Inloggen
FIVEL - ID 2200


In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1921
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
IMO nummer: 5216850
Nat. Official Number: 233 Z GRON 1927
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo schip
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks
Material Hull: Iron
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Vereinigte Elbe- & Norderwerft A.G., Hamburg, Germany
Werfnummer: 586
Launch Date: 1920-11-00
Delivery Date: 1921-02-04
Technical Data

Engine Manufacturer: H. Callesen & Co., Apenrade, Germany
Motor Type: Engine, Hot bulb (gloeikop)
Number of Cylinders: 2
Power: 60140
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: 2x Callesen Type (275x280)
Speed in knots: 8
Number of screws: 2
 
Gross Tonnage: 303.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 221.00 Net tonnage
Deadweight: 450.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 21500 Cubic Feet
 
Length 2: 41.40 Meters Registered
Beam: 7.90 Meters Breadth, moulded
Configuration Changes

Datum 00-03-1934
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Verbouwd tot enkelschroefsschip. Eén 260 Pk 4 cilinder Benz dieselmotor (1924), Grossmotorenwerke Hamburg-Mannheim A.G., Hamburg (290x430). Een schroef.

Ship History Data

Date/Name Ship 1921-02-04 YARA
Manager: A/S Svenska Tabaksmonopolet, Gothenburg, Sweden
Eigenaar: A/S Svenska Tabaksmonopolet, Gothenburg, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Gothenburg / Sweden

Date/Name Ship 1924-01-11 LUCIE HEINS
Manager: Johs. Heins, Hamburg, Germany
Eigenaar: Johs. Heins, Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany

Date/Name Ship 1925-01-13 SCHLESWIG
Manager: Altonaer Reederei G.m.b.H., Hamburg, Germany
Eigenaar: Altonaer Reederei G.m.b.H., Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany

Date/Name Ship 1926-02-23 NORDSTERN
Manager: Altonaer Reederei G.m.b.H., Hamburg, Germany
Eigenaar: Altonaer Reederei G.m.b.H., Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany

Date/Name Ship 1926-12-20 NORDSTERN
Manager: H.F. Winter, Hamburg, Germany
Eigenaar: H.F. Winter, Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany

Date/Name Ship 1927-03-08 FIVEL
Manager: Egbert Wagenborg, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Egbert Wagenborg, Lourens Vuursteen, Doeko Oosting, Jan Niestern, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: NRMV
Additional info: Elk 1/4 deel.

Date/Name Ship 1927-08-02 FIVEL
Manager: Egbert Wagenborg, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: N.V. Motorschip 'Fivel', Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder: Egbert Wagenborg, Lourens Vuursteen, Doeko Oosting, Jan Niestern
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: NRMV

Date/Name Ship 1934-03-03 SENANG
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Tjakko Sieben Berend Brugsma, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PHLP
Additional info: Hfl. 41.000,--

Date/Name Ship 1936-04-08 SENANG
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: N.V. Motorschip 'Fivel', Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PHLP

Date/Name Ship 1938-12-00 MAGELHAES
Manager: Empresa de Navegação Nacional Sul Ltda., Laguna, Brazil
Eigenaar: Empresa de Navegação Nacional Sul Ltda., Laguna, Brazil
Shareholder:
Homeport / Flag: Laguna / Brazil

Ship Events Data

1927-00-00: Omschrijving van het schip: Van staalijzer gebouwd, hebbende 1 dek en 2 masten, voor volkslogies, verder 2 laadruimen, een machinekamer waarin twee 60/70 Pk Callesen Aabenraa motoren zijn geplaatst en een achterpiek en op het dek een woonroef en een stuurhuis. Het schip wordt mechanisch voortbewogen door twee schroeven en is bestemd voor de vaart ter zee als motorschip met hulpzeiltuig. Verbouwd door Niestern te Delfzijl. 1e proefvaart, nog als 'Nordstern', op 8 april 1927. 2e proefvaart, als 'Fivel' op 10 april 1927.
1927-03-31: Op 31-03-1927, als NORDSTERN, zijnde een motorvrachtschip, groot 857.05 m3, liggende te Delfzijl, door Jan Gerrits, beëdigd scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Lourens Vuursteen, z.b. te Delfzijl e.a., van brandmerk 233 Z GRON 1927 voorzien door het inbeitelen op het achterschip op het kampanjedek stuurboordzijde.
1927-08-29: Algemeen Handelsblad 29-08-1927: Verkochte schepen. De Duitsche motorlichter "Nordstern" (ex Schleswig, ex Lucie Heins, ex Yara) van H. F. Winter te Hamburg. 301 ton bruto en 218 ton netto, in 1921 bij de Ver. Elbe Norderwerft te Hamburg gebouwd, is verkocht aan de N.V. Motorschip Fivel (L. Vuursteen) te Delfzijl. Het schip is herdoopt in "Fivel".
1927-12-00: Voorwaarts 01-12-1927: Fivel. Delfzijl, 30 November. Het Nederlandsche motorschip “Fivel”, dat gisteren van Keulen met een lading briketten bestemd voor Brö binnenkwam, heeft schade aan tuig en motor en zal hier repareren.
NvhN 06-12-1927: Delfzijl. Het motorschip “Fivel”. Dat alhier verleden week voor reparatie binnenkwam, is gisteren na voorzien te zijn van een nieuwe mast, weer vertrokken.
Voorwaarts 15-12-1927: Fivel. Korsoer, 12 December. De Nederlandsche motorschoener Fivel. van Delfzijl naar Krik in 't Limfjord met een lading briketten, is hier binnengeloopen teneinde een defect aan den motor te repareeren.
NRC 19-12-1927: Korsör 12 dec. De Nederlandsche motorschoener “Fivel”,van Delfzijl naar Krik in de Limfjord, is alhier met motorschade aangekomen en zal bij Gebr.Niestern worden gerepareerd.
1928-09-00: Voorwaarts 31-08-1928: Fivel. IJmuiden, 31 Aug. De met gezaagd hout van Kemi naar Abbeville (Frankrijk) bestemde Nederl. motorboot Fivel is gistermorgen met motorschade als bijlegger hier binnengeloopen.
Voorwaarts 03-09-1928: Fivel. IJmuiden, 1 Sept. Na de motorschade te hebben hersteld heeft het Nederlandsche motorschip Fivel de reis naar Abbeville (Fr.) voortgezet.
NvhN 17-09-1928: Delfzijl.-Heden kwam hier met defecten motor binnen het m.s.”Fivel”. Het is op weg van Antwerpen naar Helsingfors met een lading baksteenen en zal hier repareren.
Voorwaarts 19-09-1928: Fivel. Delfzijl, 18 Sept. Het motorschip Fivel, dat hier met defecten motor binnenliep, zal op de werf van Gebr. Niestern repareeren.
NvhN 21-09-1928: Delfzijl. Het m.s.”Fivel”, dat hier den 15den j.l. Met defecten motor op weg van Antwerpen naar Helsingfors binnenliep, heeft de schade hersteld en is naar zijn bestemming vertrokken.
Algemeen Handelsblad 27-09-1928: Fivel. (Londen, 26 Sept.) De Nederl. motorlichter “Fivel”van Antwerpen naar Abö, arriveerde te Oxelösund met machineschade.
1928-11-20: Op 20-11-1928 gestrand op de West kust van Bornholm nabij Hasle. De “Fivel” was onderweg van Hadersleben in ballast naar Borgö, in Finland, om hout te laden voor Frankrijk.
Algemeen Handelsblad 20-11-1928: Fivel.( Londen, 20 Nov.) De Nederlandsche motorlichter “Fivel”. in ballast van Haderslev naar Borga, is nabij Hasle gestrand. De bemanning is gered.
Algemeen Handelsblad 25-11-1928: Fivel. ( Hasle, 22 Nov.) Het motorschip “Fivel”( zie avondblad 22 dezer) is door den bergingsstoomer "Aegir” te Ronne binnengebracht. Te Ronne zal een duikeronderzoek plaats vinden en het schip worden gedicht.
Nieuwe Rotterdamsche Courant 29-11-1928: Fivel. Londen. 28 Nov. Het in ballast zijnde Nederl. motorzeilschip Fivel geraakte bij Bornholm aan den grond, doch kwam met assistentie weder vlot; het schip is voor tijdelijke reparatie te Kiel binnengebracht.
Rotterdamsch Nieuwsblad 31-12-1928: De stranding van het m.s. FIVEL. De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de stranding van het m.s. Fivel op 20 November, op de Westkust van Bornholm. Het motorschip Fivel, groot 313 bruto en 212.57 netto register ton, voorzien van een vier-cylinder Benz-Dieselmotor van 220 p.k. en met een bemanning van 9 personen aan boord, is op reis van Hadersleben naar Borga in Finland, op Bornholm gestrand. Het schip had waterballast in. Nadat eerst in de nabijheid van Tehmarn geankerd werd wegens storm. Is Maandag 19 November om 8 uur het anker gelicht en koers gesteld op Buh. Pnt, en vervolgens op de boei van Warnemünde. Om 4 uur 's middags was er 2 a 3 mijl zicht en koers werd gesteld N.0.t.0. 1/2 O. De Plantagend boei werd om 6.25 uur op korten afstand gepasseerd. Tot Dinsdagmorgen 4 uur werd deze koers behouden. De kapitein had berekend om 4 uur in de nabijheid van Rönne te zullen zijn en stopte om naar een mist signaal te luisteren. Toen hij niets hoorde werd de koers voorzichtigheidshalve ge wijzigd in N.0.3/4 0. Het schip liep toen halve kracht of circa 5 mijl. Om 4.30 maakte de stuurman den kapitein opmerkzaam op een zwarte strook, waarop men onmiddellijk den motor „volle kracht achteruit" liet werken, roer bak boord aan boord. Het schip liep echter vast op 100 a 200 meter uit de kust op Bornholm nabij Hasle, en bekwam bodem schade. Door een bergingssleepboot werd het den volgenden avond vlot gemaakt en in Rönne binnengebracht. Men bleek 8 mijl Oostelijker te staan dan volgens berekening. De kapitein schrijft dit toe aan een abnormaal Zuidelijken stroom, welke na den Zuidwestelijken storm was doorgekomen. De Raad zal later uitspraak doen.
Algemeen Handelsblad 23-01-1929: Verder deed de raad uitspraak in zake de stranding van het motorschip „Fivel" op de Westkust van Bornholm, nabij Hasle. De Raad is van oordeel, dat dit ongeval is te wijten aan onvoldoende zorg bij de navigatie. De schipper gaf bij zijn verhoor voor den Raad toe, dat hij het lood had moeten gebruiken. Het is voor den Raad onverklaarbaar, dat de schipper om vier uur stopt om te luisteren naar een mistsein, terwijl hij dan niet gebruik maakt van het voor de hand liggend middel om zijn bestek te controleeren. Hier is weer de fout gemaakt, waarop de Raad herhaaldelijk stuit, nl. dat te veel, en geheel onnoodig op het gegist bestek wordt vertrouwd.


Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Vrijdag 22 en Zaterdag 23 Maart 1929, no.58. No.13 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de stranding van het motorschip Fivel op de Westkust van Bornholm, nabij Hasle. Op 20 November 1928 is het motorschip Fivel op de Westkust van Bornholm, nabij Hasle, gestrand. In overeenstemming met het voorstel van den hoofdinspecteur voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze stranding zoude instellen, welk onderzoek ter zitting van 28 December 1928 heeft plaats gehad, waar ook de hoofdinspecteur voor de scheepvaart tegenwoordig was. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde als getuige Wiert Komdeur, schipper op de Fivel tijdens het ongeval. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: Het Nederlandsche motorschip Fivel , thuisbehoorende te Delfzijl, gemeten 313 bruto- en 212,57 netto-registerton, onderscheidingssein N.R.M.V., van de Naamlooze Vennootschap „Fivel", te Delfzijl, was oorspronkelijk in 1921 te Hamburg als lichter gebouwd; daarna is er een 4-cylinder Dieselmotor van 220 P.K. in geplaatst. Sedert 1 Juli 1928 vaart getuige W. Komdeur als schipper op het vaartuig, deze is in het bezit van een diploma als tweedestuurman groote stoomvaart. De bemanning, die gewoonlijk uit 8 personen bestaat, bestond gedurende de onderhavige reis uit 9 personen; er was nog een leerling-monteur extra aan boord. Het schip vertrok op 16 November 1928 van Hadersleben in ballast naar Borgö, in Finland, om hout te laden voor Frankrijk. De ballasttank in het achterschip was gevuld, de diepgang bedroeg achter 6 voet, vóór 3 voet. Bij Fehmarn werd geankerd wegens storm uit het zuiden tot het zuidwesten. Maandagmorgen 19 November, om 8 uur, werd de reis voortgezet. Het weer was beter geworden, wind zuid, zwakke koelte met motregen. Koers werd geseld op Buk Pnt. aan de Duitsche kust en vervolgens op de boei van Warnemünde, welke boei des middags te 1 u. 25 m. op korten afstand aan stuurboord werd gepasseerd. De wind was Z.0. geworden, kracht 3, met dichten motregen, zoodat voortdurend mistseinen werden gegeven. Koers werd nu gesteld N.O. ¾ N. per kompas tot 4 uur 's middags en vervolgens N.O. t. ½. O. per kompas, op ongeveer 3 mijlen buiten Hammeren op Bornholm, welke koers tot den volgenden morgen 4 uur werd behouden. Te 6 u. 25 m. namiddags werd in dezen koers de boei van Plantagenetbank op korten afstand aan bakboord gepasseerd. De schipper rekende, nu de wind van stuurboord in was, op eenige drift en achtte den koers veilig. In den morgen van 20 November, om 4 uur — het was zeer mistig geworden —, werd de motor gestopt en geluisterd of wellicht een mistsein werd vernomen. De kapitein nam aan, dat het schip in de nabijheid van Rönne kon zijn. Er werd echter niets gehoord en na 10 minuten werd met „halve kracht" verder gestoomd, veiligheidshalve stuurde men N.O. ¾ O. De Fivel maakt bij ,,halve kracht" werkenden motor 4½ a 5 mijlen. Gelood is er echter niet. Te 4 u. 30 m. werd aan stuurboord vooruit een zwarte strook waargenomen. Dadelijk werd de motor op „volle kracht achteruit" gezet, het roer bakboord aan boord. Dit kon echter niet meer verhoeden, dat het schip vastliep, 100 á 200 meter uit den wal. Den volgenden avond omstreeks 8 uur is de Fivel door een inmiddels te hulp gekomen bergingsvaartuig vlot gesleept en in de haven van Rönne binnen gebracht. Nadat aldaar de schade was opgenomen is het schip naar Kiel gesleept, waar herstellingen aan bodem en motor onder toezicht van den Germanischer Lloyd worden uitgevoerd. Gebleken is, dat de Fivel 8 mijlen oostelijker st-ond dan waarop de schipper had gerekend; de schipper schrijft dit toe aan een abnormaal sterken stroom. De Raad is met den hoofdinspecteur voor de scheepvaart van oordeel, dat dit ongeval is te wijten aan onvoldoende zorg bij de navigatie, daar de schipper niet alle hulpmiddelen heeft gebruikt, welke hem ter verkenning van zijn positie ten dienste stonden, terwijl, indien hij dit wèl had gedaan, het ongeval naar alle waarschijnlijkheid ware voorkomen. De schipper gaf bij zijn verhoor voor den Raad toe, dat hij het lood had moeten gebruiken. Het is voor den Raad ten eenenmale onverklaarbaar, dat de schipper om 4 uur stopte om uit te luisteren naar een mistsein, terwijl hij dan niet gebruik maakt van het voor de hand liggend middel om zijn gegist bestek te controleeren. Het lood was in dit geval bet aangewezen middel en, indien hij minder dan 20 vadem had gelood, had hij niet in den koers, welke het schip had, door mogen varen. Dan had hij geweten dichter bij het land te zijn, dan het gegist bestek aanwees. Hier is weer de fout gemaakt, waarop de Raad herhaaldelijk stuit, nl., dat te veel, en geheel onnoodig, op het gegist bestek wordt vertrouwd. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Canters, G. J. Lap, A. L. Boeser, leden, G. Botje, plaatsvervangend lid, H. Wegener, buitengewoon lid, G. Mulder, plaatsvervangend buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van 22 Januari 1929. (Get .) B. M. Taverne, C. J. Canters, G. J. Lap, A. L. Boeser, G. Botje. H. Wegener, G. Mulder, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.
1929-04-30: Voorwaarts 30-04-1929: Fivel. Delfzijl. 29 April. Het Nederl. motorschip Fivel van Bremen naar Renkum met een lading cellulose, is alhier binnengeloopen met lichte motorschade.
1929-12-00: Voorwaarts 05-12-1929: Velta-Fivel. Kiel, 3 Dec. Het Letlandsche stoomschip Velta van Antwerpen naar Riga met kolen en ijzer is bij het verhalen in het Keizer-Wilhelmkanaal bij K.M. 17 in aanvaring geweest met het Nederlandsche motorschip Fivel van Delfzijl naar Gotland met een lading briketten. De Fivel kreeg lichte schade en de Velta is oogenschijnlijk onbeschadigd gebleven. Beide schepen hebben de reis voortgezet.
Algemeen Handelsblad 06-12-1929: Fivel en Velta. (Kiel, 3 Dec.) Het Nederl. m.s. „Fivel", met een lading briketten, van Delfzijl naar Götland en het Letlandsche stoomschip „Velta" zijn in het Kieler-kanaal nabij K.M. paal 17 met elkaar in aanvaring geweest. De „Fivel" heeft schade aan de verschansing beloopen; de „Velta" bleef klaarblijkelijk zonder schade. Beide schepen hebben de reis voortgezet.
1930-01-17: 17-01-1930 Fivel. Delfzijl, 15 Januari. Het m.s.”Fivel”, kapt. Komdeur , op reis van Södertalje naar Amsterdam met een lading palen is hier binnengeloopen met lichte motorschade. Het zal hier de schade herstellen.
1930-05-13: Voorwaarts 13-05-1930: Fivel. Delfzijl, 12 Mei. Het Nederlandsche rnotorschip Fivel, kapitein J. Bosma, met een lading cement van Antwerpen naar Ornskjoldsvik, is hedenmiddag met lichte motorschade alhier binnengeloopen.
Voorwaarts 15-05-1930: Fivel. Delfzijl, 13 Mei. Het meergemelde motorschip Fivel, kapitein J. Bosma, is vanavond weer van hier vertrokken met bestemming Ornskjoldsvik.
1930-06-21: Voorwaarts 23-06-1930: Fivel. IJmuiden, 21 Juni. Het uitgaande Ned. motorschip Fivel moest later wegens den sterken tegenwind uit zee terugkeeren en vervolgde daarna binnendoor de reis naar Rotterdam om aldaar te laden.
1930-09-19: Rotterdamsch nieuwsblad 20-09-1930: Fivel, Maassluis, 19 September. Het Ned. motorschip Fivel, van Rotterdam naar Denemarken, heden uit den N. Waterweg vetrokken, is met defecten motor te Hoek van Holland teruggekeerd.
1930-10-09: Voorwaarts 09-10-1930: Fivel. Delfzijl, 8 October. Het Nederlandsche motorschip Fivel, met een lading rogge van Wismar naar Duisburg is heden te Delfzijl binnengeloopen als bijlegger.
1931-01-23: Voorwaarts 24-01-1931: Fivel. Delfzijl, 23 Januari. Het Nederlandsche motorschip Fivel, van Hamburg naar Ipswich met een lading zout, is hier heden binnengeloopen wegens slecht weer.
1931-02-06: Algemeen Handelsblad 07-02-1931: Fivel. ( Londen, 6 Febr.) Het Nederlandsche motorschip “Fivel”, is, tijdens het laden te Brightlingsea , van zijn vertuiing losgeslagen. Het schip kreeg diverse schaden aan dek, doch kon de reis naar Wilhelshaven voortzetten.
1931-02-25: Voorwaarts 27-02-1931: Fivel. Delfzijl, 25 Februari. Het Nederlandsche motorschip Fivel, kapitein Bosma, met boomstammen van Dantzig naar Wisbech, is vanmiddag te Delfzijl binnengeloopen met schade aan de dekmotoren.
1931-05-02: NvhN 02-05-1931: Delfzijl. Het m.s.”Fivel, kapt.Bosma kwam hier gisteren op weg van Amsterdam naar Elbing binnen. Het schip za; alhier van nieuwe deklieren worden voorzien.
1931-06-02: Voorwaarts 02-06-1931; Fivel, Londen, 2 Juni. Het Nederlandsche motorschip “Fivel”,van Kotka naar Frankrijk, geladen met hout, is met lekkage Kalmar binnengeloopen.
Voorwaarts 22-06-1931: Fivel. St. Valery-sur-Somme, 17 Juni. Het Nederlandsche motorschip Fivel is hier gisteren van Kotka aangekomen; het vertrekt heden naar Abbevllle. Op de reis bekwam het lekkage terwijl een gedeelte van de deklading moest worden geworpen. Het liep voor reparatiën te Kalmar binnen.
1934-02-10: NuhN 10-02-1934: Het motorschip FIVEL van de N. V. Motorschip Fivel, alhier, is onderhands verkocht aan den heer Brugsma alhier. Het schip is groot bruto 887.— M 3. en netto 602.— M 3. Het is gebouwd in het jaar 1921 op de Verein. Elbe und Norderwerft te Hamburg, onder klasse Germ. Lloyd, groote kustvaart en het is voorzien van een Dieselmotor van 220—240 p.k.
1934-02-20: De Eemsbode 20-02-1934: De heer T.S.B. Brugsma te Delfzijl, die voor enige tijd eigenaar werd van het motorschip 'FIVEL', zal dit thans in de vaart brengen onder de naam 'SENANG'.
1934-02-23: De samenstelling en de inrichting van het schip is veranderd als volgt: Een dek, twee masten, een laadruim, een machinekamer. De werktuigen ter voortbeweging en hunne kracht thans dienen te worden omschreven als volgt: één 220/260 Pk 4 cilinder Benz dieselmotor, die het schip door middel van één schroef voortbeweegt.
1934-03-10: NvhN 12-03-1934: Delfzijl 10 Maart. Het motorschip Fivel, welk schip door de N.V. Motorschip Fivel. Alhier aan kapt. Brugsma alhier werd verkocht, is thans onder de naam Senang in de vaart gebracht. Het schip vertrok heden van hier met bestemming Leith.
1934-12-03: NvhN 04-12-1934: Delfzijl, 3 Dec. Het motorschip Senang, kapt. Brugsma, liep alhier op weg van Rotterdam met bestemming Koningsbergen, beladen met stukgoed als bijlegger binnen. Later vervolgde het schip de reis naar zijn bestemming.
1934-12-21: Algemeen Handelsblad 22-12-1934: Senang. ( Londen, 21 Dec.) Het Nederlandsche motorschip “Senang”, met een lading hout van Danzig naar Holland, is bij het binnenloopen van Kiel aan den grond gevaren. Een sleepboot zal trachten het schip vlot te brengen.
(Later bericht.) De “Senang”heeft een certificaat van zeewaardigheid bekomen en zette inmiddels de reis voort.
1935-01-06: NvhN 08-01-1935: Terschelling, 6 Jan. Heden kwam wegens slecht weer hier binnen het Ned. m.s.”Senang”, kapitein Brugsma. Het schip was ledig op reis van Nieuwediep naar Bremen.
1935-01-21: NvhN 22-02-1935: Delfzijl, 21 Feb. Tengevolge van het slechte weer keerden de motorschepen Wim, kapt. Bosma; Corona, kapt. Bakker; en Senang, kapt. Brugsma, die gisteren van hier vertrokken, resp. naar Granton, Rotterdam en Londen, heden weer naar hier terug. De schepen zijn beladen resp. met carton, koeken en carton.
1935-04-30: De Telegraaf 02-05-1935: Senang. Hasselt, 30 April, Het ± 450 ton groote tweemast motorschip “Senang" kwam hedenavond met defecte machine in de haven van Hasselt (O.) aan. Het schip zou laden te Wormerveer voor Gravesend. Vandaar gaat het weer naar Helsingfors.
1935-07-03: NvhN 03-07-1935: Delfzijl, 3 Juli. De winkelier P. Bakker, had gisteren het ongeluk van den deklast stroo van het motorschip Senang in de haven te vallen tusschen de kade en dit schip. Spoedig was de ongelukkige weer op het droge gebracht, waar bleek, dat hij een arm had gebroken. Dr. Rutgers, liet hem voor onderzoek naar Groningen vervoeren.
1936-07-00: NvhN 28-07-1936: Delfzijl, 27 Juli. Het motorschip Senang, kapt. van der Veen liep alhier als bijlegger binnen van Den Briel naar Yxpilla bestemd. Het schip is beladen kippengrit en het heeft schade aan de motor- deklier, welke schade alhier hersteld zal worden.
NvhN 29-07-1936: Delfzijl, 28 Juli. Het motorschip Senang, kapt.van der Veen, dat alhier als bijlegger binnenliep, zette heden de reis voort. Het schip is beladen met kippengrit van Den Briel met bestemming Yxpilla.
1936-10-26: De Telegraaf 26-10-1936: Hellevoetsluis, 25 Oct. -Aangekomen: Senang van Antwerpen voor Rotterdam als bijlegger.
1936-11-04: Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 8 Juni 1937, no.107. No.55 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de klacht van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen Izaak Johannes van der een, kapitein van het motorschip Senang, wegens het niet opvolgen van de bepalingen van artikel 13 van het Schepenbesluit. Op 23 februari 1937 is door den inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij den Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van den volgenden inhoud : „De inspecteur-generaal voor de scheepvaart, verwijzende naar de hierbijgaande stukken, betreffende het op 4 November 1936 op de Elbe aan den grond loopen van het motorschip Senang; overwegende, dat daaruit blijkt, dat kapitein Izaak Johannes Van der Veen na voornoemd ongeval met zijn schip de haven van Kopenhagen is binnengeloopen en, nadat zijn schip geheel gelost was, van hieruit weer is vertrokken met bestemming Kappeln (Sleeswijk-Holstein), zonder naar de eventueel beloopen schade aan zijn schip een onderzoek te hebben laten instellen door een expert van een door de wet erkend particulier onderzoekingsbureau, voor het verkrijgen van een bewijs van zeewaardigheid, als is voorgeschreven in artikel 13 van het Schepenbesluit ; overwegende, dat het niet opvolgen van het in de vorige alinea genoemde voorschrift geacht moet worden een misdraging op te leveren jegens de reederij en de schepelingen; gelet op de artikelen 48 en 49 der Schepenwet ; stelt aan den Raad voor de Scheepvaart voor een onderzoek in te stellen en den kapitein Izaak Johannes van der Veen te hooren." Een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat door den Raad een onderzoek naar de gegrondheid van voorschreven klacht zou worden ingesteld. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 19 Maart 1937 in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van het ten deze door de scheepvaartinspectie ingesteld voorloopig onderzoek en hoorde den kapitein Izaak Johannes van der Veen, voornoemd, als aangeklaagde, buiten eede. De voorzitter zette hem de beteekenis der tegen hem ingediende klacht uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: De Senang is een Nederlandsch motorschip, metende 313,08 bruto-, 212,57 netto-registerton, roepnaam PHLP, eigendom van de N. V. Motorschip „Fivel", te Delfzijl, onder directie van de N. V. Wagenborg's Scheepvaart en Expeditiebedrijf, aldaar. Het schip is in het jaar 1921 te Hamburg van staal gebouwd en heeft een beperkt certificaat van deugdelijkheid, letter E. Het is voorzien van een Benzmotor van 220 pk. Op 1 November 1936 vertrok de Senang van Rotterdam met een lading haver, bestemd voor Kjöge en Kopenhagen, diepgang vóór 1,80 m, achter 2,20 m. Aangeklaagde, die in het bezit is van een diploma als eerstestuurman voor de groote stoomvaart, was kapitein. Onder loodsaanwijzing werd de Elbe opgevaren. Daar het zeer mistig was, werd op koers gevaren. Omstreeks te 10.30 uur 's avonds van 4 November liep het schip aan den grond. Ter zitting deelde aangeklaagde mede, dat het ongeveer een uur vóór laagwater was. Eenige uren heeft het vaartuig daar vastgezeten en eerst met vloed gelukte het weer vlot te komen. Noch bij het geboeid raken, noch gedurende het vastzitten en evenmin bij het vlotkomen heeft het schip gestooten. Nadat de Senang geheel vlot was is de reis naar Brunsbüttelkoog vervolgd; het schip maakte geen water. Op 6 November werd behouden Kjöge bereikt, waar een gedeelte van de lading is gelost; het restant der lading werd op 7 November te Kopenhagen gelost. Aangeklaagde verklaarde aldaar zelf een nader onderzoek te hebben ingesteld en tot de overtuiging te zijn gekomen, dat het vaartuig geen schade had beloopen. Daarom heeft hij de bepalingen, voorgeschreven bij artikel 13 van het Schepenbesluit, niet opgevolgd. Op 13 November is het schip in ballast naar Kappeln vertrokken, waar een lading tarwe voor Crefeld is ingenomen. Bij een op 19 Februari 1937 te Delfzijl door de scheepvaartinspectie ingesteld onderzoek bleek het schip inderdaad onbeschadigd. De Raad is, met den inspecteur-generaal voor de scheepvaart, van oordeel, dat de klacht gegrond is. Artikel 13 van het Schepenbesluit is niet alleen van toepassing, wanneer reeds is gebleken, dat het schip schade heeft beloopen, maar ook, wanneer zich iets heeft voorgedaan, waardoor het vermoeden rijst, dat schade aan het vaartuig is ontstaan. Aan deze laatste voorwaarde is hier zeer zeker voldaan, nu het schip vijf uren aan den grond heeft gezeten in de Elbe. Het komt niet aan op de individueele overtuiging van den kapitein, maar op de vraag, of niet onder genoemde omstandigheden bij elk weldenkend inensch genoemd vermoeden moet rijzen. Dat achteraf is gebleken, dat het schip niet beschadigd was, doet mitsdien voor de vraag, of de klacht gegrond is, niet ter zake. Gelijk de inspecteur-generaal voor de scheepvaart te recht heeft opgemerkt, is het voorschrift van dit artikel 13 van het schepenbesluit gegeven, niet alleen voor de veiligheid der opvarenden, en in het algemeen van schip en lading, maar wel degelijk ook tot steun van den kapitein bij zijn aanspraken tegenover de verzekeraars. De Raad meent thans met de straf van berisping te kunnen volstaan en straft mitsdien straft den aangeklaagde Izaak Johannes van der Veen, kapitein, geboren 24 Mei 1907, wonende te Amsterdam, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, eersteplaatsvervangend-voorzitter, C. J. Canters, G. J. Lap, A. L. Boeser en J. v. Egmond, leden, P. A. Arriëns, buitengewoon lid, G. L. Julsing, plaatsvervangend buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 22 Mei 1937. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink, Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.
1937-07-12: NvhN 03-08-1937: Raad voor de Scheepvaart. Aanvaring van het motorschip „Senang".
De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de aanvaring tusschen het motorschip Senang (metende 313 bruto reg. ton thuis behoorende te Delfzijl, en een Deensch motorscheepje op 12 Junl j.l. nabij Ostre-flak.
Opgeroepen was dc stuurman van de „Senang", die verhoord werd op schuldvraag.
De stuurman verklaarde, dat het schip in ballast voer. Tijdens het ongeluk stond de stuurman alleen aan het roer. Van zijn plaats af in het stuurhuis kon hij niet over het hooge voorschip heen zien. Eerst door roepen van anderen werd de stuurman gewaar, dat de Senang tegen een Deensch scheepje, dat op anker lag, was opgevaren. Het scheepje zonk dadelijk, doch de drie opvarenden wisten zich aan boord van de Senang in veiligheid te brengen. De voorzitter verweet den stuurman onvoldoende voorzorgmaatregelen te hebben genomen. Aangezien van de stuurhut ult niet goed vooruit kon worden gezien, had hij voor een uitkijk moeten zorgen. Inplaats van dit te doen, heeft hij een matroos, die zich bij hem in het stuurhuis bevond, naar beneden gestuurd. De Raad zal later uitspraak doen.


Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 21 September 1937, no.181. No.84 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zakede aanvaring van het Nederlandsche motorschip Senang met het Deensche visschersvaartuig P. Madsen in het Kattegat nabij het lichtschip Östre Flak. Betrokkene: stuurman Jan Buisman. Op 12 Juni 1937 is het Nederlandsche motorschip Senang in het Kattegat nabij het lichtschip Östre Flak in aanvaring gekomen met het Deensche visschersvaartuig P. Madsen. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze aanvaring zou instellen. Genoemde commissie besliste bovendien, dat het onderzoek tevens zou loopen over de vraag of deze aanvaring wellicht mede was te wijten aan schuld van den stuurman Jan Buisman, wonende te Groningen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 2 Augustus 1937 buiten tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart, die verhinderd was aanwezig te zijn. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie en hoorde Jan Buisman, voornoemd, als betrokkene, buiten eede. De voorzitter zette hem doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren, hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. De verklaringen, afgelegd bij het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie door den kapitein Izaak Johannes van der Veen en den motordrijver Walter Stegmann, zijn door den secretaris ter zitting voorgelezen. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: De Senang is een Nederlandsch motorschip, metende 313,08 bruto-, 212,57 netto-registerton, roepnaam PHLP, eigendom van de N. V. „Motorschip Fivel", te Delfzijl. Het schip is voorzien van een Benzmotor van 220 pk. De P. Madsen is een Deensch visschersvaartuig, metende 7,33 ton, schipper Niels Jensen Pedersen, te Blokhus. Het scheepje is voorzien van een Struermotor van 15 pk.Op 11 Juni 1937 vertrok de Senang te 4 uur 's middags ledig van Gothenburg naar Fur aan de Limfjord. De bemanning bestond uit zeven personen, terwijl de vrouw van den kapitein als hofmeesteres was gemonsterd. De diepgang was vóór 2½ dm, achter 17 dm. Alleen achter had het schip waterballast, een voorpiektank heeft het vaartuig niet. Bij ledig schip heeft men van uit het stuurhuis en vanaf het dek naast het stuurhuis geen vrij uitzicht over het voorschip. De boeg van het schip is vrij breed. Bovenop het stuurhuis is wel een gelegenheid om uit te kijken, doch daar bevindt zich geen stuurinrichting of telegraaf. Te 6.30 uur werd het lichtschip Vinga gepasseerd; hierna werd koers gesteld op Kobbergrund E. lichtboei, welke boei te 9.45 uur dwars was, log 45. Daarop werd tot 12 uur middernacht Z.W.t.Z. magn. gekoerst, log 61, vervolgens noordwest magnetisch op het lichtschip Östre Flak aan. Te 12 uur 's nachts kreeg de stuurman Jan Buisman de wacht met den matroos K. van der Linde. Het was mooi weer, helder zicht, kalme zee, wind N.N.W., kracht 2. Het licht van het lichtschip Östre Flak was recht vooruit op grooten afstand. Buisman stond in het stuurhuis aan het roer en zond den matroos naar de kombuis om een kopje koffie gereed te maken. Van der Linde was ongeveer tien minuten weg, toen Buisman meende te hooren roepen: „Het schip zit aan den grond!". Hij ging dadelijk in de kaart zien, die achter hem lag. Inmiddels viel het schip een paar streken af naar stuurboord. Nu meende Buisman te hooren roepen, dat er een schip voor den boeg was. De motor werd onmiddellijk gestopt en het roer bakboord gedraaid, om een eventueel gat in het aangevaren vaartuig te blijven vullen. Omstreeks te 0.40 uur werd de kapitein wakker, doordat de motor werd gestopt. Matroos van der Linde kwam hem waarschuwen, dat er een visschersvaartuig voor den boeg zat. Hij spoedde zich hierop aan dek en zag, op den bak gekomen, dat aan bakboord een klein vaartuig tegen de Senang aan lag, het dek reeds te water. In den mast hing een brandende, doch zwaar bewalmde lantaarn. De schipper van het vaartuigje stond reeds op den bak van de Senang, de beide andere opvarenden hingen aan de ankers. Allen waren in ondergoed. De werkboot werd uitgezet om den hond van het Deensche scheepje, die bij het zinken van dat vaartuig te water was geraakt en rondzwom, te redden. De Deensche schipper deelde den kapitein mede, dat men voor anker lag en dat alle drie opvarenden te kooi hadden gelegen toen de aanvaring plaats greep. De motordrijver voelde, terwijl hij in de motorkamer was, een lichten schok; door de spreekbuis riep hij naar de brug: „Zit het schip aan den grond?" Kort daarop werd de telegraaf op „stop" gezet. Hij hoorde roepen en snelde naar dek. Op den bak gekomen zag hij een klein vaartuig voor den boeg en riep thans: „Schip voor den boegl" De lantaarn, welke het vaartuigje aan het stag had hangen, brandde toen nog helder; later, bij hellend schip, minder goed. De stuurman verklaarde geen ander licht dan dat van het lichtschip — vooruit — gezien te hebben, en dat hij ter plaatse, waar 7 vadem water staat, allerminst ten anker liggende schepen had verwacht. De Raad is van oordeel, dat dit ongeval geheel is te wijten aan onvoldoenden uitkijk, dus aan de schuld van den wachthebbenden stuurman Buisman. Het Deensche vaartuigje lag ten anker — volgens de uit Denemarken- ontvangen gegevens ongeveer 1¾ mijl zuidoost van het lichtschip Östre Flak — en de ankerlantaarn brandde helder. Of daar ter plaatse ten anker liggende vaartuigen konden worden verwacht, doet niet ter zake. Het ankerlicht zou bij behoorlijken uitkijk opgemerkt zijn geworden. Dat dit niet is geschied, moge zijn verklaring vinden in het feit, dat, ledigscheeps, zooals hier het geval was, van de brug af geen voldoende uitzicht over het voorschip bestond — zelfs de kim was, zooals de betrokkene verklaarde, over het voorschip niet zichtbaar —, doch deze omstandigheid kan voor den betrokkene geenszins als een verontschuldiging gelden. Immers, dan was het juist dringend noodig om op den bak of boven op het stuurhuis een uitkijk te plaatsen. Op een hem gedane vraag antwoordde de betrokkene, dat op het stuurhuis gelegenheid tot het houden van uitkijk bestond. In plaats van dezen maatregel te nemen, zendt de betrokkene, die chef van de wacht was, den roerganger van der Linde weg om koffie te zetten. De betrokkene voerde te zijner verdediging aan, dat het houden van goeden uitkijk op de brug toch wel mogelijk was, omdat het schip nogal gierde. Hij begreep dan ook niet, dat hij het ankerlicht niet had gezien. Het is echter zeer goed mogelijk, dat, ondanks het gieren, het ankerlicht achter den breeden boeg van de Senang verborgen bleef. Hoe dit echter ook zij, het ankerlicht van het Deensche vaartuigje had moeten zijn opgemerkt en dat zulks niet is geschied is een gevolg van het houden van onvoldoenden uitkijk en het achterwege laten door den betrokkene van de noodige maatregelen. Aan de onverantwoordelijke navigatie van den betrokkene is dit ongeval te wijten. Het was zeer goed mogelijk geweest, dat hier slachtoffers zouden zijn gevallen, hetgeen gelukkig thans niet het geval was. De raad acht een straf van schorsing hier geboden. Mitsdien: Straft den betrokkene Jan Buisman, stuurman, geboren 3 Mei 1895, wonende te Groningen, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein of stuurman te varen op een schip, als bedoeld bij art. 2 der Schepenwet, voor den tijd van acht dagen. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, eersteplaatsvervangend-voorzitter, C. J. Canters, G. J. Lap en A. L. Boeser, leden, P. A. Arriëns, buitengewoon lid, H. Ebes, plaatsvervangend buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 9 September 1937. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.
1937-08-12: De Maasbode 12-08-1937: m.s. Senang. Bij het lossen van het in Skive liggend Nederl. motorschip Senang is een hijsch onklaar geloopen, waardoor de kapitein een klap van de handlier kreeg. Zwaar gewond is hij naar het ziekenhuis overgebracht.
1938-09-05: De Telegraaf 05-09-1938: SENANG. — Het Nederlandsche m.s. „Senang", toebehoorende aan de Fa. E. Wagenborg's Scheepvaart en Expeditiebedrijf N.V. te Delfzijl, groot 313 ton bruto en 213 ton netto, gebouwd ln 1921, is naar Zuid-Amerika verkocht.
1952-01-12: Doorhaling teboekstelling wegens verkoop naar het buitenland. Mogelijk daarna TAU ASSU (Empresa Navigacion Caillet Ltda).
1998-00-00: Lloyds Register laat de registratie van het schip vervallen omdat het nog bestaan twijfelachtig is.

Afbeeldingen


Omschrijving: Fivel 1921 ex Nordstern ex Schleswig ex Lucie Heins ex Yara
Collectie: Slagter, J. A. (Jacob)
Vervaardiger: Unknown

Omschrijving: Fivel 1921
Collectie: Martens, R.G. (Rob)
Vervaardiger: Unknown