1899
SV 220899
Delfzijl, 21 Aug. Alhier ligt zeilklaar de nieuwe tjalk TJITSKIENA, kapt. J. Klugkist, met meel voor Hamburg bestemd. Het schip is circa 100 tons groot. Genoemde reder-gezagvoerder heeft vroeger bevaren de tjalk GRATITUDE, die thans verkocht is aan kapt. Oldenburger, en voorloopig voor de binnenvaart wordt gebezigd.
WIN 191099
Vlieland, 17 oktober. Binnengekomen TJITSKIENA, Klugkist van Fehmarn.
1900
PGC 110400
Bremerhaven, 9 april. Het Groninger tjalkschip TJITSKIENA, kapt. H. Klugkist, van Bremen naar Wismar bestemd, is met verlies van anker en ketting uit zee teruggekeerd en ligt ter rede geankerd.
NVD 061100
Vlie, 3 november. Binnengekomen TJITSKIENA, Klugkist van Fehmarn.
1901
NGRC 010401
Delfzijl, 29 maart. Uitgezeild TJITSKIENA, Klugkist naar Lubeck.
NNO 081201
Hamburg, 5 december. Binnengekomen TJITSKIENA, Klugkist van Bornholm.
1902
NGRC 010302
Altona, 27 februari. Uitgezeild TJITSKIENA, Klugkist naar Oldenburg.
NNO 111202
Hamburg, 8 december. Uitgezeild TJITSKIENA, Klugkist naar Denemarken.
1903
NNO 200103
Holtenau, 15 januari. Binnengekomen TJITSKIENA, Klugkist van Kolding.
NGRC 141103
Harburg, 11 november. Uitgezeild TJITSKIENA, Klugkist naar Akkrum.
1904
NGRC 070404
Vlieland, 5 april. Zeilklaar TJITSKIENA, Klugkist naar Libau.
PGC 161104
Bremerhaven, 14 november. De Groninger tjalk TJITSKIENA, kapt. J. Klugkist, met gerst van Stralsund naar Rotterdam, in de jongste storm de Weser binnengelopen, is bij Wedderwarden aan de grond geraakt, doch niet gevaarlijk.
PGC 091204
Bremerhaven, 7 december. De voor enige tijd nabij Weddewarden gestrande Nederlandse tjalk TJITSKIENA is, na een gedeelte der lading gelost te hebben, door de sleepboot UNTERWESER 1 vlot- en in de haven gesleept. Het schip, dat voor Rotterdam bestemd was, is dicht gebleven.
1905
NVD 300305
Vlie, 28 maart. Uitgezeild TJITSKIENA, Klugkist naar Hamburg.
NVD 171105
Brunsbuttel, 15 november. Gepasseerd TJITSKIENA, Klugkist van Hamburg naar Sleeswijk.
1906
NPGC 060106
Hamburg, 3 januari. Uitgezeild TJITSKIENA, Klugkist naar Rotterdam.
NNO 211206
Holtenau, 18 december. Binnengekomen TJITSKIENA, Klugkist van Kiel.
1907
NPGC 120307
Hamburg, 7 maart. Aangekomen TJITSKIENA, Klugkist van Rendsburg.
NVD 221007
Amsterdam, 19 oktober. Uitgezeild TJITSKIENA, Klugkist naar Ruhrort, restlading.
1908
NPGC 270308
Hamburg, 24 maart. Binnengekomen TJITSKIENA, Klugkist van Helgoland.
PGC 220408
Amsterdam, 11 april. Uit Helgoland wordt geseind dat door de reddingboot van het station aldaar 8 man van de Ned. tjalk BROEDERTROUW en 6 man van de Ned. tjalk TJITSKIENA gered zijn. Nadere bijzonderheden ontbreken.
RN 301108
De ijzeren en stalen tjalk TJITSKIENA, kapt. Klugkist, vertrok 26 november van Hadersleben naar Rotterdam.
1909
NNO 250409
Holtenau, 20 april. Gepasseerd TJITSKIENA, Klugkist van Groningen naar Randers.
NPGC 231109
Holtenau, 18 november. Binnengekomen TJITSKIENA, Klugkist van Kraegenaes
PGC 161209
Ameland, 15 december. Gister strandde alhier op het Bornrif het Nederlandse tjalkschip TJITSKIENA, schipper J. Klugkist, van Hamburg naar Koog aan de Zaan met mais. De opvarenden (opm: de schipper met 2 kinderen, de stuurman een een matroos) werden allen gered door de reddingsboot. Het schip is hoogstwaarschijnlijk verloren.
NRC 191209
Ameland, 17 december. De TJITSKIENA heeft roer en beide zwaarden verloren, doch maakt nog geen water. Men is heden aan boord en tracht door lading te werpen het vaartuig vlot te brengen. Het weer is gewilliger, zodat de kans op behoud van het schip verbetert.
RN 271209
Ameland, 21 december. Met het laatste stormachtige weer is meest al het houtwerk uit het schip TJITSKIENA geslagen en zit het, met vloeiend water, geheel onder. Van de inventaris en lading is niets geborgen. Enig wrakhout van genoemd schip is door de strandvonder geborgen.
1910
AH 080110
Uitspraak Raad voor de Scheepvaart (bijvoegsel Staatscourant)
Raad voor de Scheepvaart. De Raad behandelde daarop de zaak van het tjalkschip TJITSKIENA, kapitein J. Klugkist, schipper te Groningen. De TJITSKIENA was op reis van Hamburg naar Koog a.d. Zaan, geladen met 160.000 kg. maïs. Het was het eigendom van de schipper, die het 10 jaar geleden had laten bouwen voor NLG 11.000 en het voor 16.000 Mark had laten verzekeren.
De 27e november vertrok het schip van Hamburg. Te Cuxhaven werd binnengegaan wegens tegenwind. Volledige kaarten waren aan boord en de kapitein, die de reis reeds meerdere malen maakte, kende de weg uitstekend. Tot 13 december bleef men in Cuxhaven. Men passeerde ‘s avonds omstreeks half negen, ter hoogte van Wangeroog, met oost-zuid-oostelijke wind sloeg toen het zeil over en brak de giek middendoor. Deze giek, die nog maar vijf jaar oud was, werd toen verkort. Er werd een rif gestoken en later nog een rif. Dat met korter zeil gevaren moest worden, hinderde wel enigszins in de bewegingen. Men kon de Eems niet binnen varen zonder enige assistentie. Des middags om 1 uur van de 14e stootte het schip op een voorwerp, later stootte het nog eens weer en toen bleef het zitten op de buitenkant van het Bornrif bij Ameland. Men peilde toen goed 3½ vaam water. Men was genoodzaakt een noodsein op te zetten. Om half vier kwam toen van Ameland een reddingsboot. Eerst stak men beide ankers met kettingen voor de TJITSKIENA en toen gingen vijf personen over op de reddingsboot. Tegen donker waren deze personen aan land.
De schipper verklaarde ter zitting, dat hij nimmer als kapitein of stuurman had dienst gedaan op enig schip boven de honderd ton. Daar hij ééns een reis als uitkijk naar Kopenhagen had meegemaakt, bezat hij een diploma voor de grote vaart.
Het onderzoek werd ingesteld om te onderzoeken of de ramp is te wijten aan enige nalatigheid van schipper Klugkist. Behalve de kapitein werden in deze zaak nog twee getuigen gehoord. Getuige Jan Stienstra, stuurman van beroep, verklaarde, dat het hem verbaasd had, hoe bij voortdurende koersverandering telkens minder water wordt gelood, ten slotte zelfs niet meer dan 2½ vadem. Voor het overige gedeelte volhardt deze getuige bij de scheepsverklaring, evenals de tweede getuige, de matroos R. Nijveen. Uitspraak volgt later.
>