Inloggen
VIER ZUSTERS MEIJER (DE) - ID 15197

In dienst
Onder Nederlandse Vlag tussen:1857-04-04 / 0000-00-00

Identification Data

Bouwjaar: 1857
Categorie: Cargo vessel
Voorstuwing: Sailing Vessel
Type: Schooner
Material Hull: Wood
Construction Data

Scheepsbouwer: L.H. de Wijk, Pekela, Groningen, Netherlands
Launch Date: 1856-11-11
Delivery Date: 1857-04-00
Technical Data

Gross Tonnage: 90.00 lasts
Gross Tonnage 2: 170.00 tons (oude meting)
 
Zeebrieven en Turksche passen

Record type Zeebrief
Zeebrief jaar: 1857
Datum agenda: 1857-04-04
Register nr: 18570291
Scheepsnaam: VIER ZUSTERS MEIJER (DE)
Type: Schooner
Lasten: 90
Gebouwd in binnen- of buitenland: Binnenlands
Zeebrief / Turksche pas verzocht door: Waalkens, A.
Kapitein op moment van verzoek: Potjewijd, IJ.B.
Opmerkingen: Zb

Ship History Data

Date/Name Ship 1857-04-04 VIER ZUSTERS MEIJER (DE)
Manager: A. E. Waalkens, Blijham, Groningen, Netherlands
Eigenaar: A. E. Waalkens, Blijham, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Blijham / Netherlands

Ship Events Data

1860-12-00: Vermist.

Gezagvoerders

Datum vanaf: 1857
Kapitein: Potjewijd, Yzebrand Boelo's
Overige informatie: 0

Datum vanaf: 1859
Kapitein: Krupholder, R.W.
Overige informatie: 0

Algemene informatie

BRON: Nieuwsblad van het Noorden - 14-03-1977

NOORDER RONDBLIK - Op reis met de schoener DE VIER GEZUSTERS MEIJER. (opm: deze naam moet zijn DE VIER ZUSTERS MEIJER).

Honderd en twintig jaar geleden kwam de schoener DE VIER ZUSTERS MEIJER in de vaart, zijnde „een zeeschip gevoerd wordende door IJ. B. Potjewijd". De vier gezusters waren in de jaren 1856-1857 opgroeiende meisjes, te weten Talje Meijer (huwt L.E. Evers); Asselina Meijer (huwt D. Evers); Frouwe Meijer (huwt E.H. Ebbens (Ebels) grootmoeder van oud-commissaris der koningin dr. E.H. Ebels); Jantje Meijer (huwt J.H. Meijer). In het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen wordt een stuk bewaard, dat dr. T. Potjewijd uit Winschoten heeft opgemaakt naar aanleiding van oude bescheiden, te voorschijn gekomen uit een kist, eigendom van mevrouw Waalkens-Harrison uit Blijham.
De gezagvoerder van de schoener DE VIER ZUSTERS MEIJER. IJzebrand (Boelo's) Potjewijd was geboren te Oude Pekela op 31 augustus 1828. Hij woonde met zijn gezin in Winschoten, maar vertrok in 1856 naar Oude Pekela, waarschijnlijk omdat daar een schip op de helling werd gezet, waarvan hij de gezagvoerder zou worden. Dat schip (170 ton) kwam in 1857 gereed.
Er zijn allerlei rekeningen bewaard gebleven, onder meer een kwitantie van J.L. Brederode, afgegeven aan de landgebruiker H.E. Ebels te Nieuw Beerta voor ,,het uitloodsen van het schoenerschip en verdere werkzaamheden aan boord verrigt te hebben".
Mogelijk was H.K. Ebels aandeelhouder in DE VIER ZUSTERS MEIJER, want er is een nota van een kastelein te Nieuw Beerta voor de „Heeren Reders voor vertering bij het uitbetalen van het Schip".
Potjewijd bracht het schip naar Delfzijl. De 9e mei 1857 werd aan het kantoor Delfzijl „buiten Vuur-, Ton- en Havengeld" betaald, „in ballast uitgaande naar Engeland".

De bemanning waarop de kapitein steunde, bestond uit: G.A. de Rochemont, stuurman (salaris f 40,- per maand); J. van Rigteren, matroos (f 30,- per maand); G.A. Widel, matroos (f 30,- per maand); T. Bolman, lichtmatroos (f 18,- per maand); A. Broeksma, lichtmatroos (f 18,- per maand); J. Niemeyer, lichtmatroos (f 18,- per maand).
Bolman monsterde reeds af op 14 september, enkele anderen op 27 september 1858.
De afrekening van kleine uitgaven te Delfzijl door schipper Potjewijd geeft enig inzicht in prijzen in 1857: een bode van Delfzijl naar Blijham op 10 mei: f 5,-; voor 300 turven f 1,30; twee brieven van Amsterdam f 0,20; met de grote boot door de Zijl om water te halen f 1,15.

Het schip werd verzekerd voor f 18.000,- en daar moest f 552,60 aan premie voor worden betaald over het jaar 1857.

DE VIER ZUSTERS MEIJER heeft als „maiden trip" de reis aanvaard om de Noordkaap naar Archangel. De schipper koos ligplaats in Solombola, de voorhaven. Blijkens de oude papieren gaf hij fooien voor verleende hulp bij het inklaren van het schip en voor de hulp „om aan de kaai te komen". Er is een kwitantie voor het lossen van 80 ton ballast, gedateerd 28 juni en getekend door John Kornasheff voor de ontvangst van 39 zilverenroebels.

Potjewijd heeft in Archangel wat balken gekocht „voor Lang Zij van schip", „eenige planken om een Schot te maken in Ruim". Hij heeft wittebrood gekocht, aardappelen en andere levensmiddelen en hij ging „Fier maal met de wagen naar Archangel", kosten vier zilveren roebels. Zijn staat van „Kleine uitgaafen te Archangel" geeft een totaal aan van 61 zilveren roebels, maar de proviandering vroeg bovendien nog wel 200 roebels.

Plichtsgetrouw bezocht hij het ..Koninglijk Nederlandsch Consulaat" te Archangel, waar hij de verklaring kreeg, dat hij op 17 juni was aangekomen van Delfzijl. Het document zegt verder dat Potjewijd „na de Consulaatsgelden betaald te hebben, verder verklaard heeft, dat hij thans willens is te zeilen naar Amsterdam met een lading Rogge; de Equipage volgens monsterrol: 7". De datum van dit bezoek is 6 July 1857 en de Consulaatsgeiden bedroegen: Roebel 5,8

Blijkens allerlei rekeningen is hot schip op 8 september in Amsterdam. In oktober werd naar North Shields. de voorhaven van Newcastle on Tyne gevaren en vandaar uit half november naar Italië. De eerste notities voor uitgaven bij aankomst in Napels doen vermoeden, dat hij omstreeks 1 februari 1858 daar aankwam. Enkele leden van de bemanning namen kleine bedragen op, of de kapitein belastte hen voor de frankering van hun brieven naar huis. De agent belastte de kapitein voor de kosten van een zeilmaker en een timmerman; er was hulp nodig om het anker te lichten en er was een klein bedrag nodig voor kosten die bij het ziekenhuis zijn gemaakt.
Half maart voer het schip zuidwaarts, passeerde de Straat van Messina en ging naar de binnenkant van de hiel van Italië, naar Gallipoli en van daar uit naar Gioja.
Omstreeks 6 mei begon de lange terugreis. Op 3 juni 1858 vulde kapitein Potjewijd in Gibraltar proviand aan; op 10 juli 1858 in Lissabon en op 8 september 1858 is hij dan weer in Amsterdam terug.
De 13de oktober sluiten Jan Corver en Co de rekening af. Voor Corns Dijserink en Zoon te Haarlem werd aan het adres van ,Jb Fabricius te Amsterdam afgeleverd de lading bestaande uit fusten olijfolie. Het brute gewicht was 140.549 kg. Tarra 22.775 kg. zodat schraal 118 ton olijfolie uit Zuid-Italië in Amsterdam werd aangevoerd.

Kwitantie van J.L. Brederode, afgegeven aan de landgebruiker H.E. Ebels te Nieuw Beerta voor het uitloodsen van „het schoenerschip DE VIER ZUSTERS MEIJER (gezagvoerder Potjewijd)".

De schoenerbrik „Aeolus'' van kapitein H. M. Kemper uit Sappemeer, op een schilderij in het Noordelijk Scheepvaartmuseum, is vergelijkbaar met DE VIER ZUSTERS MEIJER van kapitein IJzebrand Potjewijd.

Bronnen


Jaar: 0000
Bron: Book
Omschrijving: Kroniek van Pekela door D. Kuil(Bron: Kroniek van Pekela door D. Kuil)
11.11.1856 schoener ‘Vier Zusters Meijer’, 160 ton groot, tewater van werf L.H. de Wijk te O.P., gebouwd voor een rederij merendeels bestaande uit de gegoedste landbouwers van het Oldambt, kapt Potjewijd, en boekhouder en mede-reder A.E. Waalkens uit Blijham