1902
NNO 300702
Delfzijl, 29 juli. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Holtenau.
NNO 040902
Hamburg, 1 september. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Rendsburg.
1903
NVEC 080803
Delfzijl, 6 augustus. Zeilklaar VERTROUWEN, Karssies naar Altona.
NVEC 260903
Delfzijl, 23 september. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Hamburg.
1904
DMB 220304
Delfzijl, 19 maart. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies van Zaandam naar Flensburg.
NVD 271004
Delfzijl, 25 oktober. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Hamburg naar Akkrum.
1905
NNO 090305
Delfzijl, 8 maart. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Wilhelmshaven.
NPGC 311005
Delfzijl, 28 oktober. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Bremen naar Munster.
1906
DMB 030406
Delfzijl, 31 maart. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Hooksiel.
NVD 130906
Delfzijl, 11 september. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Harburg naar Akkrum.
1907
NPGC 240507
Hamburg, 20 mei. Aangekomen VERTROUWEN, Karssies van Gluckstadt.
NVD 121007
Delfzijl, 10 oktober. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Rendsburg.
1908
NNO 280408
Delfzijl, 27 april. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Varel.
NPGC 301008
Delfzijl, 28 oktober. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Hamburg.
1909
NNO 190209
Delfzijl, 18 februari. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Emden.
NPGC 140909
Delfzijl, 10 september. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Wilhelmsburg.
1910
NVEC 250310
Harburg, 30 april. Aangekomen VERTROUWEN, Karssies van Kampen.
DMB 171010
Holtenau, 13 oktober. Gepasseerd VERTROUWEN, Karssies van Straalsund naar Geestemünde.
1911
RN 170211
De tjalken VERTROUWEN, schipper Karssies en DRIE GEBROEDERS, schipper Post, vertrokken 14 februari van Emden naar Rotterdam.
NNO 111011
Delfzijl, 11 oktober. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Norderney.
1912
NNO 210312
Delfzijl, 22 maart. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Hamburg.
NVEC 011012
Delfzijl, 27 september. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Harburg naar Leeuwarden.
1913
NVEC 160413
Delfzijl, 15 april. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Holtenau.
NVEC 241013
Delfzijl, 22 oktober. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Neufeld naar Rotterdam.
1914
NVD 160414
Delfzijl, 14 april. Uitgezeild VERTROUWEN, Karssies naar Juist.
NPGC 071114
Delfzijl, 5november. Binnengekomen VERTROUWEN, Karssies van Hamburg.
1919
NNO 200619
Zeilvaart. Amsterdam, 19 juni. VERTROUWEN, Schrage naar Saxkjöbing.
DMB 181119
Kopenhagen, 12 november. Aangekomen VERTROUWEN, Schrage van (niet vermeld).
1920
DMB 120620
Delfzijl, 12 juni. Binnengekomen VERTROUWEN, Schrage van Hernösand naar Groningen.
NNO 141020
Delfzijl, 13 oktober. Uitgezeild VERTROUWEN, Schrage naar Thisted.
1921
DMB 010821
Gefle, 20 juli. Vertrokken VERTROUWEN, Schrage naar Kopenhagen.
GRC 291121
Hamburg, 23 november. Uitgezeild VERTROUWEN, Schrage naar Randers.
1922
RN 010422
Holtenau, 23 maart. Gepasseerd VERTROUWEN, Schrage van Samis naar Hamburg.
DMB 021122
Kopenhagen, 30 oktober. Binnengekomen VERTROUWEN, Schrage van Veile.
1923
DTRE 080323
„De Zeepost" meldt: „VERTROUWEN". (Hamburg, 6 maart). De Nederlandsche tjalk VERTROUWEN, met ijzer naar Aarhuus derwaarts bestemd, is 3 dezer te Kiel binnengesleept met schade aan de bodem. Het schip heeft bij laatstgenoemde plaats aan de grond gezeten.
AH 220423
Raad voor de Scheepvaart.
De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de stranding van het tjalkschip "VERTROUWEN" op 16 Januari j.l. op de Duitsche kust bij de Kieler Bocht. Het onderzoek liep mede over de vraag of het ongeval was te wijten aan de schuld van den schipper. Deze verklaarde, dat de tjalk met twee koppen was bemand. Op de bewuste reis kwam het schip van de Noorsche kust, beladen met oud ijzer en ging naar Hamburg. Het schip lag dieper dan het watermerk toeliet. Tot in de Kleine Belt ging alles goed. Daar werd de wind vrij sterk. Hij liep door het Noorden naar het Oosten. Het weer werd slechter. Het bleef echter goed zicht. De schipper koerste voorbij de Kleine Belt naar het Zuider. Benoorden Schiemunden had hij tot twee uur in den namiddag van 16 Januari het laatst de kust gezien. Hij bleef voortdurend aan dek. Hij en de stuurman bedienden om beurten het roer. Op het kompas werd naar het Zuiden gevaren. Waarschijnlijk is echter, door de ijzerlading, het kompas gaan afwijken. Om vijf uur namiddag werd opnieuw land waargenomen. Het was inmiddels donker geworden en de vuren werden ontstoken. De schipper zag een licht, dat hij voor den toren van Bulk hield. Spoedig echter bemerkte bij, dat het een ander licht was. Terwijl de schipper even naar de kaartenkamer was, om een kaart te halen, teneinde de positie te kunnen vaststellen, liep het schip vast. Het bleek- in de branding te zitten. De schipper stak vuurpijlen af on is daarna met een sloep naar de kust gevaren; De lading is later uit de tjalk gehaald. Het vaartuig heeft vier weken vast gezeten en is daarna naar Kiel gesleept om te worden gedokt. De plaats waar de schipper was terechtgekomen, was bij Oldenburg. De schipper meende, dat het ongeluk alleen een gevolg is, van de afwijking van het kompas.
ON 170423
Delfzijl, 16 april. Binnengekomen VERTROUWEN, Schrage van Schans.
1924
Op 8 mei van het jaar 1924 strand nabij de Deense kust van het tjalkschip NAVIGATOR.
ON 050924
Harburg, 28 augustus. Binnengekomen NAVIGATOR, Salomons van Hamburg.
GD 161224
Svendsborg, 11 december. Aangekomen NAVIGATOR, Salomons van Hamburg.
1925
DMB 150225
Arrivementen: NAVIGATOR, Salomons,12 februari, te Kopenhagen.
DAP 011025
De Raad stelde voorts een onderzoek in naar de oorzaak van het stranden nabij de Deense kust van het tjalkschip NAVIGATOR, op 8 mei van het jaar 1924, De schipper en eigenaar van de NAVIGATOR, als getuige gehoord, verklaarde dat hij met zijn schip dat met rioolbuizen geladen was, op 7 mei van het vorig jaar van Hogana (Zweden) naar Randers (Denemarken) vertrok. Aan boord bevonden zich tevens des schippers vrouw, een circa 20-jarige stuurman en een 19-jarige kok-stuurman. Te 11 uur des avonds passeerde het licht van Fomas (aan de Deense kust) op 3 mijl afstand. Het zicht was tamelijk, het weer vrij slecht. Te middernacht kroop de wind op tot Oost, kracht 4. Om half één van de 9de mei werd het licht van Knudshoved gepasseerd. Vanaf Fornas had gestuurd- N.W. magneet. Na het passeeren van Knudshoved verminderde getuige vaart. Getuige’s koers liep tussen Tangenbank en de vaste wal Te 1 uur 30 voormiddag ging het licht van Knudshovéd wit uit het gezicht in peiling Z.O. magneet. Een ogenblik daarna stootte het schip. Hetzelfde moment zag getuige branding op bakboordsboeg. Getuige gaf stuurboordsroer, doch slaagde er niet in vrij te komen. Later bleek dat het schip op Stavns Hoved vast zat. Te 10 uur des morgens is de NAVIGATOR door twee motorvaartuigen vlot gesleept De Raad zal later uitspraak doen.
14-11-1925
No. 75 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart betreffende:
De stranding van het tjalkschip NAVIGATOR op de Deensche kast. Op 8 mei 1924 is het tjalkschip NAVIGATOR op de kust van Denemarken op Stavns Hoved gestrand. Overeenkomstig het voorstel van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart besloot een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, dat deze de oorzaak van de ramp zou onderzoeken, welk onderzoek plaats vond in 's Raads openbare zitting van 30 september 1925. Gehoord werd onder ede Harm Salomons, wonende te Gasselternijveen, schipper van de NAVIGATOR. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig door de scheepvaartinspectie ingesteld onderzoek. Uit een en ander is de Raad het navolgende gebleken: Het zeiltjalkschip NAVIGATOR, in eigendom toebehorende aan de schipper, groot 83,67 bruto reg. ton en 67,08 netto reg. ton. vertrok op 7 mei 1924 met een lading rioolbuizen van Hoganas met bestemming naar Randers in Denemarken. Het schip lag vóór 6' 3", achter 5' 2". Aan boord waren de schipper met zijn echtgenote, de stuurman en een matroos. Des avonds om 11 uur passeerde men het licht van Fornaes op een afstand van ongeveer 3 mijl. Het was regenachtig weer, wind O.Z.O., tamelijk zicht. Van Fornaes af stuurde de schipper N.W. (magn.); bij het stellen van zijn koers rekende de schipper niet op drift, daar hij de wind nagenoeg recht van achteren had, terwijl hij meende na Fornaes geen last te hebben van de stroom, oordelend, dat de stroom om de Noord liep, omdat hij had bemerkt, dat bij het uitgaan van de Sont ook een noordelijke stroom liep. Alle zeilen stonden bij, behalve de jager en de kluiver. Te middernacht kromp de wind tot Oost, kracht 4. Om half één des nachts werd het licht van Gjerrild gepasseerd; het was toen af en toe dik van regen; de afstand van het licht van Gjerrild was niet te bepalen. Voortdurend werd het lood gaande gehouden; men loodde 5,5 a 6 vadem. De piek werd neergelaten en de hals hoog opgehaald. Nadat men Knudshoved voorbij was, veranderde de schipper, die tussen Tangenbank en de vaste wal wilde doorgaan, de koers in W. 3 / 4 N. (magn.); het kompas op de NAVIGATOR heeft op westelijke en noordelijke koersen geen afwijking. Steeds werd 5,5 a 6 vadem gelood. Bij het looden bemerkte de schipper echter, dat het schip in N.W. richting dreef; het licht van Gjerrild verdween. Bevreesd op Tangenbank te geraken, zette hij het zeil over stuurboord, met de koers W. t. Z. Even daarna stootte de NAVIGATOR en op hetzelfde ogenblik zag men branding op B.B.-boeg. De schipper gaf S.B.-roer en zette alle zeilen bij, maar het lukte niet vrij te komen. Het slothout brak en het roer werd uit de vingerlingen gelicht. Het schip bleef echter droog; toen de regen wat geminderd was, zag men het licht van Gjerrild weder en bleek er dat men zich bevond in den groene sector en op Stavns Hoved gestrand was. Om 10 uur voormiddags kwam men, nadat een tweetal motorvissersvaartuigen met hun schroeven het zand onder de NAVIGATOR hadden weggemaaid, met behulp van het anker vlot. Zonder bezwaar werd Randers bereikt. De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de ramp moet worden geweten aan het slechte weer en het slechte zicht. De schipper had echter eerder voor anker moeten gaan en de dageraad moeten afwachten; daartoe was, met het oog op de ongunstige weersgesteldheid, alle aanleiding; de schipper beweerde wel, dat er naar zijn mening te veel deining stond om te ankeren, maar in aanmerking genomen kracht en richting van de wind, kan de Raad deze mening niet als juist aanvaarden (opm:bekort)
ON 091225
Delfzijl, 7 december. Binnengekomen NAVIGATOR, Salomons van Hamburg.
1926
NPGC 020326
Delfzijl, 27 februari. Uitgezeild NAVIGATOR, Salomons naar Bremen.
DMB 220326
Delfzijl, 19 maart. Binnengekomen NAVIGATOR, Salomons van Bremen met cement.
>