Familiegegevens
Anthonius Hendrikus werd geboren op 08.10.1847 te Delfshaven als z.v. Lucas Klein en Margaretha Helena de Hoog.
Anthonius Hendrikus trouwde op 13.04.1882 te Schiedam met Maria Johanna Elisabeth Heidveldt – geb. 25.06.1886 te Amsterdam – d.v. Franciscus Leonardus Heidveldt en Johanna Engelis.
Anthonius Hendrikus overleed op 11.01.1922 te ’s-Gravenhage (74).
Kinderen
- Margaretha Helena Maria
- Johanna Wilhelmina Theodora Maria
- Catharina Maria
- Anthonius Hendrikus Hermanus
- Willebrordus Theodorus
Opleiding
Behaalde het diploma 3e stuurman Grote Stoomvaart ??
Behaalde het diploma 2e stuurman Grote Stoomvaart ??
Behaalde het diploma 1e stuurman Grote Stoomvaart ??
De schepen van de kapitein
* 1882 – van het s.s. DRENTHE
* 1883 – van het s.s. ZUID-HOLLAND
* 1889 – van het s.s. SOERABAJA
* 1890 – van het s.s. SAMARANG
* 1894 – van het s.s. MERAPI
* 1900 – van het s.s. MALANG
Overige bijzonderheden
Gezagvoerder bij de Rott. Lloyd.
ONDERSTAANDE GEGEVENS ZIJN VAN DE HEER S. PARMA:
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
A.H.Klein was met vlagnummer R43 in de periode 1881 t/m 1885 lid voor de vlag van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart. Dat betekende dat hij wèl de Maatschappijvlag mocht voeren, maar geen recht had op financiële tegemoetkomingen058.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
geen
De schepen van de kapitein
In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat kapitein A.H.Klein met vlagnummer R43 als gezagvoerder in de ledenlijsten van058:
* 1881, 1882 van het ss. “Drenthe” 2333 ton varend voor Wm. Ruys & Zonen te Rotterdam
* 1883 van het ss. Zuid-Holland” 2258 ton varend voor Wm. Ruys & Zonen te Rotterdam
Bouma025 vermeldt A.H.Klein als gezagvoerder van/in:
* 1881 t/m 1882 van het ijzeren schroefstoomschip “Vesta”, ex Pauline, gebouwd in 1857 te Hartlepool, 305 ton o.m., varend voor de KNSA C.A. von Hemert & M.H.Insinger te Amsterdam;
* 1882 van het ijzeren schroefstoomschip “Drenthe”, gebouwd in 1876 te Newcastle, 2500 ton n.m., varend voor Wm.Ruys & Zn te Rotterdam;
* 1884 op het schroefstoomschip “Zuid Holland”, gebouwd in 1882 te Middlesbro, 2258 ton n.m., varend voor Wm.Ruys & Zn te Rotterdam;
* 1885 t/m 1886 op hetzelfde schip maar nu varend voor de Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam
* 1887 t/m 1890 van het ijzeren schroefstoomschip “Soerabaya”, gebouwd in 1884 te Vlissingen, 2300 ton n.m., varend voor de Rotterdamsche Lloyd Wm.Ruys & Zn te Rotterdam;
* 1891 op het schroefstoomschip “Samarang”, gebouwd in 1883 te Middlesbro, 2285 ton n.m., varend voor de Rotterdamsche Lloyd Wm.Ruys & Zn te Rotterdam
Overige bijzonderheden
A.H.Klein transporteerde vanuit Rotterdam detachementen landmachtmilitairen met de “Drenthe” naar Batavia op de volgende reizen065*:
* Vertrek 22 april 1882. Aankomst 09 juni 1882 na 48 dagen. 2 officieren en 53 manschappen.
* Vertrek 16 september 1882. Aankomst 06 november 1882 na 51 dagen. 2 officieren en 42 manschappen.
Hij vervoerde vanuit Rotterdam detachementen met de “Zuid-Holland” tijdens de volgende reizen:
* Vertrek 15 januari 1884. Aankomst 25 februari 1884 na 51 dagen. 3 officieren en 55 manschappen.
* Vertrek 07 juni 1884. Aankomst 23 juli 1884 na 46 dagen. 2 officieren en 82 manschappen.
* Vertrek 08 november 1884. Aankomst 27 december 1884 na 49 dagen. 3 officieren en 33 manschappen.
Bossenbroek065 vermeldt op p.60 dat schepen die troepen vervoerden “extra-inkomsten niet versmaden werden: in Djeddah nam de Zuid-Holland waarop de Duitse tamboer in 1884 de overtocht maakte (verwijst naar ene Stoll, die zijn belevenissen optekende als Erlebnisse), circa 400 terugkerende bedevaartgangers aan boord benevens (tot Ceylon) een sultan met zijn gevolg. Het kostte de ongelukkige perlgrims wel hun rijshouten relikwieën. De niet al te fijngevoelige kapitein (dit slaat dus op kapitein Klein) ‘konnte … nicht einsehen dass sich zwischen diesem Reisig und dem von Sumatra oder Java ein Unterschied fände, und liess daher sämmtliche Bündel über Bord werfen.”065
* Vertrek 30 januari 1886. Aankomst 19 maart 1886 na 48 dagen. 4 officieren en 64 manschappen. Bij aankomst ontbrak 1 officier zonder opgave van redenen.
* Vertrek 04 december 1886. Aankomst 26 januari 1887 na 53 dagen. 4 officieren en 164 manschappen.
Hij vervoerde vanuit Rotterdam detachementen met de “Soerabaya” op de volgende reizen:
* Vertrek 21 mei 1887. Aankomst 06 juli 1887 na 46 dagen. 2 officieren en 60 manschappen.
* Vertrek 08 oktober 1887. Aankomst 19 november 1887 na 42 dagen. 3 officieren en 58 manschappen.
* Vertrek 14 juli 1888. Aankomst 26 augustus 1888 na 43 dagen. 2 officieren en 32 manschappen.
* Vertrek 07 september 1889. Aankomst 17 oktober 1889 na 40 dagen. 2 officieren en 33 manschappen.
* Vertrek 25 januari 1890. Aankomst 08 maart 1890 na 42 dagen. 4 officieren en 40 manschappen.
Hij vervoerde vanuit Rotterdam detachementen met de “Samarang” op de volgende reizen:
* Vertrek 21 maart 1891. Aankomst 02 mei 1891 na 42 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.
* Vertrek 30 april 1892. Aankomst 11 juni 1892 na 42 dagen. 3 officieren en 79 manschappen.
* Vertrek 03 september 1892. Aankomst 14 oktober 1892 na 41 dagen. 3 officieren en 54 manschappen.
* Vertrek 24 juni 1893. Aankomst 02 augustus 1893 na 39 dagen. 3 officieren en 78 manschappen. Bij aankomst ontbeekt 1 officier zonder opgave van reden.
* Vertrek 28 oktober 1893. Aankomst 07 december 1893 na 40 dagen. 2 officieren en 54 manschappen.
* Vertrek 03 maart 1894. Aankomst 14 april 1894 na 42 dagen. 3 offcieren en 43 manschappen.
Familiegegevens
Tjebbe werd geboren op 18.06.1860 te Schiermonnikoog als z.v. Haaike Tjebbes Bakker (zeeman) (ID 425) en Johanna Maria Zeilinga.
Tjebbe (34) (zeeman) trouwde op 20.02.1895 te Den Helder met Martha Alida Visser (32) – geb. ca. 1863 te Schiermonnikoog – d.v. Gerrit Eltjes Visser en Margaretha Haaikes Zeilinga.
Tjebbe overleed op 31.12.1933 te ’s-Gravenhage (73).
Kinderen
- Haaike
- Margaretha
- Johanna Maria
Opleiding
onbekend
Kwam op 07.08.1888 in dienst bij de Firma Ruys & Co., later de Rott. Lloyd.
De schepen van de kapitein
*?? 1900 – 19.. van het s.s. SENIOR – geb. in ??
* 1908 – 19.. van het s.s. MALANG – geb. in
* 19.. – 19. van het s.s. VLIELAND – geb. in 1900 ????
* 19.. – 19.. van het s.s. ARDJOENO – geb. in 18
* 19.. – 19.. van het s.s.RINDJANI – geb. in 18
* 19.. – 19.. van het s.s. GOENTOER – geb. in 18
* 19.. – 19.. van het s.s. SINDORO – geb. in 18
* 1916 – 1920 van het s.s. INSULINDE – geb. in 18
Overige bijzonderheden
Gezagvoerder bij de Rott. Lloyd
Zie verslag van de RvdS 1915 – Nr. 30 – Stoten tegen kade van ss GOENTOER op 19.01.1915.
HNv.d.Dag v.N.I. 090820
Kapitein T. Bakker, de gezagvoerder van het ss. INSULINDE, dat zaterdag jl. te Priok binnenliep, bracht zijn schip voor de laatste maal naar Java. Straks, begin september, gaat het stoomschip weer naar hat vaderland en maakt kapt. Bakker zijn laatste reis in dienst van zijn Maatschappij. Sedert 1888 in dienst bij de Firma Ruys & Co., later de Rott. Lloyd, heeft hij, geleidelijk van 4e stuurman opklimmend tot kapitein, zo’n onafzienbare rij van personen naar en van Indië overgebracht, dat men veilig zeggen kan: Iedereen kent kapt. Bakker. De aard van de positie van de gezagvoerders op de verschillende Nederlandsche mailboten brengt mee dat zij vanzelf publieke personen worden, over wie men praat, omtrent wier faits et gestesalgemene belangstelling bestaat. En daarom mag het a.s. heengaan ook van deze even sympathieke als eenvoudige zeeman niet onopgemerkt blijven. Kapt. Bakker heeft een lang en eervol zeemansleven achter zich.
Geboren in 1860, trok hij op 14-jarigen leeftijd met zijn vader, die kapitein was op het driemast-zeilschip STAATSRAAD VAN EWIJCK, naar zee. Met verschillende zeilschepen heeft hij nog vijf reizen gemaakt. En dat niet alleen naar Indië; ook andere routes dan die van en naar de tropen heeft hij bevaren. Gelijk gezegd, trad de heer Bakker in 1888 bij de firma Ruys in dienst en wel op de 7e augustus van dat jaar. Dus op dezelfde datum waarop hij met zijn INSULINDE voor de laatste maal te Priok aankwam! Hij was achtereenvolgens gezagvoerder op de ARDJOENO, RINDJANI, GOENTOER, SINDORO en INSULINDE, op welk laatste schip hij in 1916 wijlen kapt. Bagchus opvolgde.
Kapitein Bakker heeft steeds gelukkig gevaren. Type van de Hollandse zeeman als hij is, kenmerkt zijn beleid zich door voorzichtigheid en stipte accuratesse.
Hij voer steeds onder het motto: „Zeker is zeker", en de passagier, die het voorrecht had op kapt. Bakker's schip te worden overgebracht, wist dat de koers van het vaartuig bewaakt werd door een man, wiens zeemans-kwaliteiten boven bedenking verheven en met zijn groot piichts- en verantwoordelijkheidsbesef in volkomen harmonie waren.
Indië brengt kapt. Bakker dank voor wat hij voor zijn deel als kapitein ter koopvaardij toebracht aan de welvaart van deze gewesten en het onderhouden van een goede en geregelde verbinding tussen Indië en het moederland.
Als hij straks zijn schip voor de laatste maal de Nieuwe Waterweg binnen stuurt, wacht hem een wèl verdiende rust, een otium cum dignitate, waarvan hij in de kring van zijn familie nog lange, gelukkige jaren moge genieten!