Inloggen
SLOTERDYK - ID 5969

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1902
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Steamship
Type: General Cargo
Type Dek: Shelterdeck closed
Material Hull: Steel
Dekken: 3
Construction Data

Scheepsbouwer: Furness, Withy & Co. Ltd., West Hartlepool, Great Britain
Werfnummer: 260
Launch Date: 1902-00-00
Delivery Date: 1902-03-00
Technical Data

Engine Manufacturer: Richardsons, Westgarth & Co. Ltd., Hartlepool, Great Britain
Motor Type: Steam, Triple Expansion
Number of Cylinders: 3
Power: 2600
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: 28 3/16, 46 1/4 & 77-48)
 
Gross Tonnage: 6280.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 4229.00 Net tonnage
Deadweight: 9095.00 tons deadweight (1016 kg)
 
Length 1: 401.00 Feet (British) Registered
Beam: 52.1 Feet (British) Registered
Depth: 29.3 Feet (British) Registered
Ship History Data

Date/Name Ship 1902-03-00 SLOTERDYK
Manager: N.V. Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij 'Holland-Amerika Lijn', Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij 'Holland-Amerika Lijn', Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands

Date/Name Ship 1924-02-00 BENVANNOCH
Manager: Wm Thomson & Co., Leith, Great Britain
Eigenaar: Ben Line Steamers Ltd., Leith, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Leith / Great Britain

Date/Name Ship 1929-11-00 SORRISO
Manager: C. Devoto Fu G.B., La Spezia, Italy
Eigenaar: C. Devoto Fu G.B., La Spezia, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: La Spezia / Italy

Ship Events Data

1911-02-19: Arriveerde in de haven van Newport News met brand aan boord in de lading kunstmest. De brand werd geblust.
Op 22 februari 1911 werd beslag gelegd op het schip in Norfolk door de sleepboot rederij die hielp met het blussen van de brand.
1932-05-31: Final Fate:
De SORRISO werd in 1932 voor de sloop verkocht en arriveerde op 31.05.1932 te Genua.

Gezagvoerders

Familiegegevens :

 

Jacob werd geboren op 30 okt. 1864 te Alkmaar als z.v. Jan Metz (huisschilder) en Aaltje Kruijt.

Jacob (28) (stuurman) trouwde op 17 nov. 1892 te Rotterdam met  Margaretha Catharina Hooybergh (30) – geb. te  Haarlem – d.v. Franciscus Hooybergh en Catharina Frikkee.

Jacob overleed op 02.11.1933 te Oegstgeest (woonplaats Ede) (69).

 

Opleiding :

Jacob werd op 03 aug. 1878 ingeschreven bij bij de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam 

Toeziend voogden: Regenten van het Burgerweeshuis te Alkmaar, die ook het inschrijfgeld betaalden, want beide ouders waren inmiddels overleden. 

Werd op 20 juli 1882 geplaatst als stuurmansleerling op het zeilschip NOACH IV, kapt. Gomes, van Rotterdam naar Java. Gage Fl. 12. Op 29 sept. terug van de reis met zeer goed attest.

Maakte vervolgens nog een reis als stuurmansleerling met de NOACH IV onder kapt. Gomes, van 13 okt. 1883 tot 01 nov. 1884 met zeer goed attest. Gage nu Fl. 18.

Behaalde het diploma 2e stuurman Grote Vaart op 24 febr. 1885.

Behaalde het diploma 1e stuurman Grote Vaart op 11 sept. 1890.

Jacob Metz kwam in dienst bij de Holland Amerika Lijn op 18 oktober 1890 als 4e stuurman op de P. CALAND. 

Ging  op 31 maart 1895 tijdelijk in dienst bij de Koninklijke Marine als Marine Reserve officier.

Vervolgens op 12 febr. 1896 een tweede keer voor een vervolg opleiding.

Waarna hij op 5 april 1899 nog eens voor 3 maanden een opleiding volgde.

Werd op 1 jan. 1903 bevorderd tot luitenant 1e klasse bij de Koninklijke Marine Reserve.

 

Kinderen :

- N.N. - overleden 1893

- Aaltje – geb. 08.04.1894 te R’dam.

- Jacob Franciscus – geb. 08.08.1897 te R’dam.

- Franciscus Jan – geb. 13.09.1898 te R’dam.

- Catharina Margaretha Leonie – geb. 12.11.1900 te R’dam.

- Jeanne Jacoba Gerbrandine – geb. 07.09.1902 te R’dam.

- N.N. – overleden 1905

- Margaretha Catharina Anna - overleden 1907 – oud 13 dagen.

 

De schepen van de kapitein :

 

*   02/1902 – 04/1902 van het s.s. SOESTDYK -  geb. in 1901

*   12/1904 – 03/1905 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   09/1905 – 04/1906 van het s.s.  SOESTDYK - geb. in 1901

*   04/1906 – 01/1914 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   01/1914 – 08/1914 van het s.s. OOSTERDIJK - geb. in 1913

*   10/1914 – 06/1917 van het s.s. OOSTERDIJK - geb. in 1913

*   05/1918 – 10/1921 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   10/1921 – 01/1922 van het s.s. EDAM - geb. in 1921

*   01/1922 – 11/1923 van het s.s. LEERDAM – geb. in 1921

 

 

Overige bijzonderheden :

 

Zie Verslag van de RvdS 1911 – Nr. 45 – Brand in de lading van s.s. SLOTERDYK op 19.02.1911

Zie Verslag van de RvdS 1913 – Nr. 71 – s.s. SLOTERDYK aanvaring met Am. Schoener op 22.07.1913

Zie Verslag van de RvdS 1923 – Nr. 48 – Aan de grond lopen van het s.s. LEERDAM op 07.01.1923.

 

Datum vanaf: 1904
Kapitein: METZ, JACOB

Familiegegevens :

 

Jacob werd geboren op 30 okt. 1864 te Alkmaar als z.v. Jan Metz (huisschilder) en Aaltje Kruijt.

Jacob (28) (stuurman) trouwde op 17 nov. 1892 te Rotterdam met  Margaretha Catharina Hooybergh (30) – geb. te  Haarlem – d.v. Franciscus Hooybergh en Catharina Frikkee.

Jacob overleed op 02.11.1933 te Oegstgeest (woonplaats Ede) (69).

 

Opleiding :

Jacob werd op 03 aug. 1878 ingeschreven bij bij de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam 

Toeziend voogden: Regenten van het Burgerweeshuis te Alkmaar, die ook het inschrijfgeld betaalden, want beide ouders waren inmiddels overleden. 

Werd op 20 juli 1882 geplaatst als stuurmansleerling op het zeilschip NOACH IV, kapt. Gomes, van Rotterdam naar Java. Gage Fl. 12. Op 29 sept. terug van de reis met zeer goed attest.

Maakte vervolgens nog een reis als stuurmansleerling met de NOACH IV onder kapt. Gomes, van 13 okt. 1883 tot 01 nov. 1884 met zeer goed attest. Gage nu Fl. 18.

Behaalde het diploma 2e stuurman Grote Vaart op 24 febr. 1885.

Behaalde het diploma 1e stuurman Grote Vaart op 11 sept. 1890.

Jacob Metz kwam in dienst bij de Holland Amerika Lijn op 18 oktober 1890 als 4e stuurman op de P. CALAND. 

Ging  op 31 maart 1895 tijdelijk in dienst bij de Koninklijke Marine als Marine Reserve officier.

Vervolgens op 12 febr. 1896 een tweede keer voor een vervolg opleiding.

Waarna hij op 5 april 1899 nog eens voor 3 maanden een opleiding volgde.

Werd op 1 jan. 1903 bevorderd tot luitenant 1e klasse bij de Koninklijke Marine Reserve.

 

Kinderen :

- N.N. - overleden 1893

- Aaltje – geb. 08.04.1894 te R’dam.

- Jacob Franciscus – geb. 08.08.1897 te R’dam.

- Franciscus Jan – geb. 13.09.1898 te R’dam.

- Catharina Margaretha Leonie – geb. 12.11.1900 te R’dam.

- Jeanne Jacoba Gerbrandine – geb. 07.09.1902 te R’dam.

- N.N. – overleden 1905

- Margaretha Catharina Anna - overleden 1907 – oud 13 dagen.

 

De schepen van de kapitein :

 

*   02/1902 – 04/1902 van het s.s. SOESTDYK -  geb. in 1901

*   12/1904 – 03/1905 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   09/1905 – 04/1906 van het s.s.  SOESTDYK - geb. in 1901

*   04/1906 – 01/1914 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   01/1914 – 08/1914 van het s.s. OOSTERDIJK - geb. in 1913

*   10/1914 – 06/1917 van het s.s. OOSTERDIJK - geb. in 1913

*   05/1918 – 10/1921 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   10/1921 – 01/1922 van het s.s. EDAM - geb. in 1921

*   01/1922 – 11/1923 van het s.s. LEERDAM – geb. in 1921

 

 

Overige bijzonderheden :

 

Zie Verslag van de RvdS 1911 – Nr. 45 – Brand in de lading van s.s. SLOTERDYK op 19.02.1911

Zie Verslag van de RvdS 1913 – Nr. 71 – s.s. SLOTERDYK aanvaring met Am. Schoener op 22.07.1913

Zie Verslag van de RvdS 1923 – Nr. 48 – Aan de grond lopen van het s.s. LEERDAM op 07.01.1923.

 

Datum vanaf: 1906
Kapitein: METZ, JACOB

Familiegegevens :

 

Jacob werd geboren op 30 okt. 1864 te Alkmaar als z.v. Jan Metz (huisschilder) en Aaltje Kruijt.

Jacob (28) (stuurman) trouwde op 17 nov. 1892 te Rotterdam met  Margaretha Catharina Hooybergh (30) – geb. te  Haarlem – d.v. Franciscus Hooybergh en Catharina Frikkee.

Jacob overleed op 02.11.1933 te Oegstgeest (woonplaats Ede) (69).

 

Opleiding :

Jacob werd op 03 aug. 1878 ingeschreven bij bij de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam 

Toeziend voogden: Regenten van het Burgerweeshuis te Alkmaar, die ook het inschrijfgeld betaalden, want beide ouders waren inmiddels overleden. 

Werd op 20 juli 1882 geplaatst als stuurmansleerling op het zeilschip NOACH IV, kapt. Gomes, van Rotterdam naar Java. Gage Fl. 12. Op 29 sept. terug van de reis met zeer goed attest.

Maakte vervolgens nog een reis als stuurmansleerling met de NOACH IV onder kapt. Gomes, van 13 okt. 1883 tot 01 nov. 1884 met zeer goed attest. Gage nu Fl. 18.

Behaalde het diploma 2e stuurman Grote Vaart op 24 febr. 1885.

Behaalde het diploma 1e stuurman Grote Vaart op 11 sept. 1890.

Jacob Metz kwam in dienst bij de Holland Amerika Lijn op 18 oktober 1890 als 4e stuurman op de P. CALAND. 

Ging  op 31 maart 1895 tijdelijk in dienst bij de Koninklijke Marine als Marine Reserve officier.

Vervolgens op 12 febr. 1896 een tweede keer voor een vervolg opleiding.

Waarna hij op 5 april 1899 nog eens voor 3 maanden een opleiding volgde.

Werd op 1 jan. 1903 bevorderd tot luitenant 1e klasse bij de Koninklijke Marine Reserve.

 

Kinderen :

- N.N. - overleden 1893

- Aaltje – geb. 08.04.1894 te R’dam.

- Jacob Franciscus – geb. 08.08.1897 te R’dam.

- Franciscus Jan – geb. 13.09.1898 te R’dam.

- Catharina Margaretha Leonie – geb. 12.11.1900 te R’dam.

- Jeanne Jacoba Gerbrandine – geb. 07.09.1902 te R’dam.

- N.N. – overleden 1905

- Margaretha Catharina Anna - overleden 1907 – oud 13 dagen.

 

De schepen van de kapitein :

 

*   02/1902 – 04/1902 van het s.s. SOESTDYK -  geb. in 1901

*   12/1904 – 03/1905 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   09/1905 – 04/1906 van het s.s.  SOESTDYK - geb. in 1901

*   04/1906 – 01/1914 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   01/1914 – 08/1914 van het s.s. OOSTERDIJK - geb. in 1913

*   10/1914 – 06/1917 van het s.s. OOSTERDIJK - geb. in 1913

*   05/1918 – 10/1921 van het s.s. SLOTERDYK - geb. in 1902

*   10/1921 – 01/1922 van het s.s. EDAM - geb. in 1921

*   01/1922 – 11/1923 van het s.s. LEERDAM – geb. in 1921

 

 

Overige bijzonderheden :

 

Zie Verslag van de RvdS 1911 – Nr. 45 – Brand in de lading van s.s. SLOTERDYK op 19.02.1911

Zie Verslag van de RvdS 1913 – Nr. 71 – s.s. SLOTERDYK aanvaring met Am. Schoener op 22.07.1913

Zie Verslag van de RvdS 1923 – Nr. 48 – Aan de grond lopen van het s.s. LEERDAM op 07.01.1923.

 

Datum vanaf: 1918
Kapitein: METZ, JACOB
Overige informatie: 0

Afbeeldingen


Omschrijving: Sloterdyk 1902
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Sloterdyk 1902
Gemaakt door: Unknown
Algemene informatie

RN 220211
Londen, 20 februari. Het Nederlandse stoomschip SLOTERDYK is van Rotterdam te Newport News aangekomen met brand in de lading. Het vuur is thans geblust. Het stoomschip zal op tijd weer vertrekken.

RN 090311
Norfolk, VA., 22 februari. Op het stoomschip SLOTERDYK, van Rotterdam via Newport News hier aangekomen, is beslag gelegd voor 50.000 dollars door de Chesapeake and Ohio Railroad, welke beweert dat de brand in het ruim van het stoomschip werd geblust door zijn sleepboten te Newport News. De sleepboot DAUNTLESS eist eveneens hulploon van het stoomschip, welks lading zwaar beschadigd schijnt ter zijn door vuur en water.
(De SLOTERDYK is 1 maart van Baltimore naar Rotterdam vertrokken. Red.)

NRC 120511
Raad voor de Scheepvaart. De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft heden uitspraak gedaan in zake de brand, die op 19 februari jl. in de haven van Newport News  gewoed heeft aan boord van het stoomschip SLOTERDYK, van de Holland-Amerika-Lijn te Rotterdam, gezagvoerder J. Metz. De brand was ontstaan In een partij kunstmest afkomstig van Mannheim en te Rotterdam in gonjezakken van slechte kwaliteit geladen.
De Raad is door het onderzoek tot de slotsom gekomen, dat zelfontbranding van de kunstmest de oorzaak van het ongeval is geweest. Bij de belading zijn de nodige voorzorgen  genomen om het ontstaan van gevaar te voorkomen. Toen er niettemin gevaar wat ontstaan, is dit op oordeelkundige wijze bestreden. De Raad knoopt hieraan de opmerking vast, dat het innemen van kunstmest als lading tot grote voorzichtigheid maant, die reeds te betrachten is door het niet te hoog opstapelen van de lading.

AH 231011
De SLOTERDYK. Men seint ons uit Rotterdam: Volgens een draadloos telegram bij de Holland-Amerika-Lijn ontvangen van het uitgaande stoomschip NIEUW AMSTERDAM, heeft dit de SLOTERDIJK gepraaid op 50.9 Noord en 13.8 W., rapporterende, dat de collaras voor zeven achtste was gescheurd. Het stoomschip liep intussen met eigen kracht nog een zes mijls vaart en zou trachten terugkerende Southampton te bereiken.

RN 241011
Volgens draadloos ontvangen bericht via Brow Head, is het stoomschip SLOTERDYK, van Rotterdam naar Philadelphia, gisterochtend door het stoomschip KAISERIN AUGUSTE VICTORIA gepraaid op 50º15'N en 16ºW met gebroken krukas. Het verlangde assistentie. Volgens een Reuter-telegram uit Queenstown verlangde het stoomschip SLOTERDYK onmiddellijk assistentie en waren verscheidene schepen ter assistentie vertrokken.
Later bericht. Door de Holland-Amerika Lijn is reeds hedennacht de krachtige sleepboot ROODE ZEE, die zich in de ingang van de Ierse Zee bevond, uitgezonden ter assistentie van het stoomschip SLOTERDYK. Buitendien zijn verschillende stoomschepen bekend gemaakt met de plaats waar het stoomschip zich bevindt.

HND 251011
Hedenochtend te 6 uur is de SLOTERDYK Kaap Lizard gepasseerd. Het schip was stomende naar Southampton. Aan boord was alles wel. Het schip heeft dus blijkbaar geen assistentie nodig gehad.

AH 271011
Het stoomschip SLOTERDYK van de Holland-Amerika-Lijn is gisteren behouden te Southampton aangekomen.

RN 301011
Het stoomschip SLOTERDYK zal te Southampton repareren. 

 

NRC 250713
Rotterdam, 24 juli. Men seint ons uit Londen: Het stoomschip SLOTERDYK, van Boston naar Rotterdam bestemd, is met een onbekend gebleven vaartuig in aanvaring geweest. Het stoomschip SLOTERDYK heeft ernstige huidschade boven de waterlijn en is naar Boston teruggekeerd.

NRC 260713

Londen, 25 juli. Het stoomschip SLOTERDYK was in aanvaring met de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. Van de schoener is de boeg ingedrukt. 

NRC 290713

Boston, 27 juli. Van het stoomschip SLOTERDYK moeten 10 huidplaten worden vernieuwd, twee schotten en acht stringerplaten moeten worden hersteld en ze moeten worden vernieuwd. Buitendien moeten 13 dwarsliggers en acht sporten worden vernieuwd. Verder is nog gebleken dat de bootdek uitrustingen, de dekhut enz. zijn beschadigd. Van de schoener die met de SLOTERDYK in aanvaring was, zijn de boegen vernield en zijn de boegspriet en voortuig weggeslagen. Deze schoener moet lossen om in het droogdok te worden geplaatst en moet een grondig onderzoek ondergaan.

NRC 040813

Boston, 24 juli. Het stoomschip SLOTERDYK zal alhier tijdelijk repareren en zaterdag naar New York vertrekken om aldaar afdoende te repareren.

AH 120913

Raad voor de Scheepvaart. Vervolgens werd door de Raad een onderzoek ingesteld betreffende de aanvaring op 22 juli jl. nabij de Amerikaanse kust tussen het stoomschip SLOTERDYK (gezagvoerder J. Metz; rederij Holland Amerika Lijn, beiden te Rotterdam) en de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. Het Nederlandse stoomschip SLOTERDYK gebouwd in 1902, groot bruto 6.423 ton, kwam de 22e juli jl., op reis van Boston naar Philadelphia, in aanvaring met de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. De SLOTERDIJK is daarna teruggekeerd met belangrijke schade aan de platen boven de waterlijn, terwijl de boeg van de schoener geheel werd ingedrukt. De gezagvoerder Jacob Metz als getuige gehoord, deelt mee dat hij de 22e juli op reis van Boston naar Philadelphia op ongeveer I5 mijl afstand van het Nantucket vuurschip, 's avonds te 11.13 uur in aanvaring kwam met de schoener GARDINER G. DEERING. Hij was te 11 uur van de brug gegaan om op de kaart te kijken en gaf te 11.15 uur order aan de 3e officier, die met een leerling en roerganger op de brug was, om de koers te veranderen op ZW. Hij ging toen naar de brug en zag dat de 3e officier bezig was uit te wijken voor een zeilschip. Er was bakboord roer gegeven oud commando. Eerst kon getuige niets zien, maar na een ogenblik zag hij een zeilschip vooruit, waarop hij één stoot op de fluit gaf, direct daarop stopte hij de machine en sloeg volle kracht achteruit. Kort daarna had de aanvaring plaats. De aanvaring had plaats in de midscheeps. Het gat door de aanvaring veroorzaakt was 26 voet en 10 duim in diameter. Kort na de aanvaring raakten de schepen van elkaar vrij, maar ten gevolge van een plotseling opgekomen mistvlaag was er niets meer te zien. Toen hij zag dat de aanvaring onvermijdelijk was, had hij de schoener nog toegeroepen om zijn koers te veranderen, wat evenwel niet geschiedde. Een ogenblik na de aanvaring kreeg hij het zeilschip nog even te zien en vroeg hen of er hulp nodig was, maar verkreeg geen antwoord.

Na de aanvaring werd het gat zo goed mogelijk dicht gemaakt, er werd scheepsraad gehouden en besloten tot het aanbreken van de dag op de plaats van de aanvaring te blijven en daarna naar Boston terug te keren. Bij het naar binnen stomen werd er geseind dat het schip in aanvaring was geweest met een onbekend gebleven zeilschip. Hij arriveerde verder zonder ongelukken te Boston en twee dagen later werd het aangevaren zeilschip dat bleek de vijfmastschoener GARDINER G. DEERING te zijn met ingedrukte boeg binnengebracht. Hij had van het zeilschip noch vóór noch na de aanvaring lichten gezien of signalen gehoord.

Het zeilschip had na binnenkomst een claim tegen de Maatschappij ingesteld, bewerende dat hij vóór de aanvaring reeds enige tijd in de mist had gevaren en dientengevolge ook mistsein had gegeven en zijn lichten helder had branden.

AH 130913

Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring stoomschip SLOTERDYK. (Vervolg.) 

De 3e officier T.J. Geel deelt mee dat hij tijdens de aanvaring de wacht op de brug had met een stuurmansleerling. Er was geen mist en het weer was helder; op een gegeven ogenblik gaf hij bakboord roer (oud commando) gegeven om voor, zoals hij dacht vóór een mee liggend zeilschip uit te wijken. Toen hij zag dat hij zich vergist had en het geen mee liggend maar een kruisend schip was, was het te laat. De machine werd gestopt en direct volle kracht achteruit geslagen en kort daarna had de aanvaring plaats. Hij had geen fluitsignaal gegeven en overigens bevestigde hij de verklaringen van de kapitein. De matroos G.A. van Kaam deelt mee, dat hij tijdens de aanvaring op “uitkijk" was en naar de brug geroepen had dat er een schip recht vooruit was. Hij had geen lichten gezien noch signalen van het zeilschip gehoord. De matroos H.J. Kraak stond tijdens de aanvaring aan het roer. Op order van de 3e officier had hij eerst een weinig, daarna hard bakboord roer gegeven. Het was heiig weer, maar de bovenlucht was helder. Op een gegeven ogenblik zag hij een zeilschip voor de boeg over liggen. Hij had eerst een groen en daarna een rood vuur van het zeilschip gezien en naar zijn mening kwam het schip uit de mist. Hij had ook signalen van het zeilschip gehoord en de kapitein hierop opmerkzaam gemaakt. Van de bemanning van de schoener had hij te Boston gehoord, dat zij in de mist hadden gezeten en toen zij het stoomschip zagen was het te laat geweest iets ter voorkoming van een aanvaring te doen. De voorzitter, de heer G. Kirberger, maakt deze getuige er opmerkzaam op, dat zijn verklaringen tegenstrijdig zijn met de verklaringen van de andere getuigen en waarschuwt hem voor de gevolgen die het afleggen van valse verklaringen voor hem kunnen hebben. Hij blijft echter bij zijn verklaringen en zegt dat alles waar is wat hij heeft meegedeeld.

De matroos J. Vrolijk had ook de wacht gehad tijdens de aanvaring. Het weer was goed, de kim was heiig. Een ogenblik na de aanvaring was het plotseling mistig geworden. Hij had van het zeilschip eerst de zeilen gezien recht vooruit en daarna aan bakboord; ook hij had geen lichten gezien en geen signalen gehoord.

De gezagvoerder is van oordeel dat indien er iets vlugger bakboord roer was gegeven, de aanvaring vermeden had geworden en kan zich niet voorstellen dat er een van de getuigen vuren gezien en signalen gehoord heeft, daar de andere vier getuigen niets hebben opgemerkt. Hierna wordt de zitting gesloten en zal de Raad later uitspraak doen.

AH 201013

Raad voor de Scheepvaart. Uitspraak van de Raad betreffende de aanvaring op 22 juli nabij de Amerikaanse kust tussen het stoomschip SLOTERDYK en de Amerikaanse schoener GARDINER G. DEERING. Gezagvoerder van de SLOTERDYK J. Metz; rederij Holland Amerika Lijn, beiden te Rotterdam. 

De Raad is van oordeel, dat de oorzaak van de aanvaring gelegen is in het feit, dat de SLOTERDIJK de schoener niet tijdig heeft kunnen zien, ten gevolge van de mistbank, waarin dit schip zich bevond, gelijk ook de schoener de SLOTERDYK om dezelfde reden niet heeft kunnen opmerken, omdat deze, niet in de mist zijnde, de daarvoor geldende bepalingen niet behoefde in acht te nemen. Dat de schoener in de mist voer en daaruit plotseling tevoorschijn kwam, leidt de Raad af uit de verklaring van de roerganger, die, hoger staande dan de andere getuigen, beter gelegenheid heeft gehad de omtrek te verkennen. Ook het feit, dat de SLOTERDYK onmiddellijk na de aanvaring in de mist kwam, welke zo dik was, dat men van de schoener niets meer zien kon, brengt de Raad tot de conclusie. dat de schoener uit de mistbank kwam, waar de SLOTERDYK ingelopen is. Dat de meeste getuigen deze mist niet dadelijk hebben bespeurd, is verklaarbaar, daar het bij nacht vaak voorkomt, dat men dit eerst bemerkt aan de lichtende sectoren, welke zich om de lantaarns vormen. De derde stuurman, die geen lichten van het zeilschip zag en dus menen kon, dat het een meeligger was, treft geen blaam dat bij bakboordroer gaf, doch de Raad is van mening, dat hij niet had mogen verzuimen van deze manoeuvre kennis te geven door een stoot op de fluit, gelijk de gezagvoerder onmiddellijk gedaan heeft.