Inloggen
TINDA - ID 6566

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1938
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
Nat. Official Number: 1843 Z GRON 1938
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. van Diepen, Waterhuizen, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 831
Launch Date: 1938-04-02
Delivery Date: 1938-05-18
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 195
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 5717, 9 7/16-14 3/16
Speed in knots: 9
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 281.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 126.00 Net tonnage
Deadweight: 330.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 17000 Cubic Feet
Bale: 16000 Cubic Feet
 
Length 1: 40.40 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 38.26 Meters Registered
Beam: 7.04 Meters Registered
Depth: 2.68 Meters Depth, moulded
Draught: 2.44 Meters Registered
Ship History Data

Date/Name Ship 1938-05-28 TINDA
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: David Veenma, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PHZR

Ship Events Data

1938-04-13: NvhN 13-04-1938: Waterhuizen. Van de Scheepswerf van Gebr. v. Diepen werd met goed gevolg te water gelaten het m.s. „TINDA", in aanbouw onder toezicht van The British Corporation voor kapt. D. Veenma te Groningen. Het heeft de afmetingen 37 X 7 X 2,85 M„ meet 300 ton.
1938-05-19: Op 19-05-1938 als TINDA, zijnde een motorvrachtschip, groot 791.36 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 13-05-1938 no. 5645, liggende te Ruischerbrug, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1843 Z GRON 1938 op het achterschip aan stuurboordzijde zijde in achterkant ingang op verhoogd dek.
1938-05-19: NvhN 19-05-1938: Delfzijl. Op de Eems vond de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe m.s. TINDA, gebouwd op de werf van de Gebr. van Diepen te Waterhuizen voor rekening van kapt. D. Veenma te Groningen, onder klasse British Corporation en Scheepvaart-Inspectie, gr. kustvaart. Het heeft afmetingen van 37.50X7X2.85 M. met een d.w. van 340 ton. Netto inhoud 122 en bruto 279 Reg. ton. In de motorkamer is voor de voortstuwing een twee-tact Brons motor geplaatst met een vermogen van 195 p.k. Verder staat hier een Deutz motor van 8 p.k. als hulpmotor voor het aandrijven van de pompen en de compressor. Twee lieren worden gedreven door een Deutz motor van 8 p.k. De ankerlier wordt aangedreven door een Deutz motor van 8 pk. De proefsnelheid bedraagt 10 mijl.
1939-01-08: RN 090139 Kopenhagen, 8 jan. Het Ned. m.s. TINDA, met 300 ton ijzeren platen van Hamburg naar Gothenburg, is op Asnaes gestrand. Met Svitser’s Bergingsbedrijf is contract gemaakt. Een bergingsvaartuig is onderweg naar de strandingsplaats.
RN 110139 Londen, 10 januari. Het reeds gemelde Nederlandse motorschip TINDA is met behulp van een Svitzer's bergingsvaartuig vlot gekomen en naar Kalundborg gebracht. Inmiddels heeft het schip de reis naar Gothenburg voortgezet. Het heeft bodemschade.
1941-00-00: Door de Duitsers in beslag genomen en voer op de Kanaaleilanden. In augustus 1944 door de Duitse bemanning op de Franse kust gezet en verlaten. September 1945 vlotgebracht, naar Duinkerken gesleept en opgelegd. 18 Oktober 1945 naar Rotterdam gesleept voor reparatie.
1951-09-23: Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het aan de grond lopen van het motorschip Tinda bij Söderhall in de Stockholmer Scheren tijdens reis van Skönvik naar Amsterdam, toen het zonder loods door de Stockholmer Scheren voer. Ongeveer zeven uur later kwam het met behulp van de Nederlandse coaster Regina vlot. Oordeel van de Raad is dat het aan de grond lopen van het motorschip Tinda op de rotsen nabij Söderhall het gevolg is van een vergissing van de met de navigatie belaste stuurman van der Leest. Toen deze nog eens wilde controleren hoe Söderhall moest worden gepasseerd, keek hij naar het volgende vuur Röko op de kaart en gaf daarom s.b.-roer, terwijl Söderhall juist aan stuurboord moest worden gehouden. De Raad heeft de indruk, dat deze vergissing van de stuurman een geheel op zich zelf staand feit is en niet het gevolg van onkunde, zodat er geen aanleiding is om voor te stellen de hem verleende dispensatie in te trekken, maar dat een lichte correctie voldoende is. De Raad straft mitsdien stuurman Berend van der Leest, geboren 22 juli 1922, wonende te Ten Boer, door het uitspreken van een berisping. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 25 april 1952.
1954-01-19: NvhN 19-01-1954: Machinist van kustvaartuig TINDA overboord geslagen. Tijdens een hevige storm is de machinist van het Groninger kustvaartuig Tinda, dat op weg was van Amble in het graafschap Northumberland (Eng.) naar Itzehoe aan de Elbe, overboord geslagen en verdronken. Het is de 37-jarige R. K. van der Velde uit Groningen. Hij laat een vrouw en vier kinderen achter.
1955-12-00: Leeuwarder Courant 22-12-1955. Nederlandse zeelieden roeiden urenlang om hulp. De 330 ton d.w. metende kustvaarder „TINDA" uit Groningen is gistermiddag door drie Deense vissersschepen te Karrebaksminde by Naestved in Denemarken binnengesleept. De „Tinda", die een gebroken krukas heeft, heeft drie dagen stuurloos rondgedreven tussen de kleine eilanden ten zuidoosten van Fünen. Dinsdagmorgen zijn de schipper en twee leden van de bemanning in een sloep gestapt, waarmee zij na zeven uur roeien in het op Seeland liggende Karrebaksminde aankwamen. Daar bleken de schippers van drie vissersvaartuigen bereid, de „Tinda" te hulp te komen. Het schip zal in Karrebäksminde gerepareerd worden. De „Tinda" eigendom van de heer D. Veenma uit Groningen, was met een lading hout onderweg van Kotka in Finland naar Holyhead in Engeland. Kapitein van de “Tinda" is de heer M. Bloem uit Delfzijl.
NvhN 27-12-1955: Stuurloze Tinda Delfzijl binnengesleept. De 330 ton metende coaster Tinda, eigendom van de rederij D. Veenma uit Groningen, is gisteravond door de Deense sleepboot Skulw Delfzijl binnengesleept. Zoals bekend, heeft de Tinda, die met een lading hout op weg was van Kotka in Finland naar Holeyhead in Engeland, met een gebroken krukas drie dagen stuurloos rondgedreven tussen de kleine eilanden ten Zuidoosten van Fünen. Drie Deense vissersboten hebben het schip naar Karrebalksminde nabij Naestved in Denemarken gesleept, waarna het naar Delfzijl werd overgebracht. De reparatiewerkzaamheden zullen in Delfzijl worden verricht.
1956-10-27: Final Fate:
Onderweg met een lading van 307 ton porseleinaarde van Par naar Hamina, ten gevolge van een aanvaring met het Deense s.s. 'Birte' voor de zuidkust van Zweden bij Bornholm gezonken in pos. 54.55. N. - 13.09. O. Een lid van de bemanning (de kok) kwam daarbij om. Tijdens een poging om het schip te lichten in de zomer van 1957 is het in tweeën gebroken. De gezagvoerder kreeg drie maanden ontzegging bevoegdheid.
1956-10-27: NvhN 27-10-1956: Groninger kustvaarder TINDA gezonken; Eén opvarende vermist. De Groninger kustvaarder Tinda is vannacht na een botsing met een Deens schip bij het Deense eiland Moen gezonken. De kok A. Boelens uit Drachten wordt vermist. De Tinda, die met een lading klei onderweg was van Par naar Hamina, werd vanmorgen vroeg drie mijl uit de kust van het eiland Moen (Zuid- Denemarken) aangevaren door het Deense schip Birte. Reeds 25 minuten na de botsing is de Tinda gezonken. De Birte nam de gehele bemanning over, uitgezonderd de kok A. Boelens uit Drachten. Naar hem wordt nog steeds gezocht. De Birte is op de plaats van de aanvaring gebleven en zoekt nu de zee af.
Het Deense schip was onderweg van Polen naar Antwerpen. De oorzaak van de aanvaring is nog niet bekend.
Onder de zeven opvarenden was ook de vrouw van de kapitein M. Bloem. Het gezonken schip werd in 1938 gebouwd bij Gebr. Van Diepen te Waterhuizen en meet 281 ton.
NvhN 29-10-1956: Opvarenden van de TINDA te Kiel aan wal. De overlevende opvarenden van de Groninger kustvaarder Tinda, die zaterdag aangevaren werd door het Deense schip Birte, zijn vandaag te Kiel aan wal gegaan. De zes geredden zijn de kapitein M. Bloem en zijn echtgenote mevrouw Bloem—Grasmeyer uit Echten (Fr.), de stuurman A. Oortwijn uit Emmeloord, de machinist B. Jager uit Delfzijl en de matrozen J. Bos uit Naaldwijk en A. A. Narkunat uit Bremen. De negentienjarige kok A. Boelens uit Drachten, die pas een maand voer, is nog steeds vermist.
NvhN 09-02-1957: De ramp van de TINDA. Kapitein verliet te vroeg de brug. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft, schriftelijk uitspraak doende, kapitein M. B. uit Groningen, gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van drie maanden te ontnemen, omdat hij volgens de Raad medeschuldig is aan de aanvaring op 27 oktober van het vorige jaar van het onder zijn gezag varende m.s. Tinda, toebehorende aan D. Veenma te Groningen, met het Deense stoomschip Birte in de Oostzee nabij Bornholm, tengevolge waarvan de Tinda is gezonken. De kok van de Tinda, A. Boelens, verloor hierbij het leven. De ramp gebeurde toen de kapitein, die als gezagvoerder de wacht liep, zich van de brug had verwijderd en daar een matroos als roerganger had achtergelaten. Weer en wind waren wel gunstig en de kapitein had vertrouwen in de roerganger, ofschoon deze pas ongeveer 3 maanden op het schip voer en de streken van het kompas niet kende. Er bestond voor de kapitein echter geen dringende reden om de brug te verlaten, aldus de Raad, die het onbegrijpelijk vindt dat de kapitein niet eens het passeren van twee tegenliggers, waarvan de Birte de laatste was, heeft afgewacht. Van het gieren van zijn schip had hij niets gemerkt. De Birte trof de Tinda aan stuurboord ter hoogte van de mast. Er is, volgens de Raad, door de roerganger een ernstige fout gemaakt. Desondanks heeft de kapitein mede schuld wegens zijn verkeerde besluit om de brug te verlaten op een ogenblik waarop de situatie nautische risico's opleverde. Ook het zinken van het schip is aan deze medeschuld te wijten. Men kon aldaar, zo oordeelt de Raad, grote schepen en dus een ernstige ramp verwachten. Het droevig misverstand, dat de kok reeds met de andere opvarenden door de Birte zou zijn overgenomen, acht de Raad verklaarbaar en niet aan betrokkene te wijten. Hoewel hij niet roekeloos heeft gehandeld acht de Raad zijn gedragingen ernstig.
1956-10-30: Leeuwarder Courant 30-10-1956: Geredden van “TINDA” klommen via anker op de “Birte”. Scheepje zonk in vier minuten. Vijf van de zes geredden van de „Tinda" — de kleine Groninger kustvaarder, die zaterdagmorgen bij het Deense eiland Mön door het Deense schip „Birte” werd geramd en onmiddellijk zonk — zijn gisteravond bij Nieuweschans ons land binnengekomen. De kapitein, de heer M. Bloem uit Echten (Fr.) en zijn vrouw hulden zich in een volkomen stilzwijgen. Van de Nederlandse jongelui, die aan boord waren — de matroos Narkienat is een Duitser en bleef in zijn land — vernamen wij, dat de „Tinda" binnen vier minuten zonk en dat zij ter nauwernood aan boord van de “Birte” konden komen. De negentienjarige kok Anne Boelens uit Drachten lag te kooi; de kapitein wilde nog een poging doen om hem te porren, maar hij kon nauwelijks zijn eigen vrouw overzetten en zelf aan boord van de „Birte" klimmen. De jongens, dat zijn A. Oortwijn uit Emmeloord (stuurman, 19 jaar), B. J. Jager uit Delfzijl (machinist, 25 jaar) en J. Bos uit Maasdijk (matroos, 23 jaar), vertelden, dat de „Birte" zich volkomen onverwacht midscheeps in de „Tinda" boorde. De boeg van het Deense schip zat ongeveer een meter in hun schuit, die zwaar begon te hellen, maar gelukkig nog enige tijd aan de Deen bleef zitten. „We klommen op het anker van de Birte", zo verklaarde de machinist en de stuurman en samen slaagden we er in, de beide matrozen aan boord te krijgen. De kapitein deed nog een poging de kok te porren, maar hij had nauwelijks tijd om zijn vrouw over te zetten. Vlak voordat de „Tinda" zonk, draaide het met het achterschip tegen de „Birte" aan. In die luttele momenten kon mevrouw Bloem worden overgebracht. Nauwelijks had de kapitein zijn benen binnen boord, of ons schip zonk in de diepte weg. De matroos Bos had met de kapitein de wacht overgenomen. Bos stond aan het roer en zag de „Birte" aan stuurboord. De kapitein was op dat ogenblik juist even naar beneden gegaan. Plotseling zat de „Birte' midscheeps in de „Tinda" Ook aan boord van het Deense schip moet deze aanvaring als een volkomen verrassing zijn gekomen want er bevond zich geen mens aan dek, toen de jongens van de „Tinda" deze veilige bodem reeds hadden bereikt.
1956-12-29: NvhN 29-12-1956: Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring van de Tinda behandeld. Geen grove onachtzaamheid. Op 27 oktober van dit jaar kwam de 281 brt metende Groninger kustvaarder TINDA op de Oostzee in aanvaring met het ruim 3000 brt metende Deense stoomschip Birte. De Tinda werd even voor de mast geramd en zonk enige minuten later. De kapitein, zijn echtgenote en vier leden van de bemanning slaagden erin op de Birte over te stappen. Kok Boer verloor bij deze scheepsramp het leven. Het tragische is, dat kapitein M. B. pas overgestapt is toen hem door zijn eigen bemanningsleden vanaf de Birte werd toegeroepen, dat iedereen al over was. Later is gebleken, dat men een jonge Deense zeeman, die in pyjama aan dek was gekomen na de aanvaring, voor de Nederlandse kok heeft aangezien. Gisteren werd deze zaak door de Raad voor de Scheepvaart behandeld. Kapitein B. vertelde, dat hij 's morgens om vier uur op wacht was gekomen. Om half vijf verliet hij de brug om in de machinekamer naar de installatie van de centrale verwarming te kijken en is ook nog even in het kombuis en in de salon geweest. Hij had aan de roerganger Bos de koers opgegeven. Volgens de kapitein waren er twee tegenliggers, maar naar zijn schatting konden die geen gevaar opleveren. Hoelang de kapitein beneden is gebleven weet hij niet precies. Hij dacht zes à zeven minuten. Hij kwam pas boven toen de Tinda door de Birte geramd was en wat er intussen op de brug is gebeurd is hem onbekend. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart, de heer J. Metz, zei o.m.: „De kapitein heeft geen blijk gegeven van grove onachtzaamheid. Door een verkeerde schatting is hij verleid de brug te verlaten, maar hij had alle reden om daarmee te wachten tot de tegenligger gepasseerd was. Bovendien was er geen dringende noodzaak om zo kort na het overnemen van de wacht de brug te verlaten." De heer Metz kwam tot de conclusie, dat de kapitein te lichtvaardig de brug heeft verlaten en mede schuldig is aan de aanvaring. Hij verzocht de Raad het diploma van de kapitein in te trekken voor de tijd van drie maanden. De verdediger, mr. J. J. Vriesendorp, concludeerde tot „niet mede schuldig". De Raad zal binnenkort in deze zaak schriftelijk uitspraak doen.
1957-02-11: Leeuwarder Courant 11-02-1957. Kapitein schuldig aan ramp met de „TINDA". De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft kapitein M. B. uit Groningen van de „Tinda" gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van drie maanden te ontnemen. Volgens de raad is hij medeschuldig aan de aanvaring op 27 oktober van het vorige jaar van de kustvaarder „Tinda" (toebehorende aan D. Veenma te Groningen) met het Deense stoomschip „Birte" in de Oostzee nabij Bornholm. De „Tinda" is daarna gezonken en de kok A. Boelens uit Drachten verloor hierbij het leven. Het droevige misverstand, dat de kok reeds met de andere opvarenden door de „Birte" zou zijn overgenomen, acht de raad verklaarbaar en niet aan betrokkene te wijten.

Afbeeldingen


Omschrijving: De proefvaart en oplevering op 18 mei 1938 van de 'Tinda'
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: Tinda 1938
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: 'Tinda' (bj 1938)
Gemaakt door: Unknown
Algemene informatie

 

NvhN 090257
De ramp van de TINDA. Kapitein verliet te vroeg de brug.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft, schriftelijk uitspraak doende, kapitein M. B. uit Groningen, gestraft door hem de bevoegdheid om als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van drie maanden te ontnemen, omdat hij volgens de Raad medeschuldig is aan de aanvaring op 27 oktober van het vorige jaar van het onder zijn gezag varende m.s. TINDA, toebehorende aan D. Veenma te Groningen, met het Deense stoomschip BIRTE in de Oostzee, nabij Bornholm, ten gevolge waarvan de TINDA is gezonken. De kok van de TINDA, A. Boelens, verloor hierbij het leven. De ramp gebeurde toen de kapitein, die als gezagvoerder de wacht liep, zich van de brug had verwijderd en daar een matroos als roerganger had achtergelaten. Weer en wind waren wel gunstig en de kapitein had vertrouwen in de roerganger, ofschoon deze pas ongeveer 3 maanden op het schip voer en de streken van het kompas niet kende. Er bestond voor de kapitein echter geen dringende reden om de brug te verlaten, aldus de Raad, die het onbegrijpelijk vindt dat de kapitein niet eens het passeren van twee tegenliggers, waarvan de BIRTE de laatste was, heeft afgewacht. Van het gieren van zijn schip had hij niets gemerkt. De BIRTE trof de TINDA aan stuurboord ter hoogte van de mast. Er is, volgens de Raad, door de roerganger een ernstige fout gemaakt. Desondanks heeft de kapitein mede schuld wegens zijn verkeerde besluit om de brug te verlaten op een ogenblik waarop de situatie nautische risico's opleverde. Ook het zinken van het schip is aan deze medeschuld te wijten. Men kon aldaar, zo oordeelt de Raad, grote schepen en dus een ernstige ramp verwachten. Het droevig misverstand, dat de kok reeds met de andere opvarenden door de BIRTE zou zijn overgenomen, acht de Raad verklaarbaar en niet aan betrokkene te wijten. Hoewel hij niet roekeloos heeft gehandeld acht de Raad zijn gedragingen ernstig.