1906
NvhN 080406:
Men zal zich herinneren dat we indertijd onze hulp hebben verleend aan een inschrijving ten behoeve van schipper Joh. Moesker en zijne familie, die zijn schip had verloren en nu door verschillende vrienden, die met zijn lot waren begaan, geholpen werd, om weer een nieuw vaartuig in bezit te krijgen. Wij kunnen thans melden, dat hedenmiddag van de werf der heeren Gebr. G. en H. Bodewes te Hoogezand te water is gelaten het nieuwe zeeschip NEËZARTIE, bestemd voor bovengenoemden Joh. Moesker. Hierin is dus thans de hem verleende hulp belichaamd geworden, wat hij ook in den naam van het schip heeft willen uitdrukken, het is de Hebreeuwsche vertaling van "ik ben geholpen geworden". Moge Moesker met dit schip voorspoediger zijn dan met zijn vroeger vaartuig.
NvhN 140606
Groningen. Schipper J. Moesker ligt met de NEËZARTIE zeilree, of liever hij denkt morgen naar Delfzijl te vertrekken met een lading graan voor een firma alhier om, nadat het kompas aldaar is geverifieerd het zeegat uit te gaan en zijn eerste reis naar Rochester te doen. Het schip is een twee mast tjalk van bijna 100 ton inhoud, geheel van ijzer gebouwd en van nieuw tuig voorzien. Toen we hem dezer dagen eens opzochten, verklaarde hij het er best mee te durven wagen; afgeschrikt door de vorige stranding bij Libau, waar zijn vrouw en kinderen maar ternauwernood gered werden, was hij niet, en ook zijn vrouw niet hoewel deze toch voorlopig ter wille van de kinderen aan de wal blijft. We wensen de schipper Moesker op zijn nieuwe vaartuig, waarin ook het nieuwsblad begrijpelijkerwijze belang zal blijven stellen, veel voorspoed.
NNO 021106
Saffi, 14 oktober. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Havre en vertrok 17 oktober naar Rabat.
NNO 181106
Rabat, 3 november. Binnengekomen NEËZARTIE, Moesker van Saffi.
1907
RN 250107
De ijzeren en stalen koftjalk NEËZARTIE, kapt. Moesker, van Rabat naar Macduff. passeerde 22 januari Prawlepoint.
RN 140207
De ijzeren en stalen kof tjalk NEËZARTIE, kapt. Moesker, arriveerde 11 februari van Rabat to Macduff.
NNO 211207
Teignmouth, 19 december. Uitgezeild NEËZARTIE, Moesker naar Leith.
1908
RN 150108
De ijzeren en stalen kolftjalk NEËZARTIE, kapt. Moesker, arriveerde 10 januari van Leith te Grangemouth.
NPGC 221208
Londen, 17 december. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Duinkerken.
1909
NRC 140109
Cowes, 12 januari. Het van Londen met mest naar Tralee bestemde Nederlandse schip NEEZARTIE, schipper Moesker, is met weggeslagen zwaard heden alhier binnengelopen.
Op 01-09-1909 wordt het schip in een openbare verkoping voor Hfl. 7.525,-- verkocht aan Harm Jan Tunteler, cargadoor, woonende te Groningen. Moesker wordt huurder en blijft schipper.
RN 01009
Delfzijl, 28 september De tjalk NEEZARTIE, schipper Moesker, van hier naar Statensiel op sleeptouw van de sleepboot ALBERDINA MARIA, is door het aan de grond lopen van de sleepboot hiermee in aanvaring gekomen en bekwam daarbij schade aan stuurboordsboeg. Het schip keerde naar hier terug om te repareeren.
AH 101009 (Delfzijl, 8 Oct.) De schade aan de tjalk "„NEEZARTIE" (zie Avondblad 2 Sept.) is hersteld. Het schip vertrok heden met een lading stroocarton uit Nieuweschans naar Engeland.
1910
NNO 300110
Guernsey, 26 januari. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Yarmouth.
NNO 091210
Saffi, 23 november. Binnengekomen NEËZARTIE, Moesker van Mazagan.
1911
NNO 250211
Peter Head, 22 februari. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van SAffi.
RN 011211
Nakskov, 27 november.De koftjalk NEËZARTIE, kapt Moesker, uit Groningen, met aardappelen van Hobro naar Warnemunde, is heden op Albuen gestrand en wacht op assistentie van Svitzer.
NVEC 231211
Nakskov, 22 december. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Rostock.
1912
NVD 300312
Christiana, 27 maart. Uitgezeild NEËZARTIE, Moesker naar Emden.
NNO 301012
Bremerhaven, 28 november. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Kroonstad.
1913
NVEC 180113
Christiansund, 15 januari. Uitgezeild NEËZARTIE, Moesker naar Papenburg.
NVEC 241213
Teignmouth, 20 december. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Frederikstad.
1914
NNO 280114
Teignmouth, 24 januari. Uitgezeild NEËZARTIE, Moesker naar Fisherow.
DMB 051214
Lowestoft. 2 december. De Nederlandsche koftjalk NEËZARTIE, kaptein Moester, uit Groningen van Hernosand naar Gravesend met hout. liep hier binnen met schade aan de windas.
1915
NNO 010215
Gravesend, 28 januari. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Hernòsand.
NPGC 231115
Lillesand, 8 november. Binnengekomen NEËZARTIE, Moesker van Leith.
Op 18-12-1915 verkoopt en cedeert Harm Jan Tunteler het schip voor 2/3 gedeelte aan Lubbertus Petrus de Groot, notaris te Groningen en Louwe Jans Koning, assuradeur te Groningen. Elk voor 1/3 deel en voor Hfl. 3033,33, dus totaal Hfl. 6066,66. Het door den verkooper Harm Jan Tunteler met den heer Johannes Moesker gesloten huurcontract wordt door den koopers erkend en voor hunne aandelen overgenomen.
1916
NPGC 210416
Burnt Island, 15 april. Uitgezeild NEËZARTIE, Moesker naar Arendal.
GD 261016
Frederikstad, 13 oktober. Aangekomen NEËZARTIE, Moesker van Dysart.
Vertrok 14-11-1916 van Horten (No) naar West-Hartlepool met een lading mijnstutten. Aan boord waren de schipper, zijn vrouw en drie zoons. Nadien niets meer vernomen, met man en muis vergaan. NB: Volgens de R v/d S was het schip sinds 1909 in het buitenland verbleven.
1917
AH 050617
Raad voor de Scheepvaart. Onderzoek door den Raad v. d. Scheepvaart naar de oorzaken van o.a. het vermoedelijk met man en muis vergaan tijdens de reis van Horten (Noorwegen) naar West Hartlepool v. h. zeilschip „NEEZARTIE"; gewezen schipper-eigenaar J. Moesker te Groningen.
No. 61. UITSPRAAK van den Raad voor de Scheepvaart
Betreffende het vermoedelijk met man en muis vergaan van het kofschip NEÈZARTIE. Het kofschip NEÈZARTIE.is op of na 14 november 1916 op de reis van Horten in Noorwegen naar West-Hartlepool vermoedelijk met man en muis vergaan. Na een te dezer zake gehouden voorlopig onderzoek door de scheepvaartinspectie in het III de district, besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat overeenkomstig het voorstel van den hoofdinspecteur dd. 7 mei 1917 een nader onderzoek naar deze vermoedelijke scheepsramp door den raad zou worden ingesteld. De behandeling had plaats ter openbare zitting van 7 juni 1917 en nam de raad voorts kennis van een schrijven van de schipper van de NEÈZARTIE, gedagteekend: Horten, 13 november 1916, van een telegram en een schrijven van de bevrachter Chr. Eyde, respectievelijk gedagteekend: Arendal, 9 en 10 januari 1917, van een telegram van de consul der Nederlanden te WestHartlepool dd. 23 Januari 1917, alsmede van een schrijven van het havenkantoor te Lillesand dd. 14 Februari 1917. Uit een en ander is het navolgende gebleken: Het kofschip NEÈZARTIE., in 1903 van staal gebouwd, groot 97.43/77.45 reg. ton, in eigendom bevaren door de schipper J. Moesker te Groningen, vertrok, volgens te Groningen ontvangen berichten, op 14 november 1916 van Horten in Noorwegen met een lading mijnstutten naar West-Hartlepool. Aan boord bevonden zich de schipper, zijne eclitgenoote en drie zoons. Omtrent de zeewaardigheid van het schip en de hoogte van de deklast zijn geen bijzonderheden bekend. Het schip is sedert oktober 1909 buitenslands gebleven en onder de tegenwoordige omstandigheden had de scheepvaartinspectie geen gelegenheid het schip te onderzoeken. Op een verklaring door het bureau Veritas verstrekt werd op 3 juni 1916 een nieuw certificaat van deugdelijkheid afgegeven, geldig tot 1 juni 1917. Volgens bericht van de Nederlandse consul te WestHartlepool was de NEÈZARTIE op 23 januari 1917 aldaar nog niet aangekomen, terwijl ook latere nasporingen vruchteloos gebleven zijn. De raad is van oordeel, dat het kofschip NEÈZARTIE op of na 14 november 1916, op de reis van Horten in Noorwegen naar West-Hartlepool vermoedelijk is vergaan, bij welke ramp alle opvarenden het leven hebben verloren. Aldus gedaan op 7 Juni 1917
>