1800
HCO 050900
Met de Lloydslijst van de 28 augustus heeft men de volgende tijdingen. Te Yarmouth is opgebracht het schip NEUTRAAL kapt. O. Moller van hier naar Dramme, als mede de schepen de VIER GEZUSTERS kapt. Ryan; EENDRAGT kapt.Ranson; de DRIE GEBROEDERS kapt. A. Oeges; de VROUW ANTJE, kapt Famel; de TWEE GEBROEDERS kapt. R.G. Vos, en de JONGE EVERT, kapt. H. Willems. Alle 6 voor het Friese Gat genomen.
1802
BBC 061102
Vlie, 1 november. Binnengekomen de JONGE EVERT, H. Willems van Tonningen.
1817
RC 120617
Amsterdam, 10 juli 1817. Te Rendsburg is lek binnengelopen het schip DE JONGE EVERT, kapt. H. Willems, van Amsterdam naar Lübeck. Moet lossen om te repareren.
1818
LC 061018
Harlingen, 5 oktober. Den 3 oktober is alhier binnen gekomen, het tjalkschip de JONGE EVERT, kapt. H. Willems, en het kofschip de JONGE DIRK, kapt. Thomas Smit, beide ledig van Amsterdam.
1819
RC 260819
Amsterdam, 24 augustus. Den 15 augustus is te Travemünde, wegens contrarie wind, binnen gelopen het schip de JONGE EVERT, kapt. H. Willems, van Amsterdam naar de Oostzee.
RC 161019
Den 6 oktober is te Travemünde wegens contrarie wind binnerigelopen het schip de JONGE EVERT, kapt. H. Willems, van Amsterdam naar de Oostzee.
1820
LC 020520
Harlingen. Den 23 april binnengekomen de tjalkschepen de DRIE GEBROEDERS, kapt. Onne G. Jacobs, en de JONGE EVERT, kapt. Hendrik Willems, beide ledig van Amsterdam, het schonerschip the LIVELY, kapt. Wm. Baijes, met ballast van Londen.
Den 27 dito uitgezeild het tjalkschip de JONGE EVERT, kapt. Hendk. Willems, met pannen naar Hamburg.
RC 200720
Amsterdam, 18 juli. Het schip de JONGE EVERT, kapt. H. Willems, met garst en zaad, van Levensane (opm: mogelijk Levenhagen; 54º04’ N.B. 13º15’ O.L.) naar Amsterdam, op de hoogte van Helgoland lek geworden zijnde, heeft de kapitein een aldaar te huis behorende visser aangenomen, met wiens assistentie hij te Norderneij binnen kwam, doch aldaar niet kunnende slagen, om het lek te ontdekken, heeft hij aldaar weder een visser aangenomen die het schip volgens brief van Delfzijl van den 12 juli, aldaar zwaar lek en onder aanhoudend pompen heeft binnen gebragt; de lading, welke mogelijk beschadigd zal zijn, moet gelost worden.
1821
LC 190621
Harlingen. Den 12 dito binnengekomen de tjalkschepen de TWEE GEBROEDERS, kapt. Jan F. Onnen, van Memel (opm: Klaipeda), de JONGE EVERT, kapt. H. Willems, van Hamburg, beide met hout.
LC 100721
Harlingen. Den 26 dito Uitgezeild de tjalkschepen de VROUW FENNEGINA, kapt. A.C. Ruiten, de JONGE EVERT, kapt. H. Willems, beide met ballast op avontuur.
>