Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
In het Amsterdamse Stadsarchief is in inventaris 5181/7150-1815-37a een akte van onderhandse koop/verkoop dd Amsterdam 17 juli 1815 van de kof de “Jonge Jantje” door de kopers genaamd “Maria & Elisabeth”. De verkoper was Hendrik Klazes, zich ook noemende Hendrik Hooghoed, Amsterdam, schipper (die verklaart niet te kunnen schrijven of zijn naam te tekenen.).
De aankoper was Henricus Johannes Gemmening, voor zijn firma Gemmening & Penning, cargadoors te Amsterdam.
Het schip werd indertijd nieuw van de bijl uitgehaald van de helling van Inse Mellis, mr.scheepstimmerman op de Jouer (Joure?).
Hendrik Klazes was eigendom geworden bij transportbrief van genoemde scheepsbouwer Inse Mellis te Joure op 12 maart 1811, gepasseerd voor Wieger van Eijck, notaris.
In inventaris 37b is een rederijceduul ter verkrijging van een zeebrief van de “Maria & Elisabeth” per 02 augustus 1815.
eigenaren volgens ceduul waren H.J. Gemmening (1/10e part), Gemmening & Penning (1/5e part), R. Hansen (1/5e part), J. Poggeman (1/5e part), E. Poggeman (1/5e part), B (?) Alberdingk (5/10e part?).
In het Amsterdamse Stadsarchief is in inventaris 5181/7150-1815-43 is een akte van onderhandse verkoop dd. Sloten 24 juli 1815 van de tjalk “De Twee Vrienden”, met als schipper eigenaar Hendrik Klazes Hooghoed.
De kopers voor 498 carolus guldens waarvan telkens 1/3e deel te betalen een, twee en drie jaar na deze, plus 6% over het openstaande bedrag waren Freerk Jans de Boer en Antoon Hartmans Bakker, schippers te Sloten (in Friesland).
De akte passeerde voor Johannes Ruardi, notaris te Sloten in Friesland.
Dij de transactie lag het schip in Lemmer.
Het Archief van de Waterschout011a bevat de volgende monsterrollen:
38-91 06 april 1814, schip “De Jonge Jantje”, kapitein Hendk Hooghoed, varend onder Hollandse vlag, bestemming Bergen, correspondent Overberg, 3 bemanningsleden i.c. stuurman, kok en jongen.
38-96 22 mei 1815, schip “De Jonge Jantje”, kapitein Hendk Hooghoed, bestemming Nw. Castle, correspondent van Vlissingen, 3 bemanningsleden i.c. stuurman, kok en een matroos.
Overige bijzonderheden
Geen
Familiegegevens en opleiding
Geen
De schepen van de kapitein
In het Stadsarchief van Amsterdam is een koopbrief onder nummer 5081-7147-1813
Er is een eigendomsverklaring dd 31 januari 1812 van de tjalk “La Femme Jeantje, thans Fortune” (37 75/94 ton) met als verkoper kapitein Roelof Hansen te Amsterdam. De acte passeerde bij vrederechter Nicolas Breukelaar te Amsterdam.
“Kapitein Hansen verklaart als Frans staatsburger, dat hij enig eigenaar is en het schip heeft verkregen bij publieke veiling d.d. 31 december 1811; verkoper was de directie der Keizerlijke douane te Amsterdam. Het schip was eerder prijsgenomen.”113.
In het Archief van de Waterschout op het Stadsarchief van Amsterdam bevinden zich monsterrollen op naam van kapitein Roelof Hansen als gezagvoerder van de:
“Fortuna/Fortuin”, dd 23 deceember 1813; 10 juni 1814; 30 augustus 1814; 09 november 1814; 08 mei 1815;
“Maria & Elizabet”, dd 09 augustus 1815; 21 december 1815; 21 november 1816;
“Goede Verwagting”, dd 28 maart 1817; 08 juli 1817; 20 januari 1819; 11 juli 1820; 12 december 1821.
Overige bijzonderhedenI
Monsterrol 38-90 gedateerd 23 december 1813 met de tjalk “’t Fortuin”, varend onder Hollandse vlag onder kapitein Roelof Hansen. Boekhouder Hansen. Bestemming Londen. 4 bemanningsleden en wel de kapitein, stuurman Hendrik Eeltjes uit Amsterdam, matroos en kok.011a
Monsterrol 38-92 gedateerd 10 juni 1814 met het schip “Fortuin”, varend onder Hollandse vlag onder kapitein Roelof Hansen. Bestemming Oldersum(?). Boekhouder Hoeksma. 3 bemanningsleden i.c. de kapitein een stuurman en een jongen.011a.
Monsterrol 38-93 gedateerd 30 augustus 1814 met het schip “Fortuna”, varend onder Hollandse vlag onder kapitein Roelof Hansen. Boekhouder Geuns & Penning. Bestemming Londen. 3 bemanningsleden en wel kapitein, stuurman en kok.011a
Monsterrol 38-94 gedateerd 09 november 1814 meldt het schip “Fortuna”, varend onder Hollandse vlag onder kapitein Roelof Hansen. Boekhouder D.H.D.O.Hansen. Bestemming Londen. 3 bemanninsleden en wel kapitein, stuurman en kok. 011a.
Monsterrol 38-96 gedateerd 08 mei 1815 met het schip “Fortuna”, varend onder Hollandse vlag onder Roelof Hansen. Boekhouder Ginnig. Bestemming Londen. 3 bemanningsleden en wel kapitein, stuurman en kok.011a.
Rotterdamsche Courant 09 september 1817114
Overzicht van binnen- en uitzeilende schepen Rotterdam:
Rotterdam, 8 september. ….Des middags …arriveerde kapt. Levieng, met die van den 3 dezer, van Harwich; GOEDE VERWAGTING, R. Hansen, van Libau (opm: Liepaja), en de NIEUWE HOOP, C. Thomas, van Petersburg; de wind O.
Dordrechtsche Courant 26 augustus 1820114
Dordrecht. Aan deze stad zijn gearriveerd de schepen de DAGERAAD, kapt. J.A. Smit, van Isle d’Oleron, met zout, ANNA SOPHIE, kapt. M. Nygaard, ELLERT MARGARETHA, kapt. Ellert Carlsen, de VROUW GEZINA, kapt. H.P. Hazewinkel en de GOEDE VERWACHTING, kapt. R. Hansen, alle vier van Bergen in Noorwegen, met stokvis en traan.
Dordrechtsche Courant 12 oktober 1820114
Dordrecht, 11 oktober. Aan deze stad zijn gearriveerd de schepen the RESOLUTION, kapt. M. Muller, en de GOEDE VERWACHTING, kapt. R. Hansen, beide van Bergen in Noorwegen, met stokvis en traan; ELIZA, kapt. J.F. Willgohs, en VENUS, kapt. L.J. Pettersen, beide van Trömsoe, met stokvis en traan; de JONGE JAN, kapt. B.P. de Vries en de JONGE MENSINA, kapt. D. Hisman, beide van Hamburg, met ammunitie.
Rotterdamsche Courant 08 februari 1821114
Rotterdam, 7 februari. Den 6 dezer arriveerde in de Maas het schip DE VRIENDSCHAP, T. Helm, van Villanova.
Den 7 zeilde de GOEDE VERWACHTING, R. Hansen, naar Bergen.
Rotterdamscche Courant 21 juni 1821114
Rotterdam, 20 juni. Den 18 arriveerde in de Maas het schip de GOEDE VERWACHTING, R. Hansen, van Bergen; dezelve rapporteert dat hij den 15 dezer. Te Corson, op de Liet van Bergen (vaarwater binnen de eilanden, van Stavanger tot Bergen), in goede staat heeft gepraaid het galjasschip ZELDEN RUST, P. Gorter, van Dordrecht…..
Rotterdamsche Courant 21 augustus 1821114
Rotterdam, 20 augustus.
….Den 19 arriveerden de GOEDE VERWACHTING, R. Hansen, de FLORA, J.P. Hiort, de VEENSTROOM, S.E. Hoveling, en de CEEREN, H. Andersen, van Bergen…..
Rotterdamsche Courant 13 november 1821114
Rotterdam 12 november. Van Helvoetsluis wordt van den 10 dezer gemeld: …..
….Den 10 zeilden PROTECTION, P. Tyson, naar New-YORK, DIANA, G.C. Matz, WANDRINGS MANDAN, G. Urbijc, en de WILHELMINA, R. Hansen, naar Brest; INDUSTRIE, A. Brons, naar Surinamen.
Rotterdamsche Courant 07 maart 1822114
Amsterdam, 5 maart. Het schip WILHELMINA, kapt. R. Hansen, van Dordrecht naar Brest, is den 25 februari te Ramsgate terug gekomen.
Rotterdamsche Courant 13 april 1822114
Amsterdam, 11 april. Het schip de GOEDE VERWACHTING, kapt. R. Hansen, van Bergen naar Dordrecht, is volgens brief van Gothenburg van den 16 maart, aldaar lek en met avarij binnengelopen; moet lossen om te repareren.
Het schip ANNA, kapt. R.E. Brouwer, van Bergen naar Dordrecht, is volgens brief van Bergen, van den 16 maart, den 7 dito, te gelijk met het bovengemelde schip de GOEDE VERWACHTING, van daar in zee gezeild, doch den 11 dito op Doggersbank door een verschrikkelijke storm overvallen, waardoor het beide de masten en boegspriet verloren heeft en alles van het dek en aan stukken geslagen is; hierop is het te Bergen lek teruggekomen en moet lossen om te repareren, hetgeen met de meeste spoed zoude geschieden.
Rotterdamsche Courant 21 mei 1822114
Rotterdam, 20 mei. Den 18 zeilden van Den Briel de VERWACHTING, R. Hansen, en de VROUW ELIZABETH (opm: kof VROUW ELISABETH), S.J. Jaski, naar Bergen; de VRIENDSCHAP, H. Popken, naar de Jahde, en de ANNA MARGARETHA, M. Hochreuter, naar Flensburg…..
Rotterdamsche Courant 22 juni 1822114
Rotterdam, 21 juni. Den 20 arriveerde in de Maas de GOEDE VERWACHTING, R. Hansen, van Bergen.
Dordrechtsche Courant 25 juni 1822114
Te Dordrecht ligt in lading naar Bergen in Noorwegen, het Nederlands kofschip de GOEDE VERWACHTING, gevoerd door kapt. Roelof Hansen, om spoedig (weer en wind dienende) te vertrekken. Adres bij Sandberg en Comp, cargadoors aldaar.
Rotterdamsche Courant 16 juli 1822114
Rotterdam, 15 juli. Den 14 arriveerde in de Maas de VROUW MARGARETHA, B.J. Potjewijd, van Dantzig (opm: Gdansk).
Den 15 zeilden de VROUW JANTINA, E.O. de Vrede, en de JOHANNES EN WILHELMINA (opm: bom), D. Mooijekind, naar Londen; de ANNA, R.E. Brouwer, en de VERWACHTING, R. Hansen, naar Bergen; de EENDRAGT, R.J. Klunder, en de VIGILANTIE, J. Duindam, naar Liverpool; de WAAKZAAMHEID, G.H. Luurts, naar Bordeaux; de HOOP, H.K. Dijkhuis, naar Oleron; de NEELTJE JOHANNA, W. ten Noort, naar Gibraltar; de HARMONIE, J. de Best, naar Boulogne, en the MARY, J. Drinkwater, naar Petersburg.
Rotterdamsche Courant 17 augustus 1822114
Amsterdam, 15 augustus. Het schip de GOEDE VERWACHTING, kapt. R. Hansen, van Bergen naar Dordrecht, is den 10 augustus op de hoogte van Texel in goede staat gepraaid door de loodsschipper B. Molenaar.
Rotterdamsche Courant 17 augustus 1822114
Rotterdam, 16 augustus. Den 15 zeilden van Den Briel de JONGE HENDRIK, P.G. Lofvers, naar Hull; CATHARINA MARGARETHA, C. Permien, naar Rostock; de LOUISA, D. Guijt, naar Jersey; de JONGE WILLEM, J. Parlevliet, naar Liverpool, en arriveerde de GOEDE VERWACHTING, R. Hansen, van Bergen.
Rotterdamsche Courant 29 augustus 1822114
Rotterdam, 28 augustus.
….Den 28 zeilden de GOEDE VERWACHTING, R. Hansen, en de ZEEPLOEG, M.N. Sikkes, naar Bergen; de JONGE JAN, A. Fokkes, naar de Oostzee; kapitein Mulder is den 28 naar Rotterdam gezeild.
Rotterdamsche Courant 10 oktober 1822114
Rotterdam, 9 oktober. Den 9 zeilden uit de Maas de schepen GOEDE VERWACHTING, R. Hansen, naar Bergen, en de PRINS PAUL, J.H. Wendt, naar Wismar.
| Datum vanaf: |
1815 |
| Kapitein: |
Hansen, Roelof |
| Overige informatie: |
1815-08-04 |
Familiegegevens en opleiding
Geen
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
De ledenlijsten vermelden geen kapitein met dat initiaal. De ledenlijsten uit de periode 1820 t/m 1825 ontbreken en uit voorgaande gegevens concludeer ik dat er een kapitein C.Rijnbende effectief lid van de Maatschappij is geweest in de periode 1820 t/m 1825. Wanneer precies is niet te zeggen en ook het vlagnummer ontbreekt.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In het Jaarverslag 1832 (Gemeentearchief van Rotterdam) staat in de Rekening-Courant dat de weduwe van kapitein C.Rijnbende een uitkering kreeg van f 175 voor haar en haar twee kinderen. In 1833 en 1834 was de uitkering f 132,50 resp. f 147,50 voor haar en één kind. In de jaren 1832-1834 wisselden de hoogten van de jaarlijkse uitkeringen
In de Jaarverslagen 1835 t/m 1841, 1849, 1851, 1855, 1858 en 1859 van de Maatschappij (Maritiem Museum, Rotterdam) staat bij de Rekening van Ontvangst en Uitgaaf dat de weduwe van kapitein C.Rijnbende een uitkering krijgt van f 150,-.
In het Jaarverslag 1862 van het College staat dat de weduwe van kapitein C. Rijnbende in dat jaar is overleden
De schepen van de kapitein
Bouma025 en Van Sluijs013 vermelden kapitein C.Rijnbende als kapitein gedurende:
* in 1819 van de galjoot “Hesperus”, 123 ton o.m., gebouwd in 1814, reder Capt & C0 (geen plaatsnaam).
Overige bijzonderheden
Rotterdamsche Courant 12 maart 1816
In Rotterdam liggen in lading, naar:
New Orleans, het gekoperd Driemastschip MARIA ANNA, kapt. B. de Ronde
Bordeaux, het Brikschip HESPERUS, kapt. Willem Rijnbende.
Rochelle en Rochefort, het Koffschip NOORDSTAR, kapt J.C. Strootman.
Cherbourg, het Koffschip AURORA, kapt. Sjabbo J. Brouwer.
Hull, het Bomschip de JONGE RICHARD, kapt. Jacob Parlevliet.
Adres bij Hudig, Blokhuyzen en Van der Eb.
Naar Portsoy (opm: noordoost-Schotland), het koffschip de JONGE CORNELIS, kapt. Corn. Wapenaar.
Hull, het schip de COURIER, kapt. Harris Hoek.
Adres bij Heaton en Boutmy.
Duinkerken, aan de Beurt, om ten spoedigste te vertrekken, het Smakschip de TWEE VRIENDEN, kapt. C. van der Plas.
Adres bij de Bestelmeester Walop en de Weduwe Heyerman, Zuidblaak.
(opm: uitsluitend de Nederlandse schepen opgenomen over een tijdsbestek van circa 10 dagen)
Rotterdamsche Courant 08 augustus 1816
Amsterdam, 6 augustus. Den 18 juli is te Brest, wegens averij, binnengelopen het schip de JONGE BARBARA GEERTRUIDA, kapt. Rynbende, van Bordeaux naar Rotterdam.
Rotterdamsche Courant 17 april 1821114
Te Rotterdam in lading liggende schepen naar:
….Surinamen: het Brikschip HESPERUS, kapt. Willem Reijnbende…..
Rotterdamsche Courant 17 juli 1821114
Amsterdam 14 juli. Kapt. J.H. Bakker, van Smirna (opm: Izmir), is den 13 laatstleden uit de quarantaine ontslagen; dezelve rapporteert den 21 juni laatstleden gezien te hebben (volgens nommervlag), op 43º23’ N.B, C.W. Reijnbende, van Rotterdam naar Surinamen; zeilende met N.O. wind en stijve koelte.
| Datum vanaf: |
1817 |
| Kapitein: |
Rijnbende, C. |
| Overige informatie: |
1817-02-05 |
Familiegegevens en opleiding
Johannes Jans Stijntjes van Wildervank trouwde op 17 februari 1802 te Veendam met Willemtje Hindriks Kempert van Veendam.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.J.Stijntjes was met vlagnummer R 122 in de periode 1826 t/m 1831 lid van het Rotterdamse zeemanscollege Maatschappij tot Nut der Zeevaart. Uit de periode 1820 t/m 1825 ontbreken de ledenlijsten. Hij kan dus in één van de jaren uit deze periode tot het College zijn toegetreden058.
Opmerkingen in verband met Zeemanscollege(s)
In het Jaarverslag 1831 van het College (Gemeentearchief van Rotterdam, J/126) staat dat hij het College in 1831 heeft verlaten058.
De schepen van de kapitein
Bouma025 vermeldt J.J.Stijntjes als gezagvoerder gedurende:
-
* 1829 t/m 1832 van de smak “de Hoop”, gebouwd in 1811, bouwlocatie niet vermeld, 57 ton o.m., varend als kapitein/eigenaar vanuit Veendam.
Het Archief van de Amsterdamse Waterschout11a bevat monsterrollen op naam van kapitein Johannes Jans Stijntjes op de:
“Vrouw Wilhelmina”, dd 15 augustus 1815; 16 mei 1816
“Hoop”, dd 16 februari 1818; 06 oktober 1819; 07 oktober 1822; 22 maart 1823; 02 september 1823 en 22 november 1824;
“Jonge Hendrik”, dd 01 maart 1826; 08 september 1826; 14 mei 1827 12 december 1828 en 27 oktober 1929.
Overige bijzonderheden
De Minister van Staat
’s Gravenhage, 28 juni 1821
Onderwerp: Verzoek om vrijstelling van inkomende regten op de scheeps-inventaris en koperen huid van het in Engeland gesloopte schip de JONGE MARIA, kapt. Cornelis Poort.
De Minister van Staat geeft de koning advies inzake onderstaand request aan Z.M. de Koning van D. & C. Blankenheim, Kooplieden en Scheepsreders te Rotterdam, waarbij zij te kennen geven dat het Nederlandse schip de JONGE MARIA, kapt. Cornelis Poort, van welk schip Requestanten zeggen de principale Reeders en Boekhouders te zijn, op de terugreize van Savannah naar Rotterdam met zodanige zware schade te Cowes in Engeland is binnen gelopen, dat men het nodig heeft gevonden hetzelve aldaar te slopen en de romp te verkopen. Doch dat de verkoop, te dier plaatse, van de inventaris, dat is van de ankers, zeilen, touwwerk en kajuitsgoederen, gelijk mede van het koper waarmede dat schip is gedubbeld geweest, met zeer bezwarende inkomende regten zoude hebben gepaard gegaan, waarom men het raadzaam gevonden had alle die goederen naar Rotterdam te doen terugvoeren, ’t welk dan ook met het schip de GOEDE HOOP, kapt. Cornelis de Vink, zoude worden in ’t werk gesteld, verzoeken zij, Requestanten, Uwe Majesteit om hen uit aanmerking van het reeds door hen geleden verlies, een vrijstelling der inkomende regten voor de gezegde goederen te willen verlenen.
Op de ter requeste vermelde positiën heb ik alleen deze aanmerking te maken dat het voorzeide schip de JONGE MARIA in zo verre een Nederlands schip kan heten wijl het aan Nederlanders toebehoort doch niet is van Nederlandse constructie zijnde buitenslands gebouwd, en dat de, bij mijn Administratie bekende, eigenaren van die bodem niet zijn de Requestanten D. en C. Blankenheim, maar voor 6/8 Cornelis Jacobus Blankenheym, en voor de overige 2/8 Ferrier & Co, beide te Rotterdam woonachtig.
Wat betreft het verzoek zelve, om de inventaris en de koperen huid van gezegde, in Cowes gesloopte en verkochte schip, vrij van regten te mogen invoeren zo zie ik geen vrijheid hetzelve bij Uwe Majesteit te ondersteunen.
Een dergelijk geval heeft in de Jare 1817 plaats gevonden en Uwe Majesteits declinatoire dispositie (opm: afwijzing) ten gevolge gehad. Het was nauwelijks een request van J.J. Stijntjes te Veendam strekkende om van een op de Zweedse kust gestrand schip (opm: diens kof VROUW WILHELMINA) waarvan het wrak aldaar was verkocht, de daartoe behoord hebbende en niet in die verkoping begrepen ankers, zeilen, touwen toen alleen onder betaling van 1/5 der tabellen regten en derhalve tegen het regt op de wrakken en overblijfsels van gestrande schepen bij het tarief bepaald, te mogen invoeren.
De toenmalige Directeur Generaal van de Konvoijen en Licenten, in wiens handen Uwe Majesteit dit request had doen stellen bij App. van den 7 augustus 1817 heeft, bij zijn hierop uitgebragt rapport van den 13 daaraanvolgende No. 5 de bedenkingen ontwikkeld welke tegen dat verzoek te maken waren, met betoog dat zelfs dit faveur niet op de gezegde goederen kon worden toegepast, even min als de gehele vrijstelling van inkomende regten, welke men kort te voren, van hem Directeur Generaal voor die goederen, op grond van het 148 artikel in het 15e hoofdstuk der toenmalige Wet van den 3 oktober 1816, verzocht had, en waarin door hem Directeur Generaal was gedifficulteerd, terwijl de belanghebbenden die weigering hadden gebillijkt en toekenden dit gezegde hoofdstuk handelend over de gestrande en geborgen goederen, alleen betrekking hebbende tot stranding welke op de kusten van dit Rijk plaats hadden, op het gezegde verzoek van geen toepassing kon zijn.
Uwe Majesteit heeft, bij besluit van den 17 augustus 1817 No. 105 zich met dit declinatoir rapport gelieven te verenigen.
De thans door de Requestanten D. en C. Blankenheim aan Uwe Majesteit voorgedragen zaak is volkomen van dezelfde aard.
In de algemene Wet van den 12 mei 1819 is bij het 11e artikel behorend tot het 7e hoofdstuk, wegens gestrande en geborgen goederen, het voorzeide 148 artikel uit de vroegere Wet van den 3 oktober 1816 letterlijk overgenomen. De vrijstelling van inkomende regten voor de bedoelde objecten kan dus ook nu nog geen plaats hebben als voor zo ver de stranding op onze kusten voorgevallen zij, en de overige redenen welke in het gedachte rapport van den 13 augustus 1817 No. 5 tegen de verlangde vrijstelling, zo op grond van de geest en de letter der Wet, als in het belang van verscheiden takken der Nederlandse Nijverheid aangevoerd zijn, gelden evenzeer in het tegenwoordig geval.
Ik neem derhalve de vrijheid Uwe Majesteit te adviseren om in het bij de onderhavige Requeste gedaan verzoek te difficulteren.
Bron: N.A. Den Haag, toegang 2.08.01.07, bestanddeel 162
Het is onbekend of de koning uiteindelijk toch een gunst heeft verleend.
De GOEDE HOOP vertrok al op 20 mei naar Cowes (RC 220521) om de spullen op te halen, terwijl dit stuk van 28 juni is, en nog niet eens het K.B. Vermoedelijk waren de invoerrechten in Engeland hoger dan die in Nederland, zodat men de gok heeft genomen en de kosten gemaakt om de eigen galjas al vast naar Cowes te sturen. De datum van terugkeer van de GOEDE HOOP is niet gevonden. De verkoping vond begin oktober plaats.
Gegevens van Marhisdata, maart 2012.
Rotterdamsche Courant 29 april 1817114
Amsterdam, 27 april. Niet verre van Kol (opm: onbekend; mogelijk wordt Kolboda bedoeld, 18 km zuidwest van Kalmar), op de Zweedse kust, was gestrand het kofschip DE VROUW WILHELMINA, kapt. Johannes Jans Stijntjes, met ballast van Antwerpen naar Pernau (opm: Pärnu). Hetzelve was vol water en nog onzeker of het konde afgebracht worden. (opm: zie RC 060517)
Rotterdamsche Courant 06 mei 1817114
Amsterdam, 4 mei. Het bij Torkö (opm: westzuidwest van Karlskrona) gestrande schip de JUFFROUW JOHANNA, kapt. H.J. Jeltes, van Rotterdam, hoopte men af te brengen. Doch de kof VROUW WILHELMINA, kapt. H.J. Stijntjes, van Antwerpen naar Pernau (opm: Pärnu), was wrak. Men was bezig de inventaris te bergen.
Rotterdamsche Courant 03 oktober 1818114
Rotterdam, 2 oktober. Op 27 september te Vlissingen gearriveerd het schip de HOOP, kapt. J.J. Stijntjer, van Londen. Dezelve rapporteert dat hij in de vroege morgen van den 26 dezer (opm: september), op een kabels (opm: = 100 vadem = 185.2 m) lengte van hem verwijderd, op de Noorder Rassen (opm: zandbank bij Walcheren), heeft zien verbrijzelen een vaartuig, hetwelk hij aanzag voor een Engelse sloep, die met ballast uit zee kwam.
Rotterdamsche Courant 26 oktober 1819114
Amsterdam, 24 oktober. Kapt. C.H. Schreuder, van Lissabon in Texel binnen, heeft den 13 oktober gepraaid de schepen de JONGE BAREND, kapt. J.C. Jansen, en de VIGILANTIE, kapt. G.H. de Boer, van Amsterdam naar Kadix (opm: Cadiz), en den 15 dito, in de Hoofden (opm: Nauw van Calais) het schip de HOOP, kapt. J.J. Stijntjes, van Amsterdam naar Bayonne, en 2 en 1 half graden N.W.t.N. van Duinkerken het schip GUIJANA, kapt. G.H. Ahlers, van Amsterdam naar Surinamen, hebbende de wind O.N.O. Allen waren in goede staat.
Rotterdamsche Courant 15 januari 1822114
Rotterdam, 14 januari. Den 13 arriveerde in de Maas de HOOP, J.J. Steijntes, van Bergen.
Rotterdamsche Courant 24 januari 1822114
In lading liggende schepen naar: …
…Bergen, in Noorwegen: het schip de HOOP, kapt. Jan Jans Stijntjes.
Adres ten Kantore van Kuijper, Van Dam en Smeer …
Rotterdamsche Courant 23 februari 1822114
Rotterdam, 22 februari. Den 22 zeilde van Helvoetsluis de HOOP, J.J. Stijntjes, naar Bergen.
|