Inloggen
PHOENIX - ID 5139

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1957
Classification Register: American Bureau of Shipping (AB)
IMO nummer: 5277361
Nat. Official Number: 3544 Z GRON 1957
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks, 2 winches
Lift Capacity: 3 ton each
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Scheepswerf 'Voorwaarts' v/h. E.J. Hijlkema, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 173
Launch Date: 1957-08-23
Delivery Date: 1957-10-08
Technical Data

Engine Manufacturer: Werkspoor N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 500
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Werkspoor nr. 1827 Type TMAS278 (270x500)
Speed in knots: 10
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 499.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 298.00 Net tonnage
Deadweight: 798.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 37500 Cubic Feet
Bale: 34200 Cubic Feet
 
Length 1: 56.33 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 54.09 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.95 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.09 Meters Depth, moulded
Draught: 3.34 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1957-10-08 PHOENIX
Manager: W.F. Kampman's Bevrachtingsbedrijf N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: N.V. Zeevaartmaatschappij 'Navigare', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PGSR

Date/Name Ship 1968-05-06 PHOENIX
Manager: W.F. Kampman's Bevrachtingsbedrijf N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: W.F. Kampman's Bevrachtingsbedrijf N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PGSR

Ship Events Data

1957-08-22: Op 22-08-1957 als "PHOENIX", zijnde een motorschip in aanbouw, nog niet gemeten, liggende te Martenshoek, door A. Kraaijema, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van brandmerk 3544 Z GRON 1957 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant dekhuis op kampanje, 3.35 m. uit hekplaat, 1.80 m. uit de lengteas en 1.50 m. uit dek.
1957-08-26: NvhN 22-08-1957: Tewaterlating m.s. Phoenix. Bij de Scheepswerf Voorwaarts, E. J. Hijlkema te Hoogezand, werd met goed gevolg te water gelaten het nieuwe motorkustvaartuig Phoenix, dat wordt gebouwd voor rekening van de N.V. Navigare te Amsterdam. De Phoenix (bouwno. 173) is van het gladdektype, meet 810 ton d.w. en heeft de volgende afmetingen: lengte o.a. 56.28 m, lengte tussen de loodlijnen 51.83 m, breedte 8.90 m en holte 3.70 m. De beladen diepgang op zomermerk is 3.34 m. De voortstuwing zal geschieden door een 500 p.k. motor, terwijl voorts in de machinekamer twee hulpmotoren van 40 p.k. elk zullen worden opgesteld. De ruiminhoud bedraagt 37.500 cft. grainspace en 34.200 cft. balespace. De bunkercapaciteit is: brandstof 60 ton, waterballast ca. 280 ton en drinkwater 12 m 3.
De bouw geschiedt onder toezicht van American Bureau of Shipping en Scheepvaart Inspectie voor de onbeperkte vaart. Op de vrijgekomen helling zal de kiel worden gelegd voor een coaster van het half-shelterdektype, groot 910 ton d.w. voor rekening van de heer H. Boll te Heilo. Dit schip zal worden uitgerust met een 650 p.k. motor.
1957-10-09: NvhN 09-10-1957: Proefvaart m.s. PHOENIX. Op de Eems heeft de geslaagde proefvaart plaats gevonden van het motorkustvaartuig PHOENIX dat bij Scheepswerf Voorwaarts E. J. Hijlkema te Hoogezand werd gebouwd voor rekening van de Zeevaart Maatschappij Navigare te Amsterdam. De Phoenix is van het gladdektype, meet 810 en heeft de volgende afmetingen.; L.o.a. 56.28 m, lengte tussen de loodlijnen 51.83 m, breedte 8.90 m en holte 3.30 m. De beladen diepgang op zomermerk 3.34 m. De voortstuwing geschied door een 500 pk motor, waarmede het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van ca. 10 3/4 knoop. In plaats van reddingboten is het schip uitgerust met met rubbervlotten. De ruiminhoud bedraagt 37.500 cft. grainspace en 34.200 balespace. De bouw geschiedde onder toezicht van American Bureau of Shipping en Scheepvaart Inspectie onbeperkte vaart.
1969-10-10: Final Fate:
Onderweg van Pasajes naar Calais met 728 ton zinkerts en ten anker liggend, gezonken in pos. 50.53.N. - 01.32.O. (2 mijl van Cap Griz Nez) na een aanvaring in dichte mist met het Britse tank-landingsschip 'Abbeville'. Een bemanningslid verloor hierbij het leven.
Leeuwarder Courant 11-10-1969: Nederlandse kustvaarder gezonken. Ongeveer twee mijl ten westen van Kaap Gris Nez is gisteravond de Nederlandse kustvaarder „PHOENIX" in dichte mist in aanvaring gekomen met het Britse vrachtschip „Abbeville" en gezonken. Van de negen bemanningsleden werden acht man opgepikt door reddingsboten van de „Abbeville". Naar de negende man werd vanmorgen nog gezocht. De „Phoenix" was met 750 ton stukgoed onderweg van Pasajes in Noord-Spanje naar Calais. Het schip is eigendom van rederij Kampman te Amsterdam.

Deel van de uitspraak Raad voor de Scheepvaart. Uit de ter beschikking staande gegevens is gebleken dat de ankerpositie ruim buiten de Main Traffic Route moet hebben gelegen, in de Inshore Traffic Zone. In verband met deze zone staat in de kaart een waarschuwing vermeld, dat daar scheepvaartverkeer in beide richtingen te verwachten is. Ankeren in deze zone tijdens de mist, is, hoewel minder verkeer verwacht kan worden, niet zonder risico. Te ± 21.20 werden aan boord van de “Phoenix” de navigatielichten van een ander vaartuig, dat naderhand het Engelse landingsvaartuig “Abbeville” bleek te zijn, aan bakboord achterlijker dan dwars op een geschatte afstand van 150 meter verkend. Dit schip voer volgens betrokkene aanvankelijk in een koers gericht op de boeg van de “Phoenix”, maar draaide vervolgens naar stuurboord recht op de midscheeps aan. Terstond nam betrokkene die, ondanks een attentiesein op de fluit, een aanvaring vreesde de juiste maatregel om de kok naar beneden te sturen teneinde de bemanning uit te porren. Helaas gaf hij de kok geen instructie om de mensen te waarschuwen een zwemvest om te doen. Even later werd de “Phoenix” met zoveel kracht aan bakboord in de midscheeps aangevaren, dat het schip binnen enkele minuten een groet slagzij over bakboord verkreeg, kapseisde en zonk. De bemanning was toen, dankzij het tijdige uitporren, aan dek. Enkele bemanningsleden wisten een reddingvlot buitenboord te zetten toen het schip omsloeg. Met dit zelfopblaasbare vlot konden vijf leden der bemanning worden gered. Betrokkene en de tweede motordrijver, die beiden een zwemvest om hadden, konden na lange tijd in het water gelegen te hebben, worden gered. De stuurman, die geen zwemvest omhad, werd gered doordat hij het geluk had een reddingboei en een stuk hout te vinden. De lichtmatroos is tijdig aan dek gekomen en daarna met de kok van de hoge zijde van het kapseizende schip in zee gesprongen. Hij had geen zwemvest om. Ondanks het feit dat hij kon zwemmen heeft hij het reddingvlot, waar de kok heen zwom , niet kunnen bereiken. Aangenomen moet worden dat hij is verdronken. Het is de raad opgevallen dat, hoewel er voldoende zwemvesten aan boord waren en deze op de voorgeschreven plaatsen waren opgeborgen, betrekkelijk weinig drenkelingen een zwemvest om hadden. Gelet op het feit dat betrokkene alle voorgeschreven maatregelen ter voorkoming van aanvaring op de juiste wijze heeft genomen is de raad van oordeel dat hem geen schuld aan de aanvaring kan worden verweten.
Lering: Deze ramp leert, dat kleine zeeschepen, ook wanneer zij buiten de drukke vaarroute voor het grote scheepvaartverkeer in de mist op zee ten anker komen gevaar lopen. Onder dergelijke omstandigheden is het, evenals tijdens de vaart in de mist, voor de veiligheid van iedere opvarende van groot belang, dat hij, waar hij zich aan boord bevindt, zijn zwemvest, klaar voor gebruik, dicht bij de hand heeft, zodanig, dat het in een gevaarssituatie onmiddellijk kan worden omgedaan. Het belang van een alarmschelinstallatie aan boord van kustvaarders heeft de raad reeds eerder aan de orde gesteld. Met betrekking tot een en ander wijst de raad op zijn uitspraak inzake het zinken in de Westerschelde van de ten anker liggende “Looiersgracht” , na aanvaring met de “Langkloof”, op 2 januari 1964 (uitspraak nr. 3 van 1965). De raad betuigt zijn deelneming met de nabestaanden van de omgekomen lichtmatroos.

1970-03-02: Nederlands Dagblad 02-03-1970: Zwemvesten paraat. Amsterdam — Kleine zeeschepen, ook wanneer zij buiten de drukke vaarroute voor het grote scheepvaartverkeer ln de mist op zee ten anker komen, lopen gevaar. Onder dergelijke omstandigheden is het, evenals tijdens de vaart in de mist, voor de veiligheid van iedere opvarende van groot belang dat hij waar hij zich aan boord bevindt, zijn zwemvest klaar voor gebruik dicht bij de hand heeft zodanig, dat het in een gevaarssituatie onmiddellijk kan worden omgedaan. Dit zegt de Raad voor de Scheepvaart in zijn uitspraak inzake de aanvaring van het motorschip „PHOENIX", dat in de mist ten anker lag, met het Engelse landingsvaartuig „Abbeville" nabij kaap Gris Nez, op 10 oktober vorig jaar. De Phoenix kapseisde en zonk. Een matroos verloor hierbij het leven. De overige bemanningsleden konden worden gered. De Raad voor de Scheepvaart is van mening dat de kapitein van de „Phoenix" geen schuld heeft aan de aanvaring, zodat een tuchtrechtelijke correctie niet aan de orde komt.

Afbeeldingen


Omschrijving: PHOENIX vlak voor de tewaterlating.
Gemaakt door: Fotobedrijf Piet Boonstra, Groningen
Onderwerp: Tewaterlating

Omschrijving: De PHOENIX op proefvaart en overdracht
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: PHOENIX
Gemaakt door: Unknown
Overige afbeeldingen


Omschrijving: PHOENIX kiellegging
Gemaakt door: Fotobedrijf Piet Boonstra, Groningen
Onderwerp: Kiellegging