Inloggen
NAUTILUS - ID 4473

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1933
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
Nat. Official Number: 1608 Z GRON 1933
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Scheepswerf 'Gideon' J. Koster Hzn., Groningen, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 139
Launch Date: 1933-02-15
Delivery Date: 1933-04-01
Technical Data

Engine Manufacturer: Humboldt-Deutz Motoren A.G., Cologne (Köln), Germany
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 180
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz nr. 274490-92 Type (280x450) 320 rpm.
Speed in knots: 8
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 195.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 91.00 Net tonnage
Deadweight: 250.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 11654 Cubic Feet
Bale: 10900 Cubic Feet
 
Length 2: 33.20 Meters Registered
Beam: 6.59 Meters Registered
Depth: 2.48 Meters Depth, moulded
Configuration Changes

Datum 1955-00-00
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: De Deutz hoofdmotor van 180 Pk bij 320 rpm, vervaardigd in 1933, werd in 1955 gereviseerd en afgesteld op 150 PK bij 300 rpm.

Ship History Data

Date/Name Ship 1933-04-01 NAUTILUS
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Anne Kunst, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PGCX

Date/Name Ship 1942-05-17 NEDERLAND
Manager: Staat der Nederlanden, London, Netherlands
Eigenaar: Staat der Nederlanden, London, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands

Date/Name Ship 1945-05-00 NAUTILUS
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Anne Kunst, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PGCX

Date/Name Ship 1950-04-26 NAUTILUS
Manager: Firma A. van Dijk, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Gebr. Gerrit & Jan de Boer Rzn., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PGCX

Date/Name Ship 1955-07-14 NAN
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: N.V. 'Dienan', Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder: Hayeltjo Oldenburger & Frans van Eisden
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PGCK

Date/Name Ship 1958-06-24 MARLENE
Manager: Heinrich Schulte, Haren, Groningen, German Federal Republic
Eigenaar: Heinrich Schulte, Haren, Groningen, German Federal Republic
Shareholder:
Homeport / Flag: Haren / German Federal Republic
Callsign: DCUH

Ship Events Data

1933-02-15: NvhN 17-02-1933: Scheepsbouw. Woensdag werd met goed gevolg van de scheepswerf „Gideon" van J. Koster Hzn. te Groningen, te water gelaten het motorzeevrachtschip „NAUTILUS" in aanbouw voor rekening van kapt. A. Kunst te Groningen. Het schip zal een deadweight hebben van 275 ton en worden uitgerust met een 150—180 P.K. compressorlooze Deutz Diesel motor. De bouw geschiedt onder toezicht van Bureau Veritas voor classificatie groote kustvaart.
1933-03-29: Op 29-03-1933 als NAUTILUS, zijnde een motorzeevrachtschip metende 195.07 reg.ton, liggende te Gideon, door J.L. Kleijn, scheepsmeter te Groningen ten verzoeke van Anne Kunst, schipper te Groningen van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1608 Z GRON 1933 op het achterschip achter op de lichtkap van de motorkamer.
1933-04-01: NvhN 04-04-1933: Proefvaart van de „NAUTILUS”. Zaterdag vond op de Eems te Delfzijl een goedgeslaagde proefvaart plaats met het door de scheepswerf „Gideon" van J. Koster Hzn. te Groningen voor rekening van kapt. A. Kunst te Groningen gebouwde motor zeevrachtschip „Nautilus". Het schip heeft een deadweight van 285 ton en is voorzien van een 150—180 P.K. compressorloozen 4-takt Deutz Dieselmotor. Behalve de hoofdmotor is in de machinekamer opgesteld een 6—7 PK compressorlooze Deutz Diesel hulpmotor voor het aandrijven van hulpluchtcompressors en hulpbalastpomp. Bij den mast is een motorlaadlier, eveneens gedreven door een 6—7 P.K. compressorloozen Deutz Dieselhulpmotor opgesteld met een capaciteit van 2 ton. De verblijven zijn uiterst geriefelijk en modern ingericht. De bouw geschiedde onder speciaal toezicht van het Bureau Veritas, klasse Groote Kustvaart.
1942-05-10: Arriveerde op de Humber na te zijn ontsnapt uit een konvooi op weg van Norrköping naar Delfzijl met een lading hout. Ingeschreven bij The Netherlands Shipping & Trading Co. te Londen.

De Groninger coaster NAUTILUS ontkwam aan de bezetter en, beladen met zaaghout voor de Duitse Wehrmacht, op een riskante tocht regelrecht naar Engeland voer. Vanaf Brunsbüttel werd in konvooi gevaren, waarbij alle schepen één of twee soldaten mee aan boord kregen. Uitwijken naar Engeland was derhalve schier onmogelijk. De Nautilus, onder gezag van kapitein Max Ellerbrock, zag echter kans zijn koers te wijzigen en in Engeland aan te komen. De Duitse bewaker, een marineman, werd bij aankomst in Engeland krijgsgevangen genomen. Gedurende het verdere verloop van de oorlog heeft de Nautilus voor de geallieerden gevaren. Tijdens en na de bevrijdingsdagen voer deze ‘Little Grey Devil’ voor de Nederlandse marine. De in het Duitse Emden geboren Max Ellerbrock is na aankomst in Engeland genaturaliseerd en kreeg een Nederlands paspoort. Voor de heroïsche onderneming ontving de bemanning het Kruis van Verdienste met de Gespen. De in 1933 bij Scheepswerf Gideon J. Koster in Groningen gebouwde Nautilus (33,20 x 6,59 x 2,48 meter, 250 TDW) was eigendom van Anne Kunst uit Groningen. Op 12 april van dat jaar maakte het schip zijn eerste reis met blikjes gecondenseerde melk van Delfzijl naar Liverpool. Reder Kunst heeft aanvankelijk zelf een aantal jaren als kapitein op zijn schip gevaren.
Vlak voor het uitbreken van de oorlog woonde de familie Kunst in Rotterdam. Max Ellerbrock was toen reeds kapitein op de Nautilus. De verhouding tussen Kunst en Ellerbrock was bijzonder goed; ze kenden elkaar al jaren. Als respectievelijk stuurman en matroos hadden ze in het verleden op het schip van de vader van Kunst gevaren. Ook de vriendschap met de in Farmsum woonachtige motordrijver/machinist Jannes van Sloten was zeer hecht. Toen Rotterdam gebombardeerd werd, lag de Nautilus in de Maasstad. De familie Kunst heeft nog geprobeerd haar toevlucht te zoeken aan boord, maar het schip kon al niet meer weg komen. In het begin van de oorlog verhuisde reder Kunst naar Groningen. Vanuit zowel deze provinciehoofdstad als vanuit Delfzijl werden, onder Duitse bewaking, regelmatig reizen naar en van Scandinavië gemaakt. Complot. Begin mei 1942 was de toen negen jaar oude Nautilus vanuit het Zweedse Norrköping vertrokken met een lading zaaghout voor de Duitse Wehrmacht die in Delfzijl gelost moest worden. Kapitein Ellerbrock had toen al het plan om naar Engeland te ontsnappen. Eerder reeds had hij met opzet zijn schip laten invriezen om zo de gelegenheid te vinden om te ontvluchten. Hij besprak zijn plan met zijn stuurman La Hei en stuurmansleerling Griffioen. Beide mannen stemden er volledig mee in. Ook machinist Jannes van Sloten werd in het complot betrokken. Men had verschillende voor de ontsnapping benodigde artikelen aan boord verstopt. Gedurende de vaart door het Kielerkanaal bevond zich, behalve de Duitse loods, ook een gewapende militair aan boord die in Cuxhaven vervangen werd door een Duitse marinematroos. Diens niet onbelangrijke taak was het om het schip tot aan Delfzijl te bewaken. Buiten konvooiverband. De reis van Norrköping tot Holtenau werd, samen met de coasters Wim en Eemshorn, gemaakt in konvooi. Op Holtenau lagen er inmiddels orders voor de Nautilus om de coaster Geziena, die daar met een defecte motor lag, op sleeptouw te nemen naar Delfzijl. Dit strookte evenwel niet met de plannen van kapitein Ellerbrock. Hij deed het voorkomen dat hij zelf motorschade had en bleef in Brunsbüttel liggen. De Geziena werd daarop door een andere Nederlandse kustvaarder op sleeptouw genomen. Na zogenaamde reparatie vertrok de Nautilus op 8 mei van Brunsbüttel met aan boord de marinematroos die belast was met de bewaking. Hij stond in voortdurend contact met Duitse bewakers aan boord van andere schepen, die eveneens in konvooi naar Delfzijl voeren. Door langzamer te varen en onmerkbaar de koers te wijzigen, geraakte de Nautilus het konvooi kwijt. Dit moest evenwel zodanig aangepakt worden dat er geen achterdocht bij de Duitse bewaking kon ontstaan. Geheel volgens afspraak en plan kwam machinist Van Sloten op de brug met de mededeling dat er “wat aan de motor haperde” en dat “deze enige tijd slechts langzaam zou kunnen draaien”. Kapitein Ellerbrock deed alsof hij door deze gang van zaken verrast was en mopperde op de machinist dat hij, toen ze bijna stil lagen, de reparatie niet goed genoeg had gedaan. Hoe dan ook, er werd snelheid verminderd en intussen van koers veranderd. Zo raakte de Nautilus buiten konvooiverband. Tegen de avond kwam de machinist opnieuw op de brug. Hij meldde dat het euvel aan de motor niet verholpen kon worden zonder dat enige tijd gestopt werd. Hierop deed de kapitein voorkomen alsof hij ontzettend boos was en ging persoonlijk mee naar de machinekamer, waar – de waan van hevige woede bij de Duitse bewaker opwekkend – heftig gesmeten werd met sleutels en hamers. De bewaker kwam af en toe ook eens kijken. De kapitein nodigde hem uit in zijn hut, bood hem koffie en een paar borrels aan, mopperde zogenaamd over de machinist en vertelde dat het wel de hele nacht zou duren. Hij adviseerde de Duitser maar te gaan slapen… Opgewonden en nerveuze stemming. Nadat de duisternis was ingevallen, kon vrij snel de juiste koers worden gevolgd en werd de route naar het vrije Engeland uitgestippeld. Terwijl de bewaker in diepe rust was, werd zijn wapen onklaar gemaakt. De volgende ochtend kwam de bewaker aan dek en zag tot zijn schrik niet de bekende toren van Farmsum, maar dat het schip in volle zee was. Toen hij op de bekende Duitse toon om opheldering vroeg wat er gebeurd was, werd hem aan het verstand gebracht dat hij maar beter in zijn lot kon berusten. “Wij varen naar Engeland…” werd hem onder daverend gelach toegevoegd, zinspelend op de brallende liederen die de Duitsers in de oorlogsjaren zongen over ‘nach England fahren’. Hij werd in het vooronder veilig opgeborgen. De reis verliep niet zonder spanning; alles wat werd waargenomen kon gevaarlijk zijn of worden. In de verte werd een rookpluim waargenomen, later heel vaag een schip, doch dit verdween ook weer. De Nautilus zelf had de mast gestreken om zo weinig mogelijk tegen de horizon af te steken. Men verkeerde aan boord in een opgewonden en nerveuze stemming. Het was erop of eronder, want als de vlucht werd ontdekt of het schip werd aangehouden door een patrouillevaartuig, dan wachtte de kapitein, en wellicht de gehele bemanning, de kogel. Gedurende de reis kwamen verschillende vliegtuigen overzetten, doch deze lieten het schip ongemoeid.
From Sweden… Eindelijk kwam de Engelse kust in zicht en dit gaf algemene vreugde onder de bemanning. Voor de kapitein betekende het de weg naar het leven en de vrijheid: hij was getrouwd met een Engelse en woonde in Great Yarmouth. Een vliegtuig cirkelde enkele keren om het schip – de bemanning van de Nautilus had een Nederlandse vlag over de luiken gelegd – en wees het schip de juiste route naar de versperde ingang van de rivier de Humber. Zoals ook reeds vóór de oorlog gebruikelijk, werd het schip gepraaid door een motorbarkas en door de scheepsroeper werd gevraagd waar ze vandaan kwamen. Het laconieke antwoord luidde: ‘From Sweden with timber’ en dit diende enkele keren worden herhaald. Aan boord van de barkas begreep men er niets van en er werd besloten aan boord van de Nautilus te gaan; hier kreeg men dan het verslag van de kapitein te horen, dat het schip inderdaad uit Norrköping kwam met zaaghout. De eerste en waarschijnlijk ook de enige lading hout die gedurende de oorlogsjaren uit Zweden in Engeland werd aangevoerd. Vanuit Delfzijl werden prompt na de ontsnapping allerlei nasporingen gedaan, maar reder Kunst wist officieel van niets. Later kreeg hij via het Rode Kruis een merkwaardige telegram: “Zeg aan Rein zijn broer hier alles wel.” De familie Kunst begreep toen dat het schip in Engeland was. Na lossing van de houtlading, die een waarde vertegenwoordigde van 45.000 gulden, werd de Nautilus samen met zo’n tweehonderd andere Nederlandse kustvaarders in Engeland in emplooi genomen. Terwijl aan kapitein Ellerbrock en zijn bemanning onderscheidingen werden uitgereikt (Kapitein Max Ellerbrock kreeg het Kruis van Verdienste met gesp, stuurman Gebinus La Hei, stuurmansleerling Maarten Griffioen, machinist Jannes van Sloten en matroos-kok J Pilon kregen het Kruis van Verdienste zonder gesp.) (KB 3-12-1942/3), werd de coaster ingeschreven bij the Netherlands’ Shipping & Trading Co. in Londen en kwam in beheer bij het eveneens in de Britse hoofdstad gevestigde Freight Express. Tijdens de bevrijdingsdagen en kort na de bevrijding heeft de Nautilus nog een tijdlang gevaren voor de Nederlandse marine. Het schip heeft een belangrijke bijdrage geleverd in het intensieve vervoer van ammunitie, oorlogsmateriaal, belangrijke grondstoffen, kolen en levensmiddelen, bestemd zowel voor de troepen als voor de bevolking. Juist dit type kleine schip was buitengewoon geschikt voor het uitvoeren van speciale transporten; een gedeelte heeft marinediensten verricht en onder andere aan de invasie deelgenomen, terwijl de bemanning voltallig aan boord bleef en haar plicht deed, veelal onder zeer moeilijke omstandigheden.

Ook na de bevrijding heeft de Nautilus een belangrijk aandeel gehad in de aanvoer van levensmiddelen en dringende benodigde grondstoffen, zoals ijzer, rails en dwarsliggers voor de spoorwegen, cement, kolen, kortom alles waaraan grote behoefte bestond. Daarna werd het schip vrijgegeven en moest de coaster op een werf in Rotterdam grondig worden opgeknapt. (Bron: Henk Zuur.)
1949-01-26: Op 26 januari 1949 werd vernomen dat de NAUTILUS van de heer A. Kunst op reis met een lading graan naar Frankrijk op Ömo (Grote Belt) was gestrand. De machinekamer liep vol water, maar het mocht toch gelukken, na een gedeelte van de lading te hebben gelost, het schip behouden te Korsör binnen te brengen. (bron: boek 'Vereniging Oranje 1905-1965')
NvhN 28-01-1949: De „NAUTLUS” weer vlot. De Groninger kustvaarder „Nautilus"— eigenaar de heer Kunst, kapitein de heer Pekelder — welke Woensdagmorgen in de Omö-sund bij mist aan de grond liep, is gisteren weer vlot gekomen en Korsör binnen gelopen. De opgelopen schade is onbelangrijk.
Nederlandse Staatscourant 13-09-1949: Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het, in mistig weer, aan de grond lopen van het schip nabij Omö tijdens reis van Nyköbing naar Duinkerken met een lading graan in zakken. De Nautilus vertrok om 08.00 uur uit Nyköbing, voer de Guldborgsund uit. Om 11.30 werd het dik van de mist maar te 12.30 klaarde het op en voer men volle kracht, 7 ½ mijl, verder. Even na 14.00 uur werd het weer dik van de mist en ging men met geringe vaart verder. Boei 12 werd van dichtbij gepasseerd maar de boeien 13, 14 en 15 werden niet gezien. Kapitein J. Pekelder was van plan om beoosten van Omö ten anker te gaan maar te 15.25 uur liep het schip met zeer geringe vaart aan de grond. Later bleek dat het schip op 600 meter uit de wal Z.O. van Skovklint was vastgelopen. Het schip maakte water in de voorpiek maar later ook in de motorkamer. Op 26 januari om 17.00 kwam er een sleepboot met een lichter langszij en werd terstond begonnen de lading over te slaan. Toen 25 ton gelost was werden voorpiek en machinekamer lens gepompt. Op 27 januari om 0.30 uur kwam het schip weer vlot en heeft een duiker de lekken voorlopig gedicht en werd het schip naar Korsör gesleept. Oordeel van de Raad is o.a.: dat de kapitein J. Pekelder het voorschrift de boeien van route 44 aan bakboord te passeren niet heeft nageleefd. Voorts heeft betrokkene, varende in dikke mist en na boei 12, die hij te 14.00 passeerde, geen enkele verkenning meer had, geheel op zijn gis vertrouwd totdat hij te 15.25 uur aan de grond liep. Hij had niet moeten door varen maar moeten stoppen en ankeren zoals de voorzichtigheid gebood. De Raad is van oordeel dat betrokkene niet voldoende zorgvuldig heeft genavigeerd. De Raad straft kapitein J. Pekelder te Groningen disciplinair door ontneming van de bevoegdheid om gedurende veertien dagen als kapitein of stuurman op een schip, als bedoeld in art.2 van de schepenwet, te varen.
1959-02-28: NvhN 28-02-1959: Nan verkocht naar Duitsland. Door de N.V. Dienan te Delfzijl is het motorkustvaartuig Nan verkocht naar Duitsland. De Nan meet plm. 250 ton draagvermogen en werd in 1933 gebouwd bij de Scheepswerf J. Koster Hzn. te Groningen. Het schip behoort tot het gladdektype en voer eerder onder de naam Nautilus en Nederland In de machinekamer staat een 150 p.k. motor opgesteld. De verkoopprijs zou f 145.000 bedragen.
1959-04-29: Final Fate:
Onderweg met een lading ijzer en stukgoed van Amsterdam naar Aarhus ten gevolge van een aanvaring tijdens slecht weer met het Duitse m.s 'Urundi' 4939/55 gezonken in pos. 53.06.48.N - 04.29.05. O. (5 mijl NW van lichtschip Texel). Alle vijf de opvarenden kwamen hierbij om het leven.


Afbeeldingen


Omschrijving: Nautilus 1933
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.

Omschrijving: Nan 1933 (ex Nautilus ex Nederland ex Nautilus)
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: m.v. Nan (ex Nautilus) on the Noordzeekanaal.
Gemaakt door: Bunschoten, G.