1849
NRC 141149
Delfzijl, 10 november. Gearriveerd GEERTRUIDA, H.J. Bakker van Pruisenpolder naar Braband.
1850
NRC 280650
Vlie, 24 juni. Binnengekomen GEERTRUIDA, H.J. Bakker van Hamburg.
NRC 171050
Cargalijst Dordrecht. GEERTRUIDA, H.J. Bakker van Uetersen met 600 tonnetjes raapzaad en 30 matten.
1851
GRC 140151
In naam des Koning. Op vrijdag de 24sten januari 1800 eenenvijftig morgens te half tien, zal, ten verzoeke van Jelle J. van Dijken, veeneigenaar en landbouwer te Westerbroek, voor wien ten dezen domicilie is gekozen ten huize van Mr. Antonius Modderman, Procureur, te Groningen, die als zodanig voor de executant occupeert ter terechtzitting van de Arrondissements-Rechsbank, zitting houdende te Groningen, in de Oude Bogestraat, en ten laste van Harm Jans Bakker, schipper wonende aan boord van zijn schip, uit eener in executorialen vorm uitgegevene grosse van akte van schuldbekentenis, beleden voor Mr. W. Laman Trip, notaris te Groningen, en getuigen, derde maart 1800 achtenveertig, behoorlijk geregistreert. Openlijk verkocht en aan de meestbiedende of hoogst mijnende worden toegewezen: Een overdekt tjalkschip, thans genoemd GEERTRUIDA, vroeger de VROUW EIBELTJE, in de Nederlanden te huis behoorende, in eigendom toebehoorende aan- en als schipper bevaren wordt door Harm Jans Bakker, bovengenoemd , liggende thans te Groningen, in het Damsterdiep , lang 12 el, wijd 3 ellen, 4 palmen, 2 duimen, hol 1 el, 7 palmen, 5 duimen, en overzulks geijkt op 71 tonnen; met de daarbij gearresteerde opgoederen, Gearresteerd bij proces-verbaal van de 8ste december 1850, daarvan door de deurwaarder P. Hekke wonende te Groningen, opgemaakt, behoorlijk geregistreert en overgeschreven de 10de december 1850, in het register der Schepen en Vaartuigen, deel 7, nommer 815, folio en volgende, dagregister deel 3, no. 94, bij de bewaarder Upmeijer; wordende deze executie vervolgd tot betaling 1) eener som van tweeduizend Gulden, zijnde kapitaal, ten gevolge bovengenoemde notariële akte het recht van privilegie over het zelve schip en ten laste van boven genoemde H.J. Bakker uitstaande; 2) eener som honderd Gulden, zijnde de rente van voorschreven kapitaal verschenen geweest en vorderbaar geworden de 1ste november 1800 vijftig, een en ander onverminderd de lopende renten en verder verschuldigde rechten, actiën kosten en verschotten van executie. Gemeld tjalkschip en toebehoren wordt door de executant ingezet voor de som van f 100,= Mr. A. Modderman, Procureur.
>