Inloggen
ESCAUT - ID 2084

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1947
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5106184
Nat. Official Number: 7015 Z ROTT 1947
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo
Type Dek: Flush deck
Masten: Two masts
Rig: 2
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: N.V. Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij, Haarlem, Noord-Holland, Netherlands
Werfnummer: 497
Launch Date: 1947-00-00
Delivery Date: 1947-11-20
Technical Data

Engine Manufacturer: Werkspoor N.V., Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 8
Power: 500
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Werkspoor Type TMAS278 (270x500)
Speed in knots: 10.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 393.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 190.00 Net tonnage
Deadweight: 573.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 25550 Cubic Feet
Bale: 24363 Cubic Feet
 
Length 1: 49.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 46.90 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.54 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.14 Meters Depth, moulded
Draught: 3.71 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1947-11-11 ESCAUT
Manager: Firma Wm H. Müller & Co., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: Firma Wm H. Müller & Co., Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDYX

Date/Name Ship 1964-11-04 GROUVILLE
Manager: Channel Shipping Ltd., Jersey, Great Britain
Eigenaar: Channel Shipping Ltd., Jersey, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: Jersey / Great Britain
Callsign: GPWH

Date/Name Ship 1969-01-00 GROUVILLE
Manager: Marine Enterprises (Malta) Ltd., Valletta, Malta
Eigenaar: Marine Enterprises (Malta) Ltd., Valletta, Malta
Shareholder:
Homeport / Flag: Valletta / Malta
Callsign: 9HCJ

Date/Name Ship 1969-02-00 RACHEL PACE
Manager: Marine Enterprises (Malta) Ltd., Valletta, Malta
Eigenaar: Marine Enterprises (Malta) Ltd., Valletta, Malta
Shareholder:
Homeport / Flag: Valletta / Malta
Callsign: 9HCJ

Date/Name Ship 1969-03-00 MALTESE TRADER
Manager: Maltese National Lines, Valletta, Malta
Eigenaar: Maltese National Lines, Valletta, Malta
Shareholder:
Homeport / Flag: Valletta / Malta
Callsign: 9HCJ

Date/Name Ship 1971-00-00 NATASA
Manager: Nikolaos Xanthopoulos, Panama, Panama R.P.
Eigenaar: Nikolaos Xanthopoulos, Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.

Date/Name Ship 1972-00-00 ANNA I
Manager: Albina S.A., Panama, Panama R.P.
Eigenaar: Albina S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.

Date/Name Ship 1972-00-00 PANAGIOTIS
Manager: Interglobal Nav. & Shipping., Panama, Panama R.P.
Eigenaar: Interglobal Nav. & Shipping., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.

Date/Name Ship 1974-00-00 ANNA MARIA
Manager: Interglobal Nav. & Shipping., Panama, Panama R.P.
Eigenaar: Interglobal Nav. & Shipping., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.

Date/Name Ship 1974-12-00 LELIA
Manager: Rolen Marine Co. Ltd., Limassol, Cyprus
Eigenaar: Rolen Marine Co. Ltd., Limassol, Cyprus
Shareholder:
Homeport / Flag: Limassol / Cyprus
Callsign: C4FH

Date/Name Ship 1976-00-00 RANIA B
Manager: Badra Shipping Lines Ltd., Limassol, Cyprus
Eigenaar: Badra Shipping Lines Ltd., Limassol, Cyprus
Shareholder:
Homeport / Flag: Limassol / Cyprus
Callsign: C4FH

Date/Name Ship 1984-01-07 BRAVO 2
Manager: Badra Shipping Lines Ltd., Limassol, Cyprus
Eigenaar: Badra Shipping Lines Ltd., Limassol, Cyprus
Shareholder:
Homeport / Flag: Limassol / Cyprus
Callsign: C4FH

Date/Name Ship 1984-12-00 BADRA
Manager: Badra Shipping Lines Ltd., Limassol, Cyprus
Eigenaar: Badra Shipping Lines Ltd., Limassol, Cyprus
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.

Ship Events Data

1947-11-12: Op 12-11-1947 als ESCAUT, zijnde een motorschip, metende 1112.46 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 04-11-1947 no. 7165, liggende te Haarlem, door D. Loorbach, scheepsmeter te Amsterdam, van een nieuw brandmerk voorzien door het inbeitelen van 7015 Z ROTT 1947 op het achterschip aan B.B. voorschot kampanje, 15.05 m. uit de hekplaat, 0.80 m. uit de lengteas, 1.32 m. boven het dek.
1949-12-23: Het Vrije Volk 23-12-1949: Bemanning redt zijn kapitein. Bij één der sluizen op de Seine heeft een ongeval plaatsgevonden, waarbij kapitein N. Huizenga van het m.s. Escaut bijna het leven heeft verloren. Bij het overstappen van de wal op het schip gleed H. uit en viel overboord. Op zijn hulpgeroep kwamen de matrozen Pansier en v. d. Bent toesnellen en wisten hem nog net op het droge te trekken, door hem een touw van een kurkenzak toe te steken. De Escaut behoort aan de Rotterdamse firma Muller & Co, en was op weg van Rotterdam naar Parijs.
1956-09-27: Het Vrije Volk 27-09-1956: Naar Parijs, buitenom. Escaut, 392 brt, maar een schip! Alles los, spring vasthouden! 1.Zaterdag, geen pantoffeldag. Reportage: Theo M. Eerdmans.
'Daar ligt-ie,' zei de portier van Whm Muller & Co en hij wees naar een zwart geverfd schip, dat met de neus juist om een havenloods kwam gluren. De 'ie' was het motorschip Escaut en daar was het water van de Parkhaven in Rotterdam. Ach, 'schip' is een groot woord voor mensen die de brutoregistertonnen bij duizenden meten. De Escaut (Frans voor 'Schelde') meet maar 392 b.r.t., en dan alleen maar als hij zich uitrekt, zeggen de varensgezellen die op tankers van meer dan 30.000 ton over de zeeën wiegelen. Goed, 392 b.r.t. dan maar, 49 meter lang en 7,60 breed. Maar een schip. Een braaf, dapper schip, dat in de bijna tien jaar van zijn bestaan kris en kras door de Europese wateren koerste, van Schotland tot hoog in de Oostzee, van Stockholm tot Aberdeen, van Bordeaux tot Kopenhagen. Het was zaterdagavond. De avond waarop het allergrootste deel van ons volk bij elkaar op visite gaat of de voeten in pantoffels steekt om naar de Showboat te.luisteren. Maar ook de avond, waarop de zeeman meestal nog juist naar zee moet, omdat voor de reder het op zondag varen meegenomen is. Een hoge kraan liet de laatste balen katoen in zwevende vlucht in ruim 2 zakken, dat al tot de nok gevuld scheen. Daarna: ruimen dicht, wachten op vertrek. Achterop stonden wat mensen te praten: vrouwen die hun man wegbrachten: een vader en moeder, die hun zoon aan boord nog even de hand wilden drukken.
Het is maar een reisje van tien dagen, maar elk afscheid blijft toch een afscheid. In de kapiteinshut in de midscheeps gloeide licht. Met hoed op is kapitein Schuur even tevoren aan boord gekomen, even later komt hij met de witte pet op weer naar buiten. Afscheid nemen. In de haven ging het schemeren. Wat late binnenschippers gleden de Parkhaven binnen en zochten met pruttelende motoren een ligplaats naast elkaar, als rijtjes biggen bij de zeug! Een grauwe sleepboot kwam met zijn sterke neus om hen heen zeilen en kwam dicht bij de sluizen tot rust. Boven de stad Rotterdam rees de valse weerschijn van de honderdduizenden lampen naar de sterren; aan de overzijde van het water gromde het snelverkeer, dat door de opengesperde bekken van de Maastunnel werd opgeslokt en uitgebraakt. Loods aan boord. Een stemmig geüniformeerde jongeman was op de brug gekomen.. Hij drukte de kapitein de hand. 'Mooi weer, kapitein,' zei hij, misschien een staartje mist bij Maassluis.' Daarna ging hij buiten de stuurhut zwijgend naar het vertrek kijken. Kapitein Schuur bewoog de handel van de telegraaf een paar maal. De wijzer stopte op 'Klaar'. Meteen kwam het antwoord uit de machinekamer: Prrring, prrring. De wijzer stopte op: 'Klaar'. Alles los, spring vasthouden. Twee mannen bewogen in de schemer over de kade. Plonzen van trossen in het water. 'Alles los, spring vast.' Achterin beginnen de acht cylinders van de 500 PK Werkspoormotor langzaam hun werk, het achterschip veert weg van de kade en zwaait rond. Tja; zo begon het op die zaterdagavond. Er waren geen witte zakdoeken aan de kade toen we de Parkhaven uitgleden. Een eenzame lamp wiegde zacht heen en weer en een donkere kraan stak de lange arm groetend omhoog. Dat was alles, Voorzichtig stak de Escaut de neus buiten de haven. Want de hoek is berucht daar en op zaterdagavond is het druk met uitgaande schepen. Sleepboten rukten grommend aan een groot vrachtschip, dat spoedig met zich liet sullen en met loom wentelende schroef met hen meegleed. De Escaut ging stuurboord uit, voorzichtig, op halve kracht, zijn weg zoekend in het wirwarren van lichten en lichtjes. In de havens was het nog geen tijd voor de pantoffels en de radio. In een woud van bungelende lampen en priemende schijnwerpers zweefden de spookachtige kranen af en aan. 'Kijk, die moet nog weg en die moet nog weg. En die gaat net weg,' zei de loods. 'Hoe hard loopt uw schip, kapitein?' 'Tien mijl,' zei kapitein Schuur. 'We hebben een mooie ebstroom mee,' zei de loods. Zijn sigaret gloeide fel op in het donker van de stuurhut. 'Een beetje stuurboord. Steady so. We zijn zó aan de Berghaven.' De laaiende gloed van de Rotterdamse havens bleef achter. Een groot aantal schepen lag macaber donker aan de boeien; op de werven van Wilton klonk geen roffelen meer van klinkhamers: daar was het pantoffeltijd. Een geweldig zeekasteel schoof geluidloos aan ons voorbij, in tegenovergestelde richting. 'Die jongens boffen,' zei de roerganger, Klaas den Haan, 'die liggen de zondag binnen.' 'Een beetje bakboord,' zei de loods. 'Een beetje bakboord,' zei Klaas. 'Steady so.' 'Steady so.' We gleden de bochtige rivier over, langs het sprookjesachtige Deltahotel aan de Vlaardingse kant en langs de giftig-oranje waakvlammen van het immens grote complex olieraffinaderijen van Pernis. Er werd niet veel meer gepraat. Korte bevelen, eentonig herhaald, op de brug. Stuurman Scheffer en matroos Dirk Bourguignon liggen te kooi, omdat hun wacht.te middernacht zou beginnen.. De kok, Henk Verbrugge, stond in de kombuis rinkelend af te wassen. Twee machinisten liepen wacht bij de daverende machine, de derde lag op één oor te kooi. De Waterweg was een donker lint tussen oplichtende boorden. Een helverlichte trein daverde voorbij op weg naar Hoek van Holland. Bij de Berghaven ging de loods van boord. Een snelle motorboot kwam hem ophalen. Een snelle stap, een armzwaai tot afscheid. Voor ons lagen het Noorder- en het Zuiderhoofd, als twee beschermend gebogen armen nodend tot binnenkomen. Daarachter de loodglans van de wiegende zee, die de Escaut zachtjes optilde en behoedzaam weer liet zakken. We gleden langs de uiterton en waren op zee. Achter ons zwierden de lichtbundels van de vuurtorens van den Hoek en Scheveningen. Voor ons: slechts duister. 'Koers zuid-west,' zei de kapitein.
Het Vrije Volk 28-09-1956: Rotterdam—Parijs, 'binnènschipperij' voor jongens van de grote vaart. Leven op zee: veel tegen — weinig vóór...Naar Parijs, Buitenom. Zondag tussen Waterweg en Seine Reportage en foto's: Theo M. Eerdmans. Vandaag is het zondag. Dat is aan golven noch lucht te zien. De kustvaarder Escaut doopt de neus net zo in de golven als op door deweekse dagen. Bij het indopen wordt de grote witte snor voor de boeg groter; de toon van het ruisen, stijgt tot de golf door het schip ongeduldig wordt opzij gezet. We lopen een stevig vaartje, want behalve onze eigen tien mijl krijgen we nog een lekker duwtje mee van de sterke stroom, die altijd in Het Kanaal loopt.
De nacht is gauw voorbijgegaan. Om twaalf uur zijn stuurman Scheffer en matroos Dirk Bourgüignon naar de stuurhut gekomen om hun zes uur wacht op te knappen. Bij het overnemen van de wacht is boven de kaartentafel even het licht aangeknipt. Een potlood wees een punt aan op een , koerslijn: hier zijn we. 'Goeree gepasseerd, stuurman, verder niks in de weg. Goede wacht. 'Welterusten, kapitein.' Dirk stuurt. Het kompaslicht werpt een spookachtig licht van onder af tegen zijn bruin gezicht. Zijn ogen zwerven van het kompas naar de inktzwarte poel voor hem. die de zee moet zijn. De stuurman opent het deksel van het Deccaapparaat. Er gloeit giftig-groen licht op in het duister. Op drie klokken wijzen kleine en grote wijzers naar getallen en letters. Die getallen en letters corresponderen met een warnet van elkaar kruisende groene, rode en paarse lijnen van de Decca Lattice kaart, die het mogelijk maken de positie zonder ingewikkelde berekeningen af te lezen. Er werd weinig gesproken. Dirk bewoog traag de spaken van het roer: het kompas verschoof een graadje en kwam weer in rust.
'Schip aan stuurboord.' Ver weg gloeide een toplicht en een rode schijn van het stuurboordlicht: een groot vrachtschip zocht zijn weg naar het noorden. Even later passeerden we wat vissersschepen, die zelfs op deze kalme deining zwaar slingerend aan het net lagen. Pas tegen het einde van de wacht ging het duister over in het grauwe morgenlicht. Alle wind was gaan liggen en de zee leek nauwelijks nog op een zee. Porren. Dirk ging naar achteren en wekte Klaas den Haan en Arie Kalf, de kok moest er ook uit en de eerste machinist, Wim Korving, en de derde machinist, zijn neefje Wim Korving, De kapitein werd eveneens gepord. Zo werd het zondagmorgen. Aan het ontbijt was toch een vleug feestelijkheid doordat er gebakken ei met spek was. Ja, aan het eten was wél te merken dat het zondag was: een lekker hapje bij de koffie, een extra verzorgd middagmaal. Eten is belangrijk voor de zeeman. En over het eten aan boord is vroeger bij veel kustvaarders veel te doen geweest. Als er bezuinigd moest worden, werd.er vroeger altijd éérst op het eten bezuinigd, en dat heeft — terecht — tot veel morren aanleiding gegeven. Op de Escaut heeft op deze reis niemand te klagen gehad: er was göéd eten en er was ruim genoeg eten. Kaap Griz Nez. Een welgekozen naam. Want inderdaad steekt het Franse land plotseling een Grijze Neus zee in, met een naalddunne vuurtoren op de rand. En al zitten we dan pas één nacht op zee, het is alweer plezierig om land te zien. De zeelieden van de grote vaart zullen daar hard om lachen, want die zien soms zestien dagen niets anders dan lucht en water. Maar wij zitten op een tierig lijndienstje tussen Rotterdam en Parijs en vanavond zal de Escaut alweer de zee voor een paar dagen gedag zeggen voor de reis op de Seine. Dirk Bourguignon moet ook telkens een beetje lachen als hij aan dit reisje denkt. Deze matroos heeft met zijn 35 jaar op alle zeeën gevaren die er op de Bos-atlas te vinden zijn. Hij spreekt de namen van de.verste havens van de wereld uit: met een routine alsof ze tussen Katwijk en Scheveningen liggen. De maatschappij heeft hem voor een paar reizen op de Escaut gezet en hoewel hij de reis van Rotterdam naar Parijs een soort binnenschipperij vindt, mag hij dit tochtje graag. Zijn — meestal sterke — verhalen vinden op de Escaut gretig gehoor. Terecht. Want deze ras-Rotterdammer vertelt zo boeiend, dat je er de tijd bij vergeet, en zo komisch, dat de wanden van de hut ervan schudden. Klaas den Haan, zijn hutgenoot momt van de binnenvaart en — zegt hij — zijn 2½ jaar op de Escaut mogen nauwelijks zééjaren heten. Zelf kan hij zo droog vertellen, dat de hut van hem en Dirk een geziene pleisterplaats voor de andere bemanningsleden is. Er wordt op zondag aan dek niét gewerkt. Wie vrij is van wacht slaapt of praat, maar op deze zondag is er veel gepraat. Over het leven aan de wal, dat ze allemaal probeerden, maar dat toch niet beviel. Over het leven op zee, waar weinig voor is en véél tegen, maar waarvan ze toch niet schijnen te kunnen scheiden. 'Niemand van ons vindt het zo reuze fijn om op zee te zitten,' zei Dirk, 'we varen om geld ta verdienen.' En de Escaut vaart ondertussen onverstoorbaar verder, drinkt zijn 1740 liter gasolie per 24 uur. Ver weg schuift de Franse kust voorbij. Eerst is de kuststreep laag, maar na Dieppe begint de Palaisekust, de hoge krijtrotsen. Saint Valéry... Fécamp. Plaatjes in een kommetje tussen de Falaise. Cap d'Antifer.
De dag is tot avond geworden. Als we Antifer passeren, gloeit juist de vuurtoren op. De koers wordt zuidelijker verlegd. Verderop zwaaien al rustig de vuurtorenlichten van Cap de la Hève en daar net om de hoek ligt Le Havre. .. . Het is 's avonds tien uur als voor de eerste keer in meer dan 24 uur de telegraaf rinkelt in de machinekamer: langzaam. Prrring, prrring. De naald zwaait naar langzaam. Even later snerpt het fluitje van de spreekbuis in de machinekamer. Meester Korving blaast terug en luistert. 'Loods aan boord,' zegt de kapitein. 'Le Havre dwars.' 'Okay,' antwoordt de meester.
Bemanning: Kapitein H. Schuur—stuurman: J Scheffer—1e machinist W.Korving—2e machinist: R.Halter-3e machinist: W.Korving—matroos: K.den Haan—matroos: Bourguignon—matroos: A.Kalf en kok: H.Verbrugge.
Het Vrije Volk 29-09-1956: Naar Parijs, Buitenom. Die Franse loodsen zijn fijne jongens... (...maar ze praten zo veel) Reportage en foto's: Theo M. Eerdmans: 3 Een héér aan boord. De Nederlandse loodsen staan er om bekend, dat het correcte, deskundige, keurig geüniformeerde stuurlieden zijn. Ik heb nog nooit een kwaad woord over het Nederlandse loodswezen gehoord, behalve natuurlijk als een kapitein haast heeft en er is er net niet één te krijgen door de drukte. Maar van Franse loodsen wil ik ook geen kwaad horen. Het zijn ook correcte, deskundige stuurlieden. Ze zijn alleen nietgeüniformeerd. De heer, die zich met een behendige sprong van de loodssloep tegen onze touwladder wierp, leek tot mijn niet geringe verbazing meer op een fotomodel voor een Parijs huis voor herenmode dan op de zeerob die ik verwachtte. Hij droeg een nachtblauw colbert, een smetteloos getailleerde, lichte regenjas (die geen vlekje vertoonde van alle scheepstrappen die hij ongetwijfeld vele malen moest opklauteren), lichte, leren handschoenen en peau de suède schoenen. En niet te vergeten, een lichtgrijze deukhoed. Deze heer zou men op de Champs Elysées kunnen afzetten zonder dat men zou kunnen zien dat hij ook met ruw weer de sprong van loodsboot naar het te beloodsen schip moest maken. 'Bonsoir, mon captaine,' zei hij. 'Lovlie weddère.' Hij lichtte beleefd de hoed en schudde kapitein Schuur langdurig de hand. Daarna ging hij buiten de stuurhut melancholiek naar de kust staren, want de vloed was nog niet ver genoeg om te kunnen binnenvaren. Aan bakboord flonkerde Le Havre met een zee van licht; recht vooruit lag de luxebadplaats Deauville zich ijdel in het gladde water te spiegelen. Om ons heen was het onrustige flikkeren van wrakboeien, want tijdens oorlog en invasie werd dit water een kerkhof van ontelbare schepen. De Escaut bleef een uurtje ronddrijven voor de monding van de rivier. Tot de loods opschrok uit zijn gepeins en de telegraaf op volle kracht zette. ....
'Tribord,' zei hij afwezig. 'Wat voor boord moet-ie nou?' vroeg Arie Kalf aan het roer.
'Je m'excuse,' zei de loods hoffelijk starboard please. En starboard is een woord dat Arie Kalf, die met zijn 20 jonge jaren ook al grote schepen over oceanen stuurde, heel goed kent. 'Starboard,' zei Arie en gaf een paar spaken. De Escaut leunde loom een beetje over en begon de reis naar Parijs: 211 kilometer over de weg, voor het schip over de rivier niet minder dan 363 kilometer. De 152 kilometer verschil zitten 'm' in de wijze, waarop de Seine door het Franse landschap laveert. Er is vrijwel geen stukje dat recht is en er zijn slingers bij, waarbij we uren moeten varen om dan nog maar tien kilometer (in rechte lijn) te zijn opgeschoten... We gaan onder de wal bij Honfleur langs. Wat fel verlichte vissersscheepjes hakkepuffen voorbij. Aan de overzijde van de brede riviermonding glijdt een geweldige tanker met ons mee op: naar de raffinaderijen van Le Havre, waarvan de oranje waakvlammen boven de pijpen tot ver over zee als rosse toortsen te zien zijn. Het is even zeven uur varen naar Rouaan. Zeven uur lang manoeuvreren van lichtje naar lichtje, beetjebakboord-steady so — beetje-stuurboord-steady so. De Franse loodsen geven over het algemeen meer stuuraanwijzingen dan anderen. 'Franse loodsen zijn fijne jongens,' zei Klaas den Haan in het duister,'maar ze kletsen de oren van je kop en je blijft, maar met dat roer in de rondte turmen. Ik zak maar af naar de machinekamer: brug af, dek over, naar beneden. Van de stilte van de midscheeps naar het gedaver van de machinekamer. Zo'n machinekamer is voor een leek iets om nóg dieper ontzag voor scheepsbouwers te krijgen. De ruimte is volgepakt met machines, pompen, wijzers, buizen. Alles beweegt, klopt, zoemt, dondert en sist. Er hangt een vreemde, zoete geur van olie. De tweede machinist Halter maakt zijn ronde langs de 'kar' zoals de machine met zeejargon genoemd wordt. Hij kijkt wijzers, controleert de in-en uitlaatkleppen, steekt op weg terug naar de telegraaf even een hand uit om de temperatuur van 't koelwater te checken. 'Prrring,' zegt de de telegraaf.Halter . pakt de handel onder de telegraaf zwaait hem heen en weer en laat zijn wijzer met het signaal 'halve kracht' corresponderen. Meteen grijpt hij een wiel, dat sprekend op een draaiorgelwiel gelijkt en laat het toerental van de motor teruglopen. Hij zegt iets tegen me, maar ik versta hem niet omdat er alleen maar een hels lawaai in mijn oren klinkt. Maar machinisten zijn eraan gewend: ze spreken onderling zonder enige stemverheffing. In de machinekamer kan je om zo te zeggen van de grond eten. Alles is er blinkend gepoetst, de tien jaar oude machine ziet eruit of zij zojuist afgeleverd is. Een machinist is net zo trots op zijn machinekamer als de Hollandse huisvrouw op haar keuken. Ik wierp er gedachteloos een peuk op de grond, maar ik zag meteen dat het de meester fysiek pijn deed en beschaamd raapte ik het ding weer op om het in de asbak te gooien. 'Prring, priing': 'Langzaam' Het bonzen in mijn oren verminderde. 'De loods gaat van boord,' zei Ruud. 'O,' schreeuwde ik. 'Waarom?' Het bleek dat we halverwege waren en dat er daarom een andere loods kwam. Het klopte. Een hoestend roeibootje met buitenboordmotor nam onze chique heer van ons af en zette er een andere heer voor in de plaats. Dit maal een oude rivierloods, met een alpinopetje en met een waarlijk verbazingwekkende knoflookkegel. Hij schudde de hand van de vertrekkende loods, van de stuurman, van de roerganger en van mij. 'Starboard', zei hij toen meteen. 'Easy'.
Het Vrije Volk 01-10-1956: Spelevaren op de Seine. Naar Parijs, buitenom. Als 'platluis' verder... (4) s'Morgens vroeg kwamen we in Rouaan aan, de ruimen gingen open en een ploeg Franse bootwerkers kwam op het schip. Ze keken naar de vaten met darmen en ze keken naar de balen katoen, namen een slok rode wijn en gingen een half uurtje overleggen ,wat ze eraan zouden doen. Daarna togen ze aan de arbeid, kwetterend als een zwerm spreeuwen. Maar ze werkten onderde- hand stevig door. Kapitein Schuur had het inmiddels druk met een legertje Franse ambtenaren, die zwetend en puffend en mompelend lange lijsten invulden voor de inklaring van ons schip. 'Ah, ces papiers,' riepen ze telkens vol afschuw en zuchtend begonnen ze dan weer aan een nieuwe.lijst.
Ik ben het ambtenaren-gezucht en het spreeuwengekwetter van de havenarbeiders ontvlucht en ben de wal opgegaan. De havenwijk van elke stad in de wereld heeft altijd iets mistroostigs en Rouaan maakt daarop geen uitzondering. Het centrum herstelt zich nog steeds van de oorlogsschade en dat geeft een rommelige indruk. In de lommerrijke tuin van het Nederlandse zeemanshuis, vlak bij de haven, stond een jongeman in blauwe overall met de tong tussen de tanden een stuk board te zagen. Die jongeman was dominee Baart, die al maanden bezig is — met hulp van zeelieden — om een oud vervallen, uitgewoond pand tot een zeemanstehuis plus domineeswoning om te toveren. Als het klaar is, zal er eindelijk een stukje van de achterstand zijn weggewerkt, die Nederland op het gebied van de verzorging van de zeeman in het buitenland heeft.
Ds. Baart is een domineenieuwestijl, die weet dat een zeeman haakt naar gezelligheid. En die weet dat die gezelligheid meer aanspreekt door een voetbalwedstrijd tussen diverse bemanningen te organiseren, dan door een lezing over de zending bij de pygmeeën te houden. En als het nog eens zover zou komen dat er in het zeemanshuis altijd nieuwe dagbladen en moderne tijdschriften ter lezing lagen, dan zouden er nóg meer bezoekers komen. Toen ik bij de kade terug kwam was de Escaut de Escaut niet meer. Het brave, trotse zeescheepje had een ontluisterendegedaante- wisseling ondergaan: de masten waren gestreken, de davits van de reddingboten lagen ontzield tegen het dek, de rode schoorsteen stond functieloos op het dek. Het zeeschip was binnenschip geworden. Want om van Rouaan naar Parijs te komen zullen we niet minder dan 78 (!!) bruggen moeten passeren. En diverse daarvan zijn zo laag, dat misschien ook nog het stuurhuis moet worden gedemonteerd om passage mogelijk te maken. Met de bouw van het schip is er al rekening mee gehouden: brug en stuurhuis zijn veel lager dan bij een kustvaarder gebruikelijk is. Vandaar dat deze Seineschepen de oneerbiedige naam van 'platluis' hebben gekregen. Vier uur: varen. Er is een nieuwe loods, die ons naar Parijs zal brengen. Hij heet Georges Bourguignon, tot niet geringe hilariteit van Dirk Bourguignon, die hem dan ook met 'neef' aanspreekt. Georges Bourguignon is een sterk gebouwde kerel met een schipperspet achter op het hoofd, een tierig gestreept hemd en makkelijke sandalen. . Hij heeft de neiging om snel in woede te ontsteken, speciaal tegen sluiswachters die volgens hem de meest vreemde kevers zijn die er in Frankrijk rondlopen.. Want, wij hebben niet alleen 78 bruggen te passeren, wij moeten ook niet minder dan 8-(!) sluizen door voor dat we onze lading in Parijs kunnen lossen. We zwaaien van de kade weg, draaien en stevenen op brug nummer één af: een prachtige, nieuwe brug, waarop meteen mensen blijven staan om ons te zien voorbijkomen. En dat is onderweg zo gebleven: overal waar we langs kwamen bleven de mensen even kijken naar het passeren van deze voor de Seine wel erg grote Escaut. De bemanning is ook veel aan dek. De kok zit er zijn piepers te schillen, de matrozen zitten als een poes in de zon voordat ze moeten gaan schilderen. Want Georges heeft zelf het roer genomen. De Seine is niet betond en hij alleen weet de vaargeul en de ondieptes. Voor de machinekamer wordt het nu druk werken. Om de haverklap rinkelt de telegraaf: vaart minderen, vaart meerderen, langzaam, half. We zeilen als een aangeschoten carnavalvierder over het vaarwater: stuk aan bakboordzijde, oversteken, stuk aan bakboordzijde. Af en toe krijgen de golven achter ons witte koppen en dat betekent dat er voor ons schip maar nauwelijks genoeg water staat om te varen. De tocht over de rivier is fascinerend. Aan weerskanten van het vaarwater het zacht glooiende landschap met akkers en weiden, later met grillige rotspartijen en ruïnes van middeleeuwse kastelen. Aan de waterkant de luisterrijke buitenverblijven, moderne bungalows, eenvoudige weekendhuisjes, restaurantjes met schaduwrijke tuinen, zwembaden. Kleine, ingeslapen dorpjes, die zelfs voor het passeren van een zeeschip niet de moeite nemen om wakker te worden. Kunt u zich voorstellen dat de bemanning van de Escaut de Parijs-dienst een mooi stekkie vindt? En kunt U zich voorstellen dat kapitein Schuur, die al ontelbare keren deze reis maakte, zegt nóóit genoeg van deze tocht te krijgen? We meedren 's avonds ia Elbeuf, want 's nachts wordt er op de Seine niet gevaren. We lagen nauwelijks vast of de hele bemanning dook de Seine in. En Henk Verbrugge en Arie Kalf veroorzaakten een opstopping toen ze besloten van een tien meter hoge Seine-brug af te duiken. Daarna rust. Eerst lekker eten. Daarna gingen enkele jongelui naar de kermis kijken en een paar franc uitgeven in de schiettent. De anderen bleven aan boord, ontkurkten een fles 'rode mieren' — typisch Hollandse benaming voor de Franse landwijn — en gingen wat zitten praten. Waarover? " , Over de onderwerpen waarover de zeeman altijd weer spreekt: het leven op zee, het leven aan de wal. En: thuis...!
Het Vrije Volk 02-10-1956: Naar Parijs, buitenom. Reportage: Theo M. Eerdmans "Boerenachie" op de Seine. 5. Sluis in, sluis uit (8x). Vannacht hebben we een 'boerennachie' gehad. Een boerennachie is een weelde voor de zeeman, want dat betekent dat hij langer dan 6 uur slaapt en daar komt hij op zee met de wachten niet aan toe. Vroeger waren wachten van vier uur gebruikelijk: vier uur op en vier uur af. Maar nu komen meer en meer wachten van zes uur in zwang.
Je staat weliswaar twee uur langer, maar je slaapt ook twee uur langer. Maar hier op de Seine liggen we om zeven uur vast en pas om kwart over zes gaan we weer varen: een lekker boeren- nachie dus. We gaan bij Amfreville door de eerste sluis, die onze Escaut niet minder dan acht meter omhoog tilt. We worden een beetje jaloers bekeken door de binnenschippers, want zeeschepen hebben voorrang bij het schutten. Het is te begrijpen dat er wel eens donker wordt gekeken. Want soms liggen de schippers een halve dag voor een sluis op hun beurt te wachten en als het dan zover is glijdt er een zeeschip de sluis binnen en kunnen de schippers wéér wachten. Voorrang of geen voorrang, de sluiswachter van Notre Dame de la Garenne draait de sluisdeur voor onze neus dicht en dat kost ons twee uur wachten. Als we eindelijk in de sluis komen stevent loods Georges met opgestoken zeilen op de sluisbaas af om hem eens te vertellen hoe hij over hem denkt. Binnen twee minuten staan ze zo hard te bekvechten dat de sluizen er van daveren. Het scheelt een haar of ze vliegen elkaar aan. Maar dat feest ging, zeer tot ongenoegen van de omstanders, niet door. Verder. Zestien kilometer naar de sluizen van Port Villez, waar kleine Fransmannetjes met een gezicht van kijkmij-eens-martelen-voor-mijn-brood' met de hand de sluis moeten dicht en opendraaien. Naast de sluizen bruist het Seinewater door de barrage, laat zich door de damspijlen in honderden moten klieven en valt sissend van boosheid een eind omlaag. De loods heeft grote moeite om het schip in de sterke zijstroom veilig in de nauwe sluizen te brengen. Hij manoeuvreert zo veel dat de telegraaf blijft pringen en de meester beneden geen stap kan verzetten. Maar we glijden de sluizen binnen met maar één enkel afhouwertje van kurkezak of wrijfhout. Arie Kalf neemt een koene sprong naar de wal en de langzaam voortglijdende Escaut wordt vlak voor de deuren aan banden gelegd. Het spelevaren kan voor ons allemaal eeuwig duren. We zwaaien naar ranke Franse meisjes aan de wal, we koesteren ons in de warme zon en drinken gezamenlijk koffie aan dek. Loods Georges staat aan het roer mee schorre stem een chanson te zingen. Henk de kok staat in de hete kombuis schel te fluiten bij het vlees braden, stuurman Scheffer tekent boeien en vuurschepen op een nieuwe zeekaart, de matrozen verven de brug spierwit, de jonge Korving schrijft een brief aan zijn moeder omdat hij pas een zusje heeft gekregen.
Écluses de Méricourt. De dag neigt ten einde. Na half acht 's avonds wordt er niet meer geschut en daarom blijven we liggen voor de sluizen van Moulan. 's Avonds is er mattenkloppers feest. Iedereen zit bijeen in de mess bij een flesje rode mieren. De radio heeft ons verteld dat er nog geen kabinet is ('jongens wat een geluk dat we hier zitten, anders moesten wij er weer aan te pas komen') en dat het hard waait in Holland.
Daarna gaat de radio uit en wordt aan Klaas den Haan de mattenklopper aangereikt, die hij ernstig gaat stemmen als een Hawaian gitaar. Er is onbedaarlijk gelachen die avond bij de merkwaardige liederen van Klaas, die een beroepsrepertoire heeft. U had ze moeten zien zitten, die avond, vijfhonderd kilometer van huis. Een zeeman zoekt gezelligheid voor gemis aan huisjlijke gezelligheid. Het grieft vele zeelieden, dat er aan de wal vrijwel altijd gedacht wordt, dat elke zeeman met een sneltreinvaart naar een kroeg vertrekt als zijn schip aan de wal ligt. Het ene schip of het andere, dat scheelt veel. Op de Escaut zochten de jongens hun vertier vrijwel uitsluitend aan boord en niet aan de wal. De meesten zijn in Elbeuf niet aan de wal gegaan, in Moulan niet en ook in Parijs niet. Niet omdat ze de brave Hendrik moesten uithangen, maar omdat ze er niet aan toe kwamen door het bomen of klaverjassen. Ze haalden een grote fles bier, schonken een glas voor wie er binnen kwam vallen, lazen oude kranten, vertelden elkaar al of niet sterke verhalen en luisterden naar de radio. De volgende ochtend vroeg: laatste bedrijf van de heenreis. Sluizen van Carrières, Bougival en Suresne. Daarna: een adembenemende tocht dwars door Parijs. Wie denkt Parijs goed te kennen, ontdekt de stad vanaf de rivier opnieuw. Van Gennevilliers maakt de Seine een reusachtige slinger langs het Bois de Boulogne, terug langs de Eiffeltoren en weer naar stuurboord langs de Notre Dame. Er is een ontzagwekkend aantal bruggen, waarbij er enkele zo laag zijn dat ik bang ben dat Georges met roer en al van het schip zal worden geveegd. Maar hij blijft neuriënd rechtop staan, al schuift de onderkant van de brug op enkele centimeters boven zijn hoofd voorbij. Gare Austerlitz. Eindpunt. De Escaut laat zich gewillig langs de kade leggen. De telegraaf wordt een paar keer snel heen en weer bewogen en de wijzer komt tot rust: STOP.. Het is woensdagavond. Aan de overzijde van het water raast het Parijse verkeer voorbij, te midden van de sterren in de donkere hemel wijst de grote klok van Gare de Lyon onbewogen de tijd. Als ik van boord wil gaan komt de kok op me af. 'Wil je wat voor me meebrengen?' vraagt hij. Ik was benieuwd wat voor spannende zaken ik voor hem van de wal moest meebrengen. Parijs is per slot Parijs. Tk wil morgen vissen,' zei de kok, 'koop effe een dobbertje voor me...'
Het Vrije Volk 03-10-1956: De koek is op: huistoe. 6. Koers noord. Naar Parijs, Buitenom. Reportage en foto's: Theo M. Eerdmans. Nou daar gaan we dan maar weer: dezelfde. 78 bruggen in omgekeerde volgorde en dezelfde acht sluizen in omgekeerde volgorde en dan even in Rouaan en zigzaggen naar Le Havre en dan gaan we op de Grande Rade de deining in. Het weer is nog mooi: heel Parijs doet ons uitgeleide en onderweg liggen duizenden baders in de zon te bakken en glijden plezierbootjes hobbelend door onze golfslag. Een waterskiër, haalt adembenemende toeren uit achter zijn raceboot en cirkelt om de Escaut: ach ja, het leven is best uit te houden zo. De radio staat aan dek en we luisteren en passant naar het verslag van Zwitserland—Nederland. We springen omhoog bij een Nederlands doelpunt en we houden ons hart vast bij de penalty tegen ons en zelfs Bourguignon kijkt om de vijf minuten om om te weten hoe het staat. De derde dag na het vertrek uit de Lichtstad komen we weer in Rouaan. Er liggen rijen schepen langs de kaden en we kunnen ons nog net tussen een paar dikke sleepboten wringen. Zeeklaar maken. Met een zucht van verlichting kijkt iedereen toe hoe het binnenschip weer tot zee-schip wordt getransformeerd: De masten gaan overeind, de gedemonteerde stuurhut wordt weer opgebouwd, de davits komen rechtop, de vlaggestok achterop mag weer overeind en de rode schoorsteen komt weer beschermend over de kleine pijpjes van de motoren. Ziezo, dat is een ander gezicht: wég met de platluis, de ouwe Escaut is klaar voor zee. Te middernacht varen, we de rivier af. Kapitein Schuur staat nu al berekeningen te maken wanneer we in Rotterdam terug kunnen zijn. Als... alles goed gaat. Want een oud zeemansgezegde heeft niet voor niets deze wijsheid: Zie je kerk en huizen staan, Dan is de reis nog niét gedaan...
Op we naar Honfleur komt er al iets tussen: mist. Al dagen lang hadden kapitein, stuurman en loods naar de lucht gekeken en ze hadden gezegd dat er wel eens damp kon komen. Nu was het er dan. En plotseling: want zó voeren we nog in een metalig maanlicht en zó werd er een watten deken om ons toegeslagen. We modderden nog een paar honderd meter voort en toen viel het anker. Mist is iets griezeligs. De traag wentelende nevelflarden onthulden af en toe een schijf bleke maan. Geheimzinnige, mysterieuze schaduwen dreven met de nevels mee, alsof er grote schepen geluidloos voorbijvoeren. Bij ons ging een rode lamp omhoog en voorop begon het geven van belsignalen.. Even plotseling als de mist opkwam was ze weer verdwenen. We stoomden verder, wisselden van loods en zetten ook die weer op de rede van Le Havre af. Koers Noord. We omzeilden een paar reusachtige tankers, die dwars voor ons over gingen en daar pas voelden we dat we op zee waren: de Escaut begon mooi te stampen. Want in tegenstelling met de heenreis hadden we nu een tamelijk leeg schip. Er stond wel een mooie vracht champagne in het ruim, maar dat was niet voldoende om het schip lekker stevig te laten liggen. De kapitein begon bedenkelijk te kijken. 'Als dit zo door gaat kunnen we niet met volle kracht blijven varen,' zei hij, 'en dan konden we onze dinsdagavond thuis ook wel eens verspelen.' Maar dat bleek gelukkig niét het geval. De Escaut maakte prachtige steigerbewegingen en het leek af en toe of het schip spitsroeden liep op een hele rij heipalen. Maar na Kaap d' Antifer kropen we een beetje onder de beschutting van de wal en dat scheelde aanzienlijk. ; Iedereen aan boord dacht duidelijk aan huis. Dat was alleen maar te merken aan de langere pauzes in de gesprekken en aan het feit dat er minder animo was voor het eten. 'Kanaalkoorts' heet dat verschijnsel, dat natuurlijk op schepen, die lang van de thuishaven zijn weggeweest, veel sterker is. Maar bij ons aan boord scheelde het al een paar graden in de stemming. Het kon verbeelding zijn, maar het klonk alsof de machine een paar slagen méér deed dan normaal; maar aan de andere kant leek het of de vuurtoren van kaap Gris Nez nóóit dwars kwam. De dag ging over in de nacht, waarin een bolle maan met ons over het water meezeilde tot hij verbleekte in het ochtendgrauwen. Kapitein Schuur belde zijn rederij op om zijn aankomsttijd te melden: half één in de middag. Meteen kreeg hij nieuwe orders: Zaterdag varen naar Aberdeen en Middlesborough. De derde machinist belde gauw zijn moeder op om te vragen hoe het haar ging en hoe het met het nieuwe zusje ging; de eerste machinist belde zijn vrouw op om te zeggen dat hij er 's middags aankwam. De monding van de Nieuwe Waterweg was al van verre zichtbaar aan de warwinkel van schepen die in en uitvoeren. De kleine Escaut zeilde parmantig tussen alle zeekastelen door en mikte de neus tussen Noorder- en Zuiderhoofd. Het lome wiegen hield op: we waren binnen. In de kombuis stond de kok verwoed af te wassen om op tijd klaar te zijn. Vuile lakens en handdoeken moesten worden ingeleverd, wie de kans kreeg sprong nog even vlug onder de douche. De hechte gemeenschap van de negen mensen aan boord was op deze laatste mijlen van de reis al doorbroken. Er was maar één gedachte: wanneer kunnen we van boord af, naar huis? De Escaut naderde de metropool Rotterdam en moest op halve kracht zijn weg zoeken door de ogen schijn- lijke chaos van schepen, scheepjes, brommende parlevinkers, schuin overstekende binnenschepen, ' lange slepen, machtig dampende sleepboten en boeien. De nieuwe, heldere, rood-wit-blauwe kleuren wapperen in de grijze slierten damp en rook op de de rivier. Parkhaven. Hard bakboord. Voor en achter. Een lange stoot op de fluit: hier zijn we weer. Een armzwaai naar een ander schip van de maatschappij. Een haastig vluchten van binnenschepen om voor ons plaats te maken. Een laatste bewegen van de telegraaf: prrring, prring, pring, STOP. Het spelevaren naar Parijs is voorbij: We zijn weer THUIS!
1964-11-23: Trouw 23-11-1964: Het kustvaartuig "Escaut", een zg. Parijsvaarder van Wm. H. Muller & Co. te Rotterdam, is aan de Channel Shipping Co. te Jersey verkocht. De "Escaut", die ln 1947 werd gebouwd, ls een schip van ca. 600 ton d.w., uitgerust met aan 500 pk, Werkspoor motor.
1985-01-18: Op 18-01-1985, terwijl ze lag opgelegd te Limassol, ten gevolge stormweer gestrand, vlotgebracht en vervolgens in 09-1985 gesloopt te Limassol door Konitsa Nav. Co. Ltd.

Afbeeldingen


Omschrijving: Escaut 1947
Gemaakt door: Wijngaarden, L. van

Omschrijving: Escaut 1947
Gemaakt door: Skyfotos Ltd.
Klik hier voor website fotograaf
Onderwerp: Luchtfoto

Omschrijving: Escaut 1947
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: Escaut 1947
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: 'Natasa' 1947 (ex 'Escaut')
Gemaakt door: Mac Fie, D. (Donald)

Omschrijving: Escaut 1947 voor het passeren van de Pont au Change, Paris.
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: De Escaut als Panagiotis
Gemaakt door: Unknown

Omschrijving: NATASA in 1973 Malta
Gemaakt door: Cassar, M., Valletta (Malta)

Omschrijving: PANAGIOTIS in 1974 Malta
Gemaakt door: Cassar, M., Valletta (Malta)
Onderwerp: Havenopname

Omschrijving: RANIA B oktober 1980 te Marina di Carrara
Onderwerp: Havenopname