Preambule: De zeebrieven waren alleen nodig om oesters te mogen vervoeren: daar buiten was men in de visserij.
1819
Op 02-03-1819 wordt voor de TWEE GEZUSTERS door kapt./ eigenaar Willem Egberts Frik uit Zoutkamp een eerste zeebrief aangevraagd voor zichzelf.
1823
Op 04-10-1823 wordt voor de TWEE GEZUSTERS door Willem Egberts Frik uit Zoutkamp een nieuwe zeebrief aangevraagd voor kapt. A.P. Frik.
1825
Op 15-08-1825 wordt voor de TWEE GEZUSTERS door Willem Egberts Frik uit Zoutkamp een nieuwe zeebrief aangevraagd voor kapt. G.T. Dijkhuis.
1827
Op 02-10-1827 wordt voor de TWEE GEZUSTERS door Willem Egberts Frik uit Zoutkamp een nieuwe zeebrief aangevraagd voor kapt. G.T. Dijkhuis.
1829
Op 01-10-1829 wordt voor de TWEE GEZUSTERS door Willem Egberts Frik uit Zoutkamp een nieuwe zeebrief aangevraagd voor kapt. G.T. Dijkhuis.
1830
OHC 010430
Den 26ste bij Terschelling binnengekomen J. Pieper, G.F. Frik (opm. TWEE GEBROEDERS) en G.T. Dijkhuis (opm. TWEE GEZUSTERS) van Hamburg.
RC 191030
Terschelling (geen datum) Uitgezeild G.T. Dykhuis naar Hamburg.