1847
Op 24 maart 1847 werd de eerste zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door J.E. Karst, Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
NRC 150447
Amsterdam, 14 april. De schepen LAMBERTA (opm: de kof LAMBERTHA) , kapt. Karst, EMELIE, kapt. Heikema alsmede de beurtman van Groningen op hier, zijn volgens brief van Groningen van de 12e dezer, het eerste op het Noordwester Rak, en de twee laatsten bij de Stoepen, gestrand.
NRC 220447
Amsterdam, 21 april. De schepen LAMBERTA (opm: de kof LAMBERTHA), kapt. Karst, en EMELIE, kapt. Heikema, op het Noord-Westerrak en op de Stoepen gestrand, zijn, volgens brief van de Zoltkamp van de 19e dezer, weder in vlot water gebracht.
1849
Op 22 mei 1849 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door J.E Karst, Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
NRC 191149
Oostmahorn, 9 november. Het schip LAMBERTHA, kapt. Karst, van Dantzig naar Amsterdam, is alhier met overgeworpen lading binnengelopen.
(opm: de lading was overgegaan, niet geworpen).
1851
NRC 311051
Cuxhaven, 28 oktober. Heden arriveerde alhier met gebroken bezaansmast het Nederlandse kofschip LAMBERTHA, kapt. Carst (opm. kapt. J.E. Karst), van Bremen naar Horsens bestemd. Overigens alles wel.
NRC 051251
Holtenau, 1 december. Heden arriveerden in onze haven om te overwinteren de schepen MORGENSTER, kapt. Drent, ANNA MARIA, kapt. Swiers, en LAMBERTHA, kapt. Karst, de beide eersten komende van Koningsbergen (opm: Kaliningrad) en de laatste van Assens.
1852
Op 2 juni 1852 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door J.E. Karst, Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
NRC 101252
Holtenau, 6 december. De schepen LAMBERTHA, kapt. Karst uit Schiermonnikoog, en HENDRIK PIETER, kapt. Vil, beiden van Amsterdam met stukgoederen naar St. Petersburg bestemd, zijn, na de Sont gepasseerd en bereids tot Dagö (opm: Hiiumaa eilanden, 75 mijl zuidwest van Tallinn !) geavanceerd te zijn, door het vele ijs genoodzaakt geworden terug te keren en de 3e alhier binnen te lopen. Eerstgenoemde bodem heeft schade aan zeilen en tuigage bekomen en één man der equipage verloren; het schip zelf echter heeft niet geleden en de kapitein denkt dat de lading onbeschadigd zal wezen. Het schip zal alhier overwinteren.
1853
GRC 130553
Holtenau, 6 mei. De schepen HENDRIK PIETER, kapt. Vil, en LAMBERTHA, kapt. Karst, die hier hebben overwinterd, zetten heden morgen hunne reis naar Petersburg voort.
(opm: Kapiteins Hendrk Douwes Vil en Jan Eisses Karst, beide van Schiermonnikoog. De twee schepen hebben 5 maanden(!) overwinterd te Holtenau.)
1854
NRC 170154
Aberdeen, 12 januari. Laatstleden dinsdag, de 10e januari, is ongeveer 6 mijlen ten noorden van deze haven aan strand gedreven een verlaten Nederlands vaartuig. Naar men veronderstelt, moet het de LAMBERT (opm: de kof LAMBERTHA), thuishaven Schiermonnikoog), kapt. J.E. Karst, zijn, daar een gedeelte van het logboek van dat schip aan strand is gekomen. Ook heeft men nog brieven gevonden, geadresseerd aan D. Plug en D.J. Plug, en enige klompen. Het schip is in diep water gezonken.
(onjuist, zie GRC 200154)
GRC 200154
Volgens brief van Aberdeen van den 12 januari, was den 10 dito in de gronden van Belhelvie, 6 mijlen ten noorden van Aberdeen, een Hollands schip zonder volk gestrand en in diep water gezonken; een gedeelte van het journaal van het schip LAMBERTHA, kapt. J.E. Karst, enige brieven gericht aan D. Plug en D.J. Plug, benevens enige klompen, waren op het strand gevonden. (Het schip LAMBERTHA, kapt. J.E. Karst, is den eersten November van Petersburg te Amsterdam aangekomen en aldaar nog liggende.)
Op 1 juni 1854 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door J.E. Karst, Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
1856
Op 23 augustus 1856 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door J.E. Karst, Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
1857
NRC 310757
Kopenhagen, 26 juli. De kof LOUWIEKA SUSANNA (opm: vermoedelijk LOUISE SUSANNA, zie NRC 060857 en 070857), kapt. Krook, van Stolpmünde (opm: Ustka) naar Termunterzijl bestemd, is op de hoogte van Bornholm in zinkende toestand verlaten. De equipage is door het Nederlandse kofschip LAMBERTA (opm: de kof LAMBERTHA), kapt. Kars (opm: J.E. Karst), opgenomen en alhier behouden geland.
1858
RC 050758
In lading liggende schepen te Rotterdam.
Naar St. Petersburg, het Nederlands kofschip LAMBERTHA, kapitein J.E. Karst.
Adres bij Kuyper, van Dam en Smeer.
1860
Op 24 mei 1860 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door J.E- Karst, Schiermonnikoog, voor zichzelf als kapitein.
AH 310760
Carga lijsten Amsterdam.;
Van Dantzig (opm: Gdansk), de LAMBERTHA, kapt. Karst: 3683 sch. Rogge, 80 z. erwten, order.
1861
Op 8 maart 1861 werd de zeebrief van de LAMBERTHA, kapt. J.E. Karst, zonder vermelding van reden, door de Ontvanger der Inkomende- en Uitgaande Regten en Accijnzen te Rotterdam naar de Staatsraad te Den Haag geretourneerd, waarop 11 maart 1861 royement volgde.
De reden voor het terug sturen van de zeebrief bleek verkoop van de LAMBERTHA en verandering van kapitein.
Op 18 maart 1861 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door I.A. Hooites, Hoogezand, voor H.T. Hitman als kapitein.
NRC 040461
Zeilklaar. Rotterdam 2 april. LAMBERTHA, kapt. Hitman, naar Dantzig.
1862
AH 171162
Binnengekomen. Elseneur, 11 november. LAMBERTHA, kapt. Hitman, Petersburg naar Leith.
1863
Op 8 juni 1863 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door I.A. Hooites, Hoogezand, voor H.T. Hitman als kapitein.
NRC 021163
Binnengekomen. Vlie, 29 oktober. LAMBERTHA, kapt. Hitman, van Noorwegen.
1864
RC 041164
Aangekomen. Vlie, 1 november. LAMBERTHA, kapt. Hitman, van St. Petersburg.
1865
RC 130465
Vertrokken. Oostmahorn, 10 april. LAMBERTHA, kapt. Hitman, naar Exeter.
Op 8 december 1865 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door I.A. Hooites, Hoogezand, voor H.T. Hitman als kapitein.
1866
NRC 020666
Advertentie. Schepen in lading te Rotterdam:
- Naar St. Petersburg. De Ned. kof LAMBERTHA, kapt. H.T. Hitman.
Adres: Kuyper, Van Dam & Smeer.
1867
AH 071267
Binnengekomen. Harlingen, 4 december. LAMBERTHA, kapt. Hitman, van Londen.
1868
Op 23 januari 1868 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de LAMBERTHA, aangevraagd door I.A. Hooites, Hoogezand, voor H.T. Hitman als kapitein.
PGC 261168
Elseneur, 21 november. Gisteren zijn de volgende schepen, waarvan enige hier meerdere dagen wegens tegenwind ter rede hebben gelegen, met zuidwestelijke wind naar de Noordzee onder zeil gegaan, om hun reizen voort te zetten: MERCURIUS, kapt. Both; ARGO, kapt. Alta; JOHANNA, kapt. Wilmink; en heden: JOHANNA, kapt Oldenburger; ANNAGIENA ELSINA, kapt. Kuiper; ZEEPLOEG, kapt. Luder; UNIE, kapt. Parrel; CHRISTINA, kapt. Staal; ALIDA, kapt. Sprik; JANSJEN, kapt. Meijer; ALIDA, kapt. v.d. Veen; AALTJE MAATHUIS, kapt. De Vries; SECUNDUS, kapt. De Graaf; LUDEWIENA, kapt. Blaauw; DOMINA GEERTIENA, kapt. Wolters; TWEE GEBROEDERS, kapt. Hitman; LAMBERTHA, kapt. Hitman; FENNA, kapt. Coerkamp; JACOBA CORNELIA, kapt. Fokkes; ALBERDINA, kapt. Lever; ANTJE, kapt. Scholtens; JACOB EN WILLEM, kapt. Meeter; JANTJE WILKENS, kapt. Stuit; CHARLOTTE, kapt. Bakker; WINSUM EN OBERGUM, kapt. Kladder; MARIA SINNIGE, kapt. Timmer; CLASINA, kapt. Dik; ANNACHIENA, kapt. Jonker; CHRISTINA, kapt. Kamminga; JANTINA CHRISTINA, kapt. Bekkering; MARGARETHA ARENDINA, kapt. De Jonge; ANNA, kapt. Kamminga; ANNA MARGARETHA, kapt. Hoeksema; ELISABETH, kapt. Steffens; ZEEHOND, kapt. Fenenga; DRIE GEBROEDERS, kapt. Fenenga; HARMANNA, kapt. Veling; GRIETJE, kapt. Lukkien; FROUWINA, kapt. Noteboom; AURORA, kapt. Smit; JONGE JACOB, kapt. Hernam; en een schip met de nummervlag 85, uit Oude Pekela.
1869
NRC 180169
Vlie, 14 januari. Binnengekomen de LAMBERTHA, kapt. Hitman, van Londen.
Op 6 maart 1869 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de ANJE MUNNING, aangevraagd door M.F. Munning, Wildervank, voor zichzelf als kapitein. (ex LAMBERTHA, eigenaar I.A. Hooites, kapt. H.T. Hitman.)
NRC 170469
Aangekomen. Arenddal, 6 april. ANJE MUNNING, Munning, van Harlingen.
1870
AH 251170
Binnengekomen. Hamburg, 22 november. ANJE MUNNING, Munning, van Londen.
1871
AH 141171
Binnengekomen. Emden, 9 november. ANJE MUNNING, Munning, van Arendal.
1872
Op 21 juni 1872 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de ANJE MUNNING, aangevraagd door M.F. Munning, Wildervank, voor zichzelf als kapitein.
AH 251072
Binnengekomen. Vlie, 23 oktober. ANJE MUNNING, Munning, van Moss.
1873
AH 210673
Zeilklaar. Londen, 18 juni. ANJE MUNNING, Munning, naar Koningsbergen.
1874
AH 281174
Binnengekomen. Kopenhagen, 24 november. ANJE MUNNING, Munning, van Riga.
1875
AH 111175
Binnengekomen. Pillau, 8 november. ANJE MUNNING, Munning, van Fraserburgh.
1876
AH 170176
Koningsbergen, 12 januari. Alhier overwinteren de volgende Nederlandse schepen: BURGEMEESTER VAN SETTEN, kapt. Braam; ESPERANCE, kapt. Beekman; NICOLA VAN BAARLE, kapt. Nijman; TWEE GEBROEDERS, kapt. Hesseling; GEERTINA BERENDINA, kapt. Dijkstra en ANJE MUNNING, kapt, Munning.
1877
NRC 090177
Verkochte schepen:
Te Wildervank op donderdag 4 januari: het kofschip ANJE MUNNING, groot 104 ton, gebouwd in 1847, NLG 1.800,-. Opgehouden.
Op 16 april 1877 werd een nieuwe zeebrief verstrekt voor de ANJE MUNNING, aangevraagd door M.F. Munning, Wildervank, voor zichzelf als kapitein.
AH 271277
Scheepstijdingen. Delfzijl, 24 december. Het Nederlands schip ANJE MUNNING, kapt. Munning, van Termunterzijl naar Firth of Forth, is nabij het Dockegat (Eems) gezonken; equipage gered.
1878
AH 030578
Delfzijl, 29 april. Schipper v.d. Berg, voerende de AUKELIN, gisteren alhier van het Pilsumerwad aangekomen, rapporteert dat de Pruisische regeringsstoomboot alle mogelijke moeite had aangewend om het in het voorgaande najaar op de Eems, nabij het Doekegat gezonken kofschip ANTJE MUNNING (kof ANJE MUNNING ex LAMBERTHA, bouwjaar 1847), kapt. Munning, van Termunterzijl naar Engeland bestemd, voor de scheepvaart onschadelijk te maken. Herhaalde proeven wendde de bemanning aan, doch tot heden zag zij haar onvermoeide pogingen met geen gunstige uitslag bekroond. ’t Is wel een bewijs van energie der Pruisische regering, dat zij zich steeds tot taak stelt alle belemmeringen voor de scheepvaart uit de weg te ruimen.