1842
Op 7 februari 1842 wordt de tjalk, Geerdina, lang 19 ellen 40 duimen, wijd 3 ellen 51 duimen, hol één el 77 duimen, 53 ton, meetbrief 19 jan. 1842, gebouwd in 1833 door Klaas Jans Mulder te Sappemeer; op 7 febr. 1842 verkoopt Jan Jacobs Spelde, zonder beroep, wonende te Groningen, dit schip voor f. 900,-- aan Jouke Klaassens Mandema, schipper, wonende te Farmsum, die de naam van het schip wijzigt in: GEERTJE.
Het schip is dus een binnenvaarder geweest.
GRC 290442
Hamburg, 20 april. Uitgezeild GEERTJE, Mandema naar de Weser
GRC 020842
Tonningen, 19 juli. Gepasseerd GEERTJE, Mandema van Danzig naar Bremen.
PGC 291142
De schepen GESINA JANTINA, kapt. De Jonge, van St. Petersburg naar Nantes, DE HOOP, kapt. Panjer, van Danzig naar Rouen, GEERTJE, kapt. Mandema, van Stralsund en de VROUW BARBARA, kapt. Jonker, van Stettin, beide naar Amsterdam, ANNA JANTINA, kapt. Kramer, van Stralsund naar Antwerpen, BERENDINA, kapt. Rasker, van Odense naar Groningen en ONDERNEMING, kapt. Gort, van Bremen naar Kopenhagen, zijn de 18e november te Cuxhaven binnengelopen.
AH 131242
Scheepstijdingen. De schepen DE VROUW GEERTJE, kapt. Mandema, van Stralsund naar Rotterdam en REGINA, kapt. Koop, van Dantzig naar Amsterdam, zijn volgens brief van Delfzijl dd. 8 dec. aldaar binnengelopen, het eerste lek, met gebroken roer enz., moet lossen en het tweede mede lek en met slagzijde.
PGC 131242
Te Delfzijl gearriveerd de 8e december, TEKLA, kapt. Meinders, van Dedern; VROUW GEERTJE, kapt. Mandema, van de Oostzee naar Amsterdam, lek schip, moet lossen om te repareren; REGINA, kapt. Koop, van Danzig naar Amsterdam, met slagzij, lek schip en onklare pompen
1843
RC 150443
Rotterdam, 14 april. Het schip (opm: tjalk) GEERTJE, kapt. J.K. Mandema, van Straalsund naar Rotterdam, te Delfzyl binnen, was de 10e dezer van de geleden schade hersteld en gereed om de reis voort te zetten.
AH 050543
Het schip (opm: tjalk, bouwjaar 1833) GEERTJE, kapt. J.K. Mandema, van Koningsbergen naar Rotterdam, laatst van Delfzijl, is 30 april in het Amelander gat gestrand, doch het volk gered en de lading geborgen (opm: zie PGC 190543).
PGC 190543
Aangaande het schip DE VROUWE GEERTJE. kapt. Mandema, van Straalsund naar Rotterdam op Ameland gestrand, wordt van daar de 6 mei gemeld dat de lading tarwe en gerst hoofdzakelijk, doch een derde beschadigd, geborgen was, zo mede de tuigage; het schip zou weg zijn, zijnde in het midden gebroken. (opm: tjalk GEERTJE, zie AH 050543)
LC 260543
Advertentie. De notaris Goslings, te Harlingen, zal, op woensdag den 31 mei 1843, des middags ten 12 ure, in de Korenbeurs bij de weduwe Gebel aldaar, in het openbaar tegen contante betaling, verkopen: Plus minus 20 lasten garst en 11 lasten tarwe, afkomstig uit het, op Ameland gestrande schip GEERTJE, kapitein Mandema (opm: zie AH 050543).
Alles des voormiddag van den dag van verkoop, van 9 tot 11 ure te bezichtigen, in het Pakhuis wijk A, no. 23, aan de Noorderhaven te Harlingen.