Inloggen
GEZIENA HENDERIKA - ID 2485

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1950
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO nummer: 5130317
Nat. Official Number: 2523 Z GRON 1950
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Raised quarter deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks, 2 winches.
Lift Capacity: 2 ton each.
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. Bodewes, Scheepswerf 'Volharding', Foxhol, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 122
Launch Date: 1949-10-08
Delivery Date: 1950-01-25
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 360
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 10057 Type 6ED (290x450) 320 rpm.
Speed in knots: 10
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 494.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 247.00 Net tonnage
Deadweight: 600.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 33200 Cubic Feet
Bale: 31200 Cubic Feet
 
Length 1: 50.15 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 46.22 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.36 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.92 Meters Depth, moulded
Draught: 3.37 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1950-01-20 GEZIENA HENDERIKA
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Gebr. Jan Damhof Jr. en Hendrik Damhof, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PEIL

Date/Name Ship 1951-10-08 MAASSTROOM
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Gebr. Jan Damhof Jr. en Hendrik Damhof, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PFRO
Additional info: Charter voor de HSM

Date/Name Ship 1951-10-29 MAASSTROOM
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Jan Damhof Jr., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hoogezand / Netherlands
Callsign: PFRO

Date/Name Ship 1952-01-09 GEZIENA HENDERIKA
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Holland-Coasting', Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Damhof Jr., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hoogezand / Netherlands
Callsign: PEIL

Date/Name Ship 1953-00-00 GEZIENA HENDERIKA
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Poseidon, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Damhof Jr., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PEIL

Date/Name Ship 1966-02-25 ANHOLT
Manager: Kamp's Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Hendrik van Urk, Beilen, Drenthe, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Beilen / Netherlands
Callsign: PCQS

Date/Name Ship 1970-11-10 COSTAS
Manager: Aravani Brothers, Piraeus, Greece
Eigenaar: Aravani Brothers, Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Piraeus / Greece
Callsign: SYWL

Date/Name Ship 1973-07-00 COSTAS
Manager: Dionisios Gousetis & Co., Piraeus, Greece
Eigenaar: Dionisios Gousetis & Co., Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Piraeus / Greece
Callsign: SYWL

Date/Name Ship 1982-00-00 COASTAS
Manager: A. Panagiotidis & Co. Shipping Enterprises Ltd, Piraeus, Greece
Eigenaar: Dionisios Gousetis & Co., Piraeus, Greece
Shareholder:
Homeport / Flag: Piraeus / Greece
Callsign: SV3496

Date/Name Ship 1984-04-00 COSTAS
Manager: F. Palmon & P. Argyris Morena Naviera Company, San Lorenzo, Honduras
Eigenaar: F. Palmon & P. Argyris Morena Naviera Company, San Lorenzo, Honduras
Shareholder:
Homeport / Flag: San Lorenzo / Honduras
Callsign: HQKL

Ship Events Data

1949-10-08: N.v.h.N. 08-10-1949: Kustvaarder te water gelaten. Vanmorgen om ruim tien uur is de „GEZIENA HENDERIKA" van de werf „Volharding" der Gebroeders Bodewes te Foxhol te water gelaten. Het schip, een coaster van 630 ton d.w. is gebouwd voor rekening van Gebroeders J. H. Damhof te Delfzijl. Op de werf werd direct na deze tewaterlating de kiel gelegd voor een even groot-schip, bestemd voorde firma Kunst, te Groningen.
1950-01-20: Op 20-01-1950 als GEZIENA HENDERIKA, zijnde een stalen motorschip, groot 1399.69 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 18-01-1950 no. 7954, liggende te Foxhol, door J. Matthijssen, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2523 Z GRON 1950 op het achterschip aan S.B. zijde in achterschot dekhuis op verhoogd achterdek, 3.15 m. uit hekplaat, 0.70 m. uit lengteas en 1.58 m. boven dek.
1950-01-26: N.v.h.N. 26-01-1950: Proefvaart GEZIENA HENDERIKA. Gisteren had op de Eems de geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorschip Geziena Henderika, dat bij de scheepswerf Volharding van de Gebr. Bodewes te Foxhol werd gebouwd voor rekening van de Gebr. J. en H. Damhof te Delfzijl. De Geziena Henderika is van het raised quarter-deck type en meet 632 ton d.w. De afmetingen zijn als volgt: lengte 50.15 meter, hreedte 8.37 meter en holte 3.40—4.40 meter. Het schip is gebouwd onder klasse Lloyd's en Scheepvaart Inspectie voor de Atlantische vaart. De voortstuwing geschiedt door een 360 p.k. Brons-Dieselmotor, waarmee tijdens de proefvaart een snelheid werd behaald van 10 mijl. Het schip vertrekt vandaag in ballast naar Duinkerken, om daar te laden voor Esbjerg.
1953-05-20: De Volkskrant 26-08-1953: R.v.S. geeft een berisping. Kapitein voer op routine en liep aan de grond. Schuld royaal op zich genomen. Amsterdam, 24 Aug. — De Raad voor de Scheepvaart heeft vanochtend een onderzoek gedaan naar het aan de grond lopen van de kustvaarder „Geziena Henderika" op 20 Mei van dit jaar bij het aanlopen van de haven van Sonderburg. De „Geziena Henderika", een schip van bijna 500 ton met een bemanning van negen koppen, was met een lading kolen op weg van Engeland naar Sonderburg aan de Oostkust van Jutland. De kapitein van de Nederlandse kustvaarder was gaarne bereid de hele schuld van de stranding op zich te nemen, „Het was helemaal mijn fout", verklaarde hij. „Ik vertrouwde te veel op mezelf. Ik was namelijk al heel vaak in Sonderburg geweest en ik dacht, dat ik het met een kleine kaart wel af kon." Op het moment vlak voor de stranding bevond de kapitein zich in de kaartenkamer en gaf de stuurman geregeld de koers op. „Toen ik uit de kaartenkamer kwam", aldus de kapitein, „zag ik aan stuurboord een ,prik', een klein soort boei, zoals die geplaatst worden op ondiepe plaatsen. Deze ,prik' behoorden wij aan bakboord te hebben. Ik zette dus de telegraaf op volle kracht achteruit, om weer in het juiste vaarwater te komen, maar het was al te laat. Het schip liep aan de grond en bleef daar muurvast zitten." Enkele uren later was een lichter langszij gekomen, die een deel van de lading over had genomen. Het schip was toen vrij snel vlot gekomen en kon naar Sonderburg varen. De president van de Raad, professor J. Offerhaus, maakte een aanmerking op het feit, dat op advies van de kapitejn geen schade-expert aan boord is geweest. "Ik achtte dat niet nodig", vertelde de kapitein. "Een aantal nagels in de huidplaten was lek, maar met poetskatoen en vet weiden met behulp van enkele planken .stempels' gemaakt en op de terugreis was gebleken, dat deze voorzieningen voldoende waren geweest. Het schip had tijdens de reis vrijwel geen water gemaakt." De inspecteur van de Raad, de heer Metz, vond, dat de kapitein zich aan enkele formele fouten had schuldig gemaakt. Hij meende echter, dat deze fouten de kapitein niet zwaar konden worden aangerekend. Na raadkamer besliste de Raad de zaak met een berisping af te doen.
Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart: Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van Maandag 21 September 1953, no. 182. No.83 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake het aan de grond lopen van het motorschip „Geziena Henderika" bij het aanlopen van de haven van Sonderburg. Betrokkene: kapitein P. A. Galenkamp. Op 20 Mei 1953 is het motorschip „Geziena Henderika" op de reis van Boston naar Sonderburg, zonder een loods aan boord te nemen, bij het aanlopen van laatstgenoemde haven aan de grond gelopen. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit aan de grond lopen en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de „Geziena Henderika", P. A. Galenkamp, wonende te Zwolle. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 24 Augustus 1953 in tegenwoordigheid van de inspecteur voor de scheepvaart J. Metz. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij een proces-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman, zomede van het scheepsdagboek en de door de kapitein gebruikte Duitse kaart no. 38 — Kleiner Belt —, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was medegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken. Het motorschip „Geziena Henderika" is een Nederlands schip, toebehorende aan Gebr. H. en J. Damhof, te Delfzijl. Het schip meet 494 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 375 pk-motor. Op 18 Mei 1953 vertrok de „Geziena Henderika", beladen met kolen, van Boston met bestemming Sonderburg. De diepgang was vóór 30, achter 33 dm. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit negen personen. Op 20 Mei, te 12.10 uur, werd Kiel-vuurschip gepasseerd en tegen 16.00 uur kwam het schip voor Sonderburg. Daar de kapitein deze haven goed kende, besloot hij geen loods te nemen. Hij beschikte niet over een grootbestekkaart of een havenplan van deze haven, maar had alleen de Duitse kaart 38 van de Kleine Belt aan boord. Het was mooi stil weer; men had niets van stroom bemerkt. Te 16.05 uur werd de uiterton aan stuurboord gepasseerd, vervolgens werd 358° op het stuurkompas gestuurd. De kapitein ging even in de kaartenkamer. De stuurman, die aan het roer stond, zag vooruit, even aan stuurboord, een zwart-witte prik; hij meende, dat deze aan stuurboord moest worden gehouden. Deze prik stond niet op de gebruikte kaart. Toen de kapitein uit de kaartenkamer kwam, was deze prik bijna dwars aan stuurboord. De kapitein, die wist, dat deze prik aan bakboord moest worden gehouden, stopte de motor en zette deze op volle kracht achteruit, maar te 16.08 uur liep het schip aan de grond. Het gelukte niet het schip met motor- en roermanoeuvres vlot te brengen. Na overleg met de makelaar kwam te 18.30 uur een lichter langszij. Hierin werd ongeveer 60 ton kolen gelost. Te 22.30 uur slaagde de kapitein er in het schip vlot te brengen. Te 23.00 uur lag het gemeerd te Sonderburg. Na lossing der lading bleek, dat enige nagels in s.b.-vulling lekten. Door middel van stempels werden deze gedicht. De kapitein heeft verklaard, dat hij overleg gepleegd heeft met de reders en de verzekering en dat dezen hem adviseerden de schade niet door een expert te laten onderzoeken. Hierna vertrok de „Geziena Henderika" naar Harlingen. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig het hiervóór vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat hij acht jaren als kapitein voer en ook als kapitein de haven van Sonderburg wel had bezocht. Daar hij de haven kende, heeft hij tevoren niet meer de zeilaanwijzingen ingekeken. Betrokkene had bij het aanlopen van de haven de wacht, de stuurman stond aan het roer. Betrokkene gaf bij het passeren van de uiterton de koers op en ging dan in de kaartenkamer om deze koers in de kaart te controleren. Betrokkene heeft de stuurman niet er op attent gemaakt, dat een prik aan bakboord zou moeten worden gepasseerd. De stuurman heeft blijkbaar de opgegeven koers gestuurd en de prik, die aan stuurboord in zicht kwam, aan die kant gehouden. Betrokkene zag, toen hij naar de brug terugging, de prik even voorlijker dan dwars aan stuurboord. Hij stopte de motor en liet volle kracht achteruitslaan. Daar het schip volle kracht liep — 9 mijl —, kon het niet tijdig worden gestopt en liep het aan de grond. Betrokkene erkent ten volle zijn nalatigheid geen goede kaart te hebben aangeschaft en niet steeds op de brug te zijn gebleven. Toen het schip gelost was en de schade kon worden opgenomen, heeft hij deze aan zijn reders en aan de verzekering gemeld. Zelf wilde hij een expert er bij halen, maar toen hij meldde, dat hij met eigen middelen de lekkage kon voorzien en de reders en de verzekering daarop het onnodig achtten een expert te laten komen, heeft betrokkene dit nagelaten. De inspecteur voor de scheepvaart voerde aan dat de „Geziene Henderika" op 20 Mei 1953, tegen 16.00 uur, bij de uiterton van Sonderburg kwam. De kapitein was daar bekend en wilde daarom geen loods nemen. Nu hij niet in het bezit was van een kaart van voldoende groot bestek, was het verkeerd geen loods te nemen. Voor iemand, die daar bekend is, is de navigatie niet moeilijk. De kapitein had, nu hij zonder loods naar binnen wilde gaan, steeds op de brug moeten blijven en had niet in de kaartenkamer moeten gaan. De stuurman, die de situatie niet kende, hield een prik, die aan bakboord moest worden gepasseerd, aan stuurboord. De kapitein maakte de fout, dat hij de stuurman niet voldoende instructies gaf en niet zelf op de brug bleef. Nadat het schip was leeggelost, liet de kapitein na een expert te laten komen om de schade na te gaan. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft over deze nalatigheid geen klacht tegen de kapitein ingediend. De kapitein deed verkeerd geen expert te laten komen, ook al was de schade gering en kon hij die met eigen middelen voorzien. De inspecteur is van mening, dat het duidelijk is, dat de kapitein schuld heeft aan het vastlopen van zijn schip. De kapitein ziet dit zelf ten volle in. De inspecteur is van mening, dat het niet nodig is een maatregel tegen de kapitein te nemen. Het oordeel van de Raad luidt als volgt. Het motorschip „Geziena Henderika" is nabij de haven van Sonderburg aan de grond gelopen, juist nadat het aan s.b.-zijde een zwart-witte prik was gepasseerd, die aan bakboord had moeten zijn gehouden. De prik was niet aangegeven op de kaart van de Kleine Belt, waarop genavigeerd werd. De leiding van de navigatie berustte bij de kapitein; de stuurman volgde de door de kapitein opgegeven koers en is, terwijl de kapitein enkele minuten in de kaartenkamer vertoefde, de prik genaderd zonder deze te zien; indien hij hem al heeft waargenomen, heeft hij gemeend, dat hij toch de opgegeven koers moest aanhouden. De Raad meent, dat betrokkene meer dan één fout heeft gemaakt. Hij had in dit gebied op een groot-bestekkaart moeten varen, welke hij ook op reis nog had kunnen kopen. Nu hij zonder zulk een kaart voer, had hij niet op zijn ervaring moeten vertrouwen, maar loodshulp moeten inroepen, en als hij daartoe niet wilde overgaan, zou de stranding hem toch niet zijn overkomen, indien hij zorgzamer gevaren had. Nadat de uiterton gerond was en toen het havengebied dicht genaderd werd, heeft betrokkene de brug verlaten. Waarom hij naar de kaartenkamer gegaan is, is niet duidelijk; misschien voelde betrokkene, die ter plaatse vaker was geweest en de prik dan ook was gepasseerd, zich niet geheel zeker, maar deze kaart had hem geen nieuwe gegevens kunnen verschaffen. Was hij op dit ongelegen ogenblik niet afwezig geweest, dan zou hij zelf zijn blijven uitkijken en zou hij de prik vermoedelijk zo tijdig hebben ontdekt, dat hij deze nog aan b.b.-zijde had kunnen laten. De stranding is dan ook mede te wijten aan de schuld van betrokkene, die zijn fout heeft ingezien en erkend. Nadat enige lekkage was vastgesteld en stempels waren aangebracht, is na overleg met reders en verzekeraars besloten de terugreis te aanvaarden, zonder dat een expertise was verricht. De Raad acht dit verkeerd. Reders en verzekeraars hebben door het advies om te vertrekken de kapitein in een moeilijke positie gebracht en de kapitein heeft niet gehandeld zoals de veiligheid vereiste, ook al is de terugreis zonder ongelukken volbracht. De Raad is van oordeel, dat betrokkene ter zake van de stranding moet worden gecorrigeerd. Mitsdien straft de Raad de kapitein Paul Anthony Galenkamp, geboren 15 Juli 1915, wonende te Zwolle, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren prof. mr. J. Offerhaus, voorzitter, C. H. Brouwer, H. A. Broere en K. R. Bosma, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 24 Augustus 1953. (Get.) J. Offerhaus; A. Boosman.
1959-11-18: Op 5 mijl van Lossiemouth in nood geraakt door stuurproblemen. Door de bemanning het noodstuurgerei opgetuigd en op 19 november te anker gegaan nabij Inverness. 20 november te Inverness binnengelopen voor reparatie aan de stuurmachine. Het schip was op 14 november uit Skagen vertrokken en kwam ten Oosten van Wick in moeilijkheden. Te hulp geschoten door de Schotse treiler "Dunkity" die zou trachten vast te maken. Later meld de kustwacht dat de geassisteerde kustvaarder niet naar Portsoy maar naar Buckie gesleept zal worden (d.i. een grotere haven) Na reparatie passeert de Geziena Henderika op 23 november de Pentland Firth en arriveert op 25 november te Manchester.

N.v.h.N 18-11-1959: GEZIENA HENDERIKA stuurloos bij Engelse kust. Omstreeks half zes vanmorgen vroeg de Delfzijlster coaster Geziena Henderika van de rederij J. Damhof Jr., die bij het Engelse eiland Wight (Opm.: Niet correct, moet zijn Wick.) stuurloos ronddrijft, sleepboothulp. Het schip, groot ruim 494 lon en geladen met vismeel, drijft langzaam in de richting van de kust. Naar we vernemen is de stuurinrichting geheel defect. De Geziena Henderika was op weg van Skagen naar Manchester. Alles is wel aan boord.

Het Vaderland 19-11-1959: Nederlandse kustvaarder in nood bij Schotse kust. De Nederlandse kustvaarder „Geziena Henderika” is gisteravond voor de kust an Schotland in moeilijkheden geraakt. In de nacht van dinsdag op woensdag was haar stuurinrichting gebroken, maar de belanning, die uit tien mannen en een vrouw zou bestaan, had zich weten te behelpen met een noodinstallatie. Gisteravond echter, zond het schip, dat eigendom is van J. en H. Damhof uit Delfzijl, noodseinen uit. Het vroeg voorts om sleepbootassistentie. Als positie werd opgegeven drie tot vier mijl ten noordwesten van Lossiemouth. Er stond in het gebied ter hoogte van de Noordoostkust van Schotland, waar het schip ronddrijft, een sterke wind en een hoge zee. De kustvaarder meet 494 ton. De reddingboot van Whitehills en het 9 ton metende Schotse vissersvaartuig “Rosebud 2” begaven zich naar de in nood verkerende „Geziena Henderika”, waaran later als positie werd opgegeven 6 mijl Noord-Noord-Oost van Portsoy. De reddingboot heeft het schip weten te vinden en blijft thans in de buurt. Ook de 120 ton metende treiler „Dunkinty” uit Aberdeen,die de noodseinen had opgevangen. is inmiddels bij de kustvaarder aangekomen. De treiler zal trachten vast te maken en de „Geziena Henderika” naar een haven te slepen.

NvhN 19-11-1959: Geziena Henderika nog steeds in moeilijkheden. Zoals wij reeds meldden, is gistermorgen de Delfzijlster coaster Geziena Henderika (± 494 ton) van de rederij j. Damhof jr. bij de Engels-Schotse kost in besturingsmoeilijkheden geraakt. De kapitein vroeg sleepboothulp en — naar we nader vernemen — later ook reddingboothulp. Na gisteren de gehele dag getracht te hebben met de noodstuurinrichting te varen, liet de kapitein 's avonds noodseinen uitzenden.
De reddingboot van Whitehlls en het 39 ton metende Schotse vissersvaartuig Rosebud Two begaven zich naar de Geziena Henderika om eventueel assistentie te verlenen.
Later bereikte ons het bericht dat de 112 ton metende treiler Dunkinty uit Aberdeen de coaster bij stormachtige zeeën heeft bijgestaan. Volgens de laast opgevangen seinen zou de Dunkinty trachten de kustvaarder door de hoge zee naar de haven van Inverness te slepen. Van de Whitehill-reddingboot kwam de mededeling dat deze niet kon terugkomen wegens het slechte weer.

De Volkskrant 19-11-1959: 10 mensen in nood. Kustvaarder seint om hulp. (Van onze verslaggever) Amsterdam, 19 nov. — Tal van Engelse schepen zijn gisteravond op de Noordzee ten noorden van de Schotse noordkust uit hun koers gelopen om hulp te bieden aan de 494 ton metende Nederlandse kustvaarder „Geziena Henderika" van rederij J. Damhof te Delfzijl. De „Geziena Henderika" raakte vroeg in de avond in nood door machineschade. Aanvankelijk dacht de bemanning het mankement te verhelpen, maar een plotseling opstekende noordoosterstorm bracht het schip in groot gevaar. De kapitein gaf sos-seinen en lanceerde rode lichtkogels. De seinen werden opgevangen door het Schotse radiostation Wick, dat de schepen verzocht koers te zetten naar de in nood verkerende boot. Ook de reddingsboot van Cromarty vertrok om de tien opvarenden, waaronder de vrouw van de eerste stuurman, zo nodig te redden. Tegen middernacht had echter nog geen van de te hulp snellende schepen de Nederlander bereikt. De toestand was nog steeds slecht. Verwacht werd dat een Engelse trawler later in de nacht als eerste schip de in nood verkerende kustvaarder zou bereiken.

De Waarheid 19-11-1959: Kustvaarder op drift. Trawler en reddingsboot bieden hulp.
Vannacht is de Engelse trawler „Dunkinty" aangekomen bij de onder de noordoostkust van Schotland in nood verkerende Nederlandse kustvaarder „Geziena Henderika" uit Delfzijl. In hevig stormweer en ruwe zee dreef de coaster met gebroken stuurinrichting naar de kust. De bemanning van de „Geziena Henderika", die gisteren de gehele dag had geprobeerd met een noodstuur-inrichting te varen, vroeg gisteravond om zeven uur sleepbootassistentie en een reddingboot. Er stond een oosterstorm en de zee was erg ruw. Het schip dreef af naar de Schotse kust. Een reddingboot zette koers naar het onbestuurbare schip. Later in de nacht werd geseind, dat de „Dunkinty", een Engelse trawler, eveneens koers zette naar de „Geziena Henderika". De Engelse reddingsboot arriveerde in de nabijheid van de kustvaarder, nadat vuurpijlen waren afgeschoten en bleef stand-by om eventueel hulp te kunnen bieden. Eveneens onder de Schotse kust verkeerden twee Engelse trawlers ln nood. Door de kracht van de storm konden reddingsboten hier nog geen hulp bieden.

Trouw 19-11-1959: Ned. kustvaarder onbestuurbaar. (Van onze correspondent) De Nederlandse custvaarder Geziene Henderika uit Delfzijl, die onderweg is van Skagen naar Manchester, drijft met een gebroken stuurinrichting op ongeveer 7½ mijl ten oosten van Wick (aan de noordoostpunt van Schotland). De bemanning heeft gisteren de hele dag getracht met een noodstuurinrichting te varen. Toen de situatie echter moeilijk werd, heeft men gisteravond de hulp van een sleepboot en een reddingboot gevraagd. De reddingboot van Whitehills en het 39 ton metende Schotse vissersvaartuig „Rosebud II" hebben zich gisteravond laat op weg naar de „Geziena Henderika" begeven. Langs de woeste oostkust van Schotland stond een felle oosterstorm.

Trouw 20-11-1959: Na redding in stormnacht. Dappere treiler sleept Ned. kustvaarder naar haven. Stuurloos voor de Schotse rotskust. Een kleine Schotse treiler is er, na een gevecht tegen huizenhoge golven, gistermorgen vroeg in geslaagd langszij te komen van de Nederlandse kustvaarder Geziena Henderika, die met een gebroken stuurinrichting een zestal mijlen uit de kust bij Wick hulpeloos ronddreef en in de storm gevaar liep op de rotsen te worden geworpen. De moedige bemanning van de redding brengende treiler heeft de kustvaarder op sleeptouw genomen. In de vooravond bereikte men de haven van Inverness. De treiler, de 120 ton metende Dunkity, bereikte de stuurloze kustvaarder als eerste in een grootscheepse reddingsactie, waaraan ten minste zes kleine schepen uit de vissersdorpen langs Schotlands barre oostkust deelnamen. De kustwacht te Wick heeft medegedeeld, dat het de treiler minstens acht uur zal kosten om de Geziena Henderika over de woelige zee naar een veilige haven te slepen. Eerder had de kustwacht bericht, dat het uit Delfzijl afkomstige schip, met negen mannen en een vrouw aan boord, in „wanhopige omstandigheden" verkeerde. Zoals wij gisteren reeds meldden, was de stuurinrichting van de Geziena Henderika gebroken, toen het schip op weg van Skagen naar Manchester de Schotse oostkust naderde.

NvhN 21-11-1959: Geziena Henderika binnengesleept. De uit Aberdeen afkomstige treiler Dunkinty heeft gisteren de Delfzijlster coaster Geziena Henderika de haven van Inverness binnengesleept. Als bekend was het schip woensdagavond in een zware storm stuurloos geworden op enkele mijlen van Lossiemouth voor de Schotse kust.
De reddingsboot van Whitehills, die ter assistentie uitvoer, kon wegens de zware zeegang niet naar zijn station terugkeren en bleef in de nabijheid van de Geziena Henderika, om samen met het schip naar Inverness te varen.
1966-03-09: N.v.h.N. 09-03-1966: M.s. GEZIENA HENDERIKA verkocht. Het Delfzijlse motorkustvaartuig Geziena Henderika van de heer J. Damhof is verkocht aan de heer R. van Urk te Beilen die het schip onder de nieuwe naam ANHOLT in de vaart gaat brengen. De Geziena Henderika werd in 1950 gebouwd bij de Scheepswerf Volharding, Gebr. Bodewes te Foxhol en het behoort tot het raised-quarterdeck-type. het schip heeft een draagvermogen van ongeveer 600 ton en de voortstuwing geschiedt door middel van een 375 pk Brons-dieselmotor. Eerder heeft deze kustvaarder reeds gevaren onder de naam Maasstroom.
1975-07-04: Lloyds: Classed LR until 4/7/75, therafter HR (Hellenic Register of Shipping)
1998-00-00: Lloyd's 1998 twijfelt aan het nog bestaan van het schip en laat de registratie vervallen.

Afbeeldingen


Omschrijving: GEZIENA HENDERIKA
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: GEZIENA HENDERIKA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: ANHOLT
Gemaakt door: Clarkson, John

Omschrijving: ANHOLT
Gemaakt door: Kleyn, R. (Ruud)