Familiegegevens en opleiding
Jacon Leendertsz Zuiderduin werd geboren te Katwijk op 18 juli 1798 als zoon van Leendert Jacobsz Zuyderduyn en Liesbeth Guyt.
Hij trouwde te Katwijk met Jannetje van Delft.
Hij overleed na 1862 maar een exacte datum en plaats is niet vermeld.054-191
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.Zuiderduin werd met vlagnummer 434 per 11 september 1838 ingeschreven als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege | Zeemanshoop” op voordracht van K.Hoek. Als zijn schip is genoemd de “Aurora”. Toegevoegd is “overleden”. Ten tijde van de inschrijving waren kapitein Zuidema en zijn vrouw beiden 40 jaar. Ingeschreven staan tevens drie zonen, geboren in 1828, 1831 en 1836, en een dochter uit 1823.002a
In de Algemene Vergadeingen van Zeemanshoop van 02/11 september 1838 werd als effectief lid voorgedragen/benoemd Jacob Zuiderduin, oud 40 jaar, voerend de brik “Aurora”, wonend in de Groote Oosterburgerstraat te Amsterdam op voordracht van kapitein Krijn Hoek. Zij vlagnummer was 434.023
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 26 maart 1840 staat de mededeling dat aan bemanningsleden van de “Aurora” onder kapitein J.Zuiderduin een maand gage is toegekend wegens schipbreuk.042
In de notulen van de Bestuursvergadering dd 25 juni 1840 wordt aan kapitein J.Zuiderduin een gratificatie van f 70,- uitgekeerd wegens het verlies van zijn schip op Bermuda.042.
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 08 oktober 1861 staat een verzoek om onderstand van kapitein Jb Zuiderduin. Dit verzoek werd afgewezen. Het verzoek werd herhaald op 17 december 1861 en 28 januari 1862, maar in beide gevallen weer afgewezen met verwijzing naar artikel 86 van het Reglement (dit artikel verwijst naar bepaalde financiële verplichtingen die kennelijk niet zijn nagekomen.)
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van het College “Zeemanshoop”te Amsterdam
vlag jaren type scheepsnaam reder/boekhouder
434 1838-1839 brik Aurora H.J.Rahé & Co, Amsterdam
1840-1850 sch.kof Emilie Sophie idem
1851 sch.kof Anna Maria idem
1852 sch.kof Anna Maria geen opgave
1853 sch.kof Anna Maria Hedeman, Timmer & Co, Amsterdam
165 1854 sch.kof Anna Maria idem
1855-1860 schoener Clara Wilhelmina Schrijver & van Rossem
1861-1868 geen vermelding van schip en boekhouder
Hij wordt vermeld in 1858 als gezagvoerder van de schoener “Clara Wilhelmina”en in 1854 op de kof “Anna Maria” van de rederij Rimmer & Co.054-191
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093
kapitein scheepsnaam vertrek terugkomst
J.Zuiderduin Clara Wilhelmina 02 juni 1858 19 augustus 1861
idem 14 oktober 1861 08 maart 1862
idem 01 mei 1862 26 februari 1863
Bouma025 vermeldt J.Zuiderduin als gezagvoerder gedurende:
* 1838 t/m 1840 op de brik “Aurora”, gebouwd in 1801, 220 ton o.m., varend voor H.J.Rahé te Amsterdam. Het schip is in 1840 verongelukt op de Bermuda’s;
* 1841 t/m 1851 op de schoenerkof “Emilie Sophie”, gebouwd in 1841 te Harlingen, 175 ton o.m., varend voor H.J.Rahé & Co te Amsterdam. Het schip werd in 1852 verkocht aan Hedeman Timmer & Co te Amsterdam en herdoopt tot “Anna Maria”, wederom onder gezag van J.Zuiderduin;
* 1852 t/m 1856 op de schoenerkof “Anna Maria”, ex Emilie Sophie, gebouwd in 1841 te Harlingen, 180 ton o.m., varend voor Hederman, Timme & Co te Amsterdam. Het schip werd in 1856 verkocht aan Zeilmaker & Co te Harlingen en herdoopt in “Jonge Rieka”;
* 1856 t/m 1864 op de 2-mastschoener “Clara Wilhelmina”, gebouwd in 1856 te Groningen, 169 ton o.m., varend voor Schrijver & van Rossem te Amsterdam. Het schip werd in 1864 verkocht aan W.J.Langeveld te Amsterdam en herdoopt in “Lida”.
Het Archief van de Amsterdamse Waterrschout,in het Stadsarchief bevat een monsterrol dd 06 september 1838 , nop naam van Jacob Zuiderduin, gezagvoerder van de brik “Aurora”, bestemming Havana, boekhouder H.J.Rahee & Comp., 9 bemanningsledden i.c. stuurma, onderstuurman/bootsman, timmerman, kok, 3 matrozen, ligtmatroos en een kajuitwachter.
Overige bijzonderheden
Algemeen Handelsblad 28 februari 1859
“Het schip Clara Wilhelmina, Kapt. Zuiderduin van Hamburg naar Rio de la Plata vertrokken, is 23 dezer met schade, wegens aanzeiling, in eerrstgenoemde haven teruggekomen.”
Familiegegevens en opleiding
Jan was gehuwd met Mijntje Jongkind, geboren 14 mei 1821. Ten tijde van de inschrijving bij het Zeemanscollege te Harlingen in 1851 had het echtpaar 5 kinderen: Pieter (30 september 1841), Cornelis (20 februari 1843), Grietje (19 mei 1845), Jantje (16 augustus 1847) en Jan (10 juni 1849).
Informatie van oud-notaris C.F.L.Klein te Leeuwarden via de heer S. ten Hoeve, Fries Scheepvaartmuseum te Sneek, dd 23 augustus 2003:
Jan Klein werd geboren te Vlieland op 11 januari 1812. Hij was gezagvoerder. Hij trouwde met Nientje Jongkind, geboren op 14 mei 1821 te Vlieland, zonder beroep. Het echtpaar kreeg een zoon Cornelis, geboren te Vlieland op 18 of 20 februari 1843, eveneens scheepskapitein (zie aldaar)
* Volgens geboorteacte nr. 02 te Vlieland werd aldaar op 11 januari 1812 geboren/aangegeven Jan Klein, zoon van Pieter Klein en Grietje Meiloms Molenaar.
* Hij huwde volgens acte nr. 04 te Vlieland op 24 december 1840 met Mientje Jongkind.
* Mientje Jongkind werd volgens acte 02 op 14 mei 1821 te Vlieland geboren/aangegeven als dochter van Cornelis Jongkind en Jantje Duinmayer.
* Het echtpaar kreeg (tenminste) 7 kinderen en wel;
te Amsterdam:
Pieter (30 septmber 1841).
te Vlieland:
Cornelis (20 februari 1843). Toegevoegd is “wonende te Amsterdam”. Kennelijk is Mientje Jongkind te Vlieland (bij haar familie?) bevallen, wellicht tijdens afwezigheid van vader Jan.
te Harlingen:
Grietje (19 mei 1845); Jantje (16 augustus 1847); Jan (10 juni 1849); Rika (10 maart 1852) en Gerrit (23 juli 1854). Bij deze aangiften is sprake van vader Jan Pieters Klein en moeder Meyntje Jongkind.
* Volgens blad nr. 40 overleed Meyntje Jongkind te Harlingen op 26 augustus 1854 op de leeftijd van 33 jaar. Het overlijden werd aangegeven op 28 augustus 1854. Meyntjeoverleed dus kort na en wellicht vanwege de geboorte van zoontje Gerrit.
* Jan Pieters Klein huwde voor de 2e maal op 05 maart 1857 te Harlingen met Neeltje Jongkind, een zuster van zijn eerste vrouw (acte nr. 11).
* Neeltje Jongkind werd geboren/aangegeven te Vlieland op 29 april 1819 als dochter van Cornelis Jongkind en Jantje Duinmaier (acte nr. 08).
* Dit echtpaar kreeg (minstens) twee kinderen geboren te Harlingen en wel Meintje (21 oktober 1857) en Jan (07 augustus 1859).
* Neeltje Jongkind overleed te Harlingen op 14 juni 1876 op de leeftijd van 57 jaar. Aangifte op 15 juni 1876.
* Ik heb in de overlijdensgegevens uit Friesland geen Jan Pieters Klein kunnen terugvinden. Daaruit zou je moeten concluderen dat hij buiten Friesland is overleden.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
Jan Klein werd op 01 juli 1851 met vlagnummer 26 ingeschreven als lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Zijn schip was de "Eendragt", boekhouders Harmens & Zn te Harlingen. De contributie werd voldaan door de boekhouders.
Toegevoegd is "In 1877 aan zijn zoon Pieter Klein het Nummer 26 gegeven en J.Klein No 44 gegeven"028-fol.026
Behalve zoon Pieter werd ook zoon Cornelis gezagvoerder en lid van "Zeemansvoorzorg" met nummer 74.
Jan Klein was van 1851-1876 met vlagnummer 26 en van 1877-1881 met vlagnummer 44 lid van het Harlinger zeemanscollege "Zeemansvoorzorg". Tevens was hij van 1864-1878 commissaris/bestuurslid van het College035.
Hij was van 1857 t/m 1877 met vlagnummer 242 effectief lid van de Veendammer zeemanscollege “Maatschappij tot Nut der Zeevaart”
J.Klein (adres Canne & Balwé) werd per 07 mei 1844 met vlagnummer 677 en op voordracht van J.L.Mulder ingeschreven als effectief lid van het Amsterdams zeemanscollege "Zeemanshoop". Ten tijde van de inschrijving was zijn schip de "Antje"002.
In de Algemene Vergaderingen van 30 april/07 mei 1844 van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop werd als effectief lid voorgesteld/aangenomen Jan Klein, oud 32 jaar, voerend de schoner “Antje”, wonende te Harlingen, adres bij Canne Balwé te Amsterdam op voordracht van J.L.Mulder.023.
Hij was van 1844 t/m 1877 met de vlagnummers 677 en 312 effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege “Zeemanshoop”
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 30 september 1875 bericht kapitein Jan Klein van de kof “Jonge Rieka” ziek thuis te zijn gekomen van zijn reis.042
In de notulen van de Bestuursvergadering op 30 november 1876 vraagt kapitein Jan Klein om een uitkering wegens het bereiken van de leeftijd van 64 jaar. Op 28 december 1876 wordt hem dit geweigerd “tenzij hij bewijze dat ziekte is onstaan op de reis voor welke hij deelnam.”. Op 25 januari 1877 brengt hij een bewijs in, maar op 22 februari 1877 wordt zijn verzoek alsnog afgewezen. Op 31 mei 1877 vraagt hij een gratificatie, maar het Bestuur onderzoekt eerst zijn behoeftigheid. Op 28 juni 1877 wordt hem een gratificatie van f 25,- toegekend..042
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 09 januari 1877 staat vermeld: “Aanvrage van kaptn Jan Klein om regt op uitkeering hetgeen hem is geweigerd, mits overgelegd worde certificaat dat hij op de reis ziek is geworden.” Op 20 maart 1877 is een hernieuwde aanvrage om onderstand afgewezen. Per 24 juli 1877 wordt hem een gratificatie toegekend van f 25,-.023.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
677 1844 schoner Antje Harmens & Zn, Harlingen
1845 kof Baudina idem
1846 schoner Antje idem
1847-1853 kof Eendragt idem
312 1854-1858 kof Eendragt idem
1859 kof De Jonge Rika geen opgave
1860-1876 galjoot De Jonge Rika Zeilmaker & Co, Harlingen
1877 geen vermelding van schip en boekhouder
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093:
Jan Klein Jonge Rieka 21 februari 1860 16 november 1860
Jonge Rieka 24 maart 1861 25 juli 1861
Jonge Rieka 12 augustus 1861 11 september 1861
Jonge Rieka 26 september 1861 26 oktober 1861
Jonge Rieka 03 december 1861 10 juli 1862
Jonge Rieka 20 augustus 1862 09 december 1862
Jonge Rieka 21 maart 1864 03 december 1865
Jonge Rieka geen melding 29 oktober 1866
Jonge Rieka 10 maart 1868 11 juli 1868
Jonge Rieka 26 juli 1868 10 november 1868
Bouma025 en van Sluijs013 vermeldden J.Klein als gezagvoerder gedurende:
* 1843 t/m 1848 van de 2/msch. “Antje”, gebouwd in 1824 te Engeland, 106 ton o.m., varend voor Harmens & Zn te Harlingen (Bouma). Van Sluijs zegt van 1841 t/m 1848 en van 1853 t/m 1854, beide keren varend voor Harmens & Zn te Harlingen;
* 1845 van de kof “Baudina”, gebouwd in 1843 te Sappemeer, 87 ton o.m., varend voor Harmens & Zn te Harlingen (Bouma);
Bouma spreekt van J.& A.Klein als gezagvoerder(s?). Uit de gegevens uit de Amsterdamsche Almanak voor Koophandel en Zeevaart001 blijkt dat J.Klein het gezagvoerderschap op de “Antje” voor korte tijd heeft onderbroken voor dat op de “Baudina”. Wellicht bedoelt Bouma, dat in 1845 zowel een J. als een A.Klein gezagvoerder op het schip is geweest. Een A.Klein heb ik in mijn bestand als gezagvoerder in 1841 van de kof “Emanuel”, die 1 maal in Harlingen werd geregistreerd, komend van Danzig en waarvan Bouma geen verdere gegevens omtrent bouw, eigenaar en thuishaven geeft.
* 1848 t/m 1854 van de kof “Eendragt”, gebouwd in 1834 te Pekela, 139 ton o.m., varend voor Harmens & Zn te Harlingen (Bouma);
* 1854 van de sch.kof “Aurora”, gebouwd in 1853 te Pekela, 136 ton o.m., varend voor Harmens & Zn te Harlingen (van Sluijs. Bouma vermeldt geen sch.kof “Aurora” gebouwd in 1853);
* 1858 t/m 1877 van de galjoot “Jonge Rika”, ex Anna Maria, ex Emile Sophia, gebouwd in 1841 te Harlingen, 180 ton o.m., varend voor Zeilmaker & Co te Harlingen. Na aanzeiling Ystad binnengebracht en afgekeurd (Bouma. Van Sluijs noemt als vaarperiode op dit schip 1856 t/m 1877).
Overige bijzonderheden
Harlinger Courant dd 05 december 1874, Scheepstijdingen.
Binnengekomen:
“Harlingen 3 Dec. de Jonge Rika, J.Klein, Memel.”