Inloggen
SPES NOSTRA - ID 15494

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1859-03-28 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1859
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Schooner
Construction Data

Scheepsbouwer: Ipe Annes Hooites, Hoogezand, Groningen, Netherlands
Delivery Date: 1859-04-04
Technical Data

Gross Tonnage: 80.00 lasts
Gross Tonnage 2: 152.00 tons (oude meting)
 
Length 1: 25.40 Meters Registered
Beam: 4.88 Meters Registered
Depth: 2.76 Meters Registered
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1859
Datum agenda: 1859-03-28
Register nr: 18590214
Scheepsnaam: SPES NOSTRA
Type: Schooner
Lasten: 80
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Beukema, J.M.
Plaats: niet gemeld
Kapitein op moment van verzoek: niet vermeld
Opmerkingen: zeebrief niet vermeld

Bekijk de overige zeebrieven / Turksche passen van dit schip
Ship History Data

Date/Name Ship 1859-00-00 SPES NOSTRA
Manager: Lubbers, C.J. en medereders, Ulrum, Groningen, Netherlands
Eigenaar: Lubbers, C.J. en medereders, Ulrum, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Ulrum / Netherlands

Gezagvoerders

Datum vanaf: 1859
Kapitein: Beukema, Jacob Mennes
Overige informatie: 1818 - 1902

Algemene informatie

Noorder Rondblik Op reis met de schoener Spes Nostra

Schoenerkapitein J. M. Beukema (1818-1902) .kocht in 1858, een in aanbouw staande schoener op de werf van Ipe Annes Hooites te Hoogezand, voor de helft in rederij en voor de andere helft voor eigen rekening, onder boekhouderschap van ds. Cornelis Theodorus Lubbers te Ulrum. Het schip "werd in Groningen verder -afgebouwd en opgetuigd en kreeg de naam Spes Nostra (Onze, Hoop). Hij ;maakte er tien reizen mee, allemaal beschreven in zijn scheepsjournaal, mij toegespeeld door de heer JJ W. Zonderman, te Ulrum. Ik vertelde u over dat scheepsjournaal gisteren al (Rondblik vrijdag 13 febr.'B7). De eerste reis met de Spes Nostra begon op 1 april 1859 in 'Groningen met een lading haver voor Gloucester. Wegens het ondiepe Reitdiep werd in Groningen

slechts 70 last haver ingenomen en moest de rest in lichters naar Zoutkamp worden gebracht, om aldaar bijgeladen te worden. Op 23 april vertrok de Spes Nostra uit Zoutkamp en ankerde op de rede van Oostmahorn. In het scheepsjournaal noteerde kapitein Beukema: „Hadden drie neefs van mij als passagiers tot aan Gloucester aan boord en wel Jakob Pieters Boer van Niekerk, Pieter Dojes van Zeeburg van Noordpolder te Warffum en Menno Alberts Ritsema van Niekerk". J. P. Boer van Ikemaheerd te Niekerk heeft van deze reis een verslag gemaakt. Ook dit verslag, „Mijn reis met de Spes Nostra in 1859" is bewaard gebleven. Hij vertelt daarin dat hij op 23 april 1859 van huis is gegaan naar Zoutkamp en door een tjalkschipper naar Oostmahorn is gebracht, waar de schoener lag. Ze voeren uit met een stevige 0.Z.0.-wind, zagen bij Schiermonnikoog een schip op 't strand, als gevolg van de storm van 15 april. Nog voor ze ter hoogte van Terschelling waren deden zich de eerste zeeziekteverschijnselen al voor.

J. P. Boer schreef in zijn verslag, dat het in de nacht van 24 op 25 april hard begon te waaien. „Het schip ging zoo geweldig scheef, dat men aan stuurboordszijde de verschansing niet zien kon van water". De schoener liep averij op. Aan stuurboordzijde werd de verschansing aan stukken geslagen en het schip raakte lek. Maar de tocht werd voortgezet langs Galloper, Dover, het eiland Wight en zo verder tot uiteindelijk Gloucester. Jakob P. Boer vertelt dan over wat hij daar in de omgeving van Gloucester zag. Als boerenzoon had hij veel oog voor de „mooije graslanden en de melkkoeijen in de weide". De bemanningsleden troffen daar verschillende Groninger zeevaarders. Er werden enkele trips gemaakt in de omgeving. Zo werd een bezoek gebracht aan een voor die tijd erg modern landbouwbedrijf, een grote markthal en een imponerend winkelcentrum.

De passagiers verlieten de schoener en gingen met de trein naar Londen. Met een rijtuig lieten ze zich naar het Hollands Schippershuis J. Giltjes brengen. In de daarop volgende dagen werden allerlei bezienswaardigheden van Londen bekeken. Op 11 mei gingen ze weer op weg naar huis met de Harlinger stoomboot, de Lyon, 550 ton groot, met onder meer zon 2300 koeien en schapen als lading. Vanuit Harlingen zijn de reizigers daarop met de diligence naar Groningen vertrokken. Jakob P. Boer eindigde zijn verslag met de volgende informatie: „M. Ritsema ging naar het Blaauwe Paard en Zeeburg en ik zijn naar den logementhouder Aalfs gegaan en hebben daar des nachts geslapen. D. van Zeeburg en ik zijn toen ook nog weder naar de Grote Markt geweest, bij de Wed. Bontekoe en Ten Have, waar muziek was in de kermisdagen. pen 13e mei hebben wij wat in de stad rond gelopen en toen zijn Ritsema en ik om ZVz uur in de diligence gestapt, die van Groningen op Ulrum vertrok en des avonds op onze woonplaats te Niekerk gearriveerd."

De Spes Nostra kwam naderhand weer in Groningen aan en ging voor de tweede reis met een lading waterleiding- en gaspijpen naar Kroonstad, alwaar hout geladen werd voor Amsterdam. In het scheepsjournaal noteerde kapitein Beukema: „Den 18 november was onze kok Meindert Plaat in het hospitaal te Kroonstad, waar we hem moesten achterlaten, overleden. De man had vrouw en kinderen te Groningen en had 21/2 jaar als matroos bij bns op de Marne gevaren.".

Terwijl de Spes Nostra in Amsterdam gelost werd, ging kapitein Beukema naar huis. „De 15e september was onze boekhouder ds. Lubbers van Ulrum overleden. Mijn broeder Jan Mennes Beukema werd nu in diens plaats tot boekhouder gekozen". Op de derde reis voer de Spes Nostra met een lading suiker naar Liverno en vandaar met borax en olijfolie naar Liverpool.

De vierde reis voerde eerst naar Venezuela en vandaar naar Hamburg. Maar op 19 december konden ze vanwege het vele drijfijs op de Elbe niet verder, liepen de haven van Cuxhaven binnen en vroren daar vast. In het scheepsjournaal staat dan: „Op 23 december ging ik zelf met de omnibus van Cuxhaven over Bremerhaven, Oldenburg, Leer en Winschoten' naar huis, latende de stuurman als waker aan boord. Op 19 januari 1861 begon het dooiweer te worden. Op 22 januari vertrok ik van Leens naar Cuxhaven. 14 Februari vertrokken we van Cuxhaven en ankerden 's avonds bij Stade. Des nachts hadden we veel nieuw drijfijs op de Elbe. Het schip schudde geweldig. We hingen kettingen en hout voor de boegen en langs zijde, om het schip voor insnijding vrij te houden. De ankers hielden goed vast. .15 februari in Hamburg."

Achtereenvolgens maakte kapitein Beukema met de Spes Nostra reizen naar Buenos Aires (met aan boord vijf schapen in een hok aan dek en de herder met zijn hond), naar Rio Grande de Sol, naar Liverno, naar Arensburg aan de Golf van Riga en naar Lissabon. Citaat uit het scheepsjournaal: „Den 3 en 4 december 1863 had men aan de Nederlandse en Duitse kusten aan de Noordzee een geweldig harde storm uit het Noordwesten, waardoor vele schepen verongelukten en anderen averij verkregen. Ook aan de zeekustdijken en polders werd veel schade aangebracht en enige polders stroomden onder de zeewatervloeden. Ook wij kregen averij. De 28e december kregen wij het schip weer zeevaardig. De onkosten bedroegen tezamen f 594,05.30 december vertrokken met de wind Noord met meer schepen van Christiansand. 4 Januari 1864 losten we in Londen." De tiende reis met de Spes Nostra naar Montevideo en Buenos Aires was tevens de laatste. Het schip werd (in Antwerpen) gedeeltelijk afgetuigd, de zeilen wer: den naar de zeilmaker gebracht, de inventaris werd opgemaakt en het schip werd „in de winterslaap gelegd", met het plan om het te verkopen. De Spes Nostra is daarop verkocht aan kapitein Derk Zeef uit Eenrum, die er nog vijf jaar mee gevaren heeft. Na diens overlijden heeft zijn stuurman en broer Tonnis Zeef, die toen kapitein werd, het schip ongeveer een jaar later in de Caribische Zee verloren.

Kapitein J. M. Beukema kocht in 1865 een boerenplaats te Hornhuizen en vestigde zich aldaar als landbouwer tot 1876. Toen verkocht hij zijn boerderij en ging in Groningen wonen. Hij is in 1902 overleden.

Akten

GRONINGER ARCHIEVEN Archiefnummer Gron. 1859.1869.128.814
DVD IM.– 3031,3032 – 834,835

BIJLBRIEF

Naam schip SPES NOSTRA

Plaats en datum acte Hoogezand, 4 maart 1859

Type schip schooner

Bouwwerf/verkoper Ipe Annes Hooites, scheepsbouwer te Hoogezand

Eigenaar/aankoper C.J. Lubbers en mede-reders

Te voeren door kapt. J.M. Beukema

Grootte 152 tonnen of 80 lasten
(Meetbrief nr. 16 d.d. 3 maart 1859 afgegeven door scheepsmeter Katoen te Groningen)

Tuigage,aantal dekken

Afmetingen lang 25,40 m., breed 4,88 m., hol 2,76 m.

Kiellegging

Tewaterlating 1859

Plaats , datum registratie Groningen, 5 maart 1859

Nummer van registratie deel 23, folio 97, recto, vak 1

Notaris Burgemeester van Hoogezand

Prijs

Bijzonderheden:

Het schip is gebouwd op de werf van Hooites te Hoogezand.
Bouma-Reineking vermeldt dezelfde info.


Researcher/datum research: JDvdB / 240511




Naam SPES NOSTRA
Archiefinstelling Groninger Archieven
Jaar 1859
Toegang 883
Inventaris 2139

Bronnen


Jaar: 0000
Bron: Delpher
Omschrijving: Zie ook het Artikel in Nieuwsblad van het Noorden - 14-02-1987 - Noorder Rondblik.
Op reis met de schoener Spes Nostra.