1870
AH 080970
Bolderaa, 1 september. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Franeker.
AH 191270
Oostmahorn, 11 december. Binnengekomen DEPOSITUM, Speelman van Altona.
1871
PGC 160171
In 1870 kwamen te Altona 862 zeeschepen binnen, waarvan 16 onder Nederlandsche vlag; 27 schepen kwamen van Nederland. Daar overwintert de tjalk DEPOSITUM, kapt. Speelman.
AH 020371
Hamburg, 27 februari. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Altona.
DT 231171
Vlie, 21 november. Binnengekomen DEPOSITUM, A. Speelman van Bremen.
1872
OHC 070272
Zoutkamp, 2 februari. Uitgezeild DEPOSITUM, Speelman naar Londen.
AH 041272
Bremerhaven, 1 december. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Hamburg.
1873
AH 280373
Bremerhaven, 25 maart. Uitgezeild DEPOSITUM, Speelman naar Koningsbergen.
NRC 161073
Tonningen, 11 oktober. Wegens storm liggen alhier ter rede de navolgende Nederlandse schepen: PETRONELLA, kapt. De Vries, DEPOSITUM, kapt. Speelman, JONGE FREDERIK, kapt. Top en AALTJE TIJZEN, kapt. Wagenmaker.
NRC 291173
Cuxhaven, 26 november. Het Nederlandse schip (opm: koftjalk) DEPOSITUM, kapt. Speelman, van Groningen naar Newcastle, is alhier in de haven gekomen.
1874
WIN 070274
Hamburg, 4 februari. Uitgezeild DEPOSITUM, Speelman naar Memel.
WIN 281174
Bremerhaven, 22 november. Vertrokken DEPOSITUM, Speelman naar Amsterdam.
1875
AH 280375
Oostmahorn, 25 maart. Uitgezeild DEPOSITUM, Speelman naar Wismar.
OHC 181175
Oostmahorn, 15 november. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Weener.
1876
DT 280376
Vlie, 24 maart. Uitgezeild DEPOSITUM, H.R. Speelman naar Flensburg.
AH 271176
Delfzijl, 25 november. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Hamburg.
1877
AH 120377
Harwich, 9 maart. Binnengekomen DEPOSITUM, Speelman van Groningen naar Ipswich.
NRC 211077
Tonningen, 17 oktober. De Nederlandse schepen DEPOSITUM, DRIE GEBROEDERS, TJALDA SUSANNA en CHRISTINA ALIDA, liggen alhier geankerd.
1878
AH 010478
Oostmahorn, 28 maart. Zeilklaar DEPOSITUM, Speelman naar Travemünde.
NGRC 121278
Groningen, 9 december. (O.H.) Aangekomen DEPOSITUM, Speelman, ledig van Hamburg.
1879
OHC 070379
Delfzijl, 5 maart. Uitgezeild DEPOSITUM, Speelman naar Bremen.
RN 141079
Ameland, 8 oktober. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Koningsbergen.
1880
HV 160380
Vlieland, 13 maart. Uitgezeild DEPOSITUM, Speelman naar Hamburg.
NGRC 291180
Amsterdam. 23 november. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Memel.
1881
NGRC 310381
Oostmahorn, 29 maart. Uitgezeild DEPOSITUM, Speelman naar Lubeck.
WIN 231181
Delfzijl, 18 november. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman van Bremerhaven.
1882
ST 150282
Delzijl, 13 februari. Uitgezeild DEPOSITUM, H.R. Speelman naar Hamburg.
NGRC 021282
Groningen, 1 december. Vertrokken DEPOSITUM, Speelman naar Rotterdam.
1883
ASD 060183
Amsterdam, 4 januari. Aangekomen DEPOSITUM, Speelman, in ballast van Kopenhagen, door het Westelijk kanaal naar Rotterdam.
NGRC 291183
Harlingen, 26 november. Binnengekomen DEPOSITUM, Speelman van Londen.
1884
NGRC 210184
Groningen, 19 januari. Vertrokken DEPOSITUM, Speelman naar Leeuwarden, om olie te laden naar Hamburg
NRC 050684
Oostmahorn, 3 juni. Het Nederlandse schip DEPOSITUM, kapt. Speelman, van Hull met olie naar Riga, is alhier binnen gelopen met gebroken mast, is lek, en gaat naar Zoutkamp op.
WIN 151084
Nexö, 13 oktober. De Groninger tjalk DEPOSITUM, kapit. H.R. Speelman, van Allinge naar Hamburg met stenen, is bij Svaneke gezonken. De equipage is gered.
1885
PGC 140185
Gisteren vierde het Zeemanscollege “De Groninger Eendracht” haar 55-jarig bestaan, ten huize van de heer J. Huizinga, Groote Markt. Nadat de president de heer R. Oetzes de vergadering had geopend, bracht de secretaris de heer H. Kühn verslag over het afgelopen jaar uit, waaruit bleek, dat de toestand van het college zeer gunstig mag worden genoemd. Over het jaar 1884 hebben 2 gewone leden hun schip verloren en wel de kapiteins H.R. Speelman (opm: de kof DEPOSITUM) en M.F. Rasker (opm: de kof MAARHUIZEN), hetgeen voor het college een schade van NLG 800 bedraagt, wat echter een niet noemenswaardige invloed op de financiële toestand uitoefent, daar volgens de staat van de penningmeester, de heer B. v.d. Meer, het saldo aan kas na aftrek daarvan, nog plm. vierduizend gulden bedraagt.
Het getal gewone zeevarende leden bedroeg in het afgelopen jaar 26, terwijl zich 3 nieuwe leden hadden doen voorstellen en door 1 het lidmaatschap was opgezegd. Het getal van de vlagge- en buitengewone leden onderging geen grote verandering. Aan de Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij werd in het afgelopen jaar een subsidie van NLG 25 verstrekt. Nadat de verschillende verslagen waren uitgebracht, ging men over tot de benoeming van nieuwe bestuurs- en commissieleden. In het hoofdbestuur moesten aftreden de penningmeester, die herkozen werd en kapitein W.B. Top, die niet direct herkiesbaar, werd vervangen door kapitein D.F. Keizer.
In de commissie van het weduwenfonds werd, in plaats van het aftredend lid de heer J.C. Wichers, gekozen de heer J. Kater Tzn. En in plaats van de heer H.C. Rosenboom, die bedankte, de heer J.H. Tunteler.
Volgens het verslag van “De commissie tot uitrusting van minvermogende jongelieden als matrozen ter koopvaardij”, welke commissie het afgelopen jaar zeven jongens had uitgerust, moesten niet minder dan 4 nieuwe leden worden gekozen, wegens aftreding, vertrek en bedanken. Benoemd werden de heren P.J. Vos, scheepsmakelaar, J. Meddens en de kapiteins R.B. Slangenberg en J. Scholtens.
Na afloop van de werkzaamheden sloot de president de vergadering. Daarna werden nog enige uren in feestelijk en gezellig samenzijn gesleten.
>