1880
Op 21-10-1880 wordt aan de JOSEPH CLARK, liggende te Baltimore, op verzoek van S.E. Melchers uit Schiedam een voorlopige zeebrief uitgereikt aan kapt. J.L. Jansen.
DT 221280
Amsterdam, 21december. Het Nederlandse schip JOSEPH CLARK, kapt. J.L. Jansen, van Baltimore naar Antwerpen, is volgens particulier telegram uit Queenstovvn in zinkende staat op zee verlaten; volk gered.
DZG 231280
Brouwershaven, 21 december. Kapiein Spaanderman, voerende het Nederlands schip CORNELIS SMIT, van Boston alhier binnen rapporteert in de morgen van 27 november op 41° 58 N.Br., 56° 24' W.L. in brandende toestand gezien te hebben het door het volk verlaten schip JOSEPH CLARK van Schiedam; alleen de bezaansmast stond nog, terwijl de beide andere masten aan een gedeelten van het tuig langs zijde hingen.
NVD 231280
Queenstown 19 december. Het Nederlands schip JOSEPH CLARK kapt. J L. Jansen, van Baltimore naar Antwerpen, is 5 november lek gesprongen en 27 dito op 42° N.Br., 55° W.L. in zinkenden staat (het had toen 9 voet water in het ruim) door het volk verlaten, dat gered en alhier is aangebracht. De lading bestond uit 8.321 vaten petroleum.
1881
NSC 250681
Bij Koninklijk besluit van 14 Junij 1881, n°. 21, is, als blijk van Zijner Majesteits goedkeuring en tevredenheid, de bronzen medaille en een loffelijk getuigschrift, ingesteld bij Koninklijk besluit van 22 September 1855, n°. 64, toegekend aan: kapitein Omundsen van de Noordsche bark PEABODY wegens de redding der bemanning van het Nederlandsch vaartuig JOSEPH CLARK in de Atlantische Oceaan op 27 november 1881, en de gastvrijheid door deze schipbreukelingen bij hem aan boord genoten.