzaak werd niet gevonden. De pompen werden er op gezet, het water weggemalen.
..Lens" klonk het vroeg in de morgen, watervrij. Maar de slagzij werd ernstiger. Een nieuwe inspectie. Er een lek in de scheepswand gelagen zijn. In het achterruim stond een meter water. Weer werden de pompen aangezet. Door een samenspel van factoren was het onmogelijk water weg te pompen. Steeds dieper kwam het scheepje te liggen. Het kwam laag op de golven, het water steeg tot de randen van de gangboorden, steeds logger en moeilijker richtte de Sont zich uit de dieptepunten van de deining op.
Assistentie: Bij het vuurschip Goeree werd ter assistentie gevraagd. Moeizaam kroop de kustvaarder vooruit. Uren waren de bemanningsleden in touw geweest om wat van de lading van stuurboord- naar bakboordzijde te gooien. Een ton of twee ijzer werd verzet, het hielp iets, maar onvoldoende. Zou hulp op tijd komen ..? In Hoek van Holland ging geen seconde tijd verloren. De sleepboot De Schelde voer uit, de Humber volgde. Een miezerige regen maakte het zicht slecht, het werd een grauwe mist bijna. Ook de reddngboot President Jan Lels koos zee, op zoek naar een notedopje. Door een mispeiling voeren de schepen elkaar mis. Maar de coaster hield het nog zo lang het ging. Aan boord werd de reddingsloep in gereedheid gebracht. De schepen vonden elkaar tenslotte. De sleepboten bleven in de buurt, behoefden nog niet vast te maken. Op eigen kracht worstelde het schip verder, de bemanning met het veilige gevoel, dat in elk geval hulp nabij was, de President Jan Lels in het kielzog. Ze had er meer aan, dan aan de Panamees, die ze even tevoren waren tegengekomen en zelf kennelijk de weg kwijt was. Zo vreemd koerste het schip steeds op een ander kompas. Amper op tijd: Bij de gasboei, enkele mijlen buiten de waterweg, kwam de Dolfijn langszij, een pompschip, dat meteen de slangen overbracht naar de ruimen. Het was amper op tijd. Want op het ogenblik dat de Waterweg in zicht kwam ging de wind krimpen naar Noord. Tot nu toe had de Sont de zee en de wind mee gehad. De wind uit het noorden was veel harder, de brekers zouden dwars over het in nood verkerende vaartuig komen aanstormen. De Sont was te zwaar geworden, te log en moeilijk wendbaar om deze slagen nog te kunnen trotseren. Het zou het einde hebben betekend. Het werd geen einde. Stijf tegen de Dolfijn aan en geëxcorteerd tot De Hoek door sleepboten en reddingboot en verder door een boot van de havenpolitie koerste de Sont de Waterweg op. De pompen joegen het water uit de ruimen, het schip werd lichter, het gevaar week. Na een dik uur was de waterlast — de stuurman schatte dat het een 500 kubieke meter was geweest — weggepompt. De ruimen konden worden onderzocht en nu pas bleek de juiste toedracht, een oorzaak, die de bemanning wel had vermoed. Brok ijzer: Van de lading was door het schommelen een brok ijzer in beweging gekomen en had een scheur in de scheepswand gemaakt, waardoor het water binnenstroomde. Het was een betrekkelijk klein lek — niet groter dan een centimeter of vier — maar het had fataal kunnen zijn. De mannen van v. d. Tak hebben het scheurtje afgestopt. De pompboot bleef in de buurt tot de Sont veilig in de Merwehaven afmeerde, waar zo vlug mogelijk met de lossing zou worden begonnen. Het was het einde van een bange en avontuurlijke reis. Kapitein K. de Vries uit Overschie was blij zijn schip — sinds 3½ jaar zijn eigendom — veilig voor de kade te hebben. Het was de derde maal, dat de 40-jarige kapitein op een zeereis in moeilijkheden was geraakt. Tijdens de oorlogsjaren moest hij tweemaal een schip verlaten, eenmaal op de Noordzee en een maal in de Oostzee. Stuurman P. J. Busch uit Ede (25 jaar) kon nog geen hap door de keel krijgen, al had de 19-jarige kok Chris Post uit Groningen er nog zo zijn best op gedaan. De meeste indruk op de machinist W. P. de Poel uit Opende (Gr.), een 20-jarige knaap, die alles uit zijn motor heeft gehaald wat er inzat, had gemaakt, dat de President Jan Lels er zo vlug bij was geweest. „Ik ga meteen mijn vrijwillige contributie verhogen". Voor de 20-jarige matroos L. F. D. H. van Buren uit IJmuiden was het de tweede reis buitengaats geweest.
1959-10-05: In het Kielerkanaal in aanvaring gekomen met het Argentijnse s/s 'Artillero'. Ze was onderweg van Rauma (Finland) naar Colchester (Engeland) met een lading hout. Na inspectie kon de reis worden voortgezet.
1960-01-25: Op 25-01-1960, tijdens de reis van Grangemouth naar Antwerpen, terug gekeerd te Grangemouth met machineschade. 26-01-1960, na reparaties, wederom vertrokken naar Antwerpen.
1962-03-10: Op 10-03-1962 in aanvaring met de Nederlandse kustvaarder ‘ZANZIBAR” 1954-387 BRT, die in dichte mist ten anker
lag op de rede van Gravesend Reach. Beide schepen lichte boegschade opgelopen.
1964-01-13: Leeuwarder courant 13-01-1964: Gezagvoerder brak ruggegraat na val. De kapitein van de 200 ton metende Nederlandse kustvaarder SONT, Christiaan de Vries heeft gisteren zijn ruggegraat gebroken nadat hij in het ruim van zijn schip was gevallen, aldus heeft de politie in St. Helier op het eiland Jersey meegedeeld. Drie uur later viel het Portugese bemanningslid Manuel Oliveiro eveneens in het ruim, waarby bij een been brak. Kapitein De Vries (53) is afkomstig uit Terneuzen.
De Telegraaf 14-01-1964: Scheepskapitein valt in eigen ruim. Van een onzer verslaggevers : Groningen, maandag . In de haven van St. Helier op het Britse kanaaleiland Jersey is zaterdagavond de 53-jarige afloskapitein Chris de Vries van de Groningse kustvaarder „SONT" — 200 ton — uit het gangboord van zijn schip in het ruim gevallen. Met letsel aan de rug is kap. De Vries, afkomstig uit Terneuzen, opgenomen in het ziekenhuis van St. Helier. Verwacht wordt, dat kapitein De Vries het ziekenhuis over 10 dagen weer zal kunnen verlaten. Dezelfde avond viel ook de 37-jarige Portugese matroos Manuel Oliveiro uit het gangboord van dc „Sont" in het ruim. Hij liep kneuzingen op aan belde benen. Hij is in het ziekenhuis van St. Helier behandeld, maar kon daarna weer naar zijn schip worden teruggebracht. Kapitein-eigenaar K. de Vries uit Groningen — geen familie van de afloskapitein — die wegens ziekte enkele reizen aan wal was achtergebleven, is vanmorgen uit Groningen naar Jersey vertrokken om zelf weer het commando over zijn schip op zich te nemen.
1964-10-16: NvhN 16-10-1964: Groninger kustvaarder bij Breskens gestrand. De Nederlandse kustvaarder SONT, met thuishaven Groningen en onderweg van Duinkerken naar Antwerpen is vanmorgen om kwart over zeven voor de kust bij Nieuwe Sluis op zes kilometer van Breskens, in een vrij zware storm, op een vooruitstekend stuk strand gelopen. Een viertal bergingsvaartuigen is uitgevaren, waaronder de Temar 3, waarmee de verzekering van het schip tot een akkoord zou zijn gekomen. De sleepboten kunnen het schip evenwel niet bereiken doordat het de wind in de rug heeft. Aan boord van het 200 ton metende schip bevinden zich 4 bemanningsleden, onder wie de kapitein-eigenaar Kl. de Vries. Deze lopen geen gevaar. Men verwacht dat het schip bij hoog water zelf los zal komen. Het noodverkeer is inmiddels gestaakt.
Het Vrije Volk 16-10-1964: Coaster SONT gestrand bij Nieuwesluis. (Van een onzer verslaggevers) Het Nederlandse kustvaardertje Sont (199 brt.) is vanmorgen bij Nieuweschans in Zeeuws-Vlaanderen op het strand geworpen. Het scheepje, eigendom van de Groninger K. de Vries, zit tussen twee kribben en heeft het in zware zeeën hard te verduren. Er is een bemanning van vier koppen aan boord. De Belgische sleepboot Scaldis, het Rotterdamse bergingsvaartuig Zeeleeuw en de Vlissingse sleper Temi 3 zijn naar de Sont uitgevaren. Voorlopig is alleen de hulp van de Temi 3 door de kapuitein geaccepteerd. De reddingboot President Weersma uit Breskens kon spoedig na aankomst vertrekken. Men hoopte de Sont tegen de avond bü hoog water weer vlot te krijgen. Direct gevaar zou er voor het schop niet bestaan, hoewel de kans niet is uitgesloten dat het schip toch nog op het paalhoofd terecht komt. De Sont is een dertig jaar oude coaster. Het schip werd indertijd te water gelaten als Vesta. Daarna heeft het ook nog als Fram en als Carpe Diem gevaren.
Leeuwarder courant 17-10-1964: Kustvaarder gestrand op Westerschelde; De Groninger kustvaarder „SONT" (199 ton), die op weg was van Duinkerken naar Antwerpen, is gistermorgen om kwart over zeven op de Westerschelde op zes kilometer ten westen van Breskens in een vrij zware storm omhoog gelopen. Het schip zit op een vooruit stekend stuk strand en is on bereikbaar voor sleepboten. Hoewel de golven dwars over het schip sloegen, zijn de vier opvarenden aan boord gebleven. Gistermiddag bij laag water, toen het schip vrijwel droog kwam te liggen, zou men nagaan of de palen in het strand de bodem hebben beschadigd.
NvhN 19-10-1964: Groninger coaster nu vlot getrokken. De SONT, de Nederlandse kustvaarder met thuishaven Groningen die, zoals gemeld, vrijdagochtend op 6 km van Breskens in vrij zware storm strandde, is zaterdagavond door de sleepboten Temar 2 en Temar 3 bij hoog water vlot getrokken. Het schip is voor onderzoek , naar Vlissingen gebracht, de thuishaven van de beide sleepboten. Aanvankelijk vreesde men dat het schip beschadigd zou zijn, omdat in de buurt ervan palen van een beschoeiing werden gevonden. Men vermoedt nu echter dat de schade wel beperkt zal zijn. De vier bemanningsleden van de 200 ton metende coaster, onder wie kapitein-eigenaar Kl. de Vries uit Rotterdam, zijn allen ongedeerd en het schip maakt geen water. Opm.: Op 19-10-1964, na uitgevoerde inspecties, reis naar Antwerpen vervolgd.
1965-05-08: Friese koerier 08-05-1965: Brug bleek sterker dan stuurhut. Leeuwarden—De brug over het Van Harinxmakanaal in Leeuwarden-zuid bleek vrijdagmiddag sterker dan de stuurhut van een coaster. Om half drie naderde uit oostelijke richting de 199 ton metende coaster “SONT” van de heer Klaas de Vries uit Rotterdam de brug. De 32-jarige kapitein W.F.van der S. gaf van z'n 150 meter afstand een geluidssignaal voor de brugwachter, maar die kon de brug niet omhoog draaien omdat er reparatiewerkzaamheden aan werden verricht. De kapitein verkeerde in de veronderstelling dat de brug niet omhoog ging, omdat zijn schip er wel onderdoor kon. Pas op enkele meters afstand bemerkte hij dat het niet kon. Een botsing was toen echter al onvermijdelijk. De scheepshoorn, die boven op de stuurhut stond, kwam in aanraking met de brug. De hoorn, die kennelijk stevig was bevestigd, bleef op zijn plaats zitten, maar de stuurhut niet. De hele houten bovenbouw werd naar achteren geveegd en werd volkomen vernield. Ook het hoogtelicht van de brug werd vernield. Het scheepvaart verkeer ondervond geen stagnatie.
1968-10-09: Final Fate:
Verkocht aan Metaalmaatschappij 'Robeloo' N.V., Vlaadingen, op 21 januari 1970 aan N.V. C.J. Neeven & Zonen, Lekkerkerk en op 21 mei 1971 aan Johannes Gouwens, Krimpen a/d/ IJssel Deze verkocht het schip die zelfde dag door aan N.V. Metaalhandel en Sloopwerken H.P. Heuvelman, Krimpen a/d Lek, die het ook dezelfde dag alweer doorverkocht aan Philippus Johannes Simons (Fa. Simons Gritstraal- en verfbedrijf), die het bij het Kadaster als binnenschip liet registreren met brandmerk 4392 B GRON 1971. In gebruik als werkschip in Rotterdam en omstreken. Daarna in het Kadaster doorgehaald met de opmerking: afgedaan.

Gezagvoerders

Familiegegevens en opleiding

 

Gerrit Jan werd geboren op 23 juli 1923 te Groningen als z.v. Roelf Mulder (1885- 1963) en Annechiena Annetta Klugkist (1889-1977).

Gerrit Jan trouwde op 25 febr. 1949 met Trientje Temmen –geb. 13.06.1925 – d.v.

Zij overleed op 25 juni 1999.

 

 

Kinderen

Henderkina Annetta

Annetta Henny

 

De schepen van de kapitein

 

·   1949 – 1951 van het m.s. SWIFT – geb. in 1926

·   1951 – 1953 van het m.s. FRAM – geb. in 1934

·   1953 – 1957 van het m.s. SWIFT – geb. in 1953

 

Overige bijzonderheden

Gerrit Jan ging in 1957 aan de wal en werd later nautisch expert bij het expertisebureau Geska in Groningen.

Verder nam hij nog deel in participaties in de twee koelschepen ANTARCTIC en ADRIATIC.

 

Zie ook het boek: De Schippers Mulder – hun schepen en hun stamboom – door G.J. Mulder.

Mei 2002.    Uitgeverij Pirola - ISBN 90 6455 389 0 

 

Datum vanaf: 1951
Kapitein: MULDER, GERRIT JAN

Afbeeldingen


Omschrijving: Vesta 1934
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Vesta 1934
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: 'Carpe Diem' (ex 'Vesta')
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: 'Sont' (ex 'Vesta')
Gemaakt door: Clarkson, John

Omschrijving: Sont 1934 ex Carpe Diem ex Fram ex Vesta.
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: Sont 1934 ex Carpe Diem ex Fram ex Vesta gestrand in 10-1964.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Stranding

Omschrijving: Sont 1934 ex Carpe Diem ex Fram ex Vesta gestrand in 10-1964.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Stranding