Familiegegevens en opleiding
Jan Abrahamsz Zeilinga werd geboren op 16 juli 1787 te Schiermonnikoog als zoon van Abraham Edes Zeilinga en Neeltje Jacobs Meyer.
Hij trouwde op 20 februari 1824 te Amsterdam met Johanna Maria Veenstra, gedoopt op 15 september 1802 te Amsterdam als dochter van Martinus Veenstra en Maria Gesiena van Daatselaar. Zij overleed te Amsterdam op 28 april 1891.
Jan overleed op 10 juli 1837 op de Elbe.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.A.Zeilinga werd met vlagnummer 294 per 04 augustus 1829 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamsee zeemanscollege Zeemanshoop op voordracht van kapitein L.C.Swart. Toegevoegd is “overleden”002
In de Algemene ledenvergaderingen van Zeemanshoop van 28 juli/04 augustus 1829 werd jan Abrahamsz Zeilinga, wonende te Schiermonnikoog, met adres de heer H.Gullen op de Gelderse Kade te Amsterdam, oud 42 jaar, voerende de smak “Johanna Maria” op voordracht van kapitein L.C.Swart voorgedragen/benoemd tot effectief lid met vlagnummer 294
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 23 februari 1832 staat de volgende melding:
“Bij Hoofdelijke omvrage verzoekt de President Penningmeester of de Heeren Effectieve Leden
A.van den Abeele J.J.Lausen Fr.P.Hoed
N.Hensken O.Olferts J.A.Zeylinga
J.B.Frerichs P.J.Spilliard J.Tholen
P.Bostijn P.Rolff F.A.Bunnemeijer
J.Boelen Jz J.E.Beckman O.R.Engelman
J.Stoffers J.Hartwijk J.G.Bart
H.H.Zeijlstra J.Y v.d.Zweep W.H.Boon
hebbende hunne contributie nog niet voldaan daartoe volgens de Wet door het Bestuur zoude worden aangemaand.”042.
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 29 maart 1832 staat een brief van kapitein J.Zeylinga waarin deze zijn beklag doet over het feit dat de penningmeesters weigeren hem het “voortdurend regt” toe te staan. “De Voorzittend Penningmeester zegt dat deze zwarigheid hierdoor ontstaat omdat kapt. J.Zeylinga aan het eene oog blind is”. In de vergadering wordt kapitein Zeylinga meegedeeld dat hij moet beginnen “zijne Contributie en verdeer verschuldigd aan het Fonds aan te zuiveren, voordat err op zijne aanvrage … regard kan worden geslagen en dat aan hem nog eene maand tijds vergund wordt, die aanzuivering te bewerkstelligen of vervallen te worden verklaard van zijn Lidmaatschap bij gebreke van dien.042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 29 juni 1832 wordt gemeld het bedanken voor het lidmaatschap042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 25 oktober 1832 staat een verzoek om onderstand van de weduwe J.A.Zeijlinga. Op 06 december 1832 wordt dit verzoek afgewezen “als hebbende gezegde kapitein niet aan zijne verplichtingen voldaan. “042
In de Algemene Vergadering an Zeemanshoop dd 15 januari 1833 wordt een verzoek om “onderstand´ ter tafel gebracht door de weduwe J.A.Zeylinga. Dit verzoek wordt afgewezen daar de contributie niet behoorlijk is betaald.023
Op 08 maart 1832 is een brief binnengekomen bij het Bestuur van Zeemanshoop van J.Zeilinga “zich beklagende dat HH Penningmeesteren hem tot voortdurend regt willen toelaten…”. “kapt Zeilinga moet eerst zijne contributie & verschuldigde regt aanzuiveren”… de behandeling is mondeling in de vergadering. Volgens de kapitein zijn “Redenen waarom Penningmeesters zeverigheid maken hem aan te nemen is dat hij slechts een oog heeft.”
Stadsarchief Amsterdam inv. 591-052 stuk 220
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van het College Zeemanshoop te Amsterdam
vlag jaren type scheepsnaam reder/boekhouder
294 1829-1831 smak Johanna Maria de kapitein
Handelsblad 07 maart 1832 Rubriek Schepen in Ladding: Kof “Meinsina onder kapt Jan Abrahamsz Zeilinga
Bouma025 vermeldt J.A.Zeilinga als gezagvoerder gedurende:
* 1830 t/m 1837 op de smak “Johanna Maria”, gebouwd in 1819, bouwplaats niet vermeld, 60 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Schiermonnikoog;
* 1832 t/m 1836 op de kof “Meinsina”, gebouwd in 1809, bouwplaats niet vermeld, 54 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Schiermonnikoog;
* 1837 t/m 1850 van de kof “Meika”, gebouwd in 1836 te Groningen, 91 ton,o.m., varend voor E.A.Zeilinga te Schiermonnikoog. Het schip strandde in 1850 bij Stolpmünde.
Vanwege de overlap in vaarperioden van de “Johanna Maria” en de “Meinsina” zou er van twee personen sprake kunnen zijn. Daar is op Tresoar en in “Schiermonnikoger Geslachten”060 geen aanduiding te vinden. Vanwege de opgave in het Handelsblad is de einddatum van de “Johanna Maria waarschijnlijk 1832.
In het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Jan Zeilinga op de:
“Jonge Neeltje”, dd 20 maart 1820.
Overige bijzonderheden
Geen