Inloggen
R.P.S. - ID 5384

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1951
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
Nat. Official Number: 2553 AMST 1951
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij, Zaandam, Noord-Holland, Netherlands
Werfnummer: 454
Launch Date: 1950-12-23
Delivery Date: 1951-01-25
Technical Data

Engine Manufacturer: Werkspoor N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 500
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Werkspoor Type (270x500)
Speed in knots: 10
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 335.00 Net tonnage
Deadweight: 929.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 39200 Cubic Feet
Bale: 37200 Cubic Feet
 
Length 1: 59.17 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 55.68 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.67 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.88 Meters Depth, moulded
Draught: 3.20 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1951-01-25 R.P.S.
Manager: Rotterdamsche Kustvaart Centrale N.V., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Rotterdamsche Kolen Centrale, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PHEX
Additional info: Hfl. 660.000,--

Ship Events Data

1951-00-00: De naam komt van Rudolf Pieter Schoonheim, directie R.K.C.
1951-01-19: Op 19-01-1951 als "R.P.S.", zijnde een motorschip, metende 1416.35 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief afgegeven te 's Gravenhage no. 9329 d.d. 05-01-1951, liggende te Zaandam, door E. Konijn, scheepsmeter te Amsterdam, van brandmerk 2553 Z AMST 1951 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis kombuis, 3.35 m. uit hekplaat, 1.35 m. uit de lengteas en 1.60 m. boven dek.
1953-01-07: Final Fate:
Gezonken op 60 mijl Z.Z.W. van Ouessant. Ze was onderweg van van Ribadesella (5 januari vertrokken) naar Rotterdam met een lading van 850 ton gerstorte vloeispaat. De bemanning had het schip verlaten en werd gered door de Frans trawler 'Brittia'. De oorzaak van de ramp was niet vast te stellen. (De teboekstelling bij het Kadaster wordt op 11-02-1953 doorgehaald.)

Leeuwarder Courant 08-01-1953: Nederlandse coaster bij Bretagne gezonken. Bemanning dobberde elf uren lang in de sloepen rond. De kustvaarder ..R.P.S." van de Rotterdamse Kustvaart-centrale is gistermiddag bij de meest Westelijke punt van Frankrijk, zestig mijl Zuid-zuidwest van het eilandje Ouessant, in moeilijkheden geraakt en gezonken. De tien opvarenden hadden zich in de sloepen begeven en zijn pas elf uren later — vannacht omstreeks één uur — opgepikt door de Franse trailer "Brittia". De opvarenden zijn allen gezond, de „Brittia" heeft hen in de Franse haven Lorient aan wal gezet. De „R.P.S." was een nieuwe 500 bruto registerton metende kustvaarder. Het schip was Zaterdag van Ribadesella in Noord- Spanje vertrokken naar Rotterdam. Omstreeks twee uur gistermiddag kwam het op zestig mijl Zuid-zuidwest van Ouessant in moeilijkheden tijdens een sterke Noordoostelijke wind. De bemanning zond noodseinen uit en begaf zich in de boten; onmiddellijk daarna spoedden verschillende boten zich naar de aangegeven plaats. Men vond daar evenwel geen kustvaarder meer — die was toen blijkbaar al gezonken — en ontdekte ook niets van de sloepen. Pas om kwart over een vannacht seinde de "Brittia". de mannen gevonden en veilig en wel aan boord genomen te hebben.
1953-09-jan Leeuwarder courant 09-01-1953: Het vergaan van de Rotterdamse kustvaarder „RPS", waarvan de tien opvarenden gisteren veilig aan wal zijn gebracht in de Franse haven Lorient. is te wijten aan het schuiven van de lading erts. Nadat de mannen tien uren in een sloep hadden rond gedreven, wisten zij door luidkeels te schreeeuwen de aandacht te trekken van de bemanning van de „Brittia". die in de nacht aan het vissen was.

Friese koerier 10-01-1953: R.P.S. gezonken door schuivende lading. Kapitein Van der Mey van de Nederlandse kustvaarder R.P.S., welk schip 100 km Zuidwest van Ouessant aan de Bretonse kust is gezonken, heeft in Lorient verklaard dat de lading erts tijdens een hevige storm ging verschuiven. Hierdoor maakte het schip gevaarlijke slagzij. Om tien uur Woensdagmorgen was de slagzij zo sterk dat de gezagvoerder order gaf in de sloep te gaan. Twee uur 's middags ging het schip naar de diepte. Tien uur lang hebben de 10 mannen in de sloep in dikke mist en op een woelige zee rondgedobberd. Zij dachten al dat hun laatste uurtje had geslagen. Door onafgebroken hozen wist men de sloep drijvende te houden. Tegen middernacht zagen zij een schaduw en begonnen de mannen om hulp te roepen. De schaduw bleek te zijn van de Franse treiler Brittia. De Franse vissers hebben de schipbreukelingen aan boord genomen en liefderijk verzorgd. Direct werd koers gezet naar Lorient, waar de mannen met bekwame spoed in een ziekenhuis werden opgenomen, waar zij 24 uur in observatie blijven.

Nieuwsblad van het Noorden 10-01-1953: Voorlopig niet weer weg. Geredde bemanning van R.P.S. weer thuis Tweede machinist vertelt van belevenissen der opvarenden. De tien bemanningsleden van het Nederlandse kustvaartuig R.P.S., dat Woensdagmiddag voor de kust van Bretagne verging, zijn gisteren in ons land aangekomen. Zoals bekend zijn zij door de Franse treiler Brittia opgepikt en in de Bretonse havenplaats Lorient aan wal gezet, vanwaar zij via Parijs naar Nederland zijn teruggekeerd.De 23-jarige tweede machinist C. Boogaards heeft na zijn aankomst het een en ander verteld over de belevenissen van de bemanning aan boord kort voordat hun schip verging en tijdens hun ronddobberen op zee nadat de R.P.S. was gezonken. Begin der moeilijkheden. Maandag j.l. was het kustvaartuig uit Ribadasella (Spanje) met een lading erts naar Rotterdam vertrokken. De reis verliep aanvankelijk voorspoedig, doch Woensdagmiddag begonnen de moeilijkheden. Om half een bemerkte de stuurman, dat er iets met het schip niet in de haak was, doch hij zei niets om geen ongerustheid te wekken. Ongeveer een uurtje later begon de R.P.S. te hellen. Ik lag toen te slapen en ze kwamen me porren. Nog enkele bemanningsleden lagen te kooi, doch ook zij stonden op. Toen het schip 45 graden slagzij maakte, zo ging het verhaal verder, werd de sloep aan bakboord gestreken en kapitein Van der Meij gaf order in de boot te springen. Zelf bleef hij met de eerste stuurman en de eerste machinist nog aan boord en weldra zond de radio-installatie 5.0.5.-seinen de ether in. Het schip maakte toen slagzij van een graad of vijftig, doch ook dit drietal moest het schip verlaten, dat een prooi van de zee werd. De zee werd steeds ruwer en met grote moeite gelukte het, de reddingboot met de gezagvoerder aan het roer op de golven te houden. Kletsnat werden de mannen; er was genoeg eten en drinken in de sloep, maar daarvoor hadden zij, die onvermoeid de strijd tegen de elementen voerden, geen tijd. Treiler kwam en verdween. Opeens zagen ze een licht van een schip en enige van de zes vuurpijlen, die er voorradig waren, gingen de lucht in, doch hun pogingen waren tevergeefs, ook nadat ze nog met fakkellichten zwaaiden. De treiler verdween uit het gezicht. Vliegtuigen zochten eveneens naar de Nederlandse zeelieden en hoewel de mannen een vliegtuig aan de horizon zagen, werden ze niet opgemerkt. De afstand was te groot. De natte en verkleumde schipbreukelingen kropen bij elkaar om enige warmte te zoeken, doch de kapitein sprak hun moed in en spoedig zaten ze weer aan de riemen. De zee werd, naar het scheen, iets kalmer en er werd een zeil gehesen. Na een kwartier moest het wegens het slechte weer weer worden gestreken. De reddende Brittia. Plotseling zagen de uitgeputte mannen — het liep inmiddels tegen middernacht — weer een licht opdagen, doch de vissende treiler merkte de sloep niet op. Men man en macht werd er geroeid, twee man aan één riem, en op 25 meter afstand kreeg men de schipbreukelingen, die waren gaan schreeuwen, in de gaten. Nog haast werden we overvaren, aldus Boogaards, want het schip moest rekening houden met de netten, doch het gelukte ons om het schip heen te varen en aan lijzij te komen. De mannen moesten geholpen worden om aan boord van de Franse treiler Brittia te komen. Met hete koffie en cognac kwamen onze landgenoten langzamerhand weer op hun verhaal. Hun verstijfde ledematen werden met eau de cologne ingewreven en ook dat hielp mee om hen weer op te doen knappen. De „Brittia" zette koers naar Lorient, waar de bemanning van de R.P.S. Donderdagmiddag om een uur voet aan wal zette en waar hun een liefderijke ontvangst wachtte. Die avond om tien uur stapten ze te Lorient in de trein, die hen weer naar Nederland zou brengen. De trein was te laat in Parijs en dit oponthoud was de oorzaak, dat het nog enige uren langer zou duren voordat ze hun familieleden terug zouden zien. Dit was niet de eerste keer, dat Boogaards voer. Hij had enig tijd terug kunnen monsteren op een schip, doch hij zag er van af, omdat het schip hem niet lokte. Dat schip was de Frederik, zo vertelde hij, het schip, dat enige dagen geleden voor Katwijk na een aanvaring zonk. Wie zal hem dan ook kwalijk nemen, dat hij verzuchtte „voorlopig ga ik niet weer weg."

Afbeeldingen


Omschrijving: R.P.S. 1951 te water op 23-12-1950.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: R.P.S. 1951
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: R.P.S. 1951
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto