Inloggen
DIANNEL - ID 1686

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:0000-00-00 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1954
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO nummer: 5089738
Nat. Official Number: 3290 Z GRON 1954
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Motor Vessel
Type: General Cargo, Paris trade-low air draft
Type Dek: Flush deck
Masten: One mast
Rig: 2 derricks
Material Hull: Steel
Dekken: 1
Construction Data

Scheepsbouwer: Scheepswerf 'Hoogezand' N.V. - Jac. Bodewes, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Werfnummer: 71
Launch Date: 1954-08-28
Delivery Date: 1954-12-01
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Appingedammer Bronsmotorenfabriek, Appingedam, Groningen, Netherlands
Motor Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 300
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Brons Nr. 14601 Type 6GB (220x380) 320 rpm.
Speed in knots: 9
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 397.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 276.00 Net tonnage
Deadweight: 490.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 28500 Cubic Feet
Bale: 26500 Cubic Feet
 
Length 1: 50.75 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 44.90 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.77 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.27 Meters Breadth, moulded
Draught: 2.85 Meters Draught, maximum
Ship History Data

Date/Name Ship 1954-11-26 DIANNEL
Manager: N.V. Wijnne & Barends' Cargadoors- en Agentuurkantoren, Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Wiltens, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Hoogezand / Netherlands
Callsign: PDQD

Date/Name Ship 1972-01-04 DIANNEL
Manager: Delta Transport Maatschappij N.V. (Albert Davids), Delfzijl, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Jan Wiltens, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO-7177

Date/Name Ship 1977-00-00 DIANNEL
Manager: Hendrik Jongstra, Panama, Panama R.P.
Eigenaar: Hendrik Jongstra, Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO-7177

Date/Name Ship 1982-00-00 DIANNEL
Manager: N.V. Gebroeders van Uden's Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij, Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
Eigenaar: J.W. Abel, Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign: HO-7177

Ship Events Data

1954-08-28: NvhN 28-08-1954: Tewaterlating m.s. Diannel. Bij de Scheepswerf Hoogezand (directeur Jac. Bodewes) te Hoogezand werd hedenmorgen te water gelaten het motorkustvaartuig Diannel, dat wordt gebouwd voor rekening van de heer J. Wiltens te Delfzijl. De Diannel is van het gladdektype met zijtanks, meet 460 ton d.w. en zal worden uitgerust met een 360 pk motor, terijl tevens in de machinekamer een hulpmotor van 20-30 pk zal worden geplaatst. De uitrusting zal bestaan uit 1 mast met 2 laadbomen met een hijsvermogen van 2 ton, 3 hulpmotoren van 10-15 pk, centrale verwarming, electrische lichtinstallatie van 110 volt, radiotelefonie, richtingzoeker etc. Het schip wordt speciaal gebouwd voor de vaart op Parijs. De bouw zal geschieden onder Klasse Bureau Veritas met Certificaat Scheepvaartinspectie voor de grote kustvaart (letter F). Op de vrijgekomen helling werd de kiel gelegd voor een 1000 ton dubbelschroef motor beunschip voor rekening van de Internationale Handel, Bagger en Transport Mij te Amsterdam. Dit schip zal worden uitgerust met 2 motoren van 160 pk.
1954-11-27: Op 27-11-1954 als "DIANNEL", zijnde een motorschip, metende 1124.24 m3 bruto inhoud volgens zeemeetbrief afgegeven te 's Gravenhage no 9665 d.d. 24-11-1954, liggende te Martenshoek, door J.D.J. Postma, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Groningen, van brandmerk 3290 Z GRON 1954 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan S.B. zijde in achterkant dekhuis op kampanje, 5.85 m. uit hekplaat, 1.90 m. uit de lengteas en 1.50 m. uit dek.
1954-12-02: NvhN 02-12-1954: Proefvaart m.s. Diannel. Op de Eems heeft een geslaagde proefvaart plaats gevonden van het nieuwe motorkustvaartuig „Diannel", dat bij de scheepswerf „Hoogezand" (dir. Jac. Bodewes) te Hoogezand werd gebouwd voor rekening van de heer J. Wiltens te Delfzijl. De „Diannel" is van het gladdektype met zijtanks, meet 460 ton d.w. en is uitgerust met een 360 p.k. motor, waarmede het schip tijdens de proefvaart een snelheid behaalde van 9.7 mijl. Het schip is speciaal gebouwd voor de vaart op Parijs (lage kruiplijn). De bouw geschiedde onder Klasse Bureau Veritas met certificaat Scheepvaart Inspectie voor de Grote Kustvaart (letter F).
1956-02-28: NvhN 28-02-1956: Gewoon doorvaren, ondanks zware ijsgang op de Eems. Watergeus baande vaargeul voor Maasborg en Diannel. (Van een onzer redacteuren)
Even buitengaats — een kwartier nadat het schip de haven van Delfzijl had verlaten — lag de kustvaarder Maasborg op de Eems al met de spijker op de grond ! Doodse stilte, na het donderend lawaai van brullende motoren en bonkende ijsschotsen tegen de boeg... Mist, mist en nog eens mist. Ondoorgrondelijk. IJzige slierten trokken traag dwars over het schip. Verkilde schimmen scharrelden rond op de bak. Eerst nog wat gemorrei aan de ankerkettingen — „Laat zo maar zitten .'" klonk het van de brug — en toen niets meer... Vreemde stilte boven de geruisloos voorbij schuivende ijsschollen.... Onheilspellend haast luidde de mistbel met tussenpozen van twee minuten. Zó begon zaterdagmorgen de reis naar Noorwegen van het 630 ton d.w. metende kustvaartuig Maasborg van de N.V. E. Wagenborg's Scheepvaarten Expeditiebedrijf te Delfzijl. Zij was zojuist naar buiten gebracht door de sleepboot-ijsbreker Watergeus van dezelfde maatschappij, die haar een vaargeul door het ijs had gebroken om daarna een tweede coaster, de Diannel (kapitein-eigenaar J. Wiltens te Delfzijl), in de haven op te halen. De splinternieuwe Watergeus, belangrijke aanwinst voor de scheepvaart van Delfzijl, was veertien dagen geleden in allerijl en nog onafgeverfd in gebruik genomen voor een spoedeisend ijsbreekkarweitje op het Eemskanaal. Hij zat nog steeds in de menie ... Terwijl Nederlands sterkste ijsbrekers, als de Siberië en andere befaamde krachtpatsende watertorren van onze handelsvloot, met hun duizenden paardekrachten de slag der titanen leverden tegen de ijsbarrières in de Dordtse binnenwateren, had de veel kleinere Watergeus met zijn 395 pfc zaterdagmorgen aan het zeeijs op de Eems min of meer een „makkie". De sleper bracht zonder al te veel moeite twee kustvaartuigen van Delfzijl naar open zee tot onder Borkum en haalde een thuisvarende coaster binnen. Nog niet zeeijswaardig . . . De stap-glij-stap-landing, die wij bij het ijzige krieken van de dag via de met ijs bezette valreep op het gladde dek van de Maasborg maakten, was niet erg bevorderlijk voor ons prestige als zeeijswaardig verslaggever. De jongens aan boord ontvingen er ons niet minder vriendelijk om, maar je kon duidelijk onder de kleppen van hun dikke Finse ijsmutsen de vraag lezen, waarom we niet lekker bij de kachel waren gebleven. Zo van: „flinke kerels — alleen maar een beetje knettergek". De eerste minuten aan boord gaven een gewaarwording alsof we op de Noordpool waren overgestapt. Als een elektrische stroom trok de kou uit net ijskoude dek in onze leden, en als iemand op dat moment werkelijk net woord „knettergek" had laten vallen, zouden we het hem niet kwalijk hebben genomen. Terwijl wij met ons avontuurlijk gemoed in de koude schoenen zaten, begon onder dezelfde zolen het dek hevig te trillen, waardoor wij tot de orde geroepen werden. De Maasborg en de langszij liggende Watergeus kwamen in hun binnenste tot leven en daarmee keerde gelukkig ook het leven in uw verslaggever terug, zodat uiteindelijk deze regelen toch nog geschreven konden worden. Nijdig monster; Loeiend en brullend beet de Watergeus zich als een nijdig monster in het ijs en met een wijde boog verdween hij in de ochtendnevel. Kort nadat de Maasborg was afgemeerd en de vaargeul van de sleper had gekozen, keerde de Watergeus terug om ook voor de achtergebleven Diannel ruim baan te maken. Het viel nogal mee met het ijs. Vooral op de heenreis van de Watergeus. Het was laag water en grote partijen schollen waren zeewaarts gedreven. Bij de terugreis zou het anders worden. Als gezegd, moest de Maasborg ongeveer een kwartier na het vertrek, toen zij even buitengaats was, het anker laten vallen. Zij was volkomen ingesloten in de mist en het zicht was tot een paar meter gereduceerd. Men had nog geen contact met de Watergeus en de Diannel. Was er dan geen radar aan boord ? Kapitein Verkiel moest ons teleurstellen. Geen van de drie schepen was van een dergelijke apparatuur voorzien. Volgens de kapitein worden (of zijn) wèl de Kroonborg en de Oranjeborg van Wagenborg met radar uitgerust. Wij moesten dus wachten tot de mist zou optrekken. Het was doodstil. En als er een geluid viel, werd het in de mist gesmoord. Zelfs de waarschuwende slagen van de mistbel, die om de twee minuten geluid werd, rolden vast in de dikke nevels. Het was zó stil, dat je het ijs hoorde werken … Meegesleurd; Door de dynamische massa van de op de stroom drijvende schollen werd het schip met anker en al meegesleurd. „Het is wel eens gebeurd, dat allebei de ankerkettingen werden stuk getrokken door drijfijs", vertelde de kapitein. „Twee ankers kwijt natuurlijk" Het was ongeveer kwart voor acht toen het geronk van een motor door de mist drong. Weldra dook tussen de nevelflarden een silhouet op, dat echter telkens weer verdween. Maar tenslotte bleek, dat de Watergeus voorzichtig naderde. Het schip kwam langszij en twee heren stapten aan boord. Het waren directieleden van Kraus. Wieringa & Co's Graanhandel te Groningen en Bunge's Handel Mij. te Amsterdam, welke gezamenlijk 3000 ton haver aan de Noorse regering leveren, en voor wie Wagenborg te Delfzijl de verscheping verzorgt. Er waren gedurende de vorstperiode reeds een paar ladingen overgebracht. De Maasborg heeft ruim 500 ton van die haver aan boord, welke te Sandnes, bij Stavanger, gelost zal worden.
Teilen gloeiende thee; Temidden van de onherbergzaamheid der gestolde atermassa's, waarvan als het ware de nevels de ijzige dampen waren, zaten ergens diep in hun schip de jongens van de Maasborg bij een temperatuur van wel 25 graden boven nul aan het ontbijt. Kommen als teilen vol gloeiende thee, boterhammen met ham, pindakaas en jam en een Chesterfieldje na. Alle bemanningsleden — acht in getal — kwamen zich in de mess een half uurtje van binnen en van buiten warmen. Daar had je de le stuurman Jacob Boxma uit Delfzijl; le machinist Henk Mulder, eveneens uit Delfzijl, „meester" genaamd, lekker in de baard en niet erg dik gekleed (was ook niet nodig); 2e machinist E. de Ruiter uit Hoogezand-Sappemeer --„zeg maar Eppo", zei Mulder --; le matroos en tweemaal naamgenoot van de le machinist Henk Mulder uit Garrelsweer; 2e matroos Bartje Boerema uit Kollumerpomp; matroos O.G. Arie Visser uit Amsterdam, bijgenaamd „The Big Scot" vanwege zijn klein postuur; lichtmatroos Bennie de Graaf uit Winterswijk, die een hoogst merkwaardig mengelmoestaaltje van Gelders en Gronings spreekt, en tenslotte de kok Lambert Wever uit Hengelo, die aan het eind van zijn blote arm hoge torens warme koppen thee door de deur van de mess balanceerde. Hij was namelijk erg uitdagend gekleed: een dunne blauw-en-wit geblokte koksbroek en een bloesje met korte mouwen .... Toen de bedrijvigheid in de mess der bemanning op haar eindje liep, zette de 395 pk motor (even sterk als die van de Watergeus) het schip weer in trilling. Buiten was de kille nevelspelonk herschapen in een paradijselijk zeetafereel. De zon was door de mist gebroken en al spoedig bleek, dat het een stralende dag zou worden. Zó zelfs, dat het heerlijk was zich op het achterdek in het zonnetje te koesteren … „Gesneden koek”
De kapitein, bij gestaan door de loods, koerste om de oost, omdat in de Bocht van Waturn de boeien wegens zware ijsgang waren verwijderd. Zo voer het schip dus om de Paap en door het Oost-Friesche Gaatje naar 't Doekegat. Gaandeweg nam de dichtheid van het ijs toe. Maar toch niet zó dat er veel oponthoud uit voortkwam. De Watergeus beet knorrend voor ons uit en klaarde het best. Kapitein Jan van Wijk stond uren achtereen roerloos aan het roer, met de berenmuts op het hoofd en zijn onafscheidelijk sigarettenpijpje — omwonden met een elastiekje — tussen de tanden. De diepe beten in het mondstuk, telkens dieper gebeten wanneer de Watergeus met de kaken op elkaar een zwaar brok ijs kraakte, kregen wij niet te zien... Voor de Maasborg was het dus verder allemaal „gesneden koek". De Diannel, die het „konvooi" inmiddels had gevonden, lag achter ons. Weldra doken uit de nog grauw-mistige horizon andere schepen op. De meeste daarvan hadden ook in de mist liggen wachten. Het waren grote schepen, sommige van wel tussen de 10.000 en 15.000 ton. De eerste die ons passeerde was de Duitser Ludwig Friedrich. Daarna kwam de Zweed Rautas, vervolgens de Engelsman Hercules, en voorts een schip uit Monrovia. Geen van hen stoorde zich aan de weerstand van het ijs. Hun zware, door machtige machines aangedreven schroeven sloegen er geen halve slag minder om. Tegen half elf, toen op de brug van de Maasborg de koffie werd geserveerd, kwamen achter ons konvooi met hoge vaart twee kleine schepen aanstormen. De Duitse sleper-ijsbreker Emshörn I escorteerde de postboot Westfalen uit Emden naar Borkum. Toen het tweetal ons aan stuurboord voorbij raasde, zagen wij op het achterschip van de sleper twee grote ronde slingerschijven, die bij zwaar ijs het schip aan het rollen kunnen brengen, nodig wanneer het met de boeg boven op het ijs is vastgelopen. Duitser ging sneller;
De Diannel vond het gangetje van de Duitsers kennelijk geschikter voor haar dan dat van de Watergeus en verliet op een gegeven moment het zog van de Maasborg. Hetgeen met een tamelijk onstuimige manoeuvre geschiedde. Kapitein Verkiel vond het althans raadzaam een weinig naar bakboord uit te wijken uit vrees voor een te grote onderlinge zuiging van de twee dicht langs elkaar schuivende scheepsmassa's. Met ietwat opgeheven achterschip liet de Diannel haar eigen groep achter zich. Toen het aldus uitgedunde konvooi dicht onder Borkum gekomen was, naderde uit tegenovergestelde richting een kustvaartuig onder Nederlandse vlag. Het was de Skagerak, die in time-charter vaart bij de boardexport onder vertrouwensmakelaarschap van Wagenborg's Scheepvaartbedrijf. Het schip kwam van Goole. Dit was voor de Watergeus het sein de steven te wenden en de Maasborg alleen te laten. De sleepboot kwam langszij om ons „over te hevelen" en draaide toen scherp bakboord uit: Weldra lag de Skagerak in het zog van de ijsbreker. Meer weerstand; Maar nu bleek het ijs heel wat weerbarstiger te zijn dan enkele uren tevoren. Waarschijnlijk waren bij hoog water grote hoeveelheden zware schollen door de monding van de Eems naar binnen gedreven. De Watergeus moest alle zeilen bijzetten om bij onverwacht toenemende tegenstand dóór te kunnen bijten. Het was nu een onafzienbare ruwe vlakte met witte koppen als schuimbobbels in goor waswater. Toch bleek hier en daar het ijs in mooie gladde spiegels te liggen en zelfs vond de ijsbreker een enkele maal een plas puur, onbevroren water op zijn weg... Maar dan stootte de Watergeus plotseling weer op een schier ongenaakbare massa samengevroren ijsschotsen. Het toerental viel terug en bijna lag het schip stil. Toch brak het langzaam door en even later herkreeg het zijn snelheid. Slechts éénmaal op de terugreis bleef de ijsbreker steken. Met driftig achteruitslaande schroeven week hij terug en nam, grommend door de gaten in zijn ge-stroomlijnde „schoorsteen" een aanloop... Ditmaal groef hij door de barrière heen. De reis verliep verder voorspoedig. De Skagerak volgde dankbaar het door de Watergeus in het ijs geslagen bochtende schuimspoor en weldra tekenden zich aan de zuidwestelijke horizon de silhouetten van de kraansprieten in de haven van Delfzijl af. In de voormiddag meerden beide schepen. „Dat ziet er niet best uit voor de Skagerak", zei de loods van de Watergeus, terwijl hij door zijn binocle naar de wal tuurde, waar grote stapels board lagen opgestapeld. Inderdaad: de meeste jongens van de kustvaarder zouden niet naar de warme kachel thuis gaan. Drie kranen stonden gereed om de stapels aan boord te hijsen. Vóór het vatten van de avond was de coaster weer geladen. De volgende morgen koos de Skagerak opnieuw zee... IJs of geen ijs: navigare necesse est — varen is noodzakelijk .'
1956-08-22: NvhN 22-08-1656: In Delfzijl is op 15 augustus het duizendste schip naar zee uitgeklaard. Het was de Diannel, een kustvaarder die met een lading karton naar Londen vertrok. Het vorige jaar werd het duizendste schip op 13 augustus uitgeklaard.
1959-07-21: NvhN 21-07-1959: Jubileumreis. Het te Delfzijl thuisbehorende motorschip Diannel van de rederij J. Wiltens dat in z.g. time-charter vaart voor N.V. Boardexport (kartonexport) in Delfzijl, tussen Delfzijl en Engeland v.v. Maakte dezer dagen haar 250ste reis. De bestemming was Goole. Ter gelegenheid hiervan ontving kapitein T. Pieterman van de directie van Boardexport een aandenken. Het schip is al ongeveer vijf jaren in dienst van de Boardexport en het meet plm. 460 ton.
1960-09-22: NvhN 22-09-1960: Aanvaring op de Eems.
In de bocht van Waturn zijn vannacht omstreeks 4 uur de Delfzijlster coaster Diannel en het vissersvaartuig TM 14 met elkaar in aanvaring gekomen. De coaster was op weg naar de thuishaven en de TM 14, een garnalenkotter uit Termunterzijl, voer uit ter visvangst. Van de TM 14, dat eigendom is van de heer H. Oosterveld, werd de kop vernield. Voorts brak de mast. Het schip kon toch op eigen kracht nog de haven van Delfzijl bereiken en is doorgevaren naar een werf. De Diannel werd slechts licht beschadigd. Op het ogenblik van de aanvaring was het zicht slecht. De vissersknecht stond aan het roer, terwijl de schipper zich even ter ruste had gelegd.
1961-01-03: NvhN 03-01-1961: Diannel had aanvaring in Engeland. De 490 ton d.w. metende coaster Diannel van de rederij J. Wiltens te Delfzijl, die voor de N.V. Board-export op Goole (Eng.) vaart, heeft zware schade aan de voorsteven opgelopen. De schade ontstond enige dagen geleden, toen het schip op de Humber werd aangevaren door een Engels vissersvaartuig. Hoewel de kop van de coaster ongeveer tot aan de ankerwinch werd ingedrukt, kon de Diannel op eigen kracht de thuishaven bereiken. Daar zal bij Scheepswerf Sander de reparatie uitgevoerd worden.
Het Vrije Volk 04-01-1961: Kustvaarder aangevaren. Delfzijl (ANP) De Delfzijlse kustvaarder Diannel is op de rivier de Humber in Engeland aangevaren door een Britse tréiler. Met een zwaar beschadigde voorsteven is het kustvaartuig de haven van Delfzijl binnengelopen. De 'Diannel' is eigendom van rederij Wiltes. De kustvaarder lag voor anker toen de aanvaring plaats had.
1974-07-08: Op 08-07-1974 gestrand op het Noorderhoofd bij Westkapelle. Het met ijzer geladen schip, op weg naar Antwerpen, voer dwars door een paalhoofd heen (schade: ruim Fl. 40.000,-) en kwam onder aan de dijk vast te zitten. Sleepboot Temi IV van Fa. Dijkhuizen (Vlissingen) slaagde erin het schip bij hoog water vlot te trekken. De gebeurtenis trok duizenden kijkers.
1981-00-00: 1981-Kapitein/eigenaar is op weg naar Delfzijl nabij loodsstation 'Westereems' op de brug onwel geworden. Matroos Roelof Kuil, in bezit van een EHBO diploma, van de op station liggende loodsboot is aan boord gebracht van de 'Diannel' om medische hulp te verlenen doch het mocht niet baten. De kapitein overleed enige tijd later.
Wegens overlijden van de eigenaar is de 'Diannel' opgelegd in de Farmsumerhaven.
1984-04-06: Aankomst bij New Holland Shipyard, Beckingham, Engeland. Na augustus 1985 gesloopt.

Afbeeldingen


Omschrijving: Proefvaart
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: Proefvaart en oplevering
Gemaakt door: Foto Dijkstra, Delfzijl
Onderwerp: Proefvaart

Omschrijving: Diannel 1954
Gemaakt door: Kleyn, R. (Ruud)

Omschrijving: Diannel 1954 - 08-07-1974 gestrand op het Noorderhoofd bij Westkapelle.
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Stranding

Omschrijving: DIANNEL gestrand bij West Kapelle - 8 juli 1974
Gemaakt door: Unknown
Onderwerp: Stranding

Omschrijving: Diannel on Dukegat anchorage near the Port of Eemshaven the 6th March 1982.
Gemaakt door: Olinga, F.J. (Frits)
Onderwerp: Havenopname