Inloggen
JANTJE EPPIENA - ID 3192

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1935
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5011482
Nat. Official Number: 80 Z APPING 1935
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Masten: One mast
Rig: 2 derricks, 2 winches
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Firma Gebr. Niestern & Co., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 198
Launch Date: 1934-12-27
Delivery Date: 1935-02-25
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 120
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1674 Type C/D (270x340)
Speed in knots: 7
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 200.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 99.00 Net tonnage
Deadweight: 255.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 13491 Cubic Feet
 
Length 1: 35.50 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 33.59 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.44 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.48 Meters Depth, moulded
Draught: 2.36 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1935-02-25 JANTJE EPPIENA
Manager: Jacob Jan Pilon, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jacob Jan Pilon, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PFBQ

Date/Name Ship 1957-03-07 ALJA V
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Jakob Vos, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PCMJ

Date/Name Ship 1970-06-23 BRIGADOON II
Manager: John P. Thomson, Detroit (Mich.), U.S.A.
Eigenaar: John P. Thomson, Detroit (Mich.), U.S.A.
Shareholder:
Homeport / Flag: Detroit (Mich.) / U.S.A.

Date/Name Ship 1972-03-00 GOLDFINGER II
Manager: Northern Eleuthera Shipping Co. Ltd., Nassau, Bahamas
Eigenaar: Northern Eleuthera Shipping Co. Ltd., Nassau, Bahamas
Shareholder:
Homeport / Flag: Nassau / Bahamas
Callsign: ZQA2019

Date/Name Ship 1972-08-00 GOLDFINGER II
Manager: Northern Eleuthera Shipping Co. Ltd., Nassau, Bahamas
Eigenaar: Northern Eleuthera Shipping Co. Ltd., Nassau, Bahamas
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO9477

Ship Events Data

1935-02-25: NvhN 26-02-1935: Proefvaart m.s. „JANTJE EPPIENA”. Gisteren vond op de Eems de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorschip Jantje Eppiena, gebouwd onder klasse Bureau Veritas en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart, op de werf van de Gebr. Niestern te Delfzijl voor rekening van kapt. J. J. Pilon alhier. De afmetingen van het schip zijn als volgt: lengte over alles 35.50 m., breedte op de buitenkant van het grootspant 6,44 m., holte in de zijde 2,60 m. Het is groot netto 99 Reg. ton en bruto 199 Reg. ton, terwijl het D.W. ca. 250 ton bedraagt. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een Brons motor met directe inspuiting opgesteld. Deze motor is in drie cylinder uitvoering met een vermogen van 120 PK. Voor de aandrijving van de lenspomp, de ballastpomp en de compressor is in de motorkamer nog een Lister motor van 6 P.K. geplaatst. Op het mastdek is een motordeklier opgesteld, die wordt aangedreven door een Lister motor van 6 P.K. Deze motor kan tevens bij het snelheffen van de ankers worden gebruikt. Het schip is voorzien van een stroomlijnballansroer en het voldeed op de proefvaart zeer goed. Het zal van Delfzijl naar Groningen vertrekken om daar een lading carton in te nemen bestemd voor Engeland.
1935-02-26: Op 26-02-1935 als JANTJE EPPIENA, zijnde een motorvrachtschip, groot bruto 565.39 m3, liggende te Delfzijl, ten verzoeke van Jacob Jan Pilon, scheepskapitein te Delfzijl, door A. Kraaijema, scheepsmeter te Groningen, van brandmerk 80 Z APPING 1935 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan bakboordzijde in achterkant lichtkap motorkamer.
1935-03-01: NvhN 02-03-1935: Delfzijl, 1 Maart. Het motorschip JANTJE EPPIENA, kapt. Pilon, ledig op weg van hier naar Groningen en het zeilschip JANTJE, kapt. Engelsman, beladen met carton naar hier, kwamen in het Eemskanaal met elkaar in aanvaring, waardoor beide schepen schade bekwamen.
1936-05-27: NvhN 28-05-1936: Delfzijl, 27 Mei. De motorschepen Ransel, kapt. Teerling en JANTJE EPPIENA, kapt Pilon, die hier beide met lichte motorschade binnenkwamen, hebben de schade hersteld en zetten de reis naar hun bestemming resp. Frederikshaven en Bornem voort.
1936-08-20: De Tijd 20-08-1936: Utrecht als zeehaven. Geen Utopie of droombeeld. Voor de eerste maal sinds menschenheugenis doet een zeeschip Utrecht aan. Zeevaarder aan den wal. Al mag het zoo op het eerste gezicht wat vreemd aandoen: Utrecht, 'n zeehavenplaats, plannen in die richting bestonden reeds lang en zijn eigenlijk al lang: weer vergeten geraakt, totdat het feit er toch plotseling is. Woensdag n.l. is Utrecht tot een heusche zeehavenplaats geworden, dank zij het feit, dat een schip regelrecht uit Finland naar de Domstad kwam, om daar zonder meer de lading ter bestemder plaatse aan wal te brengen. Met het binnenvallen van dit schip, hetwelk den naam draagt van „JANTJE EPPIENA"', is dus feitelijk de zeehavenstad Utrecht als zoodanig toegevoegd aan de vele andere steden van dien aard, ook al geschiedde dit feit ronder eenig officieel vertoon. Niet dat het maar een toevalligheid is, dat de Jantje Eppiena Utrecht aandoet, want in onze stad was een groepje mannen, dat gedurende drie weken het moment van deze landing met spanning verbeidde. En na een voorspoedige reis van drie weken uit en thuis, ligt genoemd schip langs óe kade aan den Zeedijk gemeerd en werd dit feit in meer engeren kring gevierd, hoewel het van verder strekkende beteekenis kan blijken in de naaste toekomst. Want het ligt in het voornemen, dat meerdere tochten ondernomen zullen worden; tochten met een commercieele strekking, die voor Utrecht van belang zullen zijn. Maar laat ons eerst de aanleiding van deze vaart verhalen, alsmede de strekking daarvan. Bij de directie van den Triplexhandel Ret aan den Zeedijk te Utrecht, onderafd. van den Houthandel Jongeneel, was al verschillende malen de vraag gerezen: zou het niet mogelijk zijn, de groote vrachten triplex, welke uit Finland voornamelijk gehaald worden direct naar Utrecht te vervoeren en door een Nederlandsch schip? Een schip dus, dat op de eerste plaats voldoende bergruimte bevat onder den en dat zeewaardig is en dan een schip, dat van Finland tot in Utrecht kan komen. En aan deze eischen voldoet de Jantje Eppiena van den heer Pilon, tevens gezagvoerder, zoodat hem opdracht kon worden gegeven een groote vracht triplex uit Finland te halen. Nu drie weken geleden voer het schip uit en zooals gezegd, na een voorspoedige reis werd de kapitein in de directiekamer ontvangen, waar de directeur van den N.V. Houthandel voorheen P. M. S. J. Jongeneel, de heer F. Vos hem hartelijk welkom heette. Dan werd het woord verleend aan den heer N. J. ten Bosch, chef van de afdeeling Triplex, algemeen bekend onder den naam Ret. De heer ten Bosch wees er op, dat er voor Ret alle aanleiding is den dag van vandaag belangrijk te vinden, omdat voor de eerste maal Finsch triplex vanaf een Finsche haven zonder overlading tot voor de magazijnen van Ret in Utrecht wordt vervoerd. In den houthandel kent men dit type vervoer reeds lang. De Groningsche Kustvaarders zijn bekende verschijningen op de Oostzee, waar zij met dikwijls heel hooge deklaster, den heelen zomer door overtochten van Finland naar Nederland volbrengen. De reden, dat dit vervoer voor triplex nop niet of nauwelijks is toegepast, is daarin gelegen, dat triplex een teer artikel is, dat beslist onder dek moet worden vervoerd en dat een Groninger kustboot in het algemeen toch nog wel zooveel triplex kan laden, dat men pas bij Ret over dit vervoer kon gaan denken, toen de zaken den omvang hadden gekregen van tegenwoordig. Deze wijze van vervoer moet elke Nederlander in de hoogste mate sympathiek zijn. Vrachtsommen van beteekenis, die anders aan buitenlandsche Reederijen ten deel vielen, blijven nu in Nederland, maar buitendien en bovenal vormen de Groninger Kustvaarders wel Nederlanders van het beste type. De bemanning leeft te zamen als één groote familie en ieder doet blijmoedig zijn plicht met de wetenschap, dat alleen op die wijze een tocht volbracht kan worden, die uiteindelijk toe het voordeel van alle deelhebbers pleegt te strekken. Deze voor Ret eerste experimenieele tocht heeft ons getoond, dat, mits wij bepaalde feiten in het oog houden, met name dat wij geen pakken meer moeten aanvoeren van 150x305 cM., het zeker wenschelijk is deze wijze van vervoer nauwkeurig te bestudeeren on wij hopen binnen enkele dagen aan Kapitein Pilon ts kunnen zeggen, of wij nu direct al weer de .Jantje Eppiena" voor 'n volgenden tocht kunnen charteren, aldus de heer ten Bosch. Op den duur zal het van groot belang zijn dat er ook voldoende uitgaande vracht naar Finland in Holland wordt aangeboden, omdat dan door de retourvracht van Finland naar hier de kosten nog wat zouden kunnen worden verlaagd. Dit is zeer zeker geen utopie, omdat in Finland voor onzen handel en industrie nog genoeg terrein braak ligt. Hierover beslaan een paar interessante brochures van de hand van den heer Moorman. Ik wil thans de hoop uitspreken, aldus de heer ten Bosch, dat de Vossevlag, die op het oogenblik van de Jantje Eppiena waait, nog menigmaal in top van een der Kustvaarders zal gaan en dat al die booten een zoo behouden vaart zullen hebben als kapitein Pilon met Gods hulp ditmaal heeft gehad.
1939-05-23: 23.05.1939: Het Nederlandsche m.s. “JANTJE EPPIENA” kwam gisteren van Goole via Vlissingen te Lymington aan. Het schip moest Vlissingen aandoen wegens machineschade. Thans wordt de lading kolen gelost aan de kade te Lymington.
1940-00-00: Na de inval in 1940 onder Duits toezicht gesteld en voer daarna de gehele oorlogsperiode op Noorwegen. Lag tijdens te bevrijding te Oslo (Noorwegen) In 06.1945 weer terug in Delfzijl.
Na de tweede wereldoorlog mochten er geen schepen, anders dan Russische, meer in Oost- Duitse havensteden komen. In verband met de hongersituatie echter werd besloten het verbod op te heffen. Er werd een Nederlands Regerings transport samengesteld met schepen voor het transport van voedsel. De Groninger bedrijven Carebeka, Gruno, Wijnne & Barends en Wagenborg stonden hierbij de volgende schepen af: "Uni S", "Amigo", "Phoenix", "Tempo" (uitgeleend door Mij. Groningen), "Zwaluw", "Elisabeth" en "Jantje Eppiena". Men vervoerde hoofdzaklijk aardappelen. De "Jantje Eppiena" arriveerde als eerste kustvaartuig in de Oost Duitse havenplaats Rostock.
1957-03-12: NvhN 12-03-1957: M.s. JANTJE EPPIENA wordt ALJA-V. De heer J. J. Pilon te Delfzijl heeft zijn motorschip Jantje Eppiena verkocht aan de heer J. J. Vos te Delfzijl, die het schip heeft herdoopt in Alja V met als thuishaven Delfzijl. Het schip behoort tot het gladdek type en werd in 1935 gebouwd bij de firma Gebr. Niestern's Scheepswerven te Delfzijl. In de machinekamer staat een 120 pk motor opgesteld.
1970-11-18: Op 18-11-1970 in aanvaring met het Britse schip MANCHESTER CITY (1964 - BRT 8.144) in de mond van de Detroit River en beschadigd.
1977-04-05: Final Fate:
Sank in storm off NE Andros in 500', on 5 Apr. 1977. Had served Imperial Lighthouse Service as well, flagged Panama 1972, de-listed 1998.( In 1998: Lloyd's laat de registratie vervallen omdat het nog bestaan van het schip twijfelachtig is.)

Afbeeldingen


Omschrijving: Jantje Eppiena 1935 tijdens de proefvaart op de Eems op 25.02.1935.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: Jantje Eppiena 1935
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: Alja V 1935 ex Jantje Eppiena
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Alja-V 1935 (ex Jantje Eppiena) - foto: Groningen Oosterhaven, 1967.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: Alja V 1935 ex. Jantje Eppiena
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Newspaper clipping in the National Enquirer dated 11/1970.
Gemaakt door: Unknown