1811
Op 28 juni 1811 Pietertje Waalkes, weduwe Egbert Maathuis en Compie zijnde de firma waarop canteert de scheepsbouwerij van de weduwe Egbert Maathuis en Compie geven volmacht aan Cornelis Alberts Swart, wonende te Groningen, schipper, wegens aankoop bevorens door hem bevaren, doch naderhand voor goeden prijs verklaard tjalkschip de VROUW TETSIA. (opm: Waar en door wie het schip is gekaapt is niet gevonden.)
1814
RC 101214
Advertentie. Te Rotterdam ligt in lading: Naar Havre, Caen, Fekamp en Honfleur, het Hollands schip DE VROUW TITIA, kapt. Cornelis A. Swart. Adres bij Kuyper, Van Dam en Smeer.
1815
RC 100815
Gisteren, na postrijd, zeilde van de Maassluisse rede de VROUW TITIA, C.A. Zwart, naar Newcastle.
OHC 231215
Na 10 dagen op de Elbe omgedreven en veel van het ijs geleden te hebben is in de haven van Biellenburg binnen gebracht het schip de VROUW TITIA, kapt, C. A, Swart, van Hamburg naar Amsterdam; men vreest voor schade aan de lading.
1816
OHC 180416
Terschelling, 12 april. Binnengekomen C.A. Swart van Hamburg.
OHC 311016
Arrivementen: Te Hamburg C.A. Swart van Amsterdam.
1817
OHC 150417
Arrivementen: Te Oostende C.A. Zwart van Hamburg.
1818
RC 050218
Heden morgen zeilde uit de Maas de VROUW TITIA, C.A. Zwart, naar Fecamp
RC 110418
Amsterdam, 9 april. Voor Amsterdam is, na verlies van anker en touw, aangekomen het schip de VROUW TITIA, kaptein C.A. Swart, van Fécamp naar Rotterdam.
RC 281118
Den 25, des namiddags, arriveerde in de Maas de VROUW TITSIA, C.A. Zwart, van Cherbourg.
RC 250818
Den 23, arriveerde in de Maas de VROUW TITSIA, C.A. Zwart, van Londen, als bijlegger naar Hamburg.
1819
RC 140119
Advertentie. Verkoping op Regterlijk Gezag, van een Tjalkschip, genaamd de VROUW TITSIA, groot omtrent 40 lasten, liggende te Delftshaven, met deszelfs toebehoren, volgende onderstaande inventaris: 1 plegtanker met houten stok; 1 werpanker met dito; 1 kabel, lang 32 vadem, dik 7 duim, oud; 1 kabel, lang 50 vadem, dik 8 duim, een derde sleet; 2 ijzerenbands watervaten; vijf diverse putsen; 1 ijzeren pikpot; 3 ijzeren ballastschoppen; 2 houten dito; 1 verhaaltros, lang 35 vadem; 1 dito, lang 30 vadem; 1 dito, lang 30 vadem; 1 dito, lang 30 vadem; 2 rollen nieuw touwwerk; 2 kleden over de luiken; een groot zeil, half sleet; 1 stagfok, 1 vierde sleet; 1 kluiffok, oud; 1 linnen topzeil, oud; 1 breefok, oud; 1 linnen bezaanzeil, oud; 1 linnen jager, oud; 1 bootskrabber; 3 lengen; 2 handspaken; 1 smeerkwast; 2 teerkwasten; 1 trap in het ruim; 5 ledige vaatjes; 1 blikken waterpomp; 1 slijpsteen en bak; 2 zagen; 1 bijl; 2 ijzeren koevoeten; 1 luiwagen; enige waarloos-blokken; 1 kap met ijzer beslag; 2 kluifferschoten; 1 voorhaalder; 1 huig over de zeilen; 3 paar schinkelhaaks; 1 ijzeren pomphaak; 1 speek; 1 bootsmanstoeltje; 1 trap op zij; enig touwwerk, blokken, enz, behorende tot de tuigagie; 1 zeilhals, 4 riemen; enig oud ijzerwerk en schijven; 1 fokkeschoot; 1 boot; 1 gang; 2 haken; 5 bomen; 1 hondehok; 1 nachthuis; 1 kleed over de touwen; 1 koperen ketel en deksel; 1 haardijzer en verder enige kleinigheid.
Toebehorende aan, en gevoerd geweest zijnde door Cornelis Alberts Swart; ten verzoeke van de Heren de Weduwe Jan Salm en Meijer, behoorlijk gepatenteerde Cargadoors en Konvooilopers, wonende te Amsterdam, domicilium kiezende ten huize van de Procureur Isaac Jacobus Rochussen, wonende te Rotterdam, aan de Wijnhaven, Wijk B, No. 198, die voor hun is occuperende (opm: handelende), alsmede ten huize van de Heer Pieter Houtman, Kastelein, wonende te Delftshaven, Requiranten in kragte van een Vonnis, gewezen bij de Regtbank van Koophandel, zitting houdende te Rotterdam, in dato den 15 december 1818, behoorlijk geregistreerd; bij welk Vonnis gemelde Cornelis Alberts Swart is gecondemneerd (opm: veroordeeld) om aan de Requiranten te betalen de somma van 499 gulden 95 cents, ter zake bij voorschreve Vonnis vermeld, met de interessen en kosten.
De Executanten hebben het voorschreve schip en toebehoren ingezet om 100 gulden.
De eerste opbieding zal geschieden op woensdag den 20 januari 1819.
De tweede op woensdag den 27 der gemelde maand, en
de derde of laatste op woensdag den 3 februari daaraan volgende, respectievelijk des middags ten twaalf uren, in het lokaal der zittingen van de Regtbank van Eersten Aanleg, te Rotterdam, in de St. Joris Doele aldaar, ten overstaan van de Wel-Ed. Gestrenge Heer mr. Pieter van Vollenhoven, Regter in gemelde Regtbank, en daartoe door dezelve gecommitteerd.
De Memorie van Lasten is gedeponeerd ter Griffie van welgemelde Regtbank, en Copie derzelve ligt ten Kantore van voornoemde Procureur, bij wie ook nadere informatie te bekomen is. Rochussen, Procureur.
MCO 061019
Vlissingen, 2 oktober. Binnengekomen de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedres van de Marennes met zout naar Leuven.
MCO 161119
Vlissingen, 13 november. Van Antwerpen naar zee gezeild de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedzen naar Guernsey met tarwe.
1820
LC 180420
Harlingen. Den 9 april binnengekomen het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, ledig van Amsterdam.
Den 13 dito uitgezeild het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met ballast naar Noorwegen
LC 190920
Harlingen. Den 12 september binnengekomen het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. Jan Jans Sietzes, ledig van Zwol. Niets uitgezeild.
Den 14 dito Uitgezeild de tjalkschepen GEERTRUIDA, kapt. Jan Jan Juister (opm: 2x Jan), de JONGE JACOB, kapt. J.J. Siedses, beide ledig op avontuur.
LC 211120
Harlingen. Den 9 november Uitgezeild het smakschip de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met garst van Kollenburg (opm: mogelijk wordt Kolberg, thans Kolobzreg bedoeld).
1821
LC 150621
Nieuwezijlen (opm: bij Dokkum). Den 26 mei. Binnen gekomen het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. B.I. Siedses, met eiken balken en kromhout van Hamburg naar Dokkum.
1823
RC 220523
Van Vlissingen meldt men den 17 dezer: Heden is van deze rede naar zee gezeild de schepen THEODORE, kapt. E. den Duitz, naar Petersburg, de JONGE JACOBA (opm: smak JONGE JACOB), kapt. B.J. Siedzes, en de VROUW ALIDA, kapt. M. Louwerins, beide naar Hamburg en beide van Antwerpen.
LC 171023
Harlingen. Den 5 oktober. Uitgezeild het tjalkschip (opm: smak) de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met ballast naar Noorwegen
1824
LC 170224
Harlingen. Den 7 februari. Uitgezeild het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met dakpannen naar Noorwegen.
1825
LC 230825
Harlingen. Den 18 augustus. Binnen gekomen de tjalkschepen: DE JONGE JAN (opm: JONGE JACOB), kapt. B.I. Siedses; de GOEDE HOOP, kapt. P.I. de Vries; de HOOP, kapt. W.H. Mulder, met hout van Noorwegen.
LC 200925
Harlingen. Binnen gekomen den 14 september. De tjalkschepen de JONGE DOUWE, kapt. H.M. Gnodde en de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met hout van Noorwegen
LC 270925
Harlingen.Uitgezeild den 24 september Het tjalkschip ANNA CORNELIA, kapt. N.R. Coerkamp, DE JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met ballast naar Noorwegen.
1826
RC 030126
Amsterdam, 1 januari. Scheepvaartberichten: Het schip DE JONGE JACOB, kapt. L.J. Siedses, van Koningsbergen naar Amsterdam, is den 26 december te Harlingen binnengelopen en zou met de eerste gunstige wind de reis voortzetten.
DC 281026
Vlissingen, 17 oktober. Van den 10 dezer tot heden zijn, voor Antwerpen bestemd, alhier ter rede gekomen: DE VROUW HENDRIKA, kapt. L.K. de Jonge van Hull, met stukgoederen; DE JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedzes van Rouen met gipsteen
1827
DC 050727
Dordrecht, 4 juli. Aan deze stad zijn gearriveerd de schepen de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedzes, en HESPERUS, kapt. H.P. Mulder, beiden van Marennes, met zout.
1828
RC 301028
Rotterdam, 29 oktober.Te Antwerpen zijn gearriveerd ANNA ELIZABETH, kapt. Harkes en JONGE JAKOBA (opm: JONGE JACOB), kapt. Siedses, van Rouaan
RC 121128
Rotterdam, 12 november. Van Antwerpen zijn de Schelde afgekomen en naar zee gezeild DE NIEUWE UNIE, kapt. J. van den Broecke, DE JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedzes, DE TWEE GEBROEDERS, kapt. P.J. Suhlberg, DE VIER GEBROEDERS, kapt. J.G. Riekeles, naar Memel.
LC 161228
Harlingen. Binnen gekomen: Den 8 dezer het schoenerschip HOPE, kapt. Wm. Cousins, met ballast van Londen; het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met ballast van Rouen.
1829
LC 060329
Harlingen. Den 27 februari binnen gekomen het tjalkschip de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, met ballast van Rouaan.
LC 310329
Harlingen. Uitgezeild: Den 22 dezer de smakschepen de VROUW ELISABETH, kapt. Jan H. Kappen, de JONGE JACOB, kapt. B.J. Siedses, beide met beenderen naar Hull.
1830
LC 150130
Advertentie. Uit de hand te koop: een hecht, sterk en welbezeild Tjalkschip, groot ongeveer 45 lasten rogge, voorzien van ene complete en wel geconditioneerde inventaris, liggende in de Noorderhaven te Harlingen en te bevragen bij Fontein en Rocquette, aldaar, alsmede bij B.J. Siedzes, te Drachten.
LC 170830
Harlingen. Binnen gekomen: Den 9 augustus. Het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. P.H. van der Werf, met hout van Dantzig.
LC 240838
Harlingen. Uitgezeild: Den 18 augustus. Het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. T.H. van der Werf, met ballast naar Noorwegen.
LC 140930
Harlingen. Binnen gekomen: den 8 september het kofschip VRIENDSCHAP, kapt. G. Haverbult, en het tjalkschip TWEE GEBROEDERS, kapt. T.H. van der Werf, beide met hout van Noorwegen.
LC 191030
Harlingen. Binnen gekomen: Den 10 oktober het smakschip de GOEDE HOOP, kapt. A.B. de Jong, en het tjalkschip TWEE GEBROEDERS, kapt. T.H. van der Werff, met hout van Noorwegen.
1831
AH 120331
Vlie, 5 tot en met 7 maart. Niets gearriveerd. Vertrokken: 5 maart. DE TWEE GEBROEDERS, kapt. T.H. van der Werff, naar Koningsbergen.
AH 070531
Vlie, 2 mei. Binnengekomen: 4 mei. DE TWEE GEBROEDERS, kapt. T.H. van der Werff, van Koningsbergen.
AH 040631
In lading liggende schepen te Amsterdam: Naar Danzig. Het Nederlandse smakschip DE TWEE GEBROEDERS, kapt. T.H. van der Werff. Adres bij Jan Corver & Co.
AH 220931
Volgens brief van Elseneur in dato 13 september zijn te Christiansand binnengelopen: DIANA, kapt. Casseboom, van Bremen naar Hamburg; MARIA JOHANNA, kapt. T. Ticke van Riga naar Bremen; DE TWEE GEBROEDERS, kapt. Van der Werf, van Danzig naar Bremen.
1832
AH 170432
Terschelling, 13 april. Binnengekomen. DE VROUW ALIDA, kapt. G.R. Kars, van Lübeck; DE TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, van Kiel.
RC 020832
Rotterdam, 1 augustus. Het schip DE TWEE GEBROEDERS, kapt. T.H. van der Werff, van Koningsbergen naar Amsterdam, is volgens brief van Cuxhaven van den 23 juli, wegens tegenwind aldaar binnengelopen.
RC 090832
Rotterdam, 8 augustus. Het schip DE TWEE GEBROEDERS, kapt. B.T. van der Werff, van Koningsbergen naar Amsterdam, is den 29 juli wegens tegenwind te Cuxhaven binnengelopen, doch heeft den 1 dezer de reis vervolgt.
1833
AH 130733
Vlie, 10 juli. Binnengekomen HENDRIKA, kapt. G.G. Bakker, van Dantzig; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werff, van Oosterisoer.
AH 130733
Harlingen, 19 juli. Uitgezeild het tjalkschip WILHELM FREDRIK, kapt. H. Sundby, TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werf, alle in ballast op avontuur.
AH 220833
Uitgezeild: Vlie, 19 augustus.JUFFROUW FROSINA (opm: mogelijk JUFFER FRESINA), kapt. J.H. Potjer, naar Bergen; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.A. v.d. Werf, naar Drammen
AH 210933
Vlie, 18 september. Binnengekomen TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf en WILLEM OLIVIER, kapt. G.J. Korter, van Drammen
AH 280933
Uitgezeild:TWEE GEBROEDERS, kapt. D.T. Doornbos, naar Droback; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, naar Holmstrand.
AH 021133
Binnengekomen: Texel, 31 oktober. VROUW CATHARINA, kapt. T.W. de Vries, van Drammen; TWEE GEBROEDERS. kapt. B.H. v.d. Werf, van Holmstrand
1834
AH 030334
Uitgezeild: Vlie, 27 februari. VROUW GEZINA, kapt. C.H. Lucht, van Hamburg; VROUW ELIZABETH, kapt. J.H. Cappen en TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, op avontuur.
AH 280334
Vlie, 22 maart. Binnengekomen VROUW ELISABETH, kapt. J.H. Cappen, TWEE GEBROEDERS, kapt. E.H. van der Werf, van Oosterisoer
AH 070434
Vlie, 1 april. Uitgezeild VROUW MAIKE, kapt. E.J. Visser, naar Stettin; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, naar Arendahl
LC 020534
Harlingen. Binnengekomen: Den 23 april, Het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werff, met hout van Noorwegen.
LC 020534
Harlingen. Uitgezeild: Den 30 april het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werff, met ballast op avontuur.
AH 270534
Binnengekomen: Vlie, 24 mei. VIGELANTIE, kapt. J.H. Wildeman, van Larwich; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, van Oosterisoer.
LC 100634
Harlingen. Uitgezeild: Den 4 juni, het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werff, met beenderen naar Hull.
AH 170634
Hull, 11 juni. Binnengekomen TWEE GEBROEDERS, kapt. Van de Werf, van Harlingen.
AH 160734
Vlie, 13 juli. Aangekomem TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werff, van Oosterisoer.
AH 310734
Uitgezeild: Vlie, 28 juli. TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, naar Oosterisoer.
AH 260834
Vlie, 23 augustus. Binnengekomen VROUW JANTINA, kapt. K.E. Vos, van Droback; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, van Krageroe
AH 020934
Vlie, 29 augustus. Uitgezeild SOPHIA ALIDA, kapt. J.A. Hansen, naar Flekkefiorde; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werff, naar Oosterisoer.
AH 041034
Terschelling, 30 september. DE TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werff, van Oosterisoer, na visitatie van de quarantaine ontslagen.
LC 211034
Harlingen. Uitgezeild: Den 14 oktober het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werff, met beenderen naar Hull.
DC 251234
Hellevoetsluis, 23 december. Gisteren namiddag arriveerde uit zee: de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werff, van Hull
1835
RC 030335
De 2e dezer, des morgens, zeilden van Maassluis TWEE GEBROEDERS, kapt. W. Meeuwenoord, naar Havre; en TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werf, naar …..
RC 140335
De 12e dezer, des morgens, zeilden van Maassluis EENDRAGT, kapt. G.H. Haverbult en DE TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werf, naar …..
AH 200435
Binnengekomen: Texel, 17 april. DE TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werf, van Noorwegen.
AH 040535
Vlie, 1 mei. Uitgezeild TWEE GEBROEDERS, kapt. B.J. van der Werf, naar Hull.
LC 300635
Harlingen. Binnengekomen: Den 22 juni, het smakschip VROUW JANTINA, kapt. K.E. Vos, van Drobach; het tjalkschip TWEE GEBROEDERS, kapt. B. van der Werf, van Oostrisoer
AH 030735
Vlie, 30 juni. Uitgezeild TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van de Werf, naar Oosterisoer.
AH 280735
Vlie, 24 juli.Binnengekomen. ZEVEN GEZUSTERS, kapt. T. Bruin, van Bergen; TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. v.d. Werf, van Oosterisoer.
LC 040835
Uitgezeild: Den 28 juli, uitgezeild het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werf, naar Noorwegen.
LC 250835
Harlingen. Binnengekomen: Den 22 augustus de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werf, van Oostrisoer.
LC 080935
Harlingen. Uitgezeild: Den 31 augustus, het tjalkschip de TWEE GEBROEDERS, kapt. B.H. van der Werf, naar Noorwegen.
>