Inloggen
FIDUCIA - ID 2194

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1939
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5214539
Nat. Official Number: 1151 Z LEID 1939
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2 derricks
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: D. & Joh. Boot N.V., Scheepsbouwwerf 'De Vooruitgang', Alphen aan den Rijn, Zuid-Holland, Netherlands
Werfnummer: 1118
Launch Date: 1939-03-11
Delivery Date: 1939-04-18
Technical Data

Engine Manufacturer: D. & Joh. Boot N.V., Motorenfabriek 'De Industrie', Alphen aan den Rijn, Zuid-Holland, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 3
Power: 180
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Industrie nr. 3137 Type 3VD7 (305x450)
Speed in knots: 9
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 250.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 111.00 Net tonnage
Deadweight: 320.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 14127 Cubic Feet
Bale: 13240 Cubic Feet
 
Length 1: 39.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 36.71 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.13 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.42 Meters Depth, moulded
Draught: 2.60 Meters Draught, maximum
Configuration Changes

Datum 00-05-1951
Type: Lengthened
Omschrijving: Verlengd door N.V. IJsselwerf, Capelle a/d IJssel, Brt 315 Nrt 151 Dwat 360, Loa 44,95 Ll 42,66. Grain 19600, Bale 19000 cf.

Ship History Data

Date/Name Ship 1939-04-08 FIDUCIA
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Cornelis Nieuwpoort, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PEBU

Date/Name Ship 1946-03-18 FIDUCIA-N
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Cornelis Nieuwpoort, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PEBU

Date/Name Ship 1953-00-00 FIDUCIA-N
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Cornelis Nieuwpoort, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PEBU

Date/Name Ship 1955-06-03 FORTUNA
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Lambertus Bakker, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PEDK

Date/Name Ship 1962-01-10 LUMEY
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Gerrit Dost, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PFQG

Date/Name Ship 1966-02-04 TWEELO
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf Gruno, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Frans & Carel Wilhelm Kuipers & Frans Albert Boersma, Meppel, Drenthe, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Meppel / Netherlands
Callsign: PIBN
Additional info: Elk 1/3 deel.

Ship Events Data

1939-03-12: Algemeen Handelsblad 12-03-1939: Scheepsbouw. Gisteren is op de scheepswerf "De Vooruitgang" van D. en Joh. Boot N V., te Alphen a/d Rijn met gunstig gevolg te water gelaten de nieuw gebouwde motorkustboot "FIDUCIA"", gebouwd voor rekening van kapt. C. Nieuwpoort van Groningen. Het schip, bestemd voor de algemeene vrachtvaart, is voorzien van een sterk hellende plaatsteven en achter van een kruiserhek. De voortstuwing zal geschieden door een 3 cyl. 180/196 P.K. compressorlooze Diesel 4 tact „Industrie" motor, te leveren door de Motorenfabriek "De Industrie" te Alphen a/d Rijn.
1939-04-11: Op 11-04-1939 als FIDUCIA, zijnde een motorkustschip, groot 708.04 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 30-03-1939 no. 5943, liggende te Gouwsluis, door H. ter Haar, scheepsmeter te Amsterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1151 Z LEID 1939 op het achterschip aan B.B. zijde in voor verhoogd achterdek.
1939-04-18: Algemeen Handelsblad 18-04-1939: Scheepsbouw. M.s. „FIDUCIA". Op de Noordzee, uitgaande van Rotterdam naar IJmuiden, vond de in alle opzichten uitstekend geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe motorkustschip „Fiducia", gebouwd door D. en Joh. Boot N.V. Scheepswerf „De Vooruitgang" te Alphen a. d. Rijn, voor rekening van kapt. C. Nieuwpoort te Groningen, onder klasse Bureau Veritas groote kustvaart en S. I. De afmetingen van het schip zijn: lengte 39 m, breedte 7.10 m, holte 2.85 m. In de motorkamer is voor voortstuwing geplaatst een 3 cylinder 180/195 PK. „Industrie"-scheepsdieselmotor, gebouwd door de motorenfabriek „De Industrie" te Alphen a. d. Rijn. Op dezelfde werf had Zaterdag de te waterlating plaats van de motorkustboot „Hilda", van kapt. Zoutman van Delfzijl. Hierin zal geplaatst worden een 3 cyl. 180/195 F.K. ,"lndustrie"-Dieselmotor. Direct daarna werd de kiel gelegd voor een dito motorkustboot, welke ook voorzien zal worden van een 3 cyl. 180/195 P.K. „Industrie"-motor.
1939-07-17: De Maasbode 17-07-1939 m.s.”Fiducia”. IJmuiden, 16 Juli. Het met hout van Sundsvall naar Porthleven bestemde Nederlandsche motorschip “Fiducia” is hier binnengeloopen wegens schade aan den motor. Deze kan ter plaatse worden hersteld en zal vermoedelijk twee dagen in beslag nemen.
De Maasbode 20-07-1939: m.s. Fiducia. IJmuiden, 19 Juli. Het hier binnengeloopen Nederl. m.s. Fiducia (zie ons nummer van 17 dezer) heeft de motorschade hersteld en zal vermoedelijk morgen de reis naar Porthleven voortzetten.
1940-03-01: Het Volk 29-02-1940: Brug te Woubrugge door een pont vervangen. Herstel duurt vier weken. Woubrugge, Donderdag De aanvaring van de kustvaarder „Fiducia" met de brug over de Woudwetering, de verbinding van de Ringvaart van de Haarlemmermeer met de Oude Rijn, heeft een ernstige storing veroorzaakt in het verkeer tussen Leiden en het Gooi. Het verkeer te water is door het weghalen van de brugstukken en het vertrek van het schip hersteld. Het verkeer te land is er slechter aan toe. Voetgangers en wielrijders kunnen op het ogenblik per roeiboot worden overgezet, doch het grotere verkeer moet naar en van Leiden over Oudshoorn worden geleid. Teneinde het kleine autoverkeer te kunnen onderhouden, heeft het gemeentebestuur de tijdelijke beschikking gekregen over een reservepont van de provincie Zuid-Holland. Deze zal vanavond of uiterlijk morgen in de Woudwetering worden gelegd, vijftig meter bezuiden de plaats van de aangevaren brug. Het herstel van de brug, waardoor ook het grote verkeer doorgang zal kunnen vinden, zal naar schatting, drie of vier weken vorderen.
Nieuwsblad van Friesland 01-03-1940: Kustvaarder ramt klapbrug. Woensdagmiddag heeft de Groninsche kustvaarder “FIDUCIA”, metende 350 ton, kapitein-eigenaar C. Nieuwpoort, een aanvaring gehad met de ijzeren klapbrug over de Woudwetering te Woubrugge, die de toegangsweg vormt tot het Braasemermeer. Het schip zat klem tusschen de brug. De klap is versplinterd en de metershooge ijzeren poort omlaag gestort, de duizenden kilo's zware balans meesleurend. Er zijn bij deze brug geen afsluitbomen, zoodat het wachtend publiek vlak bij de klap van de brug stond. De brugwachter, die het ongeluk zag aankomen, riep het publiek toe zich uit de voeten te maken. Men had nauwelijks aan deze waarschuwing gevolg gegeven of de groote ijzeren poort met balans stortte neer, gelukkig zonder iemand te treffen. Niet alleen het verkeer te water, doch tevens dat over de brug was hierdoor gestremd. Het herstelwerk aan de brug zal vermoedelijk weken duren. Het schip is voor herstel van de betrekkelijke geringe schade, welke het vaartuig door de aanvaring had opgeloopen, naar de werf “De Industrie” te Alphen aan den Rijn gegaan.
1940-05-13: Verliet IJmuiden om 01.30 uur naar Londen. Het was het laatste schip dat na de Duitse invasie uit Nederland kon ontsnappen.

Herdenkingsbijeenkomst voor coasterbemanningen uit 1940: Joodse vluchtelingen boekstaafden ontsnapping naar Engeland.
Vier coasterbemanningen uit 1940 worden 6 maart (19..) in het Joods Historisch Museum in Amsterdam herdacht. De bijeenkomst is een initiatief van Harry Philips en is gewijd aan de bemanningen van coasters, die in mei 1940 met gevaar voor eigen leven honderden Joodse vluchtelingen vanuit IJmuiden naar Engeland brachten. Centraal staan de coasters Friso—Java-Wega en de Fiducia. De toen zesjarige Philips maakte met zijn ouders en broer de overtocht met de Friso. In totaal had de Friso 96 vluchtelingen aan boord. Na de oorlog belandde Philips in de Verenigde Staten, maar hij kwam later naar Nederland terug en ontdekte dat er officieel nooit een blijk van waardering was geweest voor kapitein Jan Klugkist van de Friso, evenmin als voor de rest van de bemanning. Philips: 'Ik hoop die openstaande rekening enigszins te vereffenen door een herdenking te houden. Daarbij zijn de familieleden van de kapiten Klugkist, onder wie zijn dochter Irene uit Dublin, de eregasten'. Op de bijeenkomst spreekt mr. Aron de Vries, zelf van Joodse bloede, die in de Tweede Wereldoorlog voer op de schepen van de Koninklijke Marine en de kustvaart. Hij ontkwam zo aan het gruwelijke lot dat zijn familie trof. Nabestaanden gezocht. Klugkist vroeg maritiem publicist Alberd Kelder uit Hilversum voor de bijeenkomst geinteresseerden uit de scheepvaartwereld te benaderen. Kelder: 'De bijeenkomst moest plaats hebben na de restauratie van het Joods Historisch Museum, begin december vorig jaar. Maar omdat de restauratie uitliep, moesten we het uitstellen tot maart. Dat gaf ons de gelegenheid de bijeenkomst wat breder op te zetten; niet alleen voor de mannen van de Friso, maar ook voor die van de Java (kapitein J.Wensing), de Wega (kapitein E. Klugkist) en de Fiducia (kapitein A. Roos) We zoeken ook nog nabestaanden van de bemanningen van die schepen.' Chaos. De Friso had een aantal 'prominenten' aan boord. Naast de latere directeur van het Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie Loe de Jomg, toen nog journalist bij De Groene Amsterdammer, maakten ook journalist Meyer Sluyser en VARA penningmeester W. Lebon de overtocht. De Jong heeft zijn ervaringen opgetekend in zijn “Koninkrijk der Nederlanden in de 'Tweede Wereldoorlog' (deel 3.pag.412 e.v.) Ook Sluyser deed dat in “Die en die is er nog...”(Bussum. 1950, pag. 418-422). Ger van der Burg beschreef de chaotische tonelen die zich in de meidagen van 1940 in IJmuiden afspeelden in zijn “Oorlogsstorm over Zee en Havens, IJmuiden 1939-1945' (Schoorl,1945,hoofdstuk 4). 'Van overheidszijde was niets geregeld voor het vertrek van al diegenen die bij een mogelijke Duitse bezetting in groote moeilijkheden zouden komen', schrijft Van der Burg.' Zelfs voor de Duits-Joodse vluchtelingen, die immers onder toezicht van de regering stonden, waren geen maatregelen getroffen. Tijdens de oorlogsdagen werd deze kwetsbare groep gewoonweg vergeten (...) Vooral dinsdag 14 mei speelden zich in Ijmuiden door de stroom vluchtelingen die daar gekomen waren in de hoop van daaruit naar Engeland te kunnen ontsnappen, chaotische taferelen af. Duizenden, die met auto's en bussen waren gekomen, zochten vertwijfeld een plaatsje op de vertrekkende schepen. Er werden grote bedragen, tot wel 1000 gulden, geboden voor een plaatsje op kleine vissersschepen, ja zelfs om mee te kunnen in een open boot. Toen plotseling het gerucht opdook, dat een aantal trawlers opdracht had ontvangen naar Engeland te vertrekken en zoveel mogelijk vluchtelingen mee te nemen, ontstond een wilde wedren op die schepen. Er werd zelfs gevochten om aan boord te komenen een aantal mensen, onder wie kinderen ,werd in het gedrang van de kade geduwd en kwam in het water terecht. Treeplank. Loe de Jong kwam 14 mei tot de conclisie 'dat mijn leven werd bedreigd'. Ook hij wilde daarom het land verlaten. Zijn bijdragen in De Groene Amsterdammer waren 'ruimschoots voldoende om mij in het concentratiekamp te doen belanden'. Bij het Engelse consulaat in Amsterdam vernam de Jong dat de consul in Velsen visa zou verstrekken. Met medeneming van zijn ouders, zusje en twee grootouders vertrok de Jong daarheen om te ontdekken dat alleen reisdocumenten aan Britse burgers werden afgegeven. In de chaos raakten de familieleden elkaar kwijt .In Velsen 'dromden duizenden wanhopigen samen', aldus De Jong.' Duitse vliegtuigen verschenen,het afweergeschut dreunde... De een ging aan de kant van de weg zitten, de ander dwaalde rond. Ouders liepen radeloos naar hun kinderen en kinderen naar hun ouders te zoeken. De kans op ontsnapping leek van kwartier tot kwartier kleiner te worden en wel geheel te verdwijen toen, tegen vijf uur, een luidsprekerauto van de politie bekend maakte dat een ieder onmiddellijk naar zijn woonplaats moest terugkeren; zij die dat niet deden, zouden gearresteerd worden. Wie een auto had stapte in; anderen bestegen weer hun fiets. Weinigen bleven, onder hen mijn vrouw en ik.' De Jong liep samen met zijn vrouw en twee kennissen richting Ijmuiden, in een poging de wachtpost bij een spoorwegovergang, die hen eerder had tegengehouden, voorbij te komen.' Juist op dat moment reed ons een auto achterop waarin zich Meyer Sluyser en VARA-penningmeester Lebon, beiden met hun gezinnen bevonden... Sluyser kende mij en Lebon remde. Mijn vrouw kon er nog net in Lebons auto bij, daarin zaten al vier volwassenen en drie kinderen. Onze vrienden en ik sprongen op de treeplanken..Voor ons, die op de treeplanken stonden,w as het moeilijk vasthouden. In een bocht lieten onze vrienden de kap van de auto los .Zij sprongen op straat. Vijf bezettingsjaren zouden voor hen volgen. We reden weg. Enkele minuten later waren wij bij de Visserijhaven; de marine controleerde onze indentiteit. We konden toen aan boord gaan van de kustvaarder Friso. Even na acht uur stak de kapitein-eigenaar van wal en nauwelijks buitengaats werden wij beschoten. Doodbedaard. Sluyser heeft zijn eigen versie van het verhaal.' Die avond bevond ik mij met wat vrienden in een Chevrolet op de grens tussen IJmuiden en Velsen. Iemand had de tip gekregen en gejaagd-sprekend doorgegeven, dat er aan de Noordersluis een groot schip zou liggen. 'Sluysers chauffeur, Lebon,wist echter de weg niet in IJmuiden. Als ze dachten dat ze de weg eindelijk gevonden hadden, waren daar weer onverbiddelijke militairen die hen terugstuurden .'Sluyser: De nerveuze spanning werd ondraaglijk. Geschut klonk vlakbij, Britse soldaten liepen langs de waterkant. Ze sjouwden met grote voetzoekers; de springladingen die de grote sluis moesten vernielen.' In plaats van bij de Noordersluis (waar inderdaad een groot schip lag:het s.s.”Bodengraven”van de KNSM), kwam het gezelschap terecht in de Ijmuidense Vissershaven. Daar lag de coaster “Friso”, ogenschijnlijk leeg. Sluyser; Daar lag een eenzaam kustvaardertje, Rustig. Op de kade liep een zenuwachtige marinier rond, revolver in de vuist. Over een loopplank kwam een vrouw de wal opstappen. Donker type. Zonverbrande huid. Heldere ogen. ”Jullie moeten zeker mee naar Engeland?” vroeg ze doodbedaard. 'kan het?' Ze draaide zich om en liep naar de schipper,d ie in de stuurhut stond.'Jan....dat er toch ook nog wel bij ,he?' 'Tuurlijk', riep de man terug.' Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Ik lig nog lang niet aan mijn merk. 'Op dat moment had de Friso al tachtig vluchtelingen in het ruim. Met de zestien mensen van het gezelschap van Sluyser en Lebon erbij kwam het totaal op 96 volwassenen en kinderen. Direct daarna vertrok de Friso, in het kielzog van de Java en gevolgd door de Wega en de Fiducia naar zee en arriveerde, na nog een luchtaanval te hebben doorstaan, 16 mei in Poole.

16 Mei 1940 overgenomen door het Netherlands Shipping & Trading Committee, Londen. 27 mei 1940 in timecharter bij het Ministry of Shipping, Londen. Nam deel aan de operatie 'Neptune' (Invasie van Normandië.)
1946-01-28: Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Vrijdag 21 Juni 1946, no.120.
No.8 Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake het verzoek van E. Wagenborg's Scheepvaart- en Expeditiebedrijf te Rotterdam tot inhouding van het monsterboekje van A. C. Reytenbach, als machinist gemonsterd op het motorschip Fiducia. Op 28 Januari 1946 heeft E. Wagenborg's Scheepvaart- en Expeditiebedrijf te Rotterdam een schriftelijk verzoek ingediend bij den inspecteur-generaal voor de scheepvaart tot inhouding van het monsterboekje van Andries Cornelis Reytenbach, als machinist gemonsterd op het motorschip Fiducia, wegens het onrechtmatig doen eindigen van de arbeidsovereenkomst op 28 Januari 1946. De behandeling van dit verzoek heeft plaats gevonden ter zitting van den Raad voor de Scheepvaart van 8 Mei 1946, in tegenwoordigheid van den inspecteur voor de scheepvaart J. H. Th. Eerman. De Raad nam kennis van de stukken van het vooronderzoek der Scheepvaartinspectie en van de arbeidsovereenkomst, als bedoeld bij artikel 398 van het Wetboek van Koophandel, door genoemden schepeling op 21 Januari 1946 te Rotterdam met voormelde reederij aangegaan. Andries Cornelis Reytenbach, geboren 8 Mei 1920, wonende te Delfzijl, hoewel op de bij de Schepenwet voorgeschreven wijze gedagvaard, is noch in persoon, noch bij gemachtigde verschenen. Tegen hem wordt verstek verleend en de zaak wordt buiten zijn tegenwoordigheid behandeld. De reederij heeft bericht, dat zij meent, dat zij haar verzoek niet nader behoeft toe te lichten. Het monsterboekje was niet ter zitting aanwezig. De arbeidsovereenkomst toont, dat de dienstbetrekking en de dienst aan boord aanvingen op 19 Januari 1946 en dat elk der partijen te allen tijde bevoegd was de dienstbetrekking door schriftelijke opzegging te doen eindigen met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen., indien de beëindiging geschiedt in een Nederlandsche haven. De monsterrol toont, dat deze is opgemaakt op 12 Januari 1946 en afgesloten op 15 Januari 1946 en dat A. C. Reytenbach is gemonsterd als machinist voor onbepaalden tijd. Uit het verzoek van de reederij is gebleken, dat Reytenbach op 28 Januari 1946 het schip voorgoed heeft verlaten en daarbij volgend briefje achterliet: „Kapitein, Bij nader inzien is het mij gebleken, dat er aan boord van de Fiducia geen machinist noodig is. De reden daarvan is, dat een ieder zich maar in de machinekamer beweegt en de motoren maar aanzet, zonder mij te raadplegen. Ik hoop dus, dat u daarvoor een ander vinden kan, iemand, die zich meer daarvoor voelt aangetrokken. (w. g.) A. C. Reytenbach." Bij het vooronderzoek heeft Reytenbach verklaard, dat zoowel de kapitein als de stuurman zelf motoren aanzetten, hoewel hij zelf of in de machinekamer, of in ieder geval aan boord was. De inspecteur voor de scheepvaart meent, dat Reytenbach het recht in eigen handen heeft genomen door het schip te verlaten en niet op de regelmatige manier den dienst op te zeggen. Hij had in ieder geval met den kapitein moeten spreken. Als verzachtende omstandigheid wijst hij er op, dat de gane van zaken aan boord van de Fiducia voor den machinist wel zeer onregelmatig was en deze zich te recht daarover ergerde. De Raad is van oordeel, dat wel is waar Reytenbach op 15 Januari 1946 in strijd met de bepaling van artikel 7 van het Schepelingenbesluit voor de Fiducia is gemonsterd, zijnde de arbeidsovereenkomst tusschen hem en den reeder eerst gesloten op 21 Januari 1946 (wellicht is dit geschied, doordat de ambtenaar van aanmonstering op 15 Januari 1946 nog niet op de hoogte was van het feit, dat met ingang van 1 Januari 1946 het Vaartplichtbesluit voor de Kleine Vaart had opgehouden te werken), doch dit niet wegneemt, dat hij op 28 Januari 1946 schepeling was in den zin van het Wethoek van Koophandel en dat hij, op dien dag voorgoed van boord gaande zonder de arbeidsovereenkomst te hebben opgezegd met een termijn van ten minste zeven dagen, terwijl van een dringende reden daartoe geen sprake was, toen die arbeidsovereenkomst onrechtmatig deed beëindigen; dat de reeder daarover tijdig heeft geklaagd; dat, gelet eenerzijds op de omstandigheid, dat, blijkens de verklaringen van Reytenbach in het vooronderzoek en het schrijven van E. Wagenborg's Scheepvaart- en Expeditiebedrijf te Rotterdam aan den inspecteur-generaal dd. 28 Januari 1946, de dekofficieren van de Fiducia zonder voldoende reden zelf motoren aanzetten, anderzijds op het feit, dat Reytenbach zich over laatstgenoemd punt kennelijk niet bij den kapitein heeft beklaagd, inhouding van het monsterboekje gedurende den tijd van één maand na het onrechtmatig beëindigen der arbeidsovereenkomst wenschelijk is; en beslist mitsdien: dat het monsterboekje van Andries Cornelis Reytenbaeh, geboren 8 Mei 1920, wonende te Delfzijl, zal worden ingehouden gedurende den tijd van één maand. Aldus gedaan door de heeren mr. W. A. Vos, eerste plv. voorzitter, W. Harmsen en L. den Hoedt, leden, en F. Kann, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken door den voorzitter prof. mr. J. Offerhaus ter openbare zitting van den Raad van 23 Mei 1946. (get.:) Vos; A. Boosman.
1950-07-13: Arriveerde te Dublin met een lading groente van Maassluis. Werd na aankomst in beslag genomen door de Ierse Admiraliteit. Het schip had op 9 oktober 1947 een brug over de haven van Arklow aangevaren en beschadigd. Kosten £ 5000,-- Na een borgsom te hebben voldaan mocht het schip weer vertrekken.
1951-10-28: Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van het enige keren stoten van de Fiducia N, varend zonder loods in de Stockholmer Scheren op reis van Stettin naar Stockholm beladen met briketten. De kapitein verklaarde dat hij meermalen te Stockholm was geweest maar steeds langs Almagrundet-vuurschip was binnen gelopen. Dit maal besloot hij de route langs Dalarö te nemen, die iets korter is. Tot Dalarö voer de kapitein op een Duitse kaart maar daar aangekomen bleek dat deze niet aansloot op de aanwezige Zweedse kaart en was hij genoodzaakt op een klein-bestekkaart te navigeren waarop de bebakening onvoldoende stond aangegeven. Oordeel van de Raad is dat het stoten van de Fiducia N bij Skröfvet en in de Lannerstafjord te wijten is aan onvoldoende voorbereiding van de vaart Dalarö naar Stockholm door kapitein Nieuwpoort. Voordat hij besloot dit traject te bevaren, had hij moeten nagaan of de benodigde navigatie middelen aan boord waren. Ook had hij de Zeemansgidsen moeten raadplegen. Nu hij voor de vaart na Dalarö slechts een overzeiler kon raadplegen, had hij zeker bij Dalarö een loods moeten nemen, daar de bakens slechts zeer onvolledig daarop staan. De Raad houdt bij het bepalen van de straf rekening met het feit dat de kapitein lering heeft getrokken uit deze ongevallen en hij zijn fouten inziet. De Raad straft mitsdien kapitein Cornelis Nieuwpoort, geboren 28 juni 1898, wonende te Groningen, door uitspreken van een berisping. Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 15 mei 1952.
1957-02-12: 12-02-1957 M/S FORTUNA af Groningen. Grundstødt d. 12. feb. ved Jyllands V.-kyst.
Strandingsindberetning dat. 13. feb. Kl. 1810 grundstødte F. under en svag SØ.-lig brise med snetykning og V.-gående strøm ved Tornby Strand. Kl. 2200 kom skibet flot ved fremmed hjælp. Anm. Ministeriet må antage, at grundstødningen skyldes snetykning.

Uitspraak Raad voor de Scheepvaart naar aanleiding van de stranding op 12 februari 1957 van het motorschip Fortuna bezuiden Hirshals tijdens reis van IJmuiden naar Göteborg. Het schip was beladen met 340 ton stalen platen. Op de H.W. van 12 februari nam de wind toe tot oost 5 en ondervond men af en toe regen met slecht zicht. Men had, ondanks de ijzerlading, geen moeilijkheden met de kompassen ondervonden. In de namiddag had men vaak hevige regenbuien met matig zicht en later kwam ook mist op. Te 18.00 uur werd het zicht slecht. De Fortuna heeft geen echolood, het handlood is niet gebruikt toen de kust bij Hirshals werd genaderd. Het log kon niet gebruikt worden daar dit defect was en ook de gebruikte kaart was voor deze vaart niet goed. De wijze van varen moet worden afgekeurd. Om 21.00 uur maakten twee viskotters vast en om 22.30 uur slaagden deze erin de Fortuna vlot te slepen. De schade bleek gelukkig gering te zijn. Oordeel van de Raad is dat de kapitein schuldig is aan de stranding van de Fortuna. Hij is zowel in zijn beleid als kapitein, alsook in een nauwkeurige en verantwoorde navigatie in ernstige mate te kort is geschoten en heeft zijn verantwoordelijkheid als zodanig onvoldoende beseft. De Raad straft mitsdien kapitein G. Dost, geboren 7 augustus 1928, wonende te Groningen, door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van twee weken.
Gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant op 3 april 1958
1969-01-02: Op 02-01-1969, tijdens de reis van Antwerpen naar London, teruggekeerd naar Antwerpen met machineschade. op 04-01-1969 reis na reparatie vervolgd.
1973-07-00: Final Fate:
Gesloopt te Nieuw Lekkerland door Heuvelman N.V. na in het voorjaar enige weken te Gouda bij de Julianasluizen te hebben gelegen. (De teboekstelling bij het Kadaster werd op 08-03-1973 doorgehaald.)

Afbeeldingen


Omschrijving: FIDUCIA-N
Gemaakt door: Hill, Charlie A.

Omschrijving: FIDUCIA-N
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: FORTUNA
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: FORTUNA
Gemaakt door: Onbekend *
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: LUMEY
Gemaakt door: Kleyn, R. (Ruud)

Omschrijving: LUMEY
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: TWEELO
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: TWEELO bij Scheepswerf Vuyk, Capelle a/d IJssel. (Naast de Tweelo ligt de Quo Vadis en bij Mach. Fabriek Olthof ligt de Ludo.)
Gemaakt door: Goudriaan, J. (Koos)
Overige afbeeldingen


Omschrijving: FIDUCIA ramde op 01-maart 1940 de ophaalbrug over de Woudwetering te Woubrugge.
Gemaakt door: Unknown