Inloggen
ETON - ID 2112

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1933
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
IMO nummer: 5013612
Nat. Official Number: 1613 Z GRON 1933
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity: 2 ton each.
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Gebr. van Diepen, Waterhuizen, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 804
Launch Date: 1933-05-11
Delivery Date: 1933-06-15
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 4
Power: 160
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 1656 Type C/D (240x360)
Speed in knots: 8.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 230.07 Gross tonnage
Net Tonnage: 108.01 Net tonnage
Deadweight: 275.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 12714 Cubic Feet
Bale: 11500 Cubic Feet
 
Length 1: 36.30 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 34.05 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.63 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.72 Meters Depth, moulded
Draught: 2.59 Meters Draught, maximum
Configuration Changes

Datum 00-00-1942
Type: Propulsion/engine changed
Omschrijving: Hoofdmotor omgebouwd tot injectie motor: 2 tew 4 cil 220 Pk Type (240x360) 9 Kn.

Datum 21-11-1947
Type: Remeasurement
Omschrijving: Nieuw brandmerk: 2300 Z GRON 1947.

Datum 00-03-1963
Type: Lengthened
Omschrijving: Verlengd door Schiffswerft Martin Jansen te Leer, Duitsland. Brt 267,32 Nrt 153,90 Dwat 345 Loa 42,42, Ll 40,17.

Datum 00-11-1974
Type: Shiptype/category changed
Omschrijving: In 1974 omgebouwd tot zandzuiger in Assens waar het schip in juni was gearriveerd.

Ship History Data

Date/Name Ship 1933-06-13 ETON
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Edzo Smid, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDZN

Date/Name Ship 1939-00-00 ETON
Manager: Carebeka N.V., Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Edzo Smid, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDZN

Date/Name Ship 1940-11-08 ETON
Manager: Johannes Gerardus Bröerken en Geert Jan van Diepen, Groningen, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Johannes Gerardus Bröerken en Geert Jan van Diepen, Groningen, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDZN

Date/Name Ship 1940-12-05 ETON
Manager: Pieter Hoogerwerff en Arthur James Albert de Jong Luneau, Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Pieter Hoogerwerff en Arthur James Albert de Jong Luneau, Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PDZN

Date/Name Ship 1941-04-29 ETON
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: C.V. Scheepvaartonderneming 'Eton', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Shareholder: H.J. Kuiper e.a.
Homeport / Flag: Amsterdam / Netherlands
Callsign: PDZN

Date/Name Ship 1942-04-14 ETON
Manager: Nordatlantic Reederei mbH, Hamburg, Germany
Eigenaar: Nordatlantic Reederei mbH, Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany
Additional info: According to some sources shipname ETON und WILLE

Date/Name Ship 1942-07-06 WILLE
Manager: Johs. Thode G.m.b.H. & Co., Hamburg, Germany
Eigenaar: Johs. Thode G.m.b.H. & Co., Hamburg, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Hamburg / Germany

Date/Name Ship 1946-05-15 ETON
Manager: N.V. Scheepvaartbedrijf 'Gruno', Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Eigenaar: Staat der Nederlanden, The Hague, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: The Hague / Netherlands
Callsign: PDZN
Additional info: In beheer Scheepvaartond. 'Eton' tot definitieve toewijzing

Date/Name Ship 1947-11-20 SATURNUS
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Albert de Boer, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PHIS

Date/Name Ship 1962-05-03 AMASUS
Manager: Maritima Scheepvaart- en Handelmaatschappij N.V., Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Roelf Pilon, Appingedam, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PCOF

Date/Name Ship 1971-01-11 TOKIDO
Manager: I/S Albert K. Madsen, Marstal, Denmark
Eigenaar: I/S Albert K. Madsen, Marstal, Denmark
Shareholder:
Homeport / Flag: Marstal / Denmark
Callsign: OWDI

Date/Name Ship 1974-10-21 TOKIDO
Manager: Tom I. Jacobsen Partrederi, Horsens, Denmark
Eigenaar: Tom I. Jacobsen Partrederi, Horsens, Denmark
Shareholder:
Homeport / Flag: Horsens / Denmark
Callsign: OWDI

Ship Events Data

1933-00-00: Scheepsnaam 'Eton' is vernoemd naar een Engelsche plaats gelegen aan de Theems.
1933-06-14: Op 14-06-1933 als ETON, zijnde een motorschip metende 652.60M3, liggende te Groningen, door J. Gerrits, scheepsmeter te Groningen ten verzoeke van Edzo Smit, schipper te Groningen voorzien van haar brandmerk door het inbeitelen van 1613 Z GRON 1933 op het achterschip achterkant brughuis bakboordzijde.
1933-06-15: NvhN 16-06-1933 Delfzijl, 15 Juni. Op de Eems heeft heden met goed gevolg proefgestoomd het nieuwe motorschip „ETON", gebouwd onder klasse Germ. Lloyd en Scheepvaart-Inspectie, groote kustvaart op de werf van de Gebr. van Diepen te Waterhuizen voor rekening van kapt. E. Smid te Groningen. Het schip heeft de volgende afmetingen: lengte over alles 36.30 M. breedte op buitenkant grootspant 6.60 M. holte in de zijde 2.80 M.; het is groot netto 108 Reg. ton en bruto 230 Reg. ton. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een 4-tact Bronsmotor opgesteld van 160 e.p.k. Verder is hier een 5—6 e.p.k. Lister motor geplaatst voor het aandrijven van een compressor, een lenspomp en een dynamo. Aan dek is op het mastdek een motorlier opgesteld voorzien van een 5—6 e.p.k. Lister motor, welke tevens bij het snelheffen der ankers gebruikt kan worden. Het schip, dat ruim aan alle eischen voldeed en een snelheid behaalde van 8 1/2 mijl werd na de proefvaart zeer ten genoegen overgenomen.
1935-11-28: Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 19 Mei 1936, no. 97.
Uitspraak van den Raad boor de Scheepvaart: No. 47. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart in zake de motoraverij aan boord van het motorschip Eton gedurende de reis. Op 28 November 1935 is aan boord van het motorschip Eton, gedurende het afvaren van de Theems, ernstige motoraverij ontstaan. In overeenstemming met het voorstel van den inspecteurgeneraal voor de scheepvaart besliste een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij art. 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek naar de oorzaak van deze motoraverij zou instellen, welk onderzoek ter zitting van 20 Februari 1936 in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de Scheepvaart heeft plaats gehad. De Raad nam kennis van de stukken van het voorloopig onderzoek der scheepvaartinspectie, waarbij rapporten met schets van de deskundigen bij die inspectie, den expert H. Schuringa en den adjunct- inspecteur J. den Hollander, en hoorde als getuige Etzo Smid, kapitein op de Eton ten tijde van het ongeval. Uit een en ander is den Raad het volgende gebleken: De Eton is een Nederlandsch motorschip, metende 230,37 bruto-, 108,01 netto-registerton, roepnaam PDZN, thuis behoorende te Groningen, eigendom van den kapitein E. Smid. Het schip is in het jaar 1933 van staal gebouwd en is voorzien van een vier-cylinder viertact Brons-motor (oud systeem) van 160 pk. Op 28 November 1935 te 12.30 uur namiddags vertrok de Eton, bemand met vijf personen, van Londen met bestemming Antwerpen. Er was geen gediplomeerd motordrijver aan boord; de zoon van den kapitein verzorgde in den regel den motor. Bij vertrek van Londen pakte de motor, over welken de kapitein in het algemeen tevreden was, minder goed aan. Een monteur van de Appingedammer Bronsmotorenfabriek, die toevallig te Londen vertoefde en den motor van de Eton kende, is daarop aan boord gekomen, heeft een half uur meegevaren en den motor nagezien, welken hij toen in orde verklaarde. Te 6.30 uur namiddags werd eenklaps een harde klap geboord in de motorkamer. De motor werd dadelijk gestopt en het schipwerd buiten het vaarwater gebracht. Bij een hierna ingesteld onderzoek bleek, dat de krukbouten der achterste krukmetalen gebroken waren, doch dat de splitpennen nog op de goede plaats zaten; de drijfstang zat vast in den zuiger, maar was voldoende opzij gedrukt, dat de kruk nog vrij sloeg. De zuiger is opgehangen en met drie cylinders is de reis vervolgd naar Sheerness. Daar heeft de kapitein de verzekering de Vereeniging „Oranje", te Groningen, opgebeld. Geadviseerd werd de reis te vervolgen met assistentie van een ander schip. Het motorschip Deni, kapitein Velthuis, heeft toen vastgemaakt en zonder eenig bezwaar werd in den avond van 29 November 1935 te 6 uur de reede van Vlissingen bereikt. Van Vlissingen naar Antwerpen werd vervolgens geheel op eigen kracht gevaren. Aldaar is de motor gerepareerd. Aan het rapport van den expert Schuringa zij het volgende ontleend: „Zuiger met pen, cylindervoering, drijfstang en metalen aan beide einden van deze waren gebroken en moesten vernieuwd worden; door de bijzondere constructie der krukbouten zijn, op de wijze als hier de breuk is ontstaan, de metalen om de krukpen blijven zitten en zijn carter en krukas voor groote beschadiging gevrijwaard gebleven; de drijfstang werd direct zooveel opzij gezet, dat de kruk er vrij van zwaaide. Hij heeft de krukas nagezien en deze in orde bevonden, doch bij verder onderzoek is gebleken, dat de bovenmoer van een der beschadigde krukbouten zeer glad was, gelijk ook de drijfstangvoet aan dien kant; hieruit concludeert hij, dat de bovenmoer van dien krukbout niet vast heeft gestaan, zoodat de andere bout werd onderworpen aan wisselende buigspanningen, welke vermoeidheid bevorderen; deze bout vertoonde dan ook een vermoeidheidsbreuk. Daarna moet eerstgenoemde bout zijn gebroken en de drijfstang opzij zijn gegooid, ten gevolge waarvan zuiger en binnencylinder braken; het breukvlak van evengenoemden bout was meer vezelig. De maatregelen, na het ongeval genomen, namelijk het ophangen van den defecten zuiger, het afblinden van de koelwaterleiding en het afstellen van de brandstof, zoodat de motor op drie cylinders kon draaien, zijn doelmatig geweest en zijn goed te keuren." Het rapport van den adjunct-inspecteur den Hollander vermeldt o.m.: „Uit het onderzoek is gebleken, dat de moeren van de drijfstangbouten niet goed vast hebben gestaan, waardoor de voet van de drijfstang niet meer voldoende op de metalen klemde en de bouten voortdurend op trek- en buigspanning werden belast, zoodat de bouten moesten breken. De vermoedelijke oorzaak van het los gaan zitten van de moeren der bouten, met als gevolg de averij, is ontstaan, doordat geen motorist, die speciaal met het toezicht over den motor is belast, aanwezig was. Een geregeld toezicht op de drijfstangbouten en moeren van motoren is zeer noodzakelijk wegens de groote gevaren, die aan het loswerken of losgeraken der moeren is verbonden." De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft aangevoerd: dat hij zich refereert aan het door de deskundigen der scheepvaartinspectie uitgebrachte rapport, onder toevoeging, dat aan het geregeld nazien van de bouten, hetwelk, volgens de verklaring van den kapitein steeds vóór den aanvang van een reis geschiedde, wel wat gehaperd moet hebben, nu is gebleken, dat de bovenmoer van een der krukbouten zeer glad was. De Raad is van oordeel, dat dit ongeval is veroorzaakt door onvoldoende zorg bij het nazien van de bouten. De kapitein verklaarde, dat dit geregeld geschiedde en in elk geval vóór den aanvang van een reis. De vraag rijst echter, of dit controleeren wel op juiste wijze is geschied. Tikken met een hamer is de juiste manier. Het controleeren wordt echter ook wel gedaan door het voortdurend aanzetten van de bouten. Dit moet ontraden worden. Aldus gedaan door de heeren prof. mr. B. M. Taverne, plaatsvervangend voorzitter, C. J. Canters, G. J. Lap en A. L. Boeser, leden, J. M. Jansen, plaatsvervangend buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door voornoemden plaatsvervangend voorzitter ter openbare zitting van den Raad van 8 Mei 1936. (get.) B. M. Taverne, H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.
1936-07-16: De Telegraaf 17-07-1936: Eton: Den Helder, 16 Juli, - De Nederlandsche motorschoener (lees schip) “Eton” vertrok heden van Den Helder naar Londen, doch is wegens het slechte weer teruggekeerd.
1937-08-23: Op 23.08.1937 in aanvaring met de Britsche stoomtrawler “Montano” 1917-269 uit Grimsby nabij de Bull vuurschip op de Humber. Aanzienlijke schade aan de bakboordboeg opgelopen. Na lossing van de lading te Keadby vertrokken naar Rotterdam voor reparatie aanvaringsschade.

De Maasbode 25-08-1937: ms- Eton. Het Nederl. motorschip Eton is gisternacht te Keadby aangekomen en rapporteert nabij het Buil vuurschip bij de Humber in aanvaring geweest te zijn met den Grimsby trawler Montana. De Eton bekwam een gat boven de waterlijn aan bakboordzijde. Het schip is nu bezig de lading te lossen, waarna het naar Rotterdam zal vertrekken om afdoende te herstellen.
De Telegaaf 26-08-1937: Keadby 24 Aug — Het Nederlands m.s. "ETON" is nabij het lichtschip Bull op de Humber in aanvaring geweest met den te Grimsby thuishoorenden trelier „Montano". De „Eton" bekwam aan bakboordzijde een gat in den boeg boten de waterlijn. Het schip ligt thans alhier te lossen en zal, nadat een certificaat van zeewaardigheid heeft gekregen, naar Rotterdam vertrekken om aldaar te repareren.
De Maasbode 01-09-1937: m.s. Eton. Het meer gemelde Nederl. motorschip „Eton" is 28 dezer van Keadby te Hull aangekomen om de bekomen schade te herstellen. (m.s. Eton is 1 Sept. te Capelle a/d IJssel aangekomen. — Red.)
1938-10-04: De Maasbode 05-10-1938: m.s. Eton — s. s. Croham. Londen, 5 Oct. Het te Amble liggende Nederl. motorschip „Eton" is gisteren aangevaren door het Eng. s.s. „Croham", waardoor de verschansing van de brug werd beschadigd, terwijl de reeling en de verschansing van het dek werden ingedeukt.
1940-03-08: Het Volk 08-03-1940: Varen in Oorlogstijd Engelsen zorgen goed voor de schipbreukelingen. Vroeger was het gezelliger op de kustvaart. De eigenaars gaat het niet slecht. (Van onzen specialen verslaggever.) Groningen, — Donderdag. Stuurman Suurd z'n vrouw is jarig en daar drinken we een citroentje op, onderhand wat over de kustvaart kletsend. Ér zit ook een matroos Groenier bij, die niet helemaal honderd procent is. „Als je zes en dertig uur in een open sloep, half vol water, hebt rondgezworven, mag je je wel een beetje beroerd voelen", excuseert hij zich. En Suurd verklaart nader: ,Ja, we hebben samen dat grapje met de „Floris" meegemaakt. Die is 4 Februari op de Kentishknock, een zandbank voor de Thamesmonding gebleven. Daar hebt u wel van gelezen zeker....Ja — inderdaad, ik heb er van gelezen. Maar er blijven tegenwoordig zo beklemmend veel schepen, dat je de tel en de namen kwijt raakt. De „Floris", dat was een kustvaarder van 400 ton, die met oud ijzer geladen was. Met vuil stormweer is hij op een bank gelopen en het volk kon ternauwernood door een Britse reddingboot aan wal worden gebracht. „We moesten van Hoek van Holland Z.Z.W. koersen om precies bij de noordelijke punt van het zuidelijke mijnenveld aan te komen", vertelt de stuurman. “Maar het was potdicht van de mist en door dat oud ijzer week het compas wat af. En toen kwamen we boven op die bank terécht. 't Achterschip gebroken, het roer weg, enfin reddeloos zaten wa daar tussen de brekers. Groenier moest iets klaren bij de sloep, maar die sloeg om en hij lag te water. Tot z'n geluk kwam de sloep weer goed te liggen en hij kroop er in. Wij zouden hem met de tweede boot volgen, maar door de mist hebben we 'm niet kunnen vinden". „Zes en dertig uur heb ik door de branding gezwalkt" vult Groenier aan, 't was wel erg. Je wordt er zo bekaf van hè? M'n voeten waren gezwollen en ik had zo'n pijn in m'n borst en m'n rug. Later zei de dokter, dat ik een nierontsteking heb opgelopen. En nóg ben ik er niet vrij van. Als ik diep adem haal, kan ik ineens niet verder en 's nachts wil het slapen ook niet." „Heeft u erge'angst uitgestaan...?" „Ach ja, 'k weet 't eigenlijk niet. 'Heb maar zitten doezelen. Net of ik verlamd was, zo eigenaardig. Ik kon geen hand uitsteken. En steeds maar tussen die hoge brekers... Nee, 't was lang niet alles. Opeens botste ik ergens tegen aan. Ik lag in een stuk zeil om me wat warm te houden. Ik keek tegen een scheepswand op. Over de reling hingen Engelse matrozen, die dachten eerst, dat er een mijn tegen hun schip was opgedreven en ze waren wat blij, toen ik het alleen maar was. Fijne lui zijn dat — die Engelsen. Ze zorgen best voor je..." Goed onthaal; „Dat doen ze!" beaamt Suurd. „In Londen hebben we een goeie week gehad. De Nederlandse kolonie heeft zich óók niet laten kennen. Elke middag een bioscopie, twintig sigaretten per dag en twee keer een kruik Bols! Je hebt tegenwoordig een hoop narigheid op zee, maar aan de andere kant ondervindt een mens toch ook een boel hartelijkheid". „Verzoent u dat wat met het zeemansleven?" „Verzoenen, verzoenen... Er ls niks te verzoenen. De zee is je bestaan, schipbreuk- of géén schipbreuk. Als ik een week aan de wal loop, ben ik het al lang weer zat. De grond is zo hard en bij de werkverschaffing krijg je zulke blaren op je vingers. Nee, geef mij de kustwacht maar! Vroeger was het een gezellig leven. Veel genoegelijker dan op de grote vaart. Je zit prettig bij elkaar en er is een kameraadschappelijkheid, die je nergens anders aantreft. Tegenwoordig is 't natuurlijk niet zo aardig meer. De hele zee drijft vol met die kinderkopjes. „Bloembollen" noemen we de drijvende mijnen, In 't begin kwam alle hens aan dek, als er een in 't zicht kwam, maar we kijken er nauwelijks meer naar om. Alles went. Gevaar...? Ja er is gevaar, maar daar moet je niet aan denken. Als je op zee begint te prakkizeren, heb je al grijze haren eer er wat gebeurd is. Alles meegemaakt. Ik vaar nou al twintig jaar en 'k heb nog al wat meegemaakt. Eén keer met een schoener over de kop geslagen. Dat was de „Anna", een eerlijk zeilschip. We hadden een lading schuimaarde en die was door de storm beginnen te werken. Dertien uur hebben we toen bij harde storm in de boot gezeten. En dan heb ik nog eens midden op de oceaan m'n masten over boord gezeild. Ja — er is gevaar, da's zo zeker als een huis. Je moet er alleen niet over praten, want dat helpt je niks. Ik ga weer gauw naar zee — en jij Groenier? „Eerst es wachten tot m'n nieren beter zijn en dan — nou als ik dan een baan aan de wal kan krijgen, wéét lk het nog zo net niet. En anders ga 'k weer naar zee..." De eigenaars. Dit zijn zo de stemmen van de kustvaarders. En hoe denken de eigenaars er over? Ik kom op bezoek bij den heer E. Smid, den eigenaar van de „Eton", die ergens met een lading kolen tussen de mijnenvelden vaart. De heer Smid is nu al vijf jaar stuurman aan wal. Hij hoort tot het ouwerwetse slag kustvaarders, die nog met vader mee op het kofschip voeren en zich hun zeemanschap in de harde practijk hebben eigen gemaakt. Twee en dertig jaar zwierf hij met zijn eigen schip langs de kusten. En zijn vrouw, die zich nu zo afgemeten beweegt door de degelijk gemeubelde suite van haar keurig huisje, heeft die twee en dertig jaar naast haar man aan boord geleefd. „We hebben 't mooi en 't lelijk gedeeld". Veel vertelt de reder niet, al geeft hij toe, dat er van het leven van een kustvaarder wel een boek vol te schrijven is.'t Heeft bij mij ook wel eens op z'n kantje gestaan, maar 'k heb nooit schipbreuk geleden, Altijd gelukkig gevaren. Ja, vroeger was 't anders dan tegenwoordig, 't Was veel meer berekening om met een klein zeilscheepje tegen de wind op te kruipen. Vandaag kost, een kustvaartuig 'n ƒ 100.000. Er zit een zware motor in en je kan er mee varen, waar je wil. Meet je meer dan 200 ton, dan moeten er twee machinisten aan boord zijn. En de gages zijn hoog vanwege''t risico en de risico-premies lopen op. En dan wordt je schip dagen lang op de Downs vastgehouden. Nee — we beleven een moeilijke tijd en de vrachtprijzen staan niet in verhoudingtot de kosten..' Toch schijnt er nog wel wat winst te worden gemaakt, want de Groninger kustvaartvloot telt een driehonderd schepen en er is een haast onstuimige vraag naar bevaren en ervaren bemanning. Vooral stuurlieden en motordrijvers zijn gewilde persoonlijkheden, die de reders elkaar trachten af te kopen. Neen — lk geloof niet, dat het de Groninger kustvaarders zo bijster onfortuinlijk gaat......
1941-07-00: Juli 1941 in Rotterdam in beslag genomen door de Duitsers. Ingezet op dienst naar Noorwegen en in de Oostzee.
1945-01-02: Door een luchtaanval beschadigd bij Glückstadt. Ze was onderweg van Floro en Aalvik (Noorwegen) met in beslag genomen goederen. Opgelegd. In sept. 1945 gedeeltelijk gezonken gevonden te Hamburg. Gelicht door Svitzer en overgedragen aan de Staat der Nederlanden te ‘s Gravenhage. Beschadigd naar Delfzijl gesleept door de sleepboot 'Hector' en op 28 febr. 1946 gearriveerd voor reparatie naar Scheepswerf 'Delfzijl' v/h Gebr. Sander.
1946-02-28: NvhN 28-02-1946: Oude bekenden komen terug. Te Delfzijl arriveerde van Hamburg de Nederlandsche sleepboot, “Hector" met op sleeptouw het Duitsche m.s. „Wille", en het Nederlandsche motorschip „Eton". Dit schip behoort aan de Staat der Nederlanden en zal binnenkort aan een gedupeerden eigenaar worden afgeleverd. De „Hector" vertrok daarna naar Bremerhaven om het te Rotterdam thuis behoorende motorschip „Leuvehaven" op te halen. Genoemde sleepboot zal nadien nog meerderef indertijd door de Duitschers gevorderde, motorcoasters naar Delfzijl brengen
1947-11-21: Op 21-11-1947 als ETON, zijnde een stalen motorschip, groot 652.60 m3 bruto inhoud volgens meetbrief no. 2812 Groningen 19.05.1933, liggende te Rotterdam, door C.J.A. Matthijssen, asp. scheepsmeter te Rotterdam, van een nieuw brandmerk voorzien door het inbeitelen van 2300 Z GRON 1947 op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant lichtkap machinekamer 7.20 uit hekplaat, 0.60 m. uit lengteas en 1.28 m. boven dek. Opm.: Bij onderzoek zijn de oude merken 1613 Z GRON 1933 betreffende de teboekstelling niet, noch sporen daarvan gevonden.
1960-01-25: 25.01.1960 nabij Waterford in aanvaring met Poolse visserschip “Makolagwa” 1955-184 BRT, beide schepen geringe schade opgelopen.
1961-12-08: NvhN 08-12-1961: Delfzijlster coaster vast en weer los. De Delfzijlster kustvaardcr Saturnus (250 ton), van rederij A. de Boer, liep gisteren in de rivier De Foyle in Noord-lerland aan de grond. Het schip was vlakbij de plaats waar het voor anker zou gaan.
Inmiddels kwam het schip los. Het liep geen schade op. Men wachtte na het aan de grond lopen eenvoudig op hoger water. Twee uur later kon de coaster weer gaan varen.
1962-05-02: NvhN 02-05-1962: Saturnus verkocht. De heer A. de Boer heeft zijn motorkustvaartuig Saturnus verkocht aan de heer R. Pilon te Appingedam, die het schip heeft herdoopt in Amasus. De Saturnus heeft een draagvermogen van circa 275 ton en behoort tot het gladdektype. Het schip werd in 1933 gebouwd bij de N.V. Scheepswerf Gebr. Van Diepen te Waterhuizen. In de machinekamer staat een 160 pk motor opgesteld. Het schip heeft reeds eerder gevaren onder de namen Eton en Wille. De thuishaven blijft Delfzijl.
1962-12-24: Op 24.12.1962, tijdens shelteren nabij Sheerness, in een zware storm van haar anker geslagen en op drift geraakt op 1 mijl richting de kust van Garrison Point waar het schip strandde. De ‘Amasus’ was op reis van Woolwich bij London naar Antwerpen met een lading zand. Door de hoge en onrustige zee is het schip al stuiterend vast komen te zitten met ernstige schade aan roer en roerpen en schroef.
Op 26.12.1962 door de Nederlandse sleepboot ‘Oostzee’ 1953-497 BRT vlotgetrokken en naar Rotterdam gesleept en daar op 27.12.1962 gesleept aangekomen te Rotterdam voor reparatie van de opgelopen schade stranding.


NvhN 27-12-1962: Groninger coaster aan grond en weer vlot. Dinsdagmorgen vroeg is de 275 ton metende Nederlandse kustvaarder Amasus uit Delfzijl bij het strand van Sheerness in zuid-oost Engeland aan de grond gelópen. Nadat de ankerketting was
gebroken ,werd het schip door de wind en het tij naar de kust gedreven waar het vast raakte. Inmiddels is het schip gisteren weer vlot gekomen. De coaster, die onderweg was van Londen naar Nederland, gedeeltelijk geladen met zand en gedeeltelijk in ballast, was in afwachting van het slechte weer twee mijl uit de kust voor anker gegaan. Pogingen het schip bij vloed vlot te brengen mislukten, doch op Kerstavond installeerde de Nederlandse sleepboot Oostzee een grondtakel, waarmee de Amasus er in slaagde zichzelf vlot te werken. De Oostzee bleef langszij, hangende het onderzoek van de schade. Waarschijnlijk is het achterschip zwaar beschadigd.
Algemeen Handelsblad 26-07-1963: Schip strandde. Kapitein schuldig. De Raad van de Scheepvaart te Amsterdam is van oordeel dat het aan de grond lopen van het m.s. Amasus op 24 december van het vorig jaar op het strand bij Sheerness moet worden geweten aan de schuld van de 53-jarige kapitein U. B. uit Delfzijl. De raad heeft hem hiervoor de bevoegdheid als kapitein op zeeschepen te varen voor de tijd van twee weken ontnomen. De Amasus was op weg van Londen anar Antwerpen. Door de stranding liep het schip ernstige schade op. Het moest naar Rotterdam worden teruggesleept. Nadat de Amasus op de bewuste dag voor anker was gegaan bij de Medwayboei, waar de kapitein beter weer wilde afwachten, liet hij de ankerwacht aan zijn Spaanse matrozen over, die volgens de raad blijk hebben gegeven tegen deze verantwoordelijke taak niet opgewassen te zijn geweest. Zelf ging de kapitein rust nemen en vond hij goed dat ook zijn stuurman niet aan dek was. Hierdoor ontbrak vrijwel iedere controle van de zijde van de scheepsleiding op de Spaanse matrozen. Na het breken van de ankerketting geraakte het schip op drift. Er was geen tijd en gelegenheid meer om een stranding te voorkomen. Hoewel de raad zich niet wil ontveinzen dat de kapitein door motorpech voor het ten anker komen lange tijd in touw is geweest evenals zijn stuurman en dat op een kleine kustvaarder als de Amasus met een minimale bemanning vaak veel van de kapitein en de scheepsleiding in het algemeen wordt geëist, acht de raad de schuld van de kapitein aan de stranding ernstig.
1965-09-18: Het Vrije Volk 18-09-1965: Amasus krijgt machineschade. (Van een onzer verslaggevers)
Het 230 brt metende motorschip Amasus van de rederij R. Pilon uit Delfzijl heeft vannacht bij het uitvaren op de Nieuwe Waterweg machineschade gekregen. Ter hoogte van de Poortershaven, tussen Maassluis en Hoek van Holland, moest de reis worden onderbroken. De sleepboot Argus heeft de Amasus voor onderzoek naar de Rotterdamse Parkkade getrokken.
1971-01-27: NvhN 27-01-1971: Amasus verkocht. (Van een onzer correspondenten) Het motorkustvaartuig Amasus van de heer R. Pilon te Appingedam is door bemiddeling van het Maritiem Bureau J. E. den Brave te Amsterdam verkocht naar Denemarken.
De Amasus behoort tot het gladdektype en werd in 1933 gebouwd bij de NV Scheepswerven Gebr. Van Diepen te Waterhuizen. Het schip heeft een draagvermogen van circa 340 ton bij 267 bruto register ton en het is voorzien van een 160 pk Brons-dieselmotor. De Amasus is eerder in de vaart geweest onder de namen Saturnus, Eton en Wille.
1977-04-00: Final Fate:
In 04.1977 door eigenaar te Horsens gesloopt.

Afbeeldingen


Omschrijving: Eton 1933
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: 'Eton' (bj 1933)
Gemaakt door: Otterdyk, Flor van

Omschrijving: Eton 1933 in het Eemskanaal.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Saturnus 1933 ex Eton ex Wille ex Eton.
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: Saturnus 1933 (ex Eton)
Gemaakt door: World Ship Photo Library

Omschrijving: Amasus 1933 ex Saturnus ex Eton ex Wille ex Eton.
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: Amasus 1933 (ex Eton)
Gemaakt door: Kleyn, R. (Ruud)

Omschrijving: Amasus 1933 (ex Eton)
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: Amasus 1933 (ex Eton) Spoorweghaven, Rotterdam.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: Amasus 1933 on River Eems--Bocht van Watum-- 1969.
Gemaakt door: Olinga, F.J. (Frits)

Omschrijving: Tokido 1933 ex Amasus ex Saturnus 1933 ex Eton ex Wille ex Eton.
Gemaakt door: Mac Fie, D. (Donald)