Familiegegevens en opleiding
Een Jan Rommerts Hottinga overleed op 22 november 1844 in de gemeente Lemsterland op de leeftijd van 76 jaar als weduwnaar.
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.R.Hottinga als gezagvoerder van/in:
* 1818 t/m 1835 van de kof “Pietertje Stapert”, gebouwd in 1804, bouwplaats niet vermeld, 143 ton o.m., geen vermelding van thuishaven en eigenaar,. Het schip werd 20 maal te Harlingen geregistreerd komend van Liverpool. Het schip voer in 1836 voor Sleeswijk te Lemmer en was herdoopt in “Neptunus”;
Bouma laat J.R.Hottinga ook de gezagvoerder van de “Neptunus” zijn, maar bij de “Neptunus” is R.J.Hottinga de gezagvoerder
Het Archief van de Amsterdamse Waterschout11a bevat monsterrollen op naam van kapitein Jan Rommerts Hottinga op de:
“Pietertje Stapert”, dd 10 juni 1819; 17 juli 1823; 30 juni 1824; 05 september 1825 25 maart 1826; 15 juni 1826; 11`september 1827; 13 mei 1829; 17 april 1830; 30 november 1830; 07 februari 1832; 11 juni 1833; 28 februari 1834 en 21 juli 1834
Het Archief van de Waterschout te Amsterdam11a bevat monsterrollen van de kof “Pietertje Stapert” onder gezag van kapitein Jan Rommerts Hettinga uit Lemmer met bestemming op avontuur op 06 juni 1824, Cette op 06 september 1825 , op avontuur op 06 maart 1826 en op avontuur op 06 juni 1826.
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 04 december 1817114
Amsterdam, 2 december. Het koffschip NEPTHUNUS, kaptein J.R. Hottinga, van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) naar Rotterdam gedestineerd, als bijlegger in het Vlie binnengekomen, heeft in de nacht tussen den 26 en 27 november, bij stormweer, voor de boeg gekregen het schoonerschip MARIA ELISABETH, kaptein F.W. Straus, van Dantzig den 25 november te Terschelling binnen, hetwelk van daar buiten de rede van het Vlie ten anker gekomen was. Kaptein Hottinga heeft bij die gelegenheid de boegspriet verloren en andere zware schade bekomen, en is met behulp van een loodsschuit naar Harlingen opgezeild. Het schip van kaptein Straus is op de Grienderwal (opm: halverwege Het Vlie en Harlingen) gedreven en den 27 aldaar door harde wind in de grond gestoten; de equipagie is, benevens 161 zakken tarwe en erwten, geborgen en op Terschelling aangebragt.
Leeuwarder Courant 28 augustus 1818114
Harlingen, 27 augustus.
Den 26 dito is alhier binnen gekomen het kofschip HOOP EN VREES, kapt. J.P. Piebes, met zout van Liverpool, en zijn uitgezeild het kofschip NEPTHUNUS, kapt. Jan R. van Hottinga, met ballast naar de Oostzee, en het tjalkschip de JONGE JAN, kapt. M. Geurske, met pannen enz. naar Hamburg. …
Leeuwarder Courant 23 januari 1821114
Advertentie. De notaris Ane Witteveen, te Lemmer, presenteert publiek, bij strijk en verhooggelden te verkopen:
-
4/32 Aandeel in het Kofschip genaamd de LEMMER, en gevoerd wordend bij schipper Johannes Tammes, in het jaar 1818 nieuw uitgehaald.
-
2/32 Aandeel in het Kofschip genaamd de JONGE FREDERIK, gevoerd bij schipper Benjamin Pieters de Jong, in het jaar 1805 nieuw uitgehaald.
-
2/32 Aandeel in het Kofschip genaamd de NEPTHUNIS (opm: mogelijk NEPTUNUS, ex PIETERTJE STAPERT), gevoerd bij schipper Jan Remmerts Hottinga, in het jaar 1804 nieuw uitgehaald.
-
2/25 Aandeel in het Kofschip genaamd EUROPA, gevoerd bij schipper IJnze Feikes de Boer, in het jaar 1802 nieuw uitgehaald.
-
2/32 Aandeel in het Kofschip genaamd de HARMINA, gevoerd bij schipper Berend S. Wiegers, in den jare 180(?) nieuw uitgehaald.
-
¼ (opm: slecht leesbaar) Aandeel in het Kofschip genaamd VRIESLAND, gevoerd bij schipper Enne Jacobs Drent, in den jare 1815 nieuw uitgehaald.
Wie hier gading aan maakt, kome op donderdag den 1 februari 1821, des voormiddag om 10 uur, bij de beschrijving, en des avonds om 5 uur bij de finale toewijzing, telkens ten huize van H. Leheux, kastelein in de Wildeman te Lemmer, en kopen op conditiën als dan voor te lezen, welke inmiddels zijn te vernemen bij de notaris vernoemd.
Rotterdamsche Courant 24 april 1821114
Rotterdam, 23 april. Den 22 arriveerden (te Hellevoetsluis) kapt. Moon, met de brieven van den 21, van Harwich; ANNA SOPHIA, M. Nijgaart, van Bergen; de HOFFNUNG, S. Kraft, van Collandbeck; NEPTHUNUS, J.C. Ahrens, HELENA, C.F. Kruse, HENRIETTE EN LIZETTE, M. Evers, ELIZA EN FREDRICA, A. Man, en NEPTHUNUS, J. Peters, van Wismar; ZEEBLOEM, J.P. Batsmann, van Koppenhagen; BLÜCHER, J.P. Mann, en MARIA DOROTHEA, J.T. Schult, van Grijpswold (opm: Greifswald); FREDERICH, J. Dachn, en de JONGE CAROLINA, N. Zeplien, van Rostock; de VROUW GEZINA, H.J. Kreuiter, van Presten (opm: mogelijk Preston); MARIA, M. Lang, van Wolgast; PIETERTJE STAPERT, J.R. Hottinga, van Collandsburg (opm: mogelijk Kalundborg), en NAIAD, J. Hempseed, van Leith: de wind O.
Rotterdamsche Courant 21 juli 1821114
Rotterdam, 20 juli. Den 18 zeilden uit de Maas de schepen de ROMULUS, J. Brown, naar Elseneur (opm: Helsingör); de ELIZABETH, G.H. Scub, en de PETERTJE STAPERT, E.R. Hottinga (opm: waarschijnlijk PIETERTJE STAPERT, J.R. Hottinga), naar Bergen; de ANNA DOROTHEA, P. Staben, en de CATHARINA MARIA, P.A. Braadharing, naar de Oostzee; de JANNA HAZINA, D.T. de Jong, naar Drontheim; de YORK PACKET, T. Husband, naar Hull, en arriveerden de ANN, B. Scott, van Newcastle; de GEORGE, H.T. Gibs, van Londen; de VIGILANTIE, J. Duijndam, van Cherbourg; de DEE W. Moffat, van Dundee…..
Leeuwarder Courant 17 mei 1822114
Advertentie. De notaris J.C. Kutsch, te Leeuwarden, zal op woensdag 22 mei 1822, des voormiddag te 9 uur, ten sterfhuize van J.J. Sterkenburg, op de Keizersgracht te Leeuwarden, verkopen:
-
4/32 Gedeelten in het koffeschip, genaamd VRIESLAND, gevoerd bij schipper Enne Jacobs Drent.
-
4/32 Gedeelten in het koffeschip, genaamd de PIETERTJE STAPERT, gevoerd bij Jan R. Hottinga.
-
2/32 Gedeelten in het koffeschip, genaamd de VROUW HARMINA, gevoerd bij schipper Marten J. ???
-
2/32 Gedeelten in het koffeschip, genaamd de TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, gevoerd bij schipper Jouke Gerrit Wiersma.
-
2/32 Gedeelten in het koffeschip, genaamd de LIEFDE, gevoerd bij schipper Dirk J. Pik.
-
4/32 Gedeelten in het koffeschip, genaamd EUROPA, gevoerd bij schipper Inze F. de Boer.
-
1/32 Gedeelten in het koffeschip, genaamd de HARMONIE, gevoerd bij schipper Rinze C. Platte.
Wie hier gading aan maakt, kome op woensdag 29 mei 1822, des morgen ten 10 uur, bij de beschrijving, en des avond ten 5 uur, bij de finale palmslag, in het logement de Wildeman in de Lemmer, en koop op conditiën, welke intussen ter lezing liggen bij de notaris A. Witteveen, in de Lemmer, en J. Jongbloed, te Langweer.
Provinciale Groninger Courant 21 mei 1822114
Advertentie. De notaris J. Jongbloed, te Langweer, presenteert publiek te verkopen:
-
4/33 Gedeeltens in het Kofschip, genaamd VRIESLAND, gevoerd bij schipper Inne Drent.
-
4/32 Gedeeltens in het Kofschip, genaamd de PIETERTJE STAPERT, gevoerd bij schipper Jan R. Hottinga.
-
2/32 Gedeeltens in het Kofschip, genaamd de VROUW HANNINA, gevoerd bij schipper Marten J. Cornel.
-
2/32 Gedeeltens in het Kofschip de TWEELINGEN DANIEL EN WILCO, gevoerd bij schipper Jouke Gerrijts Wiersma.
-
9/34 Gedeeltens in het Kofschip, genaamd de LIEFDE, gevoerd bij schipper Dirk J. Pik.
-
4/32 Gedeeltens in het Kofschip, genaamd EUROPA, gevoerd bij schipper IJnze F. de Boer.
-
1/32 Gedeelte in het Kofschip, genaamd de HARMONIE, gevoerd bij schipper Rinze C. Platte.
Wie hier aan gadinge maakt, kome op woensdag den 29 mei 1822, des morgens te 10 uren, bij de beschrijving, en des avonds te 5 uren, bij de finale palmslag, in het logement de Wildeman, in de Lemmer, en kope, op conditiën, welke intussen ter lezing liggen bij de notarissen A. Witteveen, in de Lemmer, en J. Jongbloed te Langweer.
Rotterdamsche Courant 13 juni 1822114
Rotterdam, 12 juni. Den 11 arriveerde te Helvoetsluis PIETERTJE STAPERT, J.R. Hottinga, van Windau (opm: Venspils).
Den 12 zeilden REGENT (opm: brik), J. Morris, naar Surinamen; de VROUW MARTHA, J.B. Dirksen, naar Napels.
Rotterdamsche Courant 18 juli 1822114
Rotterdam, 17 juli.
….Den 17 zeilden de MARIA, M. Lang, naar Dublin; de PIETERTJE STAPERT, J.R. Hottinga, naar Elseneur; de GOEDE HOOP, W. Arends, naar de Oostzee; de JULIANA, J.F. Mulder, naar Glasgow; de VROUW ANNA, J.F. de Boer, naar Noorwegen; de KLAZINA EN DIRKJE, C. Schilperoort, naar St. Ubes (opm: Setubal).
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt R.J.Hottinga als gezagvoerder gedurende:
* 1836 t/m 1837 van de kof “Neptunus”, ex Pietertje Stapert, gebouwd in 1804, bouwplaats niet vermeld, 180 ton o.m., varend voor Sleeswijk te Lemmer.
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
P.Y.Jobs is in het Inschrijfregister van het Amsterdamse zeemanscollege "Zeemanshoop" ingeschreven met vlagnummer 92. Toegevoegd is de opmerking "bedankt"002. In de Algemene Ledenvergadering van het college op 07 december 1824 werd Pieter IJsbrands Jobs, oud 30 jaar, wonende op Ameland, adres bij de heer Bohlman op Droogbak, met vlagnummer 92 aangenomen als effectief lid op voordracht van B.Smeengh023
P.Y.Jobs was met vlagnummer R68 in de periode 1843 t/m 1854 effectief lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart058.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 30 mei 1833 wordt een brief vermeld van W.P.Jobs geb. Hayes die namens haar haar man P.Y.Jobs een verzoek om onderstand.042.
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 27 juni 1833 wordt aan de weduwe W.P.Jobs, geboren Hayes een gratificatie in eens van f 50,- toegekend.042. (is dit de moeder van Pieter IJsbrand?)
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 27 februari 1840 staat het volgende bericht: “Kapitein P.IJ.Jobs berigtende Schipbreuk te hebben geleden en hierdoor ongemakken te hebben bekomen die hem waarschijnlijk voor de Zeevaart ongeschikt zullen maken.”042.
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 26 maart 1840 staat de mededeling dat aan P.IJ.Jobs wegens schipbreuk een maand gage is toegekend.042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 27 juli 1843 wordt een gratificatie van f 40,- toegekend aan P.Y.Jobs.042.
In de vergadering dd 03 juni 1845 vraagt P.IJ.Jobs om onderstand en in de vergadering dd 25 september 1845 krijgt hij een gratificatie van f 25,-.042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 30 april 1846 staat het bericht van Pieter IJ.Jobs dat hij zijn contributie niet kan voldoen en derhalve genoordaakt is zijn lidmaatschap op te zeggen. Hij vraagt tevens om een jaarlijkse uitkering. Het Bestuur noteert de opzegging maar “het verzoek om uitkeering gehouden buiten deliberatie.”042.
In de notulen van de Bestuursvergadering 25 mei 1848 wordt een gratificatie van f 10,- toegekend aan W.P.Jobs, de huisvrouw van P.Y.Jobs. Wederom een uitkering van f 10,- uit de bussen op 26 april 1849. Wederom f 20,- op 27 maart 1850 uit de bussen met de opmerking “doch haar berigtende dat zij hierop voor het vervolg niet moet rekenen.”042.
In de Bestuursvergadering dd 26 september 1850 wordt aan W.P.Hayes, de weduwe van P.Y.Jobs, f 15 – toegekend als bijdrage in de begrafeniskosten.042.
Op 29 januari 1852 krijgt W.P.Hayes, de weduwe van P.Y.Jobs weer een uitkering van f 10,- uit de bussen. Idem f 10,- per 30 december 1852. Idem per 08 december 1853. Idem per 30 november 1854. Op 29 november 1855 een gratificatie van f 5,- uit de bussen. Weer f 5,- per 29 januari 1857.042.
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 28 oktober 1845 staat de mededeling dat aan P.Y Jobs een gratificatie is toegekend ad f 25, -. Eveneens melding van gratificaties ad f 10,- in de notulen van 27 juni 1848 en 15 mei 1849. In de notulen dd 26 april 1850 is sprake van een gratificatie ad f 20,- aan de weduwe van P.Y.Jobs (kennelijk is kapitein inmiddels overleden). In de notulen dd 22 oktober 1850 is er een brief van W.P.Hayes, de weduwe van kapitein P.Y.Jobs, die bericht dat haar man is overleden en verzoekt om “eenige onderstand verzoekende tot de begravenis”. Zij krijgt f 15,-. In de notulen van 24 februari 1852 krijgt zij wederom een gratificatie van f 10,- Idem in de vergaderingen van 25 januari 1853 , 27 december 1853, en 12 december 1854, 08 januari 1856 i.c. f 10,- aan de weduwe P.Y.Jobs geboren W.P.Hayes, 24 februari 1857 f 5,-. In de notulen dd 09 juni 1857 staat vermeld dat een verzoek om uitkering door P.Jobs (dus 1 initiaal) van de hand is gewezen.023
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
92 1825-1831 kof De Jonge Willem J.E.Lublink
1831-1835 geen vermelding van schip en boekhouder
51 1836 geen vermelding van schip en boekhouder
1837-1839 kof Elisabeth Jacoba Tromp J.S.Tromp te Woudsend
1840-1845 geen vermelding van schip en boekhouder
P.Y.Jobs was van 1838-1840 gezagvoerder van de kof "Elisabeth Jacoba Tromp" van rederij J.S.Tromp te Woudsend. Volgens van Sluijs013 staat er in het Handelsblad van 8 november 1839 een bericht dat op 02 november 1839 de kof gestrand is ten zuiden van Cromer. De equipage werd gered en het schip is gebarsten. Een groot gedeelte van de lading is geborgen. (Jobs is dus tot eind 1839, en niet tot in 1840 zoals Bouma025 opgeeft, gezagvoerder van dit schip geweest).
In de Jaarverslagen van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) van 1849 en 1851 komt kapitein J.Y.Jobs met vlaggnummer R68 wèl voor maar zonder vermelding van schip of reeder058.
Bouma025 vermeldt J.Y.Jobs als gezagvoerder gedurende:
* 1827 t/m 1835 van de kof “Jonge Willem”, gebouwd in 1824, bouwplaats niet vermeld, 150 ton o.m., varend voor J.E.Lublink te Amsterdam;
* 1838 t/m 1840 van de kof “Elisabeth Jacoba Tromp”, gebouwd in 1804, bouwlocatie niet vermeld, 180 ton o.m., varend voor J.S.Tromp te Woudsend. Het schip is in 1840 gestrand bij Cromer;
* 1844 t/m 1847 van het 3/mschip “Piet Hein”, gebouwd in 1830 te Delfshaven, 360 ton o.m., varend voor Colin Campbell te Rotterdam. Het schip werd in 1847 verkocht naar Batavia.
Bouma025 vermeldt een kapitein Yobs (zonder initialen) als gezagvoerder gedurende:
* 1852 op het 3/m schip “Osiris”, gebouwd in 1840 te Dordrecht, 975 ton o.m., varend voor F.&.J.van Wageningen te Dordrecht.
In het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Pieter IJsbrands Jobs als gezagvoerder van de:
“Jonge Willem”, dd 01 november 1820; 09 juni 1821; 10 maart 1822; 28 mei 1823; 25 september 1823; 22 maart 1825; 28 juli 1826; 14 mei 1827; 09 oktober 1827; 19 april 1830;
“Elizabet Jacoba Tromp”, dd 05 april 1836; 22 juni 1837; 22 september 1837; 27 maart 1838.
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 20 februari 1821114
Amsterdam, 18 februari. De Hollandse hoeker de VROUW ELISABETH, kapt. C. van Gelderen, van Alicante naar Amsterdam, is den 13 januari, 18 dagen reis hebbende, bij Kaap Gate (opm: Cabo de Gata), gepraaid door kapt. P.IJ. Jobs (opm: schip de JONGE WILLEM), te Barcelona gearriveerd.
Rotterdamsche Courant 27 februari 1821114
Amsterdam, 25 februari. Kapt. P.IJ. Jobs, voerende het schip de JONGE WILLEM, dacht volgens brief van Barcelona, van den 10 februari, in het laatst der volgende week van daar naar Vinaros, Benicarlo en Alicante, en vervolgens naar Amsterdam te vertrekken.
Rotterdamsche Courant 24 november 1821114
Amsterdam, 22 november. Het schip de JONGE WILLEM, kapt. P.IJ. Job, den 11 november van Kadix (opm: Cadiz) in Texel binnen, is den 21 dito van de quarantaine ontslagen.
|